'Ik vertrouw de beer'

De Belg Rudy De Bock is de enige die nog in leven is van de vier mensen die ongewapend tussen de wilde beren woonden....

Vlak voordat Rudy De Bock zijn tent weer wilde opzetten tussen de beren in de wildernis van Alaska, zei de hoofdbioloog van Kodiak Island: 'Ga je het veld nog in? Dan wil ik dat je die geluidsband hoort.' De Belg protesteerde zachtjes, nou nee, liever niet. 'Toch wel', zei Larry van Dael, de bioloog, 'misschien ga je veiliger werken.'

Nog dagenlang daarna spookte de band door Rudy's hoofd waarop beer 141 - in hem zijn later althans grote hoeveelheden mensenresten aangetroffen - de aanval opent op de Amerikaan Timothy Treadwell en zijn vriendin Amie. 'Tim hoor je niet zo veel', zegt De Bock. 'Het is meer Amie, die je zeer hoge geluiden hoort maken. Ik denk dat de beer daardoor nog kwaaier is geworden. Herten en elanden die in doodsnood verkeren, maken ook van die geluiden. Ik denk dat dat de beer heeft aangemoedigd door te gaan.'

Timothy Treadwell roept naar Amie: 'Ga weg, ga weg, he's killing me.' En: 'Sla hem met een pan!' Niet meer te horen is hoe de grizzly zich vergrijpt aan Amie. Na zes minuten en nog wat seconden stopt de band.

'Beloof me', zei de bioloog tegen De Bock, 'dat ik nooit zo'n onderzoek zal hoeven doen naar jou.'

In de film Grizzly Man, de documentaire over Treadwell die nu draait in Nederland, luistert regisseur Werner Herzog met een koptelefoon op naar dezelfde geluidsband - onhoorbaar voor de bioscoopgangers. Halverwege laat Herzog hem stilzetten. Hij huilt. 'Je moet dit vernietigen', zegt hij tegen de ex-vriendin van Treadwell, 'je mag hier nooit naar luisteren.' Zij stelde het materiaal ter beschikking dat diende als basis voor de documentaire van de Duitse regisseur. Honderd uur video-opnamen, die Treadwell maakte van zijn leven tussen de grote bruine beren op Kodiak Island en Katmai in Alaska, dertien zomers lang.

Tot het noodlot toesloeg. Ook toen beer 141 (zijn tatoeagenummer) toehapte stond de camera aan; alleen zat de lensdop er nog op. De angstkreten bleven De Bock achtervolgen, toen hij weer alleen in zijn kampement zat. Ongewapend, zelfs zonder pepperspray, in een van de laatste wildernissen op aarde, waar je slechts per watervliegtuig kunt komen. 'Vroeger of later is het jouw beurt', waarschuwde Larry van Dael, ook baas van de parkwachters op Kodiak Island. 'Het gebeurt met iedereen, die op jullie manier werkt.'

Camouflagekleding

Rudy De Bock, toch al 48 geworden, is daar 'niet van overtuigd' - zijn onderkoelde wijze van vertellen is soms onbedoeld amusant. 'Natuurlijk sluit ik niet uit dat het verkeerd kan aflopen', zegt de Vlaming, die al veertien zomers heeft doorgebracht tussen de beren. 'Je kunt op het verkeerde moment, op de verkeerde plaats, tegen de verkeerde beer aanlopen. Maar ik vertrouw de beer. Als je dat niet doet, moet je er wegblijven.'

Beren zien slecht in het donker. Een zomer geleden passeerde er eentje De Bock op 5 meter afstand, net toen de duisternis begon in te vallen. Sniffsniffsniff, stak de beer zijn neus in de lucht en ineens stond hij stokstijf stil. 'Hij draaide direct zijn kopke om.' De Bock, altijd in camouflagekleding, op dat moment één met de bemoste rotsen, wist nog steeds niet zeker of de beer hem had gezien. 'Hij liep recht op me af. Toen begon ik tegen hem te praten, hè, om 'm op zijn gemak te stellen. 'Neeneenee, importmeat is niet goed voor u. In België hebben we de dollekoeienziekte, dat zou zeer ongezond zijn voor u. De vis in de rivier, man, die is veel beter.' De beer keek hem eens goed aan, nog een keer, en toen pffff, draaide hij zich om en kuierde verder.

Zo doet De Bock dat.

In het gewone leven is hij conducteur. Maar ook het gewone leven is doordesemd van Alaska. Zijn woning in een smalle straat in het Vlaamse Ronse is een klein museum waar geen plekje muur meer vrij is. Overal foto's, tekeningen, schilderijen, sleutelhangers en alles wat maar denkbaar is van beren, indianen, Alaska. Zelfs de temperatuur in huis heeft er iets van weg. Buiten begint het licht te sneeuwen; de kachel moet het afleggen tegen de tochtkieren. De Bock kan ertegen. Hij loopt het liefst zonder jas.

De vriendelijke Vlaming lijkt in alles de tegenpool van Treadwell, de gesjeesde acteur die hij goed leerde kennen in de natuurreservaten. Zo kinderlijk-druk als Treadwell overkomt op zijn video-opnamen, zo kalm is De Bock. Zo modieus als de narcistische Treadwell oogt (zelfs in de wildernis is hij een bijna Prada-achtige verschijning, met zijn pagekapsel, snelle zonnebrillen, hippe mutsjes en allerlei kleuren hoofddoekjes) zo basic gekleed is De Bock. Zo bekend als de excentrieke Treadwell was - hij trad zelfs twee keer op in The David Letterman Show - met zo weinig publiciteit is De Bock omgeven. Sinds de film Grizzly Man, door recensenten gekwalificeerd als briljant en volgens het Amsterdamse filmhuis Kriterion een 'onverwachte hit', begint daar verandering in te komen. Een Nederlandse uitgeverij is nu in gesprek met hem over een boek.

Feestbeesten

De conducteur moet weinig hebben van de film, die grizzly's volgens hem 'in een slecht daglicht stelt' en Timothy Treadwell 'een beetje laat zien als een gek'. Toch laat Herzog in dit hypnotiserende portret de curieuze 'homevideo's' van Treadwell zo veel mogelijk voor zichzelf spreken. En die zijn afwisselend absurd, hilarisch, ergerlijk, beklemmend, maar toch ook vaak ontroerend. Een vaak in het zwart geklede man (zo leek hij zelf meer op een beer) met een hoge piepstem, die grizzly's koestert alsof het honden of katten zijn en daarbij alle regels in het contact met wilde dieren overschrijdt. Die ze namen geeft als Mr. Chocolate, ze probeert te aaien en een eindje achter ze aan zwemt - tot de beren zich dreigend omdraaien. 'I love you, I love you, I love you!, roept hij tegen ze. In The David Letterman Show vertelt Treadwell dat hij beren eigenlijk ziet als grote 'feestbeesten'.

Drie weken voor zijn dood schrijft hij aan een van zijn financiële supporters (onder wie Leonardo DiCaprio en Pierce Brosnan): 'My transformation complete - a fully wild animal - brother to those bears. I run free among them - with absolute love and respect for the animals.'

Eén met de beren, dat gevoel herkent De Bock wel. 'Omdat je daar leeft zoals zij leven. Zij respecteren mij, ik respecteer hen. Soms lopen ze zo dicht langs me dat ik ze kan aanraken als ik mijn hand uitsteek. Dan heb je toch een verbondenheid met ze.'

De bewoners van Kodiak Island sluiten tegenwoordig weddenschappen af op de berenobservator. 'Zien we hem straks terug, ja of nee?' Niet zo verwonderlijk. De Bock is de enige die nog leeft, van de vier mensen die tussen de wilde beren kampeerden. Ruim een maand na de dood van Treadwell en zijn vriendin werd de Russische bioloog Vladimir verscheurd. 'Die leefde al 25 jaar tussen de beren, zonder enig probleem', zegt De Bock. Een Japanse fotograaf werd al eerder te grazen genomen, evenals Vladimir in een Russisch natuurreservaat.

Al deze ongelukken zijn te wijten aan menselijke fouten, volgens De Bock. 'De e-mail waarin stond dat er het een en ander was gebeurd met Timothy, kwam niet als een donderslag bij heldere hemel. Ik heb altijd gedacht dat het mis zou gaan. In de film zie je hoe hij twee dagen voor zijn dood bij zijn kamp staat te paraderen: 'Dit is een heel gevaarlijk gebied om te kamperen. Maar niet voor mij, want ik ben Timothy Treadwell.' Hoezo niet voor hem?'

Treadwell raakte de beren aan en imiteerde hun geluiden - een doodzonde, ja. Onderling aaien ze elkaar ook niet en van een geluid weet je nooit hoe een dier het interpreteert. Tijdens zijn laatste zomer stond Timothy's tent in een zeer ontoegankelijk, afgesloten gebied, met hoog struikgewas, op een berenpad - ook al zo onverstandig, volgens De Bock. De Russische bioloog maakte de fout een beer die niet van hem was gediend hinderlijk te blijven volgen, tot aan zijn winterslaaphol. Toen besloot de beer dat hij het zat was. En de Japanse fotograaf had de pech dat een Russische cameraploeg die hem vergezelde voedselresten liet slingeren voor de blokhut. De Japanner sliep helaas in een kwetsbaar tentje ernaast.

'Beren zijn gevaarlijk, maar niet kwaadaardig, zoals mensen kunnen zijn', is de opvatting van De Bock. 'Een beer doet je geen pijn voor de fun, omdat je gezicht hem niet aanstaat. Die valt alleen aan als je een bedreiging bent voor hem, voor zijn jongen, voor zijn voedselvoorraad.'

Hij herkent intussen hun mimiek. 'Je ziet het als er eentje chagrijnig kijkt. Soms zegt een blik mij voldoende. Als ze aan het vissen zijn en mij zo aanstaren zeg ik: 'Oké man, ik ben al weg. Ik ga een eindje verderop. Tot straks. See you!' Meestal komen ze dan uit zichzelf dichterbij: 'Wie zou dat baaske zijn? Die gaat weg, dus die toont respect.''

Thuiskomen

Dierenvriend is de vroegere fanatieke motorrijder al zijn leven lang. Zijn 'diepe passie' voor de beer begon tijdens een vakantie in Yellowstone park, in de Verenigde Staten. 'Mocht je een beer tegenkomen, bemoei je dan met je eigen zaken', waarschuwde een indiaan hem. 'En zorg dat je altijd kampeert in de buurt van een boom.' De Bock was al dagenlang op zoek naar een beer, toen hij 's nachts takjes hoorden kraken. Iets is hier niet pluis, voelde hij. De indiaan had gezegd: 'Geef altijd gevolg aan je menselijk instinct.' De Bock klom in de boom, 7 meter hoog. Het was volle maan. Tien minuten later kwam er een berin, met een jong, uit het bos. Het kleintje zette zijn pootjes op de boomstam en keek nieuwsgierig omhoog. 'Wat een majestueuze dieren', besefte De Bock.

Terug in België zag hij een documentaire over de 'monsterberen', de grootste beren ter wereld, van Kodiak. 'Daar moet ik heen', wist hij meteen. Een half jaar later landde hij met twee vrienden op het eiland. En de conducteur besefte onmiddellijk toen hij uit het vliegtuig stapte: 'Dit is het, dit voelt als thuiskomen.'

Dat eerste jaar maakte hij 'enorm veel fouten'. Ook Rudy en zijn vrienden stonden op een berenpad, bleek achteraf. Om beurten liepen ze wacht en hielden het kampvuur brandend: dat zou de beren afschrikken. Ook al zo'n vergissing. 'Op Kodiak weet een beer zeer goed het verschil tussen een kampvuur en een bosbrand. Die weet: een kampvuur = maaltijden klaarmaken = voedseloverschotten.' Het liep goed af.

De berenvriend is drie keer door zijn favoriete dieren aangevallen - alle keren in de beginjaren. 'Drie schijnaanvallen weliswaar, maar op dat moment zie je het verschil niet, totdat ie op 1 meter voor je stopt.' De eerste keer fotografeerde hij een berin met drie jonkies. De Bock zat op zijn knieën in het zand, en de drie kleintjes kwamen steeds dichterbij, aarzelend, tot op 5 meter afstand. De moederbeer alarmeerde haar jong: ze maakte 'een woefgeluid' en klapperde met haar tanden, taktaktak. De Bock kreeg intussen steeds meer last van een steen die in zijn knie prikte. Verzitten hielp niet meer. Hij stond op. 'Een grote, grote fout.'

Hij keek naar de berin: haar oren lagen plat op haar kop. 'De schedel was vervormd, ze vertrok haar lippen, boog haar kop, wraaauwh. Binnen 1 seconde stond ze een halve meter voor me. Zo vliegensvlug gaat dat. Je hebt geen tijd om te schrikken en dus ook geen tijd om te paniekeren.' Instinctief deed hij wat je in zo'n geval moet doen. Hij bleef stilstaan. 'Nóóit wegrennen.' De berin stopte. De Bock liep zachtjes achteruit, onderwijl pratend tegen de beer. 10 Meter verder ging hij op een rotsblok zitten. De berin riep haar jong, wandelde een stukje terug en ging toen ook zitten, tegenover De Bock. Zo observeerden ze elkaar, een tijdje, tot de berin wegliep. Zeven dagen later kwam hij dezelfde moederbeer tegen. Twee van haar jongen liepen op hem af. Eentje zette zijn pootjes tegen De Bocks knie. 'Ik raakte 'm niet aan. Maar de verleiding was groot.'

Een roeping

In veel opzichten lijken beren op mensen, vindt hij. 'In hun interacties. Zeker tussen een moeder en haar jong. Mensen zouden kunnen leren van beren. Hoe ze de kleintjes opvoeden. Het geduld dat ze hebben. Een berenmoeder moet over stalen zenuwen beschikken.' Nee, ontkent De Bock, hij maakt niet de vergissing ze te vermenselijken. 'Het blijven beren. Maar de fout van de mens is dat ie zichzelf te veel vermenselijkt. Wij zijn ook zoogdieren. En in al zijn oneindige intelligentie is de mens het enige dier dat zijn eigen milieu kapotmaakt.'

Hij vindt het moeilijk uit te leggen waarom hij zo door beren is gefascineerd. Ze zijn heel bijzonder, zegt hij, ze zijn heel speciaal... De Bock zucht. 'De fout van mensen is dat ze van alles een verklaring willen. Er is soms geen verklaring. Het is gewoon een drang, een roeping. De beren zijn iets onmisbaars geworden in mijn leven.'

Dus gaat hij elk jaar twee, drie, vier maanden naar Alaska - hij is van plan in de toekomst zelfs zes maanden te gaan. De dagen daar zijn monotoon, in de ogen van een buitenstaander. 's Ochtends drijfhout zoeken om een vuur te maken voor het ontbijt van noedels, dan het terrein verkennen, op zoek naar de beren, wadend door rivieren, klimmend, je een weg banen door een gebied zonder paden. Als hij de beren fotografeert en observeert, hun familiebanden probeert te raden, hun hiërachische rangorde tracht vast te stellen, kan hij twaalf uur achtereen op dezelfde plek zitten. Bij zware storm zit De Bock soms 48 uur aaneengesloten in zijn tent. 'Eenzaam? Nooit. Maar ik ga wel tegen mezelf praten.' 's Nachts hoort hij de beren langs scharrelen. 'Hun verdraagzaamheid ten opzichte van mij, misschien fascineert dat me wel het meest.'

Een vrouw of kinderen heeft De Bock niet. 'Welke vrouw gaat er nu met mij tussen de beren zitten?' Natuurlijk verklaart de buitenwereld hem af en toe voor gek. 'Maar wat de mensen van me denken maakt me eigenlijk niet uit.' Als hij weer in België is, logeert hij meestal bij zijn moeder. Zijn vader is anderhalf jaar geleden overleden en hij is enig kind. 'Ze is erg ongerust. Ik verzwijg heel veel voor haar. Wat niet weet, wat niet deert. Ik heb haar ook niets verteld over Timothy.'

Gevoelens

Beer 141 werd doodgeschoten door de parkwachters, die gealarmeerd waren door de piloot die Timothy en Amie had moeten ophalen. Een andere beer werd eveneens geliquideerd, op de plek des onheils. 'Als Timothy dat wist zou hij zich omdraaien in zijn graf', zegt De Bock. 'Hij had in zijn hart zo'n grote liefde voor beren.'

In de documentaire toont Herzorg een close-up van een berenkop. Dacht Timothy in hun ogen te kunnen lezen dat hij wezenlijk contact met ze had, de regisseur zegt in de voice-over dat hij er slechts de onverschilligheid van de natuur in ziet. 'Deze blik laat niet de wijsheid zien die Treadwell erin legt, maar alleen een halfverveelde belangstelling voor eten.'

Ach, De Bock weet wel beter. 'Dieren hebben evenveel gevoelens als wij, hoor.' Hij herinnert zich een jonge beer van 2,5 jaar, die net verstoten was door zijn moeder. Alleen op de wereld, in een immens gebied. Toen ontwaarde hij De Bock. 'Je zag zijn vreugde. Hij ging op de grond liggen, met vier poten in de lucht, kijkend naar mij. Hij trok takken van de bomen en liet ze weer los, liep naar de rivier en smeet een dooie vis omhoog. Pure uitingen van blijdschap.'

In juni vertrekt De Bock weer naar Alaska. 'Deze keer neem ik pepperspray mee', belooft hij, en een satelliettelefoon. Rond zijn kampement komt een electric fence. De parkwachters, die maar blijven hameren op zijn veiligheid, hebben gewonnen. Ergens ook wel jammer, vindt hij. Dit soort maatregelen staat als een onzichtbaar schild tussen hem en zijn beren. 'Een paar jaar geleden sliep er een beer naast mijn tent. Zoiets moois gaat dan verloren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden