'Ik stond op het punt te steken' Onzekerheid

Tekenaar/schilder (49) schrijft angst om met eigen werk naar buiten te treden toe aan benauwende jeugd...

'Waar doet dat ruitvorminge traliewerk je aan denken? Het valt ook eigenlijk niet te herkennen. Herinner je je die oude biechtstoelen? Door de openingen zag je alleen de contouren van een hoofd. Je reinste kunst, meneer. De kerk wist nog eens wat kunst was. Zéér bedreven, vooral in de kunst van het angst aanjagen.

Een halflang zwart gordijn hing ook wel in die biechtstoelen. Was iets minder kunst. Hoewel, die zalvende, omfloerste stem... Tien onzevaders en jezelf nooit meer bevlekken, mijn zoon. Auditief toch ook heel fraai. En dreigend. Ik heb mezelf heel wat bevlekt, maar wat wil je ook? Mijn vader deed met rood hoofd de gordijnen dicht als bij Snip en Snap twintig revumeisjes in beeld kwamen. De goede man was slager, stond de hele dag blote koeienpoten uit te benen, maar als er een vrouwenbeen in panty op tv kwam, gingen de gordijnen dicht. Bloemetjes.

Het enige dat je vanaf je 14de deed: denken aan het moment dat je weg kon uit die sfeer van schuld en schaamte. Hoewel je tegelijk het moment vreesde dat het zover zou zijn. Ja, nu word ik ernstig. Dagelijks komt tegenwoordig het gelul op je af over verloederende jeugd, over vervagend normbesef. Maar ik zou heel wat liever nú puber zijn geweest dan 35 jaar geleden. Je krijgt nu de kans van je gekloot te leren, jezelf te zijn. Toen was je een oude pendule: bewegen moest voorspelbaar zijn, stilstaan was een verdienste.

Mulisch schreef - het is geloof ik het enige dat ik uit zijn quasifilosofisch proza heb onthouden - dat ieder mens vast blijft zitten op een bepaalde leeftijd voor z'n 20ste. Afhankelijk van een ingrijpende gebeurtenis of je gevoeligheid voor invloeden. Ik ben bang dat ik zo rond mijn 14de ben blijven steken. Ik was verlegen en dat is voor een puber funest als ie ook nog eens alleen maar angst om zich heen ziet. Angst voor de buren, angst voor God, angst voor je lichaam, angst voor de hel.

Ik heb jarenlang gedacht: naarmate je ouder wordt, slijt het wel, dan komt de zekerheid vanzelf. Maar na mijn 40ste is het alleen maar erger geworden. Een soms gekmakende nervositeit waar niemand me van af kan helpen. Ik schaam me kapot voor mijn eigen werk. Ik kan er verdomme alleen met een rooie kop naar kijken. Iemand anders moet het uit mijn handen trekken om het m'n atelier uit te krijgen.

En ik kan niets anders bedenken dan dat die kiem van onzekerheid in mijn jeugd is gelegd. Misschien wel door die ene herinnering die telkens weer bovenkomt. Kinderen die voor hun 8ste doodgingen, kwamen volgens de katholieke kerk niet in het vagevuur, weet je nog, maar stegen rechtstreeks op ten hemel. In de winkel nam ik op mijn 7de een mes weg uit de slagerij. Ik ging voor de spiegel staan, richtte de punt naar mijn borst en aarzelde. Als ik het nu doe, dacht ik, ga ik meteen naar de hemel. Ik heb echt op het punt gestaan te steken.

Het is natuurlijk laf onzekerheid of tegenslag in je verdere leven af te blijven schuiven op dat soort ervaringen. Maar het is vooral wat je níet geleerd hebt, wat je later bijna niet meer kunt ontwikkelen: vechtlust, je verzetten, knokken. Ja, je knokt wel, eerst zelfs overtuigd maar als je ouder wordt met steeds meer twijfel.

Door m'n opvoeding werd hooguit afgunst gekweekt. Ik had vriendjes in een welgesteld milieu. Vanaf hun 10de op pianoles, ik mocht meeëten, had geen idee wat ik met een servet moest doen, en ik wist zeker dat er zeer medelijdend naar me werd gekeken. Wat een achterstand had je in vergelijking met zulke milieus. En dan kwamen ze thuis aan met: verschillen moeten er zijn, God heeft het zo gewild, wees nederig en gij zult het paradijs betreden.

Om de sfeer toch maar een beetje goed te houden, ging je naar de kerk. Ellende thuis of in je omgeving, er mocht niet over gesproken worden. Ieder huis zijn kruis, ellende had je verdiend. En die stopte je dus onder het vloerkleed. Problemen van jezelf aan de orde stellen: onzin, je kon je tot God wenden. Dus kwam je nooit aan je eigen kern toe, en dus ook niet aan de ontwikkeling van je talenten. Schaamte, lees het mooiste boek van Salman Rushdie erop na.

Mijn vader vervalste in de oorlog persoonsbewijzen. Z'n rooie schaamtehoofd had hem bijna verraden. Hij maakte schitterende cartoons van Hitler, Goebbels, Göring. Ik geloof dat ik ze pas op mijn 30ste voor het eerst zag. Na lang zeuren, want hij vond die prentjes niet de moeite waard, jeugdfratsen. Ik kan er nu naar kijken als een beloning voor het leven. Maar voor hem was het leven een straf Gods. Hij moest zijn hele leven op zijn knieën liggen, voor een baan, voor geld. Hij vroeg mij de etalage in te richten. Als het maar niet te uitbundig gebeurde. Zijn hele leven is hij uitgebuit, door de angst die hem was opgelegd.

Een paar vrienden diepten, toen hij 65 werd, wat tekeningen op en maakten er een portfolio van. Schitterend. Hij had zijn talent nooit serieus genomen. Kon trouwens de winkel ook niet aanprijzen. Nederigheid, maar woeker met je talenten! Werken zul je, in het zweet des aanschijns, van frivoliteit komt alleen maar ellende. Vader slager, zoon slager. De veilige weg. Nóg meer veiligheid in de kerk. Je hoeft niet meer te durven en je durft ook niet meer. Ja, achter de pastoor aanhobbelen, misdienaarschap, later om te zetten in een algeheel dienaarschap. Dat was mijn vader.

Ik geloof niet van binnenuit in mijn kunstenaarschap, hoe mooi anderen m'n werk ook vinden. Mijn werk is misschien niet slecht, maar gevoelsmatig is het nooit geslaagd. Ik kan er gewoon niet mee naar anderen toe. Een galerie? Ik word al panisch bij de idee. Om aan een vernissage al helemaal niet te denken. Een stichtend en geestig woord van een kunstbroeder. God bewaar me.

Als je het hebt over kinderen en hoe die door het geloof zijn misvormd, dan is meestal mijn eerste gedachte: die is blijven hangen, die heeft zijn verleden niet verwerkt, ideaal type om psychiater te worden, de meeste psychiaters zijn tenslotte probleemgevallen.

Is het dan erg dat kinderen nu met minder zekerheden worden grootgebracht? Er is wat mij betreft maar één belangrijke norm in het leven: vertrouwen hebben en daardoor de volgende generatie vertrouwen géven. Krijgen jongeren geen vertrouwen, dan nemen ze het. Ik kan het ze niet kwalijk nemen. Ik werd vorige week met mijn fiets half tegen de vlakte gereden door zo'n pizzajongen. Reed minstens zestig per uur, geen helm. Bleef wachten tot ik me had opgericht, heel agressieve houding. Zegt ie: 'Ik rij als een idioot, maar ik rij wel góed. Dat kun je van jou niet zeggen.'

Je eerste neiging is zo'n kind verrot te schelden, indruk-maken tegen indruk-maken. En dan denk je: blijf rustig en behoud je waardigheid. Is ook niet overtuigend, maar je voorkomt er tenminste mee dat het uit de hand loopt. Ik zeg: ik wijk misschien van de rechte weg af, maar voor jouw rijgedrag zou je een dikke bekeuring krijgen. Antwoordt ie: dat is míín bekeuring, mijn verantwoordelijkheid, jij brengt mij in gevaar! Achteraf denk je: zo, die is niet gek. 't Kan verdomd griezelig en bedreigend zijn, zo'n situatie, maar ik had eigenlijk wel bewondering voor dat joch. Sprak vlekkeloos Nederlands en wijst mij zonder spoor van twijfel terecht.

Als wij als redelijke mensen de normen al half loslaten, niet volgens de regeltjes oversteken, zulke onnozele dingen dus, wat moet je dan verwachten van kinderen die door alleen al hun afkomst in verwarring zijn? Die worden groot met angst om te falen in een nieuwe maatschappij. Zoals ik de angst voor creativiteit kreeg ingepeperd. We kankeren nota bene over hoofddoekjes, maar hoe zit het eigenlijk met kinderen in elkaar slaan, psychiaters die patiëntes verleiden, seks met 3-jarigen? Is dat onze 'fatsoenlijke' christelijke samenleving?

We denken dat we af zijn van het dogmatisme, maar de overblijfselen zie ik nog elke dag. Niet heel Nederland is trouwens Amsterdam. Overigens, ook daar zie je genoeg mensen vluchten in allerlei gekkigheid en dan is kunst nog het mooiste, onschuldigste. Dat is mijn paradox, mijn werk geeft me houvast en maakt me tegelijk onzeker.

Pas rond mijn 25ste kon ik formuleren wat ik op mijn 14de al vóelde: dat creativiteit bedreigend is voor een omgeving die zichzelf met schijnzekerheden moet behelpen om zich overeind te houden. Maar dat formuleren heeft me geen moer verder geholpen. Ik ben nog steeds bang voor mijn eigen tekeningen, het is soms om gek van te worden. Oké, noem het thema in mijn werk 'zelfhaat'. Jij zegt het. Ik wil eigenlijk kwaadheid laten zien.

Hans van Wissen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden