'Ik sta nogal monter in het leven'

Hier is Sigrid Kaag (54), namens de VN gestationeerd in Libanon om daar de vrede te bewaren. Eerder leidde ze de ontwapeningsmissie in Syrië. De topdiplomaat over haar zwervende bestaan, haar jeugd, haar vier kinderen en het gebrek aan politieke moed dat ze in Nederland ontwaart.

Sigrid Kaag: 'Ik twijfel vaak of ik mijn kinderen wel de hele wereld over had moeten slepen' Beeld Robin de Puy

'Het belangrijkste dat ik in mijn jeugd heb meekregen en dat altijd in mijn achterhoofd zit: je leven kan van de ene op de andere dag veranderen. Het ene moment zit je ergens fijn aan tafel, en het andere moment word je geraakt door een bus en is heel je leven anders.'

'Het komt natuurlijk niet wekelijks voor dat ik een VN-taskforce chemische wapens leidt en dat mijn moeder komt te overlijden. Toen het gebeurde in december 2013, was mijn eerste reactie: ik moet door. Ik had geen keus. Ik had ook tegen de secretaris-generaal kunnen zeggen: ik moet er nu een maand tussenuit. Maar dan had ik me compleet uit de missie moeten terugtrekken. Dat kon niet, dat was niet reëel.

'Ik heb dat geen moment overwogen. Mijn ouders zijn ondanks alles toch mooi oud geworden, zelfs met elkaar. En ik zat in een oorlogssituatie. Natuurlijk, het zijn mijn ouders, het is mijn moeder - mijn vader was zes jaar eerder overleden. Dan moet je denken: het is mijn verdriet, maar het gaat nu meer om anderen. Als er baby's om je heen worden doodgeschoten mag je niet doen alsof het overlijden van een 85-jarige een werelddrama is. Het is een manier om het te relativeren, maar zo zie ik het ook.

'Ik was net voor een eerste bezoekje thuis in Jeruzalem. Ik was een maand op pad geweest. Had mijn man een tijd niet gezien, mijn kinderen niet, op het programma stond even helemaal uithijgen. Toen heb ik razendsnel het vliegtuig genomen naar Nederland. Een dag na de begrafenis van mijn moeder moest ik weer naar een meeting van de NAVO om een toespraak te houden over de stand van zaken in Syrië.

'Dat was zwaar. Ik zat in een uitzonderlijke positie, in een ongeëvenaarde missie waarvan niet duidelijk was hoe, wat en wanneer. We hadden alleen maar een datum, een deadline wanneer die chemische wapens weg uit Syrië moesten zijn. En toen overleed mijn moeder. Dus ging ik heel erg op de automatische piloot en probeerde ik mijn gevoelens te kanaliseren. Als je dat niet kan, moet je je terugtrekken uit zo'n klus.'

Tekst gaat verder onder de foto

Sigrid Kaag ontmoet de Syrische onderminister van Buitenlandse Zaken Faisal al-Miqdad in Damascus in 2014. Beeld reuters

Vallen en opstaan

'Ik heb twee lagen. Misschien omdat ik wel eerder nare dingen heb meegemaakt. Ik weet dat het leven vallen en opstaan is, dat je veel dingen niet in de hand hebt in leven en dood. Mijn zwangerschappen waren zeer moeilijk, dat heeft er zeker mee te maken. Ons eerste kind werd dood geboren. Daarna kreeg ik nog vier miskramen, en ik heb na de geboorte van onze derde een tijd in het ziekenhuis gelegen.'

'Ik heb altijd gedacht: ik wil een gezin hebben met twee of drie kinderen. Maar toen het zo moeilijk bleek, zei ik tegen mijn man dat het niet per se mijn eigen kind hoeft te zijn. En toen kwam Makram, onze adoptiezoon, geboren in Bethlehem. Het was één van de mooiste momenten in mijn leven.'

'Ik zal je zeggen: Inas, onze vierde was er zomaar. Ik was ongepland zwanger geworden en ik besloot om me geen zorgen te maken. Het was vooral dat ik niet meer verdrietig wilde zijn. Ik bleef gewoon doorgaan met werken, fulltime, met drie kleine kinderen, en ik was ook al 40. Ik dacht: ik ga niet meer in de angst zitten. Zie je wat er gebeurde: dat was mijn makkelijkste zwangerschap.'

Tekst gaat verder onder de foto

CV Sigrid Kaag

1961 Geboren in Rijswijk
1984 Midden-Oosten-studies en Internationale betrekkingen in Caïro, Oxford en Exeter.
1988 Shell in Londen.
1990 Ministerie van Buitenlandse Zaken.
1994 Vluchtelingenorganisatie UNRWA voor hulp en ontwikkeling van Palestijnse vluchtelingen.
1998 Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Genève.
2007 Regionaal directeur UNICEF.
2010 Assistent secretaris-generaal VN in New York.
2013 Ontwapeningsmissie Syrië.
2014 VN-gezant in Libanon.

Sigrid Kaag heeft met haar Palestijnse echtgenoot Anis Al-Qaq (65) vier kinderen: Jenna (20), Makram (17), Adam (14) en Inas (13).

Beeld Robin De Puy

Wat doen jullie voor ons?

'Als ik in Jemen ben, of in de Gazastrook, krijg ik te horen: wat hebben we aan jullie teksten? Wat doen jullie als Verenigde Naties voor ons? Want mijn kind is dood, mijn man is dood, mijn huis is vernietigd. Ons succes, ons beperkte succes, kan alleen maar worden gemeten als je iets kunt doen voor al die mensen.'

'Mijn vader was musicus en mijn moeder had Duits gestudeerd, maar ze is onderwijzeres geworden. Ik ben in Rijswijk geboren en in Zeist opgegroeid. Mijn vader gaf muziekles aan de pedagogische academie. Voordat mijn moeder ziek werd, was ze heel actief en sociaal. Ze was avontuurlijk ingesteld. Ze wilde als onderwijzeres worden uitgezonden naar Nederlands-Indië, maar ze kwam mijn vader tegen, en uiteindelijk is ze niet gegaan.

'Na mijn lagereschooltijd werden mijn ouders ziek. Mijn moeder bleek een hersentumor te hebben, goedaardig, maar met veel complicaties. Mijn vader raakte zwaar overspannen. In het begin werd dat afgedaan dat het kwam doordat mijn moeder zo ziek was. Maar daar had het niks mee te maken, hij was al langer depressief. Natuurlijk had ik dat als kind in de gaten. Als je een vader hebt die nergens zin in heeft en thuis zit omdat het niet meer gaat, voel je altijd een soort druk in huis. Dat je nooit weet hoe hij zich voelde, dat ik pas blij werd als hij blijer was.

'Als hij 's ochtends opstond, zette hij Chopin op. Mijn vader leefde van muziek, klassieke muziek. Hij leed aan het gebrek aan erkenning van muziek als vak binnen het onderwijssysteem. En er was die worsteling dat hij natuurlijk liever alleen maar wilde musiceren en niet voor de klas wilde staan. Plicht versus zelfontplooiing, ik denk dat het dat vooral was.

'Je wordt als kind er zowel positief als negatief door beïnvloed. Het is fijner als je gezonde ouders hebt die overal bij betrokken zijn. Maar als dat niet zo is, dan word je vroeg geleerd om alleen door te gaan, om om te gaan met tegenslagen.

Wéér een slecht bericht

'In mijn puberteit werd ik me daar voor het eerst van bewust. Ik was 13 en ik zat veel in het ziekenhuis, dan was er wéér een slecht bericht. Mijn moeder had veel terugvallen. Ze had een soort pompje in haar hoofd, dat werkte niet altijd. Dan was er weer een spoedoperatie. Telkens was het een kwestie van leven of dood.

'Ik kwam zelfs bij een pleeggezin, zes maanden lang. Het waren de ouders van een vriendinnetje van het hockeyteam. Die zeiden: kom gezellig bij ons. Dat gebeurde van de ene op de andere dag. Mijn vader was opgenomen in een sanatorium en met mijn moeder ging het zo slecht dat zelfs het laatste oliesel was toegediend. Ze zou er niet meer zijn, zo was de situatie op vrijdag. Op maandag was ze er nog en bleef ze leven. Daarna: maanden onduidelijkheid. Toen ben ik naar huis gekomen, samen met mijn zus, en kwam er een opvang in huis. Mijn vader mocht in het weekend thuiskomen.

'Ze zijn nooit meer hetzelfde geworden. Mijn moeder werd deels blind en doof en motorisch niet in balans. Ze moest na die operaties weer leren lopen en leren praten. Er kwamen operaties aan de ogen, aan haar gezicht. Zo was het klimaat in huis: mijn ouders zaten met zichzelf in de knoop. Dat was natuurlijk heel erg, maar ik was een opgroeiend kind - en dus egoïstisch. Ik wilde dat alles normaal was. Dat zat er niet in.

'Ik heb het jarenlang jammer gevonden. Vooral toen ik zelf kinderen kreeg en ik in het buitenland woonde. Er was geen denken aan dat de kinderen bij hun grootouders verbleven. Tegelijkertijd moet je zegeningen tellen: ze hebben ondanks alles wel een hoge leeftijd bereikt. Je hoort het: ik sta nogal monter in het leven'.

'Iedereen is overrompeld, maar we zouden niet verbaasd moeten zijn. De vluchtelingencrisis is al vanaf 2011 gaande, de vluchtelingenstroom gaat gestaag verder, in Libanon is al een kwart van de bevolking vluchteling. We hebben een tijd gedacht dat we onze ogen ervoor konden sluiten - o, het zijn die arme bootdrenkelingen in de Middellandse Zee. Er is maanden aan de alarmbel gehangen, vooral door de Grieken en Italianen. We hadden het allemaal van tevoren kunnen zien aankomen.'

Geen excuus

'Ik heb het idee dat ik door mijn kinderen een veel grotere realiteitszin blijf behouden. Ook omdat ik erg betrokken ben, als werkende vrouw. Ik doe veel met school, ik weet wat ze doen, al zit ik soms op afstand. Het zijn allemaal teenagers. Nu moeder hier in het Amstel Hotel in Amsterdam lekker aan de koffie zit, gaat de één in Beiroet naar trompetles toe en de ander naar rugby. Zoon nummer drie heeft net zijn essay ingeleverd voor zijn internationale baccalaureaat, en is nu naar de film. Mijn dochter zit in Londen. Je hebt gewoon je eigen leefomgeving, dat is een heel goeie spiegel. Daarom was ik zo blij met Beiroet als standplaats: zo konden we weer bij elkaar zijn.

'Ik heb veel mannelijke collega's in de diplomatie die voor non family duty stations kiezen, dus op plekken waar je niet met je gezin kunt wonen. Die zijn lange perioden weg van hun gezin. Dat kan niet anders dan negatieve gevolgen hebben. Bovendien is er altijd het risico dat je je nog meer op je werk stort dan gezond is. Er is geen excuus meer om niet te werken.

'Volgens mij blijf je reëler als mens als je niet 24 uur per dag diplomaat bent. Je kunt de hele dag mails lezen en schrijven, maar of het er wat toe doet? En of je permanente aanwezigheid de zaak nou zoveel beter maakt, vraag ik me ook af. Ik kan op deze manier een betere diplomaat zijn. Menselijker. Omdat je weet dat het leven lastig is en je weet dat je continu met tien ballen aan het goochelen bent. Met je gezin en je werk. En er vallen balletjes, natuurlijk.

'Je bent als moeder veel meer oplossingsgericht en minder statusgericht. Het gaat niet alleen maar om jezelf, of om zien en gezien te worden. Ik pas mijn bezigheden aan op die van mijn kinderen. Mijn zoon doet nu eindexamen, het is heel hard werken voor hem, dus ik plan mijn reisjes zo dat ik voor hem thuis kan zijn. Ik hoef niet naast hem te zitten, want hij is 17 jaar. Maar het is wel belangrijk om er te zijn, praktische dingen te doen.

'Ik zat laatst zes dagen in New York voor de VN-conferentie. Anderen gaan twee weken. Wat ik moet doen, doe ik, en dan ga ik weer terug. Dus ik ben behalve effectief ook zeer selectief. Ik doe niet aan nazitten, ik maak nooit een extra reisje, of nog een privébezoek. Ik ga meteen naar huis, dat heb ik altijd gedaan. Ik vind dat gezonder, die afwisseling gezin en de grote wereldproblematiek. Het is lastig, want het houdt nooit op.'

Iets duisters

'Zonder dat ik het in de gaten had, circuleerde mijn naam opeens. Ik zou geschikt zijn om de VN-taskforce te leiden die de chemische wapens in Syrië het land uit moest krijgen. Tussen de andere kandidaten waren zeer bekwame ontwapeningsonderhandelaars, ik geloof dat er zelfs eentje was gepromoveerd in de chemie. Mijn assistente zei: kijk Sigrid, daar sta je tussen. Ik hoefde niet te doen alsof ik iets wist van chemische wapens, want ik wist helemaal niets. Ik kan wel onderhandelen, ik ken de regio, ik kan programma's leiden. En ik omringde me met mensen die wel de technische expertise hadden.

'Ik dacht wel: mijn god, waar ben ik aan begonnen, hier heb ik niet goed over nagedacht. Ik dacht dat er een grondig plan was, maar toen ik er aan begon, bleek dat de anderen eigenlijk ook geen idee hadden. Ik stapte in iets duisters, we wisten wel wat er moest gebeuren, de chemische wapens moesten Syrië uit en er was een deadline: 30 juni 2014. Maar verder... Hoe? En wat? Zouden de Syriërs meewerken? De rebellen? Het moest lukken, dat was duidelijk. Failure was not an option. Er was niet de luxe dat je kan zeggen: ach ja, het is misgegaan, maar over een paar maanden komt het vast goed, laten we het nog eens proberen.

'Ik koos ervoor om vanuit Damascus te werken, dat was goed voor de geloofwaardigheid. Het was veiliger om vanuit Cyprus te werken, maar ik vond het naar de Veiligheidsraad toe, naar de Syrische partijen en voor mijn eigen team overtuigender om in Syrië zelf te zitten. Dat betekende dat ik er was als er moeilijke besluiten moesten worden genomen. Dat kon ik niet aan een ander overlaten, daar moest je mij op afrekenen.

'Gelukkig was er enorme internationale politieke steun. Syrië was het enige dossier in de Veiligheidsraad waar Amerika en Rusland heel constructief achter stonden. Dat heb ik ook opgebouwd, ik had voortdurend overleg met de Russen en de Amerikanen. Terwijl ze op dat moment al weinig gesprekken voerden, maar dit hield ze bij elkaar, ik werd daar de kernpersoon in. De hele tijd bellen, en dan weer terugkoppelen, en weer bellen, ja, ik spreek jou weer, bilateraal, continu, continu, over en weer.

'Toen de eerste lading mosterdgas het land uit was, wist ik dat het ging lukken. De Syriërs vervoerden het onder ons toezicht, ik zag het met eigen ogen het land uitgaan met een schip. Maar er waren de nodige technische mankementen, het chemisch materiaal in de containers ging lekken. Een deel van de lading kwam weer terug. Wat krijgen we nou weer?, dacht ik. We hadden het team al het land uitgestuurd. We waren klaar! Dit gaf nieuwe veiligheidsrisico's. Mijn grootste zorg daar was altijd: mijn mensen. Alsjeblieft, geen ongelukken of aanvallen. Ik ben enorm blij dat we het er zonder kleerscheuren vanaf hebben gebracht.'

Beeld Robin de Puy

Nooit bang

'Ik ben een Nederlandse. Het zit in mijn aard, het is wat ik ben, ik heb de Nederlandse cultuur meegekregen. Dat geeft een gevoel van zekerheid. Mijn kinderen hebben dat niet. Ze zijn omringd door kinderen zoals zij: third culture children - daar las ik laatst over. Kinderen die overal en nergens bijhoren. Wat je vaak ziet is dat kinderen van diplomaten óf nooit meer verhuizen, óf ze blijven hun hele leven verhuizen. Een soort onrust dragen ze altijd met zich mee.

'Ik twijfel vaak of ik ze wel de hele wereld over had moeten slepen. Of dat nou een goede invloed heeft. Altijd maar weer van vriendjes moeten veranderen. Dat is niet fair. Daar zit iedere expat-ouder mee. Je kunt van alles plannen, maar je komt toch ergens anders uit. Daar ben ik laconiek in. Trouwens, als ik me dan echt zo'n zorgen zou maken, had ik er wat aan moeten doen. Dat heb ik niet gedaan. Gewoon, omdat ik dacht en denk dat dit goed was.

'Ik ben vanuit Jeruzalem naar Genève gegaan, dat was goed voor mijn dochter. Daarna hebben we meer kinderen gekregen. Genève was heel fijn en veilig, daar kochten we een huis. Maar je kunt ook niet eeuwig op dezelfde standplaats blijven, ik was het ook weer ontgroeid. Toen ben ik eerst naar Soedan gegaan en zijn mijn man en kinderen in Zwitserland gebleven. Daarna zijn we met zijn allen naar New York gegaan en is mijn man in Zwitserland gebleven. Toen zijn we naar Jordanië gegaan. En nu zitten we in Beiroet, een breekbare balans. Maar op dit moment is de situatie in Jeruzalem, waar mijn man en kinderen vorig jaar zaten, een stuk minder veilig dan in Beiroet.

'Bang ben ik nooit. Ik kan me enorm druk maken als het niet goed gaat met mijn kinderen. Dat is veel destabiliserender dan heel veel andere dingen. Maar misschien komt dat omdat je je rol als ouder overschat. Het schuldgevoel: als ik er wel was geweest, als ik niet was verhuisd, als ik dit of dat, dan was dat niet gebeurd. Je denkt altijd maar dat het beter had kunnen gaan, maar vaak is dat niet zo.

'Mijn kinderen zitten oké in elkaar. Ze kunnen in verschillende gezelschappen, groot of klein, arm of rijk, goed hun plek vinden. Ze zijn open en geïnteresseerd, willen met iedereen praten. Of ze nou zogenaamd belangrijk zijn of niet. Ze zijn - en dat is ook een Nederlandse waarde - heel gewoon gebleven. Dat vind ik prettig. Gewoon, niet onder de indruk van het externe. Niet van dingen méér maken dan ze zijn. Mijn kinderen willen beter Nederlands leren - ze spreken nu een mengeling van Frans, Engels en Arabisch - dus dan is de cirkel rond.'

'Het grote probleem is telkens het gebrek aan politieke moed. We leven in een wereld waarin meteen wordt gereageerd, waardoor mensen steeds banger zijn om risico's te nemen. Vervolgens nemen we te laat het besluit. Ik probeer dat niet te doen. Ik probeer te denken: wat is de calculated risk - is het de moeite waard om het risico te nemen? Je moet kijken: waar is de kans? Wat is de moeite waard? Dat heb ik in de Syrië-missie zeker gedaan, daar namen we alleen maar risico's. We hadden geen idee hoe het zou uitpakken.

'Als je puur voor je ideeën en principes gaat, moet je niet in de internationale diplomatie gaan, want je moet altijd compromissen kunnen slikken, een loyaal ambtenaar blijven, zelfs als het jouw mening niet is. Als je dat niet kan moet je voor jezelf beginnen, of weglopen. Mijn kracht is mijn helderheid. Als ik ergens kom weet iedereen wat ik denk. Ik heb geen ander verhaal voor persoon A, B of C. Ik geeft duidelijk leiding en heb een sterke inhoudelijke presentie.

'Mijn directe bijdrage in de diplomatie is niet meer dan een steentje bij een steentje aan een steentje, altijd maar opbouwen, ook nu in Libanon. Met iedereen in contact blijven, in de regio, in Europa en met de permanente leden van de Veiligheidsraad. Als het gaat om Syrië, dan ben ik opgelucht dat dit deel is gedaan, maar verder is dit maar een heel klein aandeel in het grotere verhaal Syrië. Ik hoef ook geen felicitaties te hebben, zeg ik steeds, want ik kan echt niet blij zijn als ik in Syrië om me heen kijk.'

'Mijn vader had altijd gehoopt dat ik de Nederlandse politiek in zou zijn gegaan. Kind, dat is wat voor jou, zei hij dan. Daar heb ik ook altijd aan gedacht. Maar het liep anders, ik had al in het buitenland gestudeerd, dus voor mij lag het voor de hand dat ik naar het buitenland ging. Ik ben sinds 1994 weg uit Nederland en ik zou hier nu wel weer willen wonen en werken. In de Nederlandse politiek... Ja, ja. Ik ben heel lang weggeweest, dus ik weet niet of ik aantrekkelijk ben. Ik ben ook wel gepolst, hoor.

'Wat ik aan Nederland heb zien veranderen op afstand is die enorme verharding in het debat. De verhuftering, niemand lijkt naar elkaar te luisteren. Aan de ene kant wil de gemiddelde Nederlander goede dingen doen voor mensen, maar aan de andere kant is er angst. Zo van: wat hebben we met al die anderen te maken? Wij willen in ons mooie huis blijven wonen. De globale tendens is dat je groot denkt, de wereld overziet, en dan is het nu wel heel makkelijk om je weer op jezelf te richten. We leven in een kleine wereld en we kunnen niet de grenzen dichtdoen, een hek eromheen zetten. Zo zit de wereld niet in elkaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden