'Ik stond vooraan en kon me er niet aan onttrekken'

De Turkse pers negeert het vakkundig, maar Burhan Ozbilici krijgt toch echt de World Press Photo 2017. De Volkskrant bezocht de fotograaf thuis in Ankara en ging met hem naar de plek waar hij de beroemde foto's maakte.

'Ik verstond niet wat de schutter riep - het leek mij Russisch. Pas later begreep ik dat hij iets over Aleppo had geroepen.' Beeld epa

Hij heeft reportages gemaakt in het Midden-Oosten, Egypte, Algerije, Libië, Pakistan en in alle uithoeken van zijn vaderland Turkije. Hij ontmoette regeringsleiders, slachtoffers van oorlog en natuurgeweld, hoge militairen en strijders met baarden die Taliban zouden kunnen zijn. Maar voor de foto die hem beroemd zou maken, hoefde Burhan Ozbilici slechts een blokje om.

Op twee minuten lopen van zijn appartement in het hart van Ankara, de Turkse hoofdstad, ligt de galerie waar Ozbilici getuige was van de moord op de Russische ambassadeur Andrej Karlov, op 19 december 2016. Hij maakte de foto die in februari door een jury werd aangewezen als World Press Photo of the Year, de hoogste fotojournalistieke onderscheiding, die hem volgend weekeinde wordt uitgereikt. 'Eervol, natuurlijk', zegt Ozbilici, terwijl we door zijn straat naar de galerie lopen. 'Maar ik blijf dezelfde als altijd. Hooguit voel ik meer verantwoordelijkheid voor mijn beroep. Ik leef hetzelfde, met mijn drie katten. Heb geen auto en niet veel geld. Mijn enige rijkdom zijn mijn boeken. Ik heb een goed leven. Geen vijanden, hoewel er velen zijn die me niet mogen omdat ik voor de vrijheid van de pers sta.'

Hij heeft aristocratische trekken, de 59-jarige Ozbilici. Gebruind gezicht, schrandere ogen, slanke verschijning. Hij praat weloverwogen, lardeert zijn Engels met Franse zinnen - 'courage' is het woord dat hij nu en dan laat vallen: moed, die nodig is in een land waar vrijuit praten over politieke leiders gevaarlijk kan zijn.

Beeld ap

We wandelen door het centrum, waar een briesje uit de besneeuwde bergen rond de stad waait. We passeren terrassen waar houtskool gloeit onder vlees, bloemenstalletjes zoet geuren, we komen langs thee- en broodjesverkopers, schoenpoetsers, kiosken met ophitsende anti-Europese krantenkoppen, we zien veel politie en veel veiligheidslieden met zware wapens over de schouder en de borst.

Ankara is, in de aanloop naar het bekritiseerde referendum over president Erdogans bevoegdheden, een levendige maar belegerde stad. Bij de bevolking zit de schrik er goed in, zegt Ozbilici, sinds de coupepoging in juli vorig jaar en recente terreuraanslagen in de stad. Tot zijn teleurstelling zwijgen de intelligentsia, als gevolg van de jacht op vermeende Gülen-aanhangers onder politici, rechters, journalisten.

Ozbilici kan er somber van worden, maar vandaag laat hij dat niet merken. Onze wandeling wordt steeds opgehouden door voorbijgangers. Een vrouwelijke Franse diplomaat feliciteert hem met zijn prijs. Buurtgenoten spreken hem aan op zijn succes. 'En dat terwijl ik in Turkse media geen enkel interview heb gegeven over de foto of de prijs.' De dag nadat hij zijn foto had gemaakt, riep de Turkse censuur een informatiestop uit over de moord, die tot op heden voortduurt.

Moordenaar

De moordenaar van de Russische ambassadeur in Ankara, Andrej Karlov, is geïdentificeerd als de 22-jarige Turkse politieman Mevlüt Mert Altintas. Nadat hij Karlov op 19 december 2016 met een aantal schoten had gedood, riep hij volgens getuigen meermaals 'Allahoe akbar' en: 'Vergeet Aleppo niet, vergeet Syrië niet!' Kort na de aanslag werd Altintas door de Turkse politie op de plaats delict doodgeschoten. Drie aanwezigen raakten gewond, buiten levensgevaar. Over de achtergronden van de moord is geen informatie naar buiten gekomen.

Beeld AP

'Doe je camera even weg, dan ziet de beveiliging hem niet', waarschuwt Ozbilici bij de ingang van galerie. Het is een gemeentelijke galerie voor hedendaagse kunst. Hier vond de moord plaats. Praktisch naast Ozbilici's huis. De buitenkant roept vergelijkingen op met jarenzeventigarchitectuur: natuursteenplaten en spiegelglaswanden. Binnen detectiepoortjes, ongewapende beveiligers die tassen controleren, hoge ruimten met smetteloos witte wanden, met elkaar verbonden door een lange trap die het gebouw doorsnijdt. Een orkest repeteert. We bestijgen de traptreden tot we op de bovenste etage komen. Plaats delict. Vers gestucte wanden, een paar kleurige schilderijen. 'Dit vloerkleed was er nog niet. Tijdens de moord was er een lichte betonvloer, of iets wat daar op leek.' Aan de muur een schilderij met de wrange tekst: This has been done before.

Gisteren was Ozbilici voor het eerst hier terug. Een progressieve journalistenvereniging wilde hem eren vanwege zijn bijzondere prestatie. 'Ik heb toen kort gespeecht. Erop gewezen dat, ook al ben ik Turk, de jury van World Press Photo in Amsterdam me deze prijs heeft toegekend. Terwijl de media en politici hier roepen dat Europa ons haat, heb ík alleen maar hartelijkheid en warmte ontmoet.'

Beeld ap

Het bezoek aan de galerie is emotioneel voor de fotograaf. Hier had ook zijn leven kunnen eindigen, net als dat van de ambassadeur en dat van de moordenaar zelf. Drie aanwezigen in het publiek raakten lichtgewond door ricocherende kogels. Ik wil een video-opname maken van zijn uitgebeelde reconstructie. Op mijn verzoek legt Ozbilici uit wat er gebeurde toen hij, min of meer toevallig, het praatje bijwoonde waarmee ambassadeur Karlov een foto-expositie over Rusland zou openen.

Ozbilici loopt naar de plek waar de diplomaat achter de microfoon stond. Naar de muur waartegen de schutter, een jonge, goed gecoiffeerde kerel, strak in het pak, stond toen hij Karlov in de rug schoot. Hoe de schutter met zijn arm omhoog en geheven wijsvinger iets riep - iets als 'Vergeet Aleppo niet'. Hoe hij woest ingelijste foto's van de muur trok en op de vloer smeet. Hoe de Ozbilici uitweek naar de zijkant, rechts van de schutter, terwijl het merendeel van de gasten juist naar links trok. De paniek, omdat niemand wist of er nog meer terroristen binnen waren, of wat de schutter van plan was. Ozbilici vertelt hoe die richtte op Karlov, die toen al bewegingloos op de witte vloer lag, en nogmaals schoot.

Beeld Arno Haijtema

De getuigenis van Ozbilici oogt als een choreografie. Hij wijst hoe de beveiligers, ongewapend, behoedzaam naar de schutter slopen en hem maanden tot kalmte. Hij zag dat andere bezoekers maakten dat ze wegkwamen. Zelf hield hij de schutter steeds in het vizier, zijn camera klikkend, meer dan honderd opnamen in totaal, achterwaarts schuifelend, om daarna te vertrekken, de trappen af, naar buiten, waar de veiligheidstroepen al kwamen aanstormen.

Buiten belde hij met de redactie van AP (Associated Press), het Amerikaanse persbureau waarvoor hij sinds 1989 in vaste dienst werkt. Het politiek gezien explosieve nieuws over de moord drong bij zijn naaste collega's niet meteen door. 'Maar ik ben er zelf bij geweest, hij is dood', riep Ozbilici. Kan niet kloppen, was de verbijsterde reactie. Binnen in de galerie klonken weer schoten. 'Hoor je het nu? Karlov is doodgeschoten.' De collega begon te schreeuwen: 'Zorg dat je in veiligheid komt, Burhan, pas toch op.' Zijn fotoredacteur in Londen begreep niet direct dat Ozbilici ooggetuige was geweest. 'Ik realiseerde me kort na ons telefoongesprek dat hij dacht dat ik nog aan het werk moest. Ik belde hem terug en zei: 'Ik héb de foto van de moord.'

Hij spoedde zich naar de redactie van AP in Ankara, iets verderop, uploadde alle ruim honderd bestanden en liet de selectie aan de redactie over. 'Ik keek naar de eerste foto's, en daar zag ik dat de schutter voordat hij zijn wapen trok vlak achter Karlov stond, vier, vijf meter. Ik was in shock. Ik dacht dat die jongen een bodyguard was, of anderszins tot de entourage van de ambassadeur hoorde.'

Fotograaf Burhan Ozbilici (59) Beeld epa

Nadat Ozbilici zijn foto's had afgeleverd, keerde hij, ruim een half uur na de aanslag, terug naar de galerie, die omsingeld was door veiligheidstroepen. Op een afstandje van het gebouw vroeg hij een agent wat er met de schutter was gebeurd. Hadden ze hem opgepakt? ''We hebben met hem afgerekend', zei de agent. Hoezo, vroeg ik. 'Hij is dood', kreeg ik te horen. Schokkend, want als hij was overmeesterd en nog leefde hadden ze hem kunnen ondervragen: wie zit er achter deze moord, waarom was Karlov doelwit?'

Aan de wand van het zaaltje herinnert een plaquette aan de moord, met een foto op glas van Karlov. Goedmoedige blik achter een grote bril. 'Hij was een zachte, eenvoudige man. Niet zo'n diplomaat in een te duur pak, meer het type leraar of ambtenaar. Hij had met het conflict in Syrië niets van doen. Ik kende hem. Ik fotografeerde hem levend, en even later was hij dood. Drie weken na zijn dood ontmoette ik zijn vrouw, Marina Karlova, typisch zo'n Russin met grote noblesse. In het zwart, in de rouw, maar een en al elegantie en beheersing. Ik zei: 'Hij was je man, de vader van je kinderen, maar nu behoort hij ons allemaal toe.' Het greep me erg aan, zij troostte me.'

Beeld ap

We verlaten de galerie en lopen naar Ozbilici's bescheiden appartement met dakterras. Drie Perzische katten draaien om onze kuiten, stapels boeken groeien uit de banken, een kledingstuk hier en een lichte huishoudelijke achterstand daar verraden de elastische discipline van een vrijgezellenbestaan. 'Ik wil zonder beperkingen leven. Een relatie met een vrouw betekent: gezamenlijk dingen doen, de liefde bedrijven, kinderen maken, verantwoordelijkheden dragen en niet zo veel van huis kunnen. Dat wilde ik niet, ik hecht aan mijn onafhankelijkheid en geniet van andere dingen. Cultuur, musea, goed eten - als ik op vakantie ben, tenminste.'

Hij wijst een van zijn katten goedmoedig terecht ('Terrorist!') als die met zijn pootje snuisterijen van de boekenkast gooit. Ozbilici vertelt hoe het is om onderscheiden te worden met de World Press Photo Award. 'Je ziet, ik leef hier goed, maar niet overdreven. Ik vind dat een journalist niet te veel bezittingen moet hebben. Van mijn vader heb ik geleerd dat je je niet moet laten manipuleren door de verlokkingen van het grote geld. Hij had rijk kunnen worden maar was liever leraar. Hij gaf paarden en schapen liever weg dan er steeds meer te krijgen.

'Voor mij is de prijs een erkenning van het belang van onafhankelijke journalistiek. Ik zet me in voor simpele waarden: vrijheid, gerechtigheid, mensenrechten en onderwijs voor iedereen. De stichter van het moderne Turkije, Mustafa Kemal (Atatürk, 1881-1938), is wat dat betreft mijn held. Hij wilde dat iedereen naar school ging, desnoods onder dwang. Zo hebben de meisjes ook onderwijs gekregen.'

Met de journalistieke onafhankelijkheid is het in Turkije al decennia slecht gesteld. 'Veel journalisten laten zich in met corruptie. In ruil voor het grote geld en roem stellen ze geen lastige vragen aan machthebbers. De meeste kranten zijn in handen van zakenlieden en zij willen goede banden met de politiek. Zij staan niet toe dat in hun krant kritisch wordt geschreven. Daardoor voldoet de journalistiek niet aan haar taak aan te tonen wat er fout gaat in de samenleving. Veel journalisten in Turkije willen zich bemoeien met het landsbestuur, terwijl ze alleen hoeven te zorgen dat ze problemen blootleggen.'

Dat ze nauwelijks hebben geschreven over de toekenning van de prijs aan Ozbilici hangt volgens hem nauw samen met de knellenden banden tussen machthebbers en journalistiek. 'Het Syrische conflict en de betrokkenheid van Turkije en Rusland zijn kwesties waarover de regering liever niet spreekt. Journalisten passen daarom ook zelfcensuur toe en zwijgen.' Buiten Turkije is evenwel volop gediscussieerd over de toekenning van de prijs aan Ozbilici.

Beeld AP

Zo kwam er kritiek van nota bene de voorzitter van de jury van World Press Photo, de Engelsman Stuart Franklin, die in The Guardian op de dag van de bekendmaking een artikel publiceerde waarin hij zich - weliswaar op persoonlijke titel - distantieerde van het jurybesluit. Hij erkent de journalistieke waarde van de foto, maar vindt dat door de uitroeping ervan tot World Press Photo terrorisme in de kaart wordt gespeeld. 'Ik respecteer Franklins opinie, maar deel die niet. Sommigen vroegen zich bij het zien van mijn foto af wat het verschil is met het maken van een foto van een onthoofding. Nou, zoiets zou ik nooit, echt nooit fotograferen. De situatie nu was zo anders. Ik had geen keuze - behalve weg te rennen. Ik besloot te getuigen van het gruwelijke moment. Ik stond vooraan en kon me er niet aan onttrekken.

'Mensen moeten zich bij deze foto realiseren dat dit het gezicht van oorlog is. Hij toont hoe smerig en echt vreselijk het is. De Syrische tragedie heeft al een half miljoen levens gekost, vooral van kinderen. Nog afgezien van de verloren cultuurschatten, de katten, de honden, de bomen, de bloemen en planten. Bijna het hele land is verwoest. Daar moeten mensen aan denken als ze de foto van een gruweldaad zien. Mustafa Kemal Atatürk, een van de grootste militairen uit de geschiedenis, zei al: Voer alleen oorlog als het niet anders kan. Het betekent catastrofe.'

Beeld Associated Press

De volgende ochtend lopen we langs de Amerikaanse ambassade vlak achter Ozbilici's huis. Ik maak, met mijn rug naar het gebouw toe, foto's en meteen nadert een bewaker om me te manen op te krassen. 'Het hele hotel hier', wijst Ozbilici naar een hoog gebouw tegenover de ambassade, 'is afgehuurd voor beveiligers'. Even verderop loopt de fotograaf een schrijfster annex politica tegen het lijf, een opgewekte vrouw. Tijdens de aanslag in de galerie was zij er ook, ze stond in het schootsveld toen de ambassadeur werd geraakt maar bleef ongedeerd.

Op een verwarmd terras praten we verder. Opvallend, zeg ik, hoe vaak je je vader ter sprake brengt als je het over je eigen loopbaan hebt. 'In veel opzichten was hij een ijkpunt', zegt Ozbilici. 'Hij hield me altijd voor dat God goed moreel handelen beloont en dat je mensen in nood altijd moet helpen. Er zijn nog steeds moslims die denken dat andersgelovigen naar de hel gaan, maar hij leerde me: of je nou moslim, Jood, Koerd of christen bent - Allah beoordeelt je op je handelen.

'Mijn vader was leraar islamitisch recht. Vanuit heel Turkije en zelfs vanuit de Arabische wereld kwamen religieuze experts naar hem toe voor raad. Over allerlei kwesties: na hoeveel maanden mag je een lam scheiden van het moederschaap? Dan zei hij: na drie maanden, tenzij het lam nog te afhankelijk is, dan is het een misdaad het jong van de moeder af te zonderen.'

Beeld AP

Burhan, zoon uit het derde huwelijk van vader Ozbilici, groeide op bij Erzurum, in het oosten. 'Ik was leergierig, voltooide de basisschool toen ik 9 was. En toen ging ik naar de middelbare school. In de winters was er alleen school en thuis. Maar vanaf mei ging ik altijd de bergen in, langs de rivier omhoog. Ik droomde altijd van vliegen, van praten met dieren. 'Je bent een eenzame wolf', zei mijn vader dan. 'Kijk maar uit, want de wereld eet je op.' Toen ik een keer in de bergen was, ik was 11, zag ik aan het einde van de nacht een grote ster vallen. Tegelijkertijd zag ik het lachende gezicht van mijn vader. Later bleek dat hij op datzelfde ogenblik was overleden. 94 was hij.'

Behalve liefde voor poezen - 'De kat liep altijd achter mijn vader aan naar de moskee, wist je dat Erdogan katten háát?' - heeft Ozbilici waarschijnlijk ook een zekere onverschrokkenheid en eigengereidheid van zijn vader geërfd. Hij verliet de schrijvende journalistiek in 1989 omdat hij opdracht kreeg verhalen aan te dikken. Hij verruilde de krant voor AP, waar hij de camera ter hand nam. Zijn karaktervastheid helpt bij moeilijke missies, zoalsin Kasjmir na de verwoestende aardbeving van oktober 2005. Eerder dan het Pakistaanse leger bereikte hij, lopend, bergdorpen waar geen auto kon komen en geen helikopter kon landen. Met zijn satelliettelefoon verstuurde hij foto's naar AP - de ingestorte huizen, de gewonde kinderen, het zoeken met blote handen in het puin.

Beeld ap

'Na een week wilden de meeste journalisten die inmiddels ook waren gearriveerd wel weer naar huis. 'Burhan, the story is over.' Maar ik weigerde te vertrekken. Ik zag dat weken na de beving bergbewoners nog steeds met gewonden zeulden. De andere fotografen hadden de pest in dat ik bleef, ze konden het daarom voor hun medium niet maken te vertrekken. Kon me niks schelen.

'Er was geen hotel, we sliepen in een auto, je kon je nergens douchen. Om mezelf te wassen, zwom ik in de rivier. IJskoud, maar na de eerste shock went het. De laatste keer dat ik daar in een rivier zwom was 3 november. Pakistaanse soldaten zagen me, en verklaarden me voor gek. 'Nee hoor, ik wil hier blijven, dus moet ik me wel wassen.' Dan zeg je: God, help me, en dan lukt het.'

Tegen iedere hooggeplaatste die hij ontmoet, durft hij te zeggen waar het op staat. Oud-premier Yilmaz moest het ontgelden toen hij zijn ordetroepen tijdens studentenprotesten niet in bedwang had, met ernstig gewonden tot gevolg. Ozbilici werd, hoewel herkenbaar als journalist, in elkaar geslagen - wat hij als een extra belediging ervoer. 'De volgende dag gaf Yilmaz een persconferentie. Ik zei: 'Uw troepen hebben me slechter behandeld dan een Anatolische hond. Vertel het ons als we iets illegaals of immoreels hebben gedaan.' Hij zei: 'We zullen uitzoeken wat er is gebeurd en zonodig maak ik mijn excuus.' Maar daar ging het mij niet om. Ik vroeg: 'Bent u wel bij machte de ordetroepen aan te pakken, zoals in een echte democratie?' Ik praatte harder dan nu, ik was heel beslist. Ik had nog overal pijn van de klappen. Yilmaz zei niets. Hij boog zijn hoofd en maakte dat hij wegkwam. Hij was zo eerlijk, ik denk dat hij zich schuldig voelde.'

Ook met anonieme machthebbers weet hij raad: de mannen met baarden en kalasjnikovs die hij in Pakistan ontmoette en waarschijnlijk Talibanstrijders waren. 'Ik heb geleerd: nooit wegrennen, dan schieten ze je neer. Toon respect, zeg salam aleikum, ik zou graag thee met u drinken, maar heb nu helaas geen tijd. Je moet risico's durven nemen in dit beroep, gecalculeerde risico's.' Slechts een keer was Ozbilici bang. 'Dat was toen ik een persbriefing bijwoonde van dictator Kadhafi in Libië. Op een bepaald moment bekeek hij de aanwezige pers en liet zijn blik op mij rusten. Toen hief hij zijn arm en wees naar me. Ik dacht: hij laat me doodmaken. Ik keek in zijn ogen: totaal krankzinnig.'

Twee jaar geleden werd hij uitgenodigd door Erdogan om mee te gaan op verkiezingscampagne. 'Aan het einde van de dag sprak ik apart met hem. We kregen het over de relatie tussen machthebbers en het volk, en de rol van journalisten. Ik zei: 'Er is in Amerika een beroemde Witte Huisjournalist, Helen Thomas, en die schreeuwde ooit tegen president Bush.'

'Erdogan was verbaasd dat zoiets kon. 'In een democratie kunnen mensen het ook respectvol met elkaar oneens zijn, zelfs als ze schreeuwen. De media mogen dat daar doen', zei ik. Erdogan lachte. Hij vroeg: 'U gaat al zolang mee, moet u niet eens met pensioen?'

'In Turkije kunnen journalisten al met werken stoppen als ze twintig jaar hebben gewerkt. Maar ik ben zo'n journalist die nooit ophoudt. 'Ik leer nog steeds, ik ga nog heel lang door', zei ik. Hij luisterde echt naar me, hij was best aardig. Ik zei tegen Erdogan: 'U bent vier, vijf jaar ouder dan ik. Ik zou u ook niet vragen of u het daarom tijd vindt om te gaan. Wie weet moet uw beste tijd nog komen, u krijgt steeds meer ervaring.' Hij antwoordde: 'Ik begrijp het.''

Wees niet zo bang en leg jezelf geen censuur op, wil Ozbilici zeggen tegen zijn collega's. Vaak kan er meer dan je denkt. 'Het is te makkelijk alleen de politiek de schuld te geven van de problemen. Het grote probleem in Turkije is dat de journalisten hier alleen maar voor de machthebbers applaudisseren. Maar het hoeft niet zo te zijn dat je politici alleen maar kunt haten, of alleen liefhebben. Er is een middenweg: onafhankelijkheid. Wij journalisten doen belangrijk humanitair werk. We delen het lijden van mensen met de wereld. Dat is een grote verantwoordelijkheid.'

Neemt niet weg dat journalisten in Turkije op hun tellen moeten passen. Zoals Ozbilici zich toen tegen Erdogan frank en vrij uitsprak, zou dat nu nog kunnen? 'Ik denk niet dat ik zoiets nu nog kan maken.'

Bekijk hier de beelden die Arno Haijtema maakte in Ankara.

Gratis kaarten

Vandaag opent in de Nieuwe Kerk in Amsterdam World Press Photo. Tot en met 9 juli is daar werk te zien van 45 onderscheiden fotografen. De winnaar van World Press Photo van het Jaar, Burhan Ozbilici (links), krijgt de prijs op 22 april uitgereikt door prins Constantijn. Van 20 t/m 22 april wordt in het Compagnietheater in Amsterdam het World Press Photo Festival gehouden, lezingen, interviews en presentaties, ook met Volkskrant-fotoredacteur Frank Schallmaier. De Volkskrant geeft hier enkele toegangskaarten weg.

Fotospecial
Bekijk in deze special alle prijswinnende foto's van World Press Photo 2016.

'Ik wist dat ik het moest doen'
Lees hier het interview dat Arno Haijtema in februari dit jaar met fotograaf Ozbilici had. 'Het was iets verschrikkelijks. Ik kreeg het heel heet en toen heel koud, ik was in shock. Tegelijk realiseerde ik me dat dit heel groot nieuws was en dat ik mijn werk moest doen. Ik was niet in paniek.'

Ozbilici deed gewoon zijn werk
Lees ook de column van Rutger Pontzen met de stelling: fotografie is meer dan beeldretoriek. Vooral bij de winnende foto van World Press Photo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.