Ik sta daar niet omdat ik een zwarte Nederlander ben

Geachte redactie

De ingezonden brieven van zaterdag 14 januari.

De Tweede Kamer Beeld anp

De pijn van zwart Nederland

In het opinieartikel 'De politieke pijn van zwart Nederland' (O&D, 13 januari) breekt Kiza Magendane een lans voor zwarte kandidaten op de kieslijsten van politieke partijen.

Volgens hem staan er geen (Afro)Surinamers op verkiesbare plaatsen waarbij hij aangeeft dat de partijen geen oog hebben voor zwarte kandidaten (en inderdaad, Turkse en Marokkaanse mensen zijn niet zwart; zo zien zij zichzelf ook niet).

Magendane heeft evenwel een snel groeiende partij die overigens al een hele kabinetsperiode in de Kamer zit over het hoofd gezien: 50PLUS. Ik, als zwarte Surinamer, sta op plek 12 en dat is volgens sommige peilingen een verkiesbare plaats. En ik mag u verzekeren dat ik daar niet sta omdat ik een zwarte Nederlander ben. Net als alle kandidaten heb ik een zware selectieprocedure moeten doorstaan waarbij op kwaliteit is geselecteerd.

Wellicht is het historisch feit dat Surinamers veelal een Nederlands klinkende naam dragen, wat ook voor mij geldt, aan zijn aandacht ontsnapt waardoor hij misleid is.

Maar Magendane heeft wel degelijk een punt. De laatste vijftig jaar heeft er geen enkele Surinaamse man op een verkiesbare plaats gestaan al was er voldoende kwaliteit beschikbaar. Wanneer zuiver op kwaliteit geselecteerd zou zijn, was het beeld heel anders geweest.

Maar het is wel degelijk mogelijk.

Presley H. Bergen, Bladel

Alex

Wat een ontroerend artikel over Alex met zijn beperkingen tussen zijn klasgenoten (Ten eerste, 12 januari). De meiden die hem knuffelen en zijn rolstoel duwen. Het heeft een positief effect op Alex en de kinderen worden toleranter volgens de directeur.

Maar hoe zit het met de jongens? Voelen zij zich ook zo bezorgd? Worden zij ook toleranter?

Maartje van der Neut, Helmond

Kinderen van een lagere school ontfermen zich over een zwaar gehandicapte jongen die bij hun in de klas zit. Beeld Guus Dubbelman/ de Volkskrant

Voldemort en Trump

Zelden ben ik het zo eens geweest met een column als met die van Roger Cohen (O&D, 12 januari), waarin hij stelt dat progressief Amerika weigert op zoek te gaan naar redenen - lees: eigen fouten - voor Trumps overwinning.

Een pagina verderop prijst Stephan Sanders de actrice Meryl Streep vanwege haar felle uithaal naar Trump. Daarnaast is Sanders erg onder de indruk van Streep vanwege het feit dat zij Trumps naam niet expliciet noemde in haar speech. Dit goedkope, en veel gebruikte, trucje ergert mij mateloos en is een uitstekend voorbeeld van een gebrek aan zelfreflectie bij enkele progressieven (zie ook Jesse Klaver over 'die mafklapper').

Het dedain om Trump niet bij naam te noemen, zorgt er juist voor dat mensen het gevoel hebben dat er niet naar hen wordt geluisterd en dat progressieve 'Gutmenschen' wel even bepalen wat goed voor hen is. Noem Trump daarom gewoon bij zijn naam, zonder jezelf daarbij verheven te willen voelen boven zijn bedenkelijke personage.

In de boekenserie van Harry Potter werd het personage Voldemort per slot van rekening ook pas verslagen nadat men door het noemen van zijn naam de problemen onderkende. Gelieve 'je-weet-wel-wie' constructies daarom voortaan achterwege te laten.

Dylan van der Louw, Utrecht

Doorstromen maar

Staatssecretaris Dekker wil, in navolging van de Tweede Kamer, af van de eisen die scholen vaak stellen aan vmbo'ers die willen doorstromen naar de havo (Ten eerste, 12 januari). Klinkt goed. Wie zou daar op tegen kunnen zijn? Nou, de professionals zelf bijvoorbeeld. Die zien graag dat leerlingen die doorstromen voldoende in huis hebben om de hogere opleiding aan te kunnen en met een mooi diploma af te sluiten. Kansrijkheid moet reëel zijn, anders leidt zij tot kansloosheid.

Dat is zonde van de inspanningen van de school en van de leerlingen en leidt op beide fronten tot frustratie. Om die reden hebben scholen in de meeste regio's van Nederland convenanten afgesloten waarin is vastgelegd aan welke voorwaarden overstappers moeten voldoen en waarin maatregelen zijn opgenomen om de overstap tot een succes te maken, bijvoorbeeld in de vorm van speciale aansluitingsprogramma's. Dat werkt: 17 procent van de vmbo-leerlingen stapt inmiddels over naar de havo - op mijn eigen school, het Comenius College zelfs 37 procent - en de meesten daarvan halen vervolgens zonder vertraging hun diploma.

De staatssecretaris is hier niet tevreden mee. Een eis van een 6,8 gemiddeld, wiskunde in het pakket en zelfs het schrijven van een motivatiebrief weerhoudt de leerlingen volgens hem ervan het beste uit zichzelf te halen. Als schoolleider begrijp ik hier helemaal niets van. Wordt de havo straks de norm, en het vmbo een tweederangs opleiding? Hoe stelt de staatssecretaris zich voor dat leerlingen het beste uit zichzelf halen als zij hier niets extra's voor hoeven te doen? Wil hij serieus een maatregel doorvoeren waarvan de scholen nu al weten dat die op iets langere termijn tot een grote stijging van de uitval leidt?

Johan Veenstra, rector Comenius College, Hilversum

Medeleven

De voetnoot in de Volkskrant van 11 januari trof mij zeer. En dat bedoel ik negatief. Grunberg schrijft daar dat medeleven met dieren en vreemden makkelijker is dan medeleven met ouders en familieleden. Hoe ongenuanceerd. Mijn demente moeder heeft in de jaren tachtig vier jaar bij mij in huis gewoond. Ook toen werd er niets vergoed door de overheid. Je doet zoiets omdat je van je ouders houdt.

Linda Wiffers, Kinderdijk

Meer geld?

Een van de weinige kwesties waarover in Nederland brede consensus bestaat, is dat er meer geld moet naar verpleeghuiszorg. Organisatie-adviseur Maarten de Bok becijferde voor deze krant dat het beschikbare budget van 68.000 euro per bewoner per jaar voldoende is om goede zorg te kunnen leveren.

Een directeur-eigenaar van een Vlaams woonzorgcentrum liet me weten 'toch even met de ogen te moeten knipperen toen ik het artikel las'. In Vlaanderen is namelijk ongeveer 43.000 euro per bewoner per jaar beschikbaar, veel minder dus dan in Nederland. Uiteraard bestaan ook hier klachten over de geleverde zorg en een hoge werkdruk. Toch mogen we stellen dat in beide landen het gemiddelde niveau van de geleverde zorg hoog is. Het verschil in kosten roept de vraag op hoe goed de beschikbare middelen worden besteed. Is de werkdruk in Vlaanderen (nog) hoger dan in Nederland, is de kwaliteit van de zorg er lager, of wordt het geld er, juist vanwege de schaarste, beter besteed?

Zo net voor de verkiezingen zal, gezien de gevoeligheid en bestaande consensus in Nederland, wel geen politicus dit punt durven maken. Het gaat echter om de besteding van miljarden per jaar. Misschien toch iets voor de Rekenkamer of zorgondernemers?

prof.dr. Jos Benders, KU Leuven/ Norwegian University of Science and Technology, Trondheim

Beeld anp
Foto uit de serie A Prior van Daan van Golden Beeld Frank Schallmaier

Daan van Golden

Geachte reactie, wat een prachtig postuum over deze fantastische kunstenaar en fotograaf, het was niet alleen zijn kunst, maar veel bewonderaars en vakgenoten uit zijn naaste omgeving en elders zullen ook de mens missen (Ten eerste, 11 januari). Hij was een integere, lieve man met altijd een luisterend oor zonder oordeel. Bedankt.

Frans den Hartog, Groet

Ga in gesprek

Onwillekeurig bevestigt Hans de Vries met zijn oprechte reactie (O&D, 13 januari) hetgeen ik bepleitte in dezelfde rubriek op 12 januari ('Wodka, wijn en cohesie'). Volgens hem geef ik geen antwoord op de vraag wat dan de problemen zijn van mensen die zich door de maatschappij gekrenkt voelen.

Dat is opzettelijk: ik reageerde op Grunbergs stuk over deelnemers aan zijn 'event', die zich kennelijk afvragen hoe zíj kunnen voorkomen dat de PVV de grootste partij wordt.

Grunberg maakt van zijn groep immers een 'beweging' tegen de PVV, niet ik. Ik nodig de beweging uit om, behalve met elkaar, in gesprek te gaan met PVV-stemmers, ik geef geen invulling aan de inhoud of uitkomst van zo'n gesprek. De Vries bevestigt in feite zelf dat dat gesprek nodig is, met zijn vraag 'wat zijn hun problemen?' en zijn afsluitende vraag hoe het kan dat er zoveel onvrede leeft in een van de meest welvarende en bewonersvriendelijke landen.

De Vries bagatelliseert die onvrede door het een onderbuikhype te noemen, ik noem de onvrede terecht. Ik heb die gesprekken namelijk al gevoerd, als postbezorger in twee wijken tjokvol PVV-stemmers. Ik neem het voor hen op zonder op hun stoel te gaan zitten en ondanks het feit dat ik het op veel terreinen met hen oneens ben (en zelf niet op de PVV stem). Nogmaals: ga in gesprek.

Pieter Roth, 's-Hertogenbosch

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.