Ik voel me lamgeslagen naast de levenslust van Adelheid Roosen

Maar, maar maar. Dat ben ik. Adelheid Roosen is ja, ja, ja.

Beeld de Volkskrant

Dit weekend stond er een prachtig interview met Adelheid Roosen in de Volkskrant. Een vrouw die levens kan veranderen door alleen maar op een stoel te gaan zitten en te vertellen wat zij allemaal denkt en vindt. Zij deed dat in het jaar 1990 als Zomergast bij de VPRO. Ik herinner mij alles. Hoe zij van de wat stijve presentator Peter van Ingen opeens een mens van vlees en bloed maakte. Hoe ze het commentaar van Joan Haanappel bij het kunstschaatsen ontmantelde als sluimerend racistisch (1990).

Ik voelde mij na die avond zoveel minder Nico Dijkshoorn. Wat was ik toch eigenlijk een laf burgermannetje, met mijn verzameling strips, de jaarlijkse vakantie naar Griekenland en die matige schoentjes van me. Waarom droeg ik geen teenslippers in de zomer? Adelheid Roosen zou dat gewoon doen. Als ik in de rij stond bij Paradiso, Amsterdam voor een Engels kutbandje, dan dacht ik: Adelheid Roosen staat nu heel wild te dansen met Mozambikanen ergens in Amsterdam-Oost.

Zo zat dat een beetje. Omdat Adelheid Roosen zo overweldigend veel Adelheid Roosen was, merkte ik opeens hoe teleurstellend weinig ik Nico Dijkshoorn was. Na verloop van tijd begon dat gevoel te verwateren. Ik heb nooit teenslippers gedragen. Ik dans niet. En dan nu dit interview.

In het interview vertelt Adelheid Roosen over een impulsieve overnachting bij haar overbuurman. Ze belt aan, onderhandelt urenlang en uiteindelijk ligt ze bij hem op de bank. De interviewer vraagt: 'Was je niet bang om bij een wildvreemde op de bank te gaan liggen?' Het antwoord van Adelheid: 'Natuurlijk wel. Maar moet je het daarom nooit doen?'

Ik ben iemand die schielijk via de achterdeur zijn huis verlaat. Als ik mijn huis aan de voorkant benader, herken ik mijn eigen voordeur niet. Ik blijf in de auto zitten en doe net alsof ik mijn rempedaal schoonmaak als ik een buurman hoor spreken. Ik gluur door gordijnen en zeg tegen Tanja: 'Die van nummer 79 zijn dus toch op vakantie. Waar doen ze het van?'

Adelheid Roosen. Beeld Valentina Vos (Witman Kleipool)

Na dit interview sta ik al een paar dagen, achter hetzelfde gordijn, schuin de straat in te kijken en Adelheid Roosen fluistert mij goede raad in het oor. 'Bel bij ze aan Nico, nee, niet bellen, schop tegen die deur en vraag of ze naakt met je willen zwemmen.' Dat gaat maar door. 'Huur een ijskar, verkleed je als Lenin, bel bij die mensen aan en schrijf samen een boek over een heel mooie schelp.'

Ik zou dat zo graag durven, maar het lukt mij niet. Ik zie meteen de bezwaren. Een roman over een schelp, hoe dik moet die dan zijn? Wat zetten we op de voorkant? Kunnen die mensen wel schrijven? En naaktzwemmen, gaat die blauwalg dan niet zo, hopla, via je pisbuis naar je longen, met alle gevolgen van dien?

Maar, maar maar. Dat ben ik. Adelheid Roosen is ja, ja, ja. En ik merk het al. Precies hetzelfde gebeurt nu als na die legendarische avond Zomergasten in 1990. Ik voel me lamgeslagen naast zoveel levenslust. Naast zo veel durf en aanvalsdrift. Mijn leven, wat een achteruit bewegende krabbendans.

Het is als kijken naar Anne Soldaat wanneer hij gitaar speelt. Je echt ergens in verliezen, zonder reserve, weg dat onhandige lichaam, alleen het hoofd en de handen, ik probeer het wel, maar altijd vol doodsangst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden