Column

Ik trad voor de zoveelste keer op met Liesbeth

Ach, Leeuwarden: koud en warm tegelijk. En wat een uitzicht!

Liesbeth (List) en ik mochten optreden in de middelgrote zaal, omdat Alex Roeka de kleine met zijn stem en gitaar bespeelde. Beeld anp

Als kind heb ik ooit een paar weken in Leeuwarden gelogeerd. Onder de hoede van tante Tity, mijn Friese, op alle fronten wel erg rondborstige verzorgster. (Dat ze 'eigenlijk' Tietje heette, mocht niemand weten, zeker de kinderen van mijn klas niet.)

Onze logeerpartij bij Tity's oude vader moet in 1947 hebben plaatsgevonden, de op een na koudste winter ooit. Ik heb het nagekeken en wat is het fijn achteraf gelijk te krijgen. Die kriebelende bivakmuts, wanten aan touwtjes door de mouwen van mijn winterjas, die zelfgebreide sokken droeg ik dus niet voor niks! En wat een geluk dat Tity de Friese doorlopers in de koffer had gestopt! Nu lagen ze, ingevet en wel, te wachten in het schuurtje van mijn nieuwe opa. Tity noemde hem Heit, ik Pake. Pake had zijn hele leven in Leeuwarden gewoond en nadat Mem was overleden (aan Beppe is ze helaas niet toegekomen) deed hij dat nog steeds.

Ondanks mijn jonge leeftijd (5) tijdens de logeerpartij herinner ik me nu nog opmerkelijk veel van dit verblijf: hoe koud maar oergezellig het was in dat arbeiderswoninkje waarin adequate verwarming ver te zoeken was, maar waar zo veel ander weldadigs tegenover stond, al was het maar een kop erwtensoep met kluif, een potje ganzenbord bij het kacheltje, je verkleumde voeten in een teil met warm water. Ook zie ik - tussen de ijsbloemen door - het uitzicht weer voor me. Tegenover Pakes huisje verrees in de winterzon een witbesneeuwd schiereiland met roerloze kristallen bomen, omringd door al even roerloos want bevroren water. Straks bond ik de ijzers onder. 'Schaatsen aan, op de baan, o, wat zal dat gaan!' Net als al die andere kinderen.

Onlangs zag ik het parkje weer terug vanuit de auto: nu groen en door een tranenwaas. Destijds moet ik me in Ljouwert (zoals de Friezen zeggen) nogal gelukkig hebben gevoeld. Waarschijnlijk had het iets te maken met een mengeling van veiligheid en vrijheid.

Ditmaal was ik in Leeuwarden op een vrijdagavond in 2016, kennelijk uitgaansavond. Alle zalen van het reusachtige Theater de Harmonie waren bezet. Liesbeth (List) en ik mochten optreden in de middelgrote zaal, omdat Alex Roeka de kleine met zijn stem en gitaar bespeelde. De allergrootste werd in beslag genomen door Ronald Brautigam (pianoforte) met Chopins eerste pianoconcert. Graag had ik beide optredens bijgewoond, ware het niet dat ik voor de zoveelste maal naar Liesbeth en mezelf had moeten luisteren.

In 1999 bekroonde ik als jurylid van de Annie M.G. Schmidtprijs Roeka's wondermooie liedje Noem 't geen liefde. Als hij niet zo'n zachte g en ik niet net een nieuwe vriend had gehad, was ik vast en zeker verliefd op hem geworden.

'La vie d'artiste...', mompelde Liesbeth gewoontegetrouw toen wij ons uit beton opgetrokken, foeilelijke Leeuwardense kleedkamertje betraden. Al wat er stond, geen verwarming. Maar gelukkig was het niet zo koud als in 1947. Bovendien kregen we een warm kopje koffie en even daarna bezoek van Alex Roeka die, met alle charme die hij in huis heeft, ons ieder zijn nieuwe cd cadeau deed: Voort!

Zijn ontroerendste liedje op deze cd heet Moeder. Over tranenwaas gesproken.


Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden