'Ik vind het niet erg als mensen zich ergeren aan wat ik maak'

Interview..

DEN HAAG Met Japanse horror en de films van David Lynch als belangrijke inspiratiebronnen is het voor de jonge regisseuse Susanne Kennedy (32) niet moeilijk om op te vallen bij het Haagse Nationale Toneel. Haar voorstellingen zijn tegendraads en beklemmend.

Zo verbouwde ze vorige jaar nog Ibsens Hedda Gabler tot een trip die de toeschouwers vooral tegen de haren instreek. Vanavond gaat haar bewerking van The New Electric Ballroom in première.

Een kolfje naar de hand van Kennedy, want dit stuk uit 2005 van de Ierse toneelauteur Enda Walsh is zeer eigenaardig. De in Duitsland geboren regisseuse beaamt dat na afloop van een zware repetitie. ‘Soms vraag ik me af wat we eigenlijk aan het maken zijn. Maar ja, als ik dat van tevoren precies zou weten, hoefde ik de voorstelling niet meer te maken.’

The New Electric Ballroom is een verontrustend sprookje. Drie zussen hebben zichzelf opgesloten in de keuken van hun bouwvallige huisje. Veertig jaar lang zijn ze niet buiten geweest. Hun dagen bestaan uit het reconstrueren van een traumatisch moment uit hun lang vervlogen jeugd.

Met behulp van een oude bandrecorder herbeleven de oude vrouwen telkens opnieuw een desastreuze avond in een discotheek, toen de twee oudste zussen verliefd werden op dezelfde rock ’n’ rollzanger.

Maar de plot van het verhaal interesseert Kennedy eigenlijk weinig. ‘Of het publiek het verhaal begrijpt, vind ik niet zo belangrijk. Ik wil dat het ziet hoe vrouwen die jarenlang op elkaars lip zitten met elkaar omgaan.’

De drie zussen worden gespeeld door Nettie Blanken, Çigdem Teke en Juul Vrijdag. Jochum ten Haaf heeft een bijrol als Patsy, een visboer die door de vrouwen gevangen is genomen en letterlijk aan de muur is gehangen. Kennedy: ‘Ik zie hen als drie spinnen in een web die mensen naar binnen proberen te lokken. Ze zijn voortdurend aan het flirten en verleiden.’

Dat surrealisme spreekt Kennedy aan. Ze zag het stuk ooit heel letterlijk opgevoerd door de Münchner Kammerspiele, maar daar werd het sentimenteel van. Dat is niet haar stijl. Zelf wil ze in haar voorstellingen het liefst de onderbuik aanspreken, de onuitgesproken gevoelens en frustraties van de personages zichtbaar maken.

Kennedy: ‘Ik probeer een soort mentaal landschap te creëren. Alsof je in het hoofd van zo’n oud vrouwtje mag kijken en ziet wat zij voelt. De voorstelling moet op een eng poppenhuis lijken. Het decor krijgt hoge, groenige muren, waar water langs druipt.’

Ze is zich ervan bewust dat haar voorstellingen soms mensen afschrikken. ‘Zeker hier in Den Haag, ja. We hebben daarom ook discussies gevoerd over hoe je het publiek moet voorbereiden op mijn werk. Toch vind ik het niet erg als mensen zich ergeren aan wat ik maak.’

Kennedy krijgt bij het Nationale Toneel alle vrijheid om haar eigen esthetische koers te varen. Ze ziet het niet als haar doel om tegen het klassieke toneel aan te schoppen. Het moet naast elkaar kunnen bestaan.

Rare blikken levert dat soms wel op. Kennedy vertelt met plezier over de gezamenlijke lunches met de acteurs uit De kersentuin van Tsjechov, ook een productie van het Nationale Toneel: ‘Dan zitten daar die acteurs in hun jurkjes en hoedjes en paraplu’s en komen wij van boven in onze blauwe poppenkastkleren en met uitgesmeerde make-up. Dan zie je ze kijken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden