'Ik verkies een monarchie op de fiets'

In zijn jongste roman keert John le Carré terug naar het onderwerp waarover hij niet uitgesproken raakt: de oorlog tegen het terrorisme. Het Westen verraadt zijn idealen. Als een moderne Hamlet ageert hij tegen de 'rottenness' in de staat.

Een ouder echtpaar duikt op uit de sneeuwstorm die woedt in de Londense intellectuelenwijk Hampstead Village. Ze lopen hand in hand en praten opgewekt. De man, wiens haar zo wit is als dat van Willem Oltmans, ziet een vreemdeling die in een portiek staat te schuilen. 'U zult de Nederlandse journalist zijn', veronderstelt hij, 'zeer ruim op tijd. Dat is heel keurig. Komt u snel mee naar de warmte.'


De warmte is een Victoriaanse villa in de Gainsborough Gardens, het Londense pied-à-terre van John le Carré. Hij is in de stad voor de aanstaande bevalling van zijn kleindochter, maar ook om journalisten, die over zijn jongste boek willen praten, een lange tocht te besparen naar zijn huis op Land's End, Cornwall.


In die witte woning op een afgelegen klif heeft de 81-jarige spionage-auteur (echte naam: David John Moore Cornwell) in veertig jaar een omvangrijk en hooggeprezen oeuvre bij elkaar geschreven. Letterlijk. Hij schrijft alles met de hand, waarna zijn vrouw Valerie de teksten uittikt.


Zo ook van A Delicate Truth, waarvan de Nederlandse vertaling, Een broze waarheid, eerder verschijnt dan het Engelse origineel. Het boek heeft ook een Nederlands tintje, want achterop prijkt een door Anton Corbijn genomen foto van de schrijver. 'Het verbaast me hoe snel dat ging. Binnen drie minuten was hij klaar, zonder belichting. De foto is genomen in een nucleaire schuilkelder, in Hamburg', zegt Le Carré.


Deze locatie past bij een man wiens leven en oeuvre zijn bepaald door de Koude Oorlog, eerst als Britse spion in Berlijn en later als schrijver van befaamde spionagethrillers als Call for the Dead (zijn debuut in 1961), The Spy Who Came in from the Cold, The Looking Glass War,Tinker Tailor Soldier Spy en Smiley's People. Anders dan in de actierijke James Bond-boeken van ex-geheim agent Ian Fleming draait het bij Le Carré om psychologie. Goed en kwaad zijn er minder absoluut. Le Carré is, zacht gezegd, geen Bond-adept.


Hamburg, de meest anglofiele van alle Duitse steden, is een voorname locatie in A Most Wanted Man (Aangeschoten wild) uit 2008,waarin de oorlog tegen het terrorisme centraal staat. Anton Corbijn verfilmt deze thriller, met hoofdrollen voor Philip Seymour Hoffman en Willem Dafoe. Le Carré kijkt uit naar het resultaat: 'Corbijn is erg Nederlands. Een prachtige persoon, aantrekkelijk, maar op een teruggetrokken manier. Niet gemakkelijk te verleiden. Op de set heeft dit onbeweeglijke object te maken met een brok natuurgeweld dat Philip Seymour Hoffman heet, een wilde en flamboyante Amerikaan. Deze botsing van persoonlijkheden moet iets moois opleveren.'


Le Carré kan het weten, want doordat vrijwel al zijn boeken zijn verfilmd, kent hij de filmwereld van binnenuit. 'Je hoort vaak verhalen over grote ego's op de filmset, maar ik stond altijd versteld van de discipline van grote acteurs als Anthony Hopkins en Sean Connery. Ze zijn allebei soldaat geweest. Zou dat het zijn?'


De hoogste lof reserveert Le Carré voor acteur Alec Guinness (1914-2000), die zijn al te menselijke anti-held George Smiley heeft vereeuwigd. 'Dat was een onvergetelijke ervaring. We hadden hem vier jaar tot onze beschikking. Alec speelde het hele National Theatre leeg, want alle acteurs wilden meedoen bij de verfilmingen van Tinker en Smiley's People. Hij was zo goed dat ik bij het schrijven van dat laatste boek niet Smiley maar Guinness voor ogen had.'


Het heeft Le Carré veel moeite gekost om afscheid te nemen van Smiley, die zo vaak terugkeerde in zijn romans dat hij op de Sinatra onder de spionnen ging lijken. Bij zijn definitieve afscheid liet Le Carré hem tegen aankomende geheim agenten zeggen dat na het communisme het doorgeslagen kapitalisme de nieuwe vijand is. Sindsdien variëren de onderwerpen in Le Carrés boeken van machtsmisbruik door farmaceuten (The Constant Gardener, 2001) tot witwassende oligarchen in de Londense City (Our Kind of Traitor, 2010).


In Een broze waarheid keert de auteur terug naar Britse bodem en naar het onderwerp waar hij niet over uitgesproken raakt: de oorlog van Bush, Blair en kompanen tegen het terrorisme. De plot: ex-militairen en huurlingen voeren een geheime opdracht uit op de Rots van Gibraltar. Het doel is het ontvoeren van een Al Qaidaleider, maar het gaat grandioos mis. Een talentvolle medewerker van de verantwoordelijke bewindsman, Toby, komt heimelijk in opstand tegen zijn baas. Ook is er de gepensioneerde, parmantige ex-diplomaat Kit, die als waarnemer ter plekke was bij de operatie, maar pas jaren later ontdekt wat er echt is gebeurd. Kit zoekt contact met Toby, daartoe aangezet door zijn vrouw en knappe dochter. 'Voor gezond verstand moeten we bij de vrouwen zijn', zegt Le Carré lachend, 'ons mannen heeft het verlaten.'


In Een broze waarheid hekelt hij de managementcultuur op de ministeries (Personeelszaken heet er opeens Human Resources), de agressieve nieuwe elite (gepersonifieerd door de minister) en de orwelliaanse dubbelspraak (het bedrijf 'Ethical Outcomes' zit achter de operatie). 'Of ik boos was tijdens het schrijven? Ik werd meer gegrepen door acute frustratie. Er is zoveel mis binnen de ministeries. Ik wil graag dingen veranderd zien. Ik word ongeduldig. Dat mag wel op mijn leeftijd.'


De naam 'Blair' maakt veel los bij Le Carré, die zichzelf ziet als een patriottische socialist in de traditie van George Orwell, de schrijver van de politieke satire Animal Farm. 'Blair heeft een oorlog gevoerd op basis van leugens. Een doodzonde. Dat hij zichzelf lijkt te geloven, heeft te maken met zijn achtergrond. Hij is een goede acteur, een jurist en een overtuigd christen. Dat ik tegenwoordig voor de monarchie ben, heeft te maken met de angst dat mensen als Blair president kunnen worden. Maar dan wel een monarchie op de fiets, zoals bij jullie.'


Net als in de rest van zijn oeuvre speelt het thema 'verraad' een belangrijke rol in de roman. Het Westen verraadt zijn idealen door zich te laten meeslepen in de tactieken van de vijand, bijvoorbeeld door marteling ('enhanced interrogation') te gedogen. Onder Blair zijn de socialistisch-humanistische idealen van Labour uitgehold. Le Carré noemt de New Labour-premier spottend 'the man of the people'.


Maar ook een positieve vorm van verraad heeft een rol in het verhaal. Le Carré moest daarbij denken aan de (vermeende?) zelfmoord van de Britse wapeninspecteur David Kelly in 2003. Hij verdiepte zich in de zaak en sprak met ex-diplomaat Carne Ross, om een beeld te krijgen van wat zich achter de schermen van de Irak-oorlog afspeelde. 'Kijk, ik geloof niet dat Kelly vermoord is, maar hij is wel de dood ingejaagd nadat hij de noodklok luidde. Toby en Kit zien zich gedwongen op te staan tegen hun bazen en tegen een machtige bedrijfscultuur. Dit is een bekend fenomeen uit jullie calvinistische cultuur: het moment kiezen waarop ongehoorzaamheid nog de enige weg is.'


Het brengt Le Carré op zijn ongenoegen over de Britse geheime dienst, het 'Circus', zoals hij zijn voormalige werkgever in zijn boeken noemt. 'Agenten moeten informatie verzamelen en op basis daarvan de waarheid vertellen aan hun opdrachtgevers. Zo ging het vroeger althans. Ten tijde van Irak wilde Blair bepaalde inlichtingen, waarna de baas van de dienst Blair gaf wat hij wilde. Zo ontstond het beruchte dodgy dossier, de basis voor de oorlog.


'Ik kan je één ding zeggen: machthebbers vinden inlichtingendiensten geweldig, vanwege het geheimzinnige karakter en de korte lijnen. Je hebt geen last van commissies zoals bij de gewone ambtenaren. Spionnen op hun beurt ruiken hun kans en gaan politici manipuleren. Hoe zwakker de politici zijn en hoe verwarder de bevolking is, des te meer macht de spionnen, de spooks zich toe-eigenen.'


Le Carré wijst op de geheime rechtbanken waar door inlichtingendiensten goedgekeurde juryleden zullen oordelen over van terrorisme verdachte individuen. En er zijn meer voorbeelden: 'De Britse regering betaalt liever 6 miljoen pond schadevergoeding aan degenen die ten prooi zijn gevallen aan clandestiene operaties dan dat de waarheid op tafel komt, een waarheid die schadelijk is voor geheim agenten. Daar maak ik me druk om. You're fucked in zo'n situatie, als gewone burger, geloof me. Als openheid betekent dat we kwetsbaarder zijn voor terroristen, dan moet dat maar', zegt Le Carré, als een hedendaagse Hamlet agerend tegen de rottenness in de staat.


Het Britse talent voor spionage dateert volgens Le Carré uit de glorietijd van de East India Company, de Britse handelsonderneming die vanaf 1600 drie eeuwen lang de Britse belangen overzee behartigde - goedschiks en kwaadschiks. 'De kunst van het overleven behelsde het verzamelen van inlichtingen. Dat behoorde tot de dagelijkse werkzaamheden. Informatie was nodig om volkeren te verdelen, de juiste mensen om te kopen en de maharadja's te betoveren. Dit was de wereld van Rudyard Kiplings roman Kim. Het Nabije Oosten was al helemaal een walhalla. Arabieren zijn gevoelig voor charme en begrijpen, net als wij Britten, de kracht van sociale magie. Ik noem Lawrence of Arabia en je ziet het voor je.'


Dat de jonge David Cornwell, geboren in het Zuid-Engelse Dorset, geboeid raakte door geheimen was een neveneffect van de praktijken van zijn vader, een charmeur, oplichter en een bekende in de Londense onderwereld. Diens vrouw kreeg genoeg van de fratsen van haar eega en sloop 's nachts het huis uit, nadat ze haar twee kinderen een kus op het voorhoofd had gegeven. David was toen net 5 jaar. Kort daarop werd hij door zijn vader naar een kostschool gestuurd. Pas op zijn 21ste zag hij zijn moeder weer.


'De kostschool is een goede opleiding voor een spion. De ontberingen maken je sterk, je leert je talen en doet straatwijsheid op, maar niet in de gewone lower-classbetekenis van het woord. Je maakt deel uit van een soort upper-class,een homo-erotische, subcriminele gemeenschap van bevroren kinderen, opgegroeid zonder moederliefde. Voorkomend, elegant, rusteloos én larcenous, geneigd tot diefachtig gedrag.'


Er klinkt enige nostalgie door in Le Carrés stem, een sentiment dat al bespeurbaar was bij het betreden van zijn huis. Naast een Victoriaanse kaart van Londen hangen daar zo'n vijftien hoeden aan de wand. Smiley-hoeden.


'De Britse kostscholen hebben goede spionnen voortgebracht, verraders en iemand als de charmante burgemeester van Londen, Boris Johnson. Maar het is een uitstervende soort. Tegenwoordig werft de geheime dienst via openbare advertenties en wordt er actief gezocht onder mensen uit alle hoeken van de samenleving. Vroeger werd er op heel informele wijze geronseld. Je werd op het herentoilet op je schouder getikt', zegt Le Carré, die zelf gerekruteerd werd in een anglicaanse kerk in het Zwitserse Bern, waar hij Frans en Duits studeerde.


Naar de Koude Oorlog verlangt hij niet terug en hij blijft dromen van een klassenloze samenleving. 'Wat we nodig hebben, is verzet tegen machtsmisbruik van overheden en het bedrijfsleven, voor zover daar nog verschil tussen bestaat. Niet langer blindelings conformeren. Wat dat betreft leeft de geest van Smiley voort bij Toby en Kit. Daar ligt onze hoop.'


John le Carré: Een broze waarheid

Uit het Engels vertaald door Rob van Moppes.


Luitingh-Sijthoff; 352 pagina's; euro 19,95.


De Engelse editie, A Delicate Truth, verschijnt op 25 april.


VIJF KEER LE CARRé

Call For The Dead (1961)

Le Carrés debuut, over Oost-Duitse spionnen in Engeland. We maken kennis met George Smiley, de stille, discrete geheim agent die de auteur nog vele jaren trouw blijft.


Tinker, Tailor, Soldier, Spy (1974)

George Smiley jaagt op een Russische mol in het 'Circus', de Britse geheime dienst. Een doolhof van verraad en bedrog, verfilmd met Gary Oldman als Smiley.


A Perfect Spy (1986)

In Le Carrés meest autobiografische verhaal blikt dubbelspion Magnus Pym terug op zijn getroubleerde jeugd. De beste Britse naoorlogse roman, volgens Philip Roth.


The Constant Gardener (2001)

Diplomaat Justin Quayle probeert te achterhalen waarom zijn vrouw is vermoord en stuit op malafide praktijken van de farmaceutische industrie. Verfilmd met Ralph Fiennes.


Our Kind of Traitor (2010)

Le Carrés 22ste: Peregrine Makepiece, docent Engels in Oxford, verzeilt in een Brits-Russisch wespennest rond de maffiose oligarch Dima. Spannend als Hitchcock, vond The New York Times.


PAPIERVERSNIPPERAAR

De Amerikaanse uitgever van A Delicate Truth heeft de eerste oplage van honderdduizend exemplaren moeten vernietigen. Tot zijn schrik had de schrijver ontdekt dat zijn laatste redactionele correcties niet waren doorgevoerd. Zelfs de opdracht ('for the incomparable VJC'- zijn echtgenote) stond er fout in. Zo'n veertig ongecorrigeerde exemplaren zijn aan de papierversnipperaar ontsnapt. Dat worden verzamelobjecten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden