Interview

'Ik vind het afschuwelijk wat IS doet, maar iemand doden kan ik niet'

Zijn vader, zijn broer: allebei zochten ze hun Koerdische geboortegrond weer op om te vechten. Als die maar niet worden getroffen door Turkse aanvallen.

Hawar Mouhiddine op het pleintje in Papendrecht waar hij vroeger voetbalde en nu zijn werkgever zit.Beeld Arie Kievit

Zijn vader en jongere broer Herman, die zich in Noord-Irak hebben aangesloten bij de Peshmerga, zullen niet worden getroffen door de Turkse aanvallen, hoopt de Koerdische Nederlander Hawar Mouhiddine (28). Hij heeft zondag nog Whatsapp-contact gehad met zijn broer.

Mouhiddine: 'Herman zei: ze schieten over ons heen. We zijn veilig, maar wel extra alert.'

Mouhiddine, (duo-)PvdA-raadslid in Papendrecht en werkzaam bij VluchtelingenWerk Nederland, gaat ervan uit dat de Turken het alleen op de legerbases van de PKK hebben gemunt. 'Mijn vader en broertje zitten daar niet bij. De Turken weten het onderscheid wel tussen de Koerden van Barzani (Massoud Barzani heeft sinds 2005 de leiding over Iraaks-Koerdistan, red.) en de PKK. Ze zijn veilig. Nou ja veilig... Het kan altijd dat er een foutje wordt gemaakt en je een bom op je dak krijgt. Dat risico loop je überhaupt als je in die regio strijdt tegen IS.'

Bang is hij wel dat IS uit woede de aanvallen op alle Koerden - de Iraakse, Syrische en Turkse - zal intensiveren. 'Dat IS nog bedreigender wordt. Die strijders zijn tot alles in staat.'

Mouhiddines vader Mizori was al eerder, enkele jaren na de dood van dictator Saddam Hussein, vertrokken naar zijn geboortegrond. Het was toen betrekkelijk rustig in de Koerdische Autonome Regio. In Nederland leefde hij van een uitkering. Mouhiddine: 'Daar kon mijn vader niet tegen. Hij voelde zich hier niet thuis. Hij kwam niet aan werk. Hij heeft zich uitgeschreven bij de gemeente.

Geen militaire strijder

'Mijn vader wilde daar weer wat gaan opbouwen. Hij heeft nooit gedacht dat hij weer de wapens moest oppakken. Deze keer tegen IS. Die terreurgroep is plotseling ontstaan en heel snel sterk geworden. '

Zijn broer Herman (21) is vorig jaar, na de slachting van yezidi's door IS, afgereisd. 'Ik heb er veel gesprekken met hem over gevoerd. Ik wilde dat hij hier bleef. Toen hij de slachting van yezidi's zag, de vrouwen die werden verkracht en verkocht, is het idee te gaan strijden bij Herman opgekomen. Iemand zei nog tegen hem: maar de yezidi's zijn geen moslims. Hij zei: dat maakt voor mij niet uit. Het gaat om mensen. Bovendien worden ook de Koerden bedreigd. Hij wilde voor zijn volk opkomen.'

Mouhiddines vader is lid van de Koerdische Democratische Partij (KDP) en is hoofd communicatie bij de Peshmerga. 'Hij haalt de banden aan tussen de Koerden en Arabieren, geeft uitleg als er dorpen worden ingenomen. Mijn broertje is bij hem. Als er wordt gevochten, gaan ze achter de fronttroepen aan. Ze strijden niet in de eerste linie, zoals mijn neef Shex Ahmad Miziri.

'Die was commandant van Hez Dje Terror, een soort anti-terreureenheid. Hij is in januari omgekomen. Hij was met zijn auto op een zelfmoordterrorist ingereden die zich midden in een groep Peshmerga had willen opblazen. Hij heeft zichzelf opgeofferd. Toen hij dood was meldde IS: we hebben de grote satan van de Koerden gedood.'

Mouhiddine toont een YouTube-filmpje van zijn neef. 'Hij is erg populair. Er zijn liedjes over hem gemaakt en er komt een standbeeld.'

Zelf heeft Mouhiddine geen enkele aandrang naar het front te vertrekken. In hem schuilt hoegenaamd geen militaire strijder, zegt hij. 'Ik zit anders in elkaar dan mijn vader en broertje. Als ik daarheen ga, ga ik op iemand schieten die ik nooit van mijn leven heb gezien. Ik vind het afschuwelijk wat IS doet, maar iemand doden kan ik niet. Ik ben bang dat ik dan mijn hele leven blijf rondlopen met de gedachte dat ik een persoon heb doodgeschoten.'

Om die levenshouding wordt hij wel gepest door Herman, die hem voor bangerik uitmaakt. 'Hij zegt ook dat ik een bounty ben geworden: bruin van buiten, wit van binnen. Dat kan ik wel hebben van hem. Herman plaagt iedereen.'

Bang is Mouhiddine zeker niet, vindt hij zelf. 'Ik heb genoeg meegemaakt in mijn jeugd. Dat vormt je. In de regio waar ik vandaan kom, daar is zoveel bruut geweld. Al jaren. Als je een Iraaks-Koerdisch kind vraagt een tekening te maken, tekent hij een bom, tank, geweer of gevechtsvliegtuig. Het is misschien vreselijk om te zeggen, maar ik ben immuun voor die IS-filmpjes. Die onthoofdingen. Ik kan ernaar kijken, zonder dat ik ga overgeven.'

Bekijk hier het YouTube- filmpje over Mouhiddines neef Shex Ahmad Miziri, die zich opofferde om een zelfmoordaanslag te verijdelen.

Om hulp roepen

Mouhiddine is in 1987 geboren in Duhok in Noord-Irak, toen de Koerden met harde hand werden onderdrukt door Saddam Hussein. Dieptepunt waren de gifgasaanvallen op Halabja in 1988. 'Ik heb vreselijke verhalen over die periode gehoord. Koerdische dorpen werden vernietigd. Mensen massaal doodgeschoten met kogels die de ouders later moesten betalen. Mijn naam staat symbool voor die periode. Hawar betekent: om hulp roepen. Bijvoorbeeld als er een huis in brand staat, dan roept iedereen hawar, help mij.'

Mouhiddine vluchtte voor de eerste keer in 1990, tijdens de Eerste Golfoorlog. Hij was nog klein, maar herinnert zich nog dat F-16's 'schrikbarend laag' over hun huis vlogen. Het stof dat opwaaide kan hij nog ruiken.

Zijn vader vocht tegen Saddam; het werd te gevaarlijk voor hem. Het gezin wilde naar Turkije, maar mocht de grens niet over. 'De Turken wierpen pamfletten naar beneden met de boodschap dat als we de grens zouden oversteken, we zouden worden doodgeschoten. Moet je je voorstellen: je vlucht voor de troepen van Saddam en dan word je geweigerd omdat je Koerd bent. Je kunt niet verder, moet naar links of rechts, bent constant aan het rennen.'

Ze schuilden in een ander deel van Irak en keerden, nadat het wat rustiger werd in hun eigen regio, weer terug naar Duhok. In 1996 werd het zijn vader opnieuw te heet onder de voeten. Hij vluchtte naar Nederland. Aanvankelijk in zijn eentje.

Mouhiddine: 'Hij zei tegen mij dat hij met vakantie ging en zou terugkomen. Mijn vader handelde in die tijd met Syrië, kwam van zo'n vakantie terug met shampoo, parfums en sigaretten en altijd met een cadeautje voor mij. Ik was me aan het verheugen op zijn terugkomst, maar hij kwam niet terug.

'Dat was moeilijk, vooral omdat er nauwelijks contact was met mijn vader. We moesten naar de top van een berg klimmen, heel hoog, kennelijk om Iraakse afluisterapparatuur te ontwijken. We belden met een soort van legertelefoon.'

Nare dromen

In 1998 kwam de rest van het gezin naar Nederland. Bijna twee jaar zat het gezin in AZC Someren. Vervelend vond Mouhiddine dat kamp niet, maar wel beperkt; het was moeilijk sociale contacten te leggen met de nieuwe samenleving.

'We stonden op een of andere camping, die ver van de bewoonde wereld lag. Ik weet het adres nog uit mijn hoofd: Philipsbosweg 7, ik moest dat in mijn hoofd stampen voor als ik de weg kwijt zou raken. Ik moest een kwartier lopen om bij een hoofdweg te komen.'

'Kijk, daar sliep ik als kind. In dat kamertje met het witte gordijn.' Het gesprek met Mouhiddine vindt plaats in het Papendrechtse kantoor van zijn huidige werkgever VluchtelingenWerk, dat tegenover zijn voormalig ouderlijk huis staat. 'Ik voetbalde vaak in de binnentuin. De bal vloog nogal eens door de ruiten van dit kantoor, dat toen een woning was.'

Hij leerde snel Nederlands, 'omdat we geen Koerden in onze omgeving hadden. Dan gaat het sneller.'

Toch bleek de taal een barrière voor een snelle schoolcarrière. Hij legde een lang traject af. Al die jaren was hij actief als vrijwilliger. 'Ik werkte veel met de jeugd. Door mijn activiteiten bij Jeugdcentrum Interval kwam ik in aanraking met de politiek. Ik zit nu in de gemeenteraad, droom ervan ooit in de Champions League van de politiek te gaan spelen.'

De politiek bracht hem in contact met VluchtelingenWerk. Hij werd uitgenodigd op een vacature te solliciteren. 'Ik heb een onwijs leuke baan. Vanwege mijn achtergrond heb ik grote affiniteit met vluchtelingen. Ik kan me in hun situatie verplaatsen. Als ze zweren op Allah, dat ze bijvoorbeeld kilometers hebben moeten lopen door diverse landen, weet ik of het klopt of niet. Als ze vertellen over een kogel die het lichaam is binnengedrongen en er aan de andere kant is uitgegaan. Dan geloof ik dat, ik heb het zelf gezien.'

Elke dag probeert Mouhiddine het nieuws over IS, Turkije, Syrië en de Koerden bij te houden. Hij volgt de ontwikkelingen op Facebook, Twitter, YouTube, in kranten, op Koerdische radio- en televisiezenders. Angstig is het als de strijd daar oplaait en hij geen contact kan krijgen met zijn vader en broer. 'Dan zijn ze ergens waar alle telefoons in één keer uitgeschakeld worden. Dat is om je locatie niet prijs te geven en om vermijden dat bermbommen worden geactiveerd. Je mobiel kan je verraden.'

Hij heeft soms nare dromen. 'Dan zie ik mijn vader, hij wenkt mij, hij loopt in een maisveld en wordt van achteren in zijn rug geschoten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden