Ik vermijd taaldiscussies liever: door het gezeur vergeet je de inhoud

Beeld de Volkskrant

Ik belandde in een taaldiscussie tijdens een lezing over taaldiscussies. Op het congres van het genootschap Onze Taal beschreef taalprof Peter-Arno Coppen de argumenten die mensen gebruiken als ze over taal twisten. Sommige mensen verwijzen naar taalnormen: 'De Taalunie zegt dat die zin onjuist is.' Anderen gaan af op hun taalgevoel: 'Die formulering doet pijn aan mijn oren.' Een derde groep verwijst naar de taalwerkelijkheid: 'Op internet schrijft bijna iedereen het op deze manier.' Taaldiscussies kunnen fel zijn als normen, gevoel en werkelijkheid verschillen.

Ergens in zijn betoog zei Coppen: 'Een aantal factoren zijn belangrijk.' Achter me in de zaal siste iemand onmiddellijk: 'Een aantal factoren IS belangrijk.' Waarna ik op mijn telefoon opzocht dat volgens Onze Taal allebei de formuleringen mogen en het meervoud zelfs de voorkeur heeft. Intussen mompelde iemand anders dat het logischer was om 'zijn' te gebruiken, omdat het over meer dan één factor ging.

Inmiddels was ik zo afgeleid dat ik geen idee had over wat voor belangrijke factoren Peter-Arno Coppen nu eigenlijk sprak. Dat is precies waarom ik taaldiscussies normaal zo veel mogelijk vermijd: door het gezeur over de vorm vergeet je al snel de inhoud.

Bovendien vind ik dat kleine slordigheden in spreektaal en informele teksten helemaal niet zo erg zijn. Formele teksten kijk ik meestal drie keer na om de typfouten eruit te halen. Zelfs dan gaat het nog weleens mis. Laatst vroeg ik een collega om mee te denken over een tekst en stuurde hij het geweldige, milde antwoord: 'Mijn oog viel op 'wordt ik' ergens in je stuk, probeer dat te vermijden.'

Hoe stom dat soort fouten ook zijn, ik vind ze eigenlijk niet echt erg zolang de tekst verder helder is. Ik geef mijn studenten meer punten voor een sterke redenering waar nog een paar spelfouten in zitten dan voor een zwak idee dat keurig is opgeschreven.

Laatst wees iemand me erop dat hij me nogal hypocriet vond. Hoe kon ik nou in mijn columns mensen aanvallen die een getal verkeerd opschreven en zelf rustig 'ik wordt' schrijven? Dat commentaar zat me dwars, want als normatief persoon houd ik niet van inconsequent zijn.

Er zijn natuurlijk cruciale verschillen tussen getallen en woorden. Als je 'wordt' schrijft in plaats van 'word', dan is vrijwel altijd duidelijk wat je bedoelt. Maar als je '24' in plaats van '240' schrijft, dan is lang niet in elke context duidelijk dat er daar een foutje is gemaakt (tenzij het om de prijs van een hoogslaper gaat, dan is natuurlijk glashelder dat 24 euro een vergissing moet zijn).

Daarbij zijn taalnormen over hoe het wel en niet hoort afspraken waar zelfs experts het niet altijd over eens zijn. In de wiskunde is dat veel eenduidiger: 4 keer 6 is domweg 24. Daar kun je weinig over discussiëren op basis van getalgevoel of over hoe mensen de som in werkelijkheid gebruiken.

Bovendien mopper ik bij getallen ook niet op onschuldige foutjes. Soms zegt iemand in een heldere berekening per ongeluk dat 4 keer 6 gelijk is aan 30. Dat is een fout in dezelfde categorie als 'ik wordt': slordig, maar zolang ze begrip niet in de weg zitten, zal ik er geen bozige columns over schrijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden