Column

Ik unzipte drie Penthouses uit de voering van mijn giraffe

'Het lijdt geen twijfel', zei ik tegen Suzy, 'dat ik zeer slecht ben.' 'Oké, vertel maar.' Ze weet dat er iets valt op te biechten wanneer ik Reve voor de kar span.

Beeld ap

'Dat de mens geheel slecht is', verschool ik me nog even achter de Schone Letteren, 'en onbekwaam genoemd mag worden tot enig goed, is genoegzaam bekend en wordt gelukkig door niemand, behalve door enige bezetenen en krankzinnigen, nog bestreden.'

Suzy stopte met tandenpoetsen. 'Je hebt toch niet het schoentje van Keet staan leegvreten, hè?'

Het scheelde weinig, gaf ik toe, maar neen, niet leeg staan vreten. Nee, was het maar zo. Het was allemaal veel verachtelijker.

Welnu, op Facebook ontving ik een vriendschapsverzoek van een garagehouder zich noemende Piet Suiker. Ik spuugde mijn koffie terug. Nee hè. Was dit Suikertje? De echte? Witte Piet, Don Suiker, Suiky-Suiky?

Ja, het was de Korrel.

Veel aan Facebook is ontluisterend, maar wat mij het meest misnoegt is hoe de Verloren Tijd - die je ooit sabbelend op een Madeleine in een bedstee van kurk kon gaan liggen op-prousten, maar dat was FACULTATIEF - zich tegenwoordig, bloeb, aan je openbaart.

Geen kleuter zo verdrongen of we moeten vrienden worden.

'Maar nu doe ik Suikertje tekort', zei ik tegen Suzy. 'We waren overduidelijk al pubers toen het misging.'

De Korrel en ik werkten in de staalharderij van mijn vader. Hij was traag van denken en dictie, en ook zijn reactievermogen viel niet te prijzen: ik zie hem nog staan met een omgevallen pot industriële hamerslag op zijn omhooggestoken handpalm, de dikke verf dreef langs zijn pols en verdween als blauwe lava in zijn overall, gulpte langs zijn oksel en billen, en blubberde tevoorschijn - maar dat kan ik verzonnen hebben - uit allebei zijn broekspijpen.

Zijn hormonen waren wel kwiek. 'Heu Peutor', zei hij tijdens de goulashsoep, 'heb jij nog die Penthouses waarover je het een keurtje had? Kan ik die van je euverkeupen?'

'Suiky', zei ik plechtig, 'alles is te koop, man, daar zijn we kameraden voor. Negen piekjes. En jij zult voor altijd gelukkig zijn.'

'Maar dat is toch juist goed?' constateerde Suzy.

Kalm.

Thuis, uit de voering van een manshoge knuffelgiraffe, unzipte ik mijn drie Penthouses. Rond mijn 15de leed ik het seksleven van een koe: strikt vegetarisch en vooral veel herkauwen. Ik wist dus precies om welke bladzijden het ging. Met een stanleymes sneed ik er de hoogtepunten heel voorzichtig uit - waaronder driemaal Joke Bruijs, van voren, van achteren en ondersteboven op een stoel - en heus, voor Don Suiker bleef best nog wat te snoepen over, kom kom, drie Penthouses op één dag, wie deed hem dat na, bovendien wist de Suik niet eens wat hij miste.

'Heu Peutor', zei hij na een week, wallen als mosselschelpen, de ruggenmergtering tot in zijn stuitje, en toch: klagen. 'Er staan wel weunig plaatjes in de Penthouse, vind jij niet? En Joke Breus houdt gewoon d'r onderbreukje aan.'

Een paar jaar later stond ik bij Sounds in Venlo naar Sly Stone te luisteren. Op straat liep de Korrel voorbij en staarde me door de openstaande deur aan - borend, het duurde een tel, toen was hij voorbij.

Hij wist het.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden