Ik, spion? Ik kan er niet meer om lachen

Soms, als ik met de ramen open door onze wijk rij, denk ik niet aan Jason Rezaian.

null Beeld Newsha Tavakolian/Magnum
Beeld Newsha Tavakolian/Magnum

De wind in mijn haar, de zon op mijn gezicht, muziekje aan. Het leven kan ook goed zijn in Teheran. Maar dan, net na het kruispunt en voor de buurtsupermarkt, doemt de grijze torenflat op waar hij en zijn vrouw tot 22 juli 2014 woonden. Hij 39, een gezellige dikkerd uit San Francisco met een Iraanse vader en een Amerikaanse moeder, zij een tien jaar jongere schone met een baan als correspondent voor een krant uit Dubai. Op hun huwelijk danste ik de hele avond. Als ik me verveelde, belde ik hem op. Twee gasten met dezelfde baan in een gek land, dat schept een band. We hadden elkaar vaarwel gezegd, een week voor die dag. Ik ging naar Nederland, hij naar de VS. Op kantoor dronken we koffie, vieze Nescafé. Inmiddels heb ik een espresso-apparaat. Het zal wel even duren voordat we elkaar zien, zei Jason. Zijn vrouw wilde een Amerikaanse verblijfsvergunning aanvragen. 'Tot in september', zei hij.

Samen met een handvol anderen waren Jason en ik de buitenlandse media in Iran. Hij kreeg mijn baan bij The Washington Post, ik ging naar The New York Times. Sommige mensen denken dat ik blij ben een van de weinige journalisten hier te zijn. Alles exclusief! Maar ik voel me eerder een bedreigde diersoort, onze dodo in Teheran. Slecht nieuws kwam vroeger per brief, vervolgens per telefoon en tegenwoordig per WhatsApp, of, zoals in het geval van Jason, in een messengerprogramma van Gmail. 'Hi' verschijnt er op mijn scherm. Een bericht van Jason. 'How are you?' Een volgende zin. 'Je stuurt een virus rond, geef me je inloggegevens, dan regel ik het voor je.' Spelfouten, slecht Engels. Dit kan Jason toch niet zijn?! Op mijn telefoon druk ik zijn nummer in. Een dode lijn. Een paar telefoontjes later wordt alles duidelijk. Jason is gearresteerd, iemand anders is de berichten aan het schrijven vanaf zijn account. Nu, meer dan 465 dagen later, ben ik vrij en zit Jason in de Evingevangenis, Teherans detentiecentrum, dat half onder de grond ligt.

Jason is nu een spion, volgens de autoriteiten, ik ben nog steeds correspondent. Ik heb geen nieuws van hem, zijn vrouw mag niet met me praten. Als ik door zijn straat rij, voel ik iedere keer een steek, al wordt het minder. In Iran kan een journalist veel, maar net zoals in landen als Rusland en China word je vaak gezien als een verlengstuk van het Westen. Jij moet wel een spion zijn', zeggen mensen vaak semi-grappend tegen me. Sinds Jason kan ik er niet meer om lachen. Ik kan nu wel van alles schrijven over wat hij gedaan zou hebben - want 'met 'zou' kan alles', zeggen journalisten die hun stukje snel af willen hebben - maar na al die tijd heb ik geen enkel bewijs gezien. Niemand niet, want alle rechtszaken waren achter gesloten deuren. Aan zijn artikelen kan het niet liggen, want Jason zag alles het liefst positief. Zijn droom was zijn moeder- en vaderland bijeen te brengen.

Iedereen tast in het duister over het waarom en kijkt uit voorzorg ook over de eigen schouder. Je weet maar nooit. Ik heb niets te verbergen, maar als het voor Big Brother vaststaat dat je verdacht bent, denk je over alles twee keer na. Waarom belt die man me nu? Als ik dit zo schrijf, wordt dat dat dan wel goed vertaald in het Farsi? Kan ik de Zweedse ambassadeur ontmoeten? Oké, alleen als het in een hotellobby is, dan is het in ieder geval een transparant onderonsje. Die onzekerheid, die vragen, die zijn funest voor het individu, maar geen probleem voor de staat. Die heeft immers alle antwoorden. En zo niet, dan maken ze die wel.

Ook in Nederland kan het woord 'privacy' opeens echt betekenis krijgen. Nooit heb ik me zo eenzaam gevoeld als toen een bevriende Nederlandse diplomaat me waarschuwde dat ik zelfs in eigen land op mijn telefoon wordt afgeluisterd. Persvrijheid is mooi, maar als je vaak in Iran komt, ben je hier verdacht. Daar sta je dan op vakantie in de Albert Heijn met je vrouw te bellen, omdat je vergeten bent wat je moest kopen. 'Genoteerd: Erdbrink is weer de melk vergeten!' wordt dan ergens geregistreerd. Onschuldig? Dat nare bericht van de huisarts over je aambeien horen ze ook. Net als het belletje van de zakenman die toch geld naar Iran wil overmaken. Jason had nooit gedacht dat hij zou worden gearresteerd. Hij maakte er soms grappen over. 'Als we allemaal in de gevangenis zitten, wordt het best gezellig', zei hij dan. Maar hij zit er helemaal alleen, en gezellig is het niet.

'Onze man in Teheran' is een veertiendaagse reportage uit Iran. Twitter: @thomaserdbrink

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden