'Ik vind het zó goed dat we híér hebben afgesproken!'

Beeld Thinkstock / ESezer

In de etalage van een antiekwinkel zag ik een snoezig draaiorgeltje. De tijden dat ik van zoiets hebzuchtig werd zijn voorbij; wie te veel prullaria verzamelt, eindigt als alleenstaande vrouw van 68 met woest pluishaar, die schellakplaten draait van Kurt Weill op een koffergrammofoon, roodgenopte tangoschoenen en flamboyant geborduurde kaftans draagt, veertien katten huisvest - waarvan er altijd één in een rieten mandje ligt te sterven - en geregeld de daklozenkrantverkoper een goed schoongespoeld margarinekuipje komt brengen met daarin een zelfgebakken appelpannekoek.

Een lief soort vrouwen, maar zo ben ik niet. In het veilige besef dat ik dus niets zou kopen, liep ik rond tussen de brocante: handkoffiemolens, aardappelemmers van gewolkt email, sunlight-zeepkistjes, gedeukte beschuitblikken, gebloemde lampetkannen en poppen, veel poppen. Ze waren vrijwel zonder uitzondering doodeng. Wezenloze klapogen, obscene pijpmondjes, griezelig echte porseleinen handjes aan weke kapoklichaampjes.

'O, díé is leuk!', riep een vrouw. Ze wees op een matrozenpopje met een boosaardige bakelieten grijns en een afgebladderde neus als een syfilislijder. Zij zelf zag er uit als een tandartsassistente: een jaar of 30, fris, slank, blonde paardenstaart en in een witte jurk, die haar, waarschijnlijk onbedoeld, iets medisch gaf. Ze hield zich vast aan de arm van een man die tien jaar ouder was en op Pierre Bokma leek.

'Ik vind het zó goed dat we híér hebben afgesproken!', zei de vrouw. 'In een café is toch een beetje awkward als je elkaar nog niet kent. En ik vind oude poppen zó cool. Jij ook?'

Ze lachte en gaf een bezitterig rukje aan zijn arm. Ze had te veel tandvlees, maar daar kon ze niets aan doen.

'Nou, ik ben eigenlijk meer van de Duitse uniformen en nazipropagandaposters', zei de man. Ze hoorde de ironie in zijn stem niet en haar glimlach stortte in. 'Hè, bah!', riep ze.

'Grapje...', antwoordde de man dof.

'O, sorry, wat stóm van me!', joelde ze, veel te hard, wéér met die ruk aan zijn arm, wéér met dat tandvlees, waar op de Tinderfoto's niets van te zien was geweest.

'Dit is ook een schátje!', ging ze voort. Ze wees op een pop die eruitzag als het te warm bewaarde lijk van Mathilde Willink, vijf dagen na haar dood.

De man loerde verlangend naar de deur, maar ze hield nog steeds zijn arm vast. Hij kuchte.

'Zeg', begon hij. 'Moet je horen. Dit bedoel ik absoluut niet lullig, maar ik denk niet...'

Geschrokken liet ze zijn arm los. 'Nee?', vroeg ze angstig.

Ik ben weggerend, zo hard ik kon.

Reageren? s.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden