'Ik vind niet dat privacy hulp aan een kind in de weg mag staan'

Hoe een gemeente worstelt met de dood van een kind.

Burgemeester Loohuis doet zijn ambtsketen om.

Er is een meisje doodgegaan in Hoogeveen. Ze lag 's nachts onder aan de flat, buren hoorden haar van tien hoog naar beneden vallen, 'een heel nare plof' - de instanties wisten dat het niet goed ging daar in huis. Eigenlijk wil ik haar naam niet opschrijven, dat doen de drie inspecties ook niet in hun rapport van 34 pagina's over de haperende hulpverlening. Ze melden niet eens de plaats waar het gebeurde. De titel is Casusonderzoek Drenthe, onderzoek naar aanleiding van het overlijden van een kind.

Maar vanavond noemt iedereen haar naam. 'Ik vind niet dat privacy hulp aan een kind in de weg mag staan', zegt burgemeester Karel Loohuis als ik hem spreek vlak voordat hij zijn ambtsketen omhangt en naar de raadszaal loopt. Hij was er die nacht snel bij. 'Iedereen heeft hulp nodig', zegt hij, 'ook de hulpverleners.'

Het is de eerste keer dat een gemeenteraad debatteert over zijn verantwoordelijkheid voor de dood van een kind. En het is ongemakkelijk. 'Wat we deden', zegt wethouder Gert Vos, 'was op zich goed en met de beste intenties, maar niet genoeg'. Alle protocollen gevolgd, de 'stap extra' niet gezet. 'Ga er maar aan staan als hulpverleners', zegt raadslid Bert Otten van het CDA, 'ik zou niet graag in hun schoenen staan.' 'Veiligheid', zegt Inge Oosting van de PvdA, 'moet boven privacy gaan, zeker waar het kinderen betreft'.

Ze heet Sharleyne. Haar naam lijkt op die van een ander dood meisje. Ook haar lot werd eerst publiek en daarna politiek, en daarna moest er van alles veranderen.

Sharleynes dood is een ingewikkeld verhaal. Het is vandaag precies een jaar geleden. Niemand weet hoe en waarom ze van de flat viel; de zaak tegen de moeder is geseponeerd. Moeder gebruikte 'middelen', de gescheiden vader trok drie jaar aan de bel maar kreeg geen gehoor, politie en woningbouw deden 'zorgmeldingen' maar dat leidde tot weinig. Acht instanties kenden haar, van het Centrum voor Jeugd en Gezin tot Veilig Thuis Drenthe tot Stichting Welzijnswerk, niemand nam het voortouw, iedereen was vooral met de ouders bezig en niet met het meisje. Nu concludeert de wethouder 'dat ondertoezichtstelling eerder had gemoeten'.

Het debat en het rapport zijn opgetrokken uit een hulpeloze taal. Casusoverleg, verbetertraject, protocollen, 1gezin1plan-overleg, het programma Veilig Opgroeien, ketenpartners, veiligheidstaxatie-instrument, een 'uitvoeringscoördinator die 'vanwege werkdruk' het dossier niet kent. Al het concrete is uit die taal verdwenen. Vorige week, zegt wethouder Vos, is een 'project start-up' geweest met de twintig bij het gezin betrokken hulpverleners, 'om de verbeterpunten op te pakken'.

Het gemeentehuis van Hoogeveen.

Het zijn woorden die ik eerder hoorde, echo's uit een put van twaalf jaar geleden. Tijdens een schorsing lees ik de handelingen terug van het Tweede Kamerdebat over dat andere meisje, Savanna, mishandeld en vermoord door haar moeder en stiefvader. De teksten van toen, van geschokte Kamerleden, zijn sjablonen voor de teksten van nu, van geschokte gemeenteraadsleden. Ook toen was er een inspectierapport, waaruit bleek dat Savanna verdween tussen de protocollen, 'eigenlijk zo goed als onzichtbaar' (Ella Kalsbeek, PvdA). 'De kern lijkt te zijn dat men langs elkaar heen werkt' (André Rouvoet, CU). 'Zo kan het gebeuren dat kinderen waar de hulpverleners in bosjes omheen staan, toch worden mishandeld en soms zelfs vermoord' (Evelien Tonkens, GroenLinks).

De oplossing van toen was een radicale verbouwing van de jeugdzorg. Sinds vorig jaar zijn de gemeenten verantwoordelijk: dichter op de mensen. Toch gebeurt het weer. De oplossing van nu is dat hulpverleners 'een stap extra zetten' - die woorden vallen vaak vanavond. Dat hulpverleners 'door het protocol heen breken'. Wat het inhoudt blijft ongezegd. Een huis met problemen binnenvallen? De telefoon afluisteren?

'De consequenties kunnen zijn', zegt de burgemeester, 'dat hulpverleners nu gaan denken: laten we het kind uit voorzorg maar uit huis halen. Het is triest om te zeggen maar... menselijkerwijs is er nooit 100 procent garantie.'

Dan dient raadslid Arjan van der Haar van de VVD zijn motie in: hij is 'beroepsmatig' bekend met ict, en stelt een computersysteem voor waarin álle hulpverleners álle meldingen over probleemgezinnen kunnen zien, 'technisch is dat mogelijk'. Ja. Technisch is het mogelijk elk huis van elk gezin waar weleens ruzie is vol te hangen met webcams en die beelden 24/7 uit te lezen in een centrale hulpverlenersbunker. Maar het mag niet, en terecht. Toch neemt de wethouder de motie over. Hij zegt: 'Dit is nou zo'n ambitie waarvan ik vind dat hij thuishoort in het verbeterplan.'

Het is een knieval naar de onmacht, en naar de hulpeloosheid van de hulpverlener.

Reageren? t.heijmans@volkskrant.nl

Wethouder Vos (midden) spreekt tijdens de raadsvergadering.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden