"Ik speel nooit een rol"

Louis van Gaal (55) is begonnen aan zijn tweede seizoen als hoofdtrainer van voetbalclub AZ in Alkmaar. De man die alles 'altijd gewoon eerlijk' zegt over opvoeden, verdriet, Cruijff, zijn imago en - onvermijdelijk - de media....

Uw partner Truus heeft wel eens gezegd: 'Ik ben een betere tennisser dan Louis, maar kan nooit van hem winnen - omdat hij zo'n winnaarsmentaliteit heeft.'

'Nou... om nou te zeggen dat ze beter kan tennissen dan ik...'

Ik dacht al dat u zo'n soort antwoord zou geven.

'Ze heeft een betere stijl.' Geamuseerde blik: 'En dat verwart ze met beter kunnen tennissen. De technische kwaliteit van Truus is misschien groter, maar je hebt ook nog te maken met fysieke en mentale kwaliteiten. En die laatste twee exponenten...'

Bezit u in meerdere mate.

'Ja.' Hij lacht. Zijn eerste lach sinds het begin van het vraaggesprek.

Dat begint als volgt.

Louis van Gaal: 'Je kent de voorwaarden voor dit interview?'

Ik neem aan dat u het voor plaatsing wilt lezen.

'Niet alleen lezen. Ik wil er ook in kunnen wijzigen. Ik heb wel eens een stuk helemaal herschreven.'

Dat zou ik erg vervelend vinden, als u dat zou doen.

'Dat is het ook. Want daaraan heb ik heel veel werk.'

Stilte. De AZ-trainer kijkt naar buiten. Het blazen van de ventilator in zijn broeierige werkkamer klinkt ineens opvallend luid. Halverwege het interview:

U bent een wantrouwende man, hè?

'Helemaal niet. Denk je dat je zo'n gesprek met iedereen krijgt? Iemand die zoveel van zichzelf laat zien? Ik ben naïef. Dat zegt Truus wel honderd keer per jaar. Ik geloof in de mens. Ik ben een positivist. Ik ga ervan uit dat jij hiervan een mooi verhaal maakt. En als dat niet zo is, heb ik weer eens mijn neus gestoten. Zo ga ik door het leven.'

Tegen het einde van het interview zegt hij: 'Ik speel nooit een rol.'

U bent altijd uzelf?

'Je hebt de ware Louis van Gaal leren kennen. En je hebt al een paar keer gelachen.' Het bordje dat bij Ajax in zijn kantoor hing, is niet meeverhuisd naar zijn werkkamer bij voetbalclub AZ in Alkmaar. 'Kwaliteit is het uitsluiten van toeval', luidt de tekst - het blijft zijn voornaamste leidraad. Louis van Gaal, de man die alles onder controle wil houden.

Op voetbalgebied bereikte hij zijn hoogtepunt in 1995, toen Ajax won wat er te winnen viel. Sommige hogelijk gerespecteerde tegenstanders stonden verlamd op het veld tegenover de door hem gecreëerde voetbalmachine - ze dœrfden niet eens meer te spelen. Zijn dieptepunt kwam in 2001, als bondscoach van het Nederlands elftal. De jongens met wie hij grootse triomfen had gevierd bij Ajax, bleken in het buitenland rijke mannen te zijn geworden, vedetten, die zich niet meer wensten te onderwerpen aan de trainer en zijn dwingende systeem. Nederland werd uitgeschakeld in de voorronden. Van Gaal nam ontslag.

'Als je te veel moet corrigeren, word je een beul', zegt hij. 'Dat is niet goed. Het moet ook uit de spelers zelf komen. Maar het is de grootste teleurstelling in mijn carrière, vooral omdat het om jongens ging die ikzelf had opgeleid. Dat was moeilijk te verwerken.'

Hoe keek u naar Marco van Basten, het afgelopen WK? De verwachtingen waren huizenhoog.

'De verwachtingen in Nederland zijn altijd huizenhoog. Dat heeft met de media te maken: die hebben achter hem aangelopen. Nu is er ineens een omslag in de manier waarop hij wordt beoordeeld, maar dat is wel ná het echec. Dat vind ik te gemakkelijk. Men wist dat dit een onervaren coach was. Hij heeft verkeerde keuzen gemaakt. Maar ik denk ook dat de spelers niet de individuele kwaliteiten hadden om ver te komen. Hoewel we volgens mij verder hadden kunnen komen dan nu, omdat de loting erg gunstig was.'

Nou: de poule des doods werd die genoemd.

'Ja, dat is ook weer zoiets.'

Die poule des doods stelde niet zoveel voor?

'Nee, dat is er door de journalisten van gemaakt.'

Louis van Gaal zegt alles 'altijd gewoon eerlijk' en dat komt soms hard over, weet hijzelf. Zijn spelers worden opgevoed, onderwezen in de kleine en grote dingen des levens. Op ongepoetste schoenen lopen is er niet bij; fatsoenlijke omgangsvormen zijn een basisvoorwaarde. 'Iedereen hier weet waar de grenzen liggen.' Er is een wereld 'binnen de poort', de beschermde wereld rond het voetbalstadion waar zijn regels wetten zijn, en een - in zijn ogen - veel te tolerante wereld buiten de poort, waarop hij geen invloed heeft. 'Ik heb er een tijdje over gedaan om me daarbij neer te leggen, maar ik ben inmiddels wel zo ver. Vroeger kwam iemand die langs de file reed en dan even snel wilde invoegen er bij mij echt niet tussen, nu denk ik: ach, die man weet van zichzelf ook wel dat ie niet goed bezig is.' Binnen die poort zal de vroegere gymleraar altijd direct ingrijpen. 'Dat is een didactische leidraad. Ik laat nooit iets lopen. In principe heb ik mijn kinderen ook zo grootgebracht. Het is moeilijk, want het betekent dat je soms iets tegen je gevoel moet doen.'

Bijvoorbeeld?

'Ik heb mijn dochters toen ze jong waren wel eens terechtgewezen door ze een tik op de vingers te geven of ze met het hoofd onder de kraan te houden. Niemand durft te vertellen dat ze hun kind soms zo hebben aangepakt, ik wel. Mijn dochters kunnen zich dat nog goed herinneren, van dat hoofd onder de kraan. Niet dat ik dat graag deed, maar je moet ze leren dat er consequenties zijn verbonden aan bepaald gedrag. Aan kinderen van 1, 2, 3 jaar kun je niet alles uitleggen. Zo'n tik op de vingers is tegenwoordig uit den boze, maar ik zou willen dat het nog geregeld gebeurde.'

Hij komt uit een streng katholiek gezin, in Amsterdam-Oost - het granieten katholicisme van het noorden. Louis is de jongste van de negen kinderen: hij heeft vier zussen en vier broers boven zich. Zijn hardwerkende vader was hoofdvertegenwoordiger bij een oliemaatschappij. 's Ochtends tussen zeven en acht weg, 's avonds rond zevenen terug. Louis moest dan al naar bed. De kinderen hadden het 'heel goed', zegt Van Gaal. Ze woonden in een groot herenhuis, altijd keurig gekleed - nog steeds is pakkenman Van Gaal een van de zorgvuldigst geklede Nederlandse trainers - en alle aanhang was altijd welkom aan tafel.

Rond zijn zevende, achtste jaar begon Louis te beseffen dat zijn vader ernstig ziek was, een hartpatiënt. 'Elke dag gingen we naar de kerk om novenen te bidden.' Zijn vader overleed toen Louis 11 was; hij was net te laat in het ziekenhuis om nog afscheid te kunnen nemen. Zijn moeder bleef achter met zes kinderen; drie waren er al het huis uit. Ze organiseerde het huishouden strak, als een voetbalelftal: ieder kind zijn taak. Louis moest boodschappen doen en aardappels schillen. 'Moet je nagaan', zegt hij over zijn positie op de hiërarchische ladder in het gezin Van Gaal, 'aardappels schillen.'

De band tussen moeder en jongste zoon was zeer hecht. Zij bracht hem bij dat het in het bestaan draait om eerlijkheid, verantwoordelijkheidsgevoel, trouw, discipline, respect voor de ander. De waarden die hij later doorgaf aan zijn eigen kinderen en altijd heeft getracht over te brengen op zijn spelers - met wisselend succes. 'Mijn moeder was alles voor mij', zegt hij. Over zijn vader: 'Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik mijn vader echt heb gemist, omdat ik simpelweg nooit de gelegenheid heb gehad hem te leren kennen.'

Beschouwt u het ook achteraf niet als een gemis, dat u het zo jong zonder vader moest stellen?

'Zo ervaar ik dat niet. Dat is ook het leven. De dood hoort bij het leven.'

Kunt u dat zo rationaliseren?

'Om er nou elke dag bij stil te staan...' Fernanda, zegt hij, zijn eerste vrouw - die mist hij nog steeds. In 1969 leerden ze elkaar kennen, op de katholieke jeugdsoos. Hij was 18, zij 16. 'Dit is ze', wist hij meteen. Vraag hem niet waarom juist zij het was. 'Dat is een bepaalde uitstraling, een bepaalde oogopslag. Dat kun je niet omschrijven. Dan wordt het klinisch.' Ze waren twintig jaar getrouwd, ouders van twee dochters, toen bij haar kanker aan de lever en pancreas werd geconstateerd. Fernanda was kansloos, al wilden ze dat op dat moment geen van tweeën weten. Twee maanden na de diagnose overleed ze, januari 1994.

In zijn oogwit verschijnen rozige adertjes als hij over haar praat.

U bent de man die alles in de hand wil houden. En dan ben je machteloos en sta je ernaast terwijl je vrouw lijdt.

'Je bent niet machteloos, althans: ik dacht dat ik niet machteloos was. Omdat ik trainer was van Ajax gingen er voor mij deuren open die voor anderen gesloten bleven, van artsen, chirurgen. Maar door de inschakeling van mijn netwerk heeft ze meer geleden dan noodzakelijk was. Daar heb ik wel problemen mee gehad.'

Neemt u het zichzelf ook kwalijk?

'Dat niet. Het was een beslissing van ons beiden. Anderen kiezen ervoor om rustig thuis te sterven, wij hebben alles geprobeerd om haar te genezen. Het is net als met keuzen in de voetballerij. Achteraf is het heel gemakkelijk oordelen. Maar je moet je afvragen of die beslissing op dat moment te rechtvaardigen was. Het is wel verdrietig zoals het is gelopen - of welk woord je daarvoor ook wilt gebruiken.'

Onverwacht fel: 'Ik heb het rooms-katholieke geloof heel lang volgehouden. Ook toen ik al in België voetbalde, ging ik nog iedere week naar de kerk. Maar sinds het overlijden van Fernanda is mijn geloof helemaal weg. Door de manier waarop ze is gestorven. Dat was mensonwaardig. God moet ook respect hebben voor de mens.'

U bleef achter, met twee dochters. Terwijl u onder dat moment ook onder grote druk stond bij Ajax.

'Ach, ik sta nooit zo onder druk. Da's ook een kenmerk van mij. Ik heb heel veel zelfvertrouwen. Ik zet mezelf onder een grotere druk dan mijn omgeving ooit zou kunnen doen.'

Zijn dochters waren 15 en 18 toen zijn vrouw overleed. Moet ik zo verder gaan bij Ajax, of hebben mijn dochters recht op een vader die tegelijkertijd ook moeder is, vroeg hij zichzelf af. Hij besloot de keus aan zijn kinderen te laten. 'Mama zou willen dat u doorgaat op deze weg', zeiden ze. 'En wij ook. En wij kunnen dat.' Dan moeten we taken gaan verdelen, besloot Van Gaal, indachtig zijn moeder. 'Dus de ene deed de was en het strijken, de ander hield het huis schoon, het koken werd verdeeld en ik haalde de boodschappen.'

In hetzelfde jaar dat Fernanda overleed, leerde hij Truus Opmeer kennen, toen nog hoofd Evenementen bij Nationale-Nederlanden. Na een jaar gingen ze samenwonen. De oudste was toen al het huis uit. 'Voor mijn jongste dochter was het problematisch, dat ik een nieuwe relatie kreeg. "Ik wil zo graag dat u gelukkig wordt", zei ze, "maar ik heb het er zelf moeilijk mee." Dat vond ik mooi van haar. Dat ze er zelf problemen mee had, maar het mij zo gunde. Bij haar duurde dat verwerken langer dan bij mij en mijn oudste dochter.'

In hoeverre kun je zoiets verwerken?

'Je doet afbreuk aan jezelf als je dat niet zou doen. Ik denk nog vaak aan mijn overleden vrouw. Maar Truus is in mijn leven gekomen en ook daardoor heb ik de dood van Fernanda beter een plaats kunnen geven. Het leven staat niet stil. Ik had net tranen in mijn ogen - dat heb jij ook gezien. Maar dat maakt me niet zoveel uit; dat hoort bij mij. Ik huil soms ook om mijn spelers.'

U bent een rare mix van een heel emotionele man en een heel rationele man.

'Ik vind dat geen rare mix. Met mijn ratio kan ik mijn gevoelens verklaren. Terwijl ik huil, kan ik verklaren waarom ik huil. Ik schaam me er niet voor dat ik mijn emoties laat zien. Ik schaam me ook niet als ik kwaad word op iemand.'

Hoe kijkt u terug op dat akkefietje waarbij u tijdens een persconferentie tegen een journalist zei: 'Ben ik nou degene die zo slim is, of ben jij nou zo dom?'

'Vind ik een normale en terechte uitspraak. Ik vind dat ik dat heel goed deed. Alleen: ik mag de media niet tot de orde roepen, maar de media mogen wel Van Gaal tot de orde roepen. Dat is toch belachelijk? Dat slaat toch nergens op?'

Op het grote publiek maakt u soms een nurkse indruk.

'Dat heeft niets met de persoon Louis van Gaal te maken. Dat heeft te maken met het selectieve beeld dat de media van me tonen.'

U kunt daar toch niet alles op afschuiven? Toen ik binnenkwam keek u mij nogal argwanend aan. Ik ben dan misschien wel van de media...

'Ja.'

Maar u bent niet iemand die glimlachend zegt: kom gezellig binnen en wilt u misschien een kopje koffie.

'Nee, maar dat komt... dit is een noodzakelijk kwaad voor mij. Ik doe dit interview omdat mijn perschef dat vraagt. Moet ik dan allervriendelijkst zijn omdat ik allervriendelijkst moet overkomen?'

In het sociale verkeer kan het handig zijn om af en toe wat water bij de wijn te doen. Maar zo'n man bent u niet.

'Nee. Nee. Ik ben blij wanneer ik blij ben. Ik ben verdrietig wanneer ik verdrietig ben. En als ik een interview geef, geef ik een interview.'

Corrigeren uw familie en Truus u wel eens?

'Mijn broers en zusters zeggen soms iets, maar Truus probeert mij echt wel te corrigeren, ja. Vooral op het vlak van mijn presentatie. Daarin is ze natuurlijk sterk ontwikkeld, als pr-manager.'

Wat zegt ze dan tegen u?

'Ten eerste dat ik vaker moet lachen - wat jij ook al zei. Want dan kom ik veel vriendelijker over. Dan zeg ik: "Ik lach wanneer ik lach en ik huil wanneer ik huil en ik ga niet lachen omdat ik voor de tv kom." Truus zegt ook: je kunt bepaalde dingen op een andere manier zeggen. "Ja Truus, dat kan ook, maar zo bén ik niet.'' Nou ja, en ze levert commentaar als mijn haar verkeerd zit. Als ik mijn scheiding te hoog of te laag heb. En als ik grammaticale fouten maak - daar is ze ook heel scherp op.'

Hij bromt wat in zichzelf.

Dan: 'Tien jaar, vijftien jaar geleden werd er overal geschreven dat ik mediatraining had gekregen, omdat het al een tijdje rustig was om me heen. Even later gebeurde er weer wat en toen moesten de journalisten erkennen: Louis van Gaal had géén mediatraining gehad.'

U had helemaal geen mediatraining gehad?

'Nee, natuurlijk niet!'

Terwijl u degene was die die training invoerde bij Ajax, voor de spelers.

'Vind ik nog steeds terecht.'

Maar voor uzelf hoefde het niet?

'Nee, ik vond dat ik erg goed met de media omging. Ik ga er nog steeds erg goed mee om, trouwens.'

U heeft niet veel fiducie in de journalistiek, hÅ?

'Nee, daar heb ik helemaal niks mee. Ook in Nederland spelen bij de media belangen die voortkomen uit affiniteit met bepaalde personen een rol.'

Affiniteit met Cruijff, bijvoorbeeld.

'Ja, daar schrijft men ook naar.'

Over Cruijff en de manier waarop hij achter de schermen invloed uitoefent, heeft de pers een paar pittige analyses geschreven, na het afgelopen WK.

'Ja, maar goed: dat had al twee jaar eerder gemoeten. Achteraf is het weer allemaal gemakkelijk. Maar twee jaar geleden was het precies hetzelfde met Cruijff. En tien jaar geleden ook.'

In welk opzicht?

'In elk opzicht.'

Hij schiet er zelf van in de lach. 'In élk opzicht. De Cruijff van tien jaar geleden is dezelfde als die hij nu is. Met dezelfde macht en hetzelfde netwerk als tien jaar geleden.'

Waaraan stoort u zich bij Cruijff?

'Mij stoort Cruijff helemaal niet. Mij stoort meer dat wanneer deze man iets roept, iedereen maar aanneemt dat het ook zo is. Hij reageerde niet anders dan anders, het afgelopen WK, maar door zijn betrokkenheid bij Van Basten kwam zijn karakter nog duidelijker naar buiten.'

Over uw periode als bondscoach en de selectie waarover u beschikte zei Cruijff afgelopen zomer: 'De enigste die volgens iedereen het maximale had rond 2000 was Van Gaal en in 2002 werd het niks.' Wat vindt u van zo'n opmerking?

'Die is net zoveel waard als zijn opmerking dat minister Verdonk schuldig is aan de uitschakeling van Nederland. Maar hij komt ermee weg.'

Komt hij gemakkelijker weg dan u?

'Dat is een retorische vraag.'

Hij weet de media handig te bespelen.

'Dat bestrijd ik. Die ruimte wordt hem geboden - daar heeft het mee te maken. Voor Van Basten geldt precies hetzelfde. Die ruimte heeft zijn voorganger Dick Advocaat nooit gehad.'

Waarom krijgt de een die ruimte wel en de ander niet?

'Dick Advocaat was geen topvoetballer en dat waren Cruijff en Van Basten wel. Dat is ook de reden waarom Van Basten is benoemd. Dus in wezen op oneigenlijke gronden.'

Uw droom is om nog een keer bondscoach te zijn, van een buitenlandse ploeg - daarom gaat u door tot uw zestigste. Hoopt u daarmee revanche te nemen op het WK van 2002?

'Ik zie niet in hoe je revanche zou kunnen nemen. In sport kun je winnen en verliezen. Toen heb ik op een ongelooflijke manier verloren.'

Wie zijn uw grote voorbeelden?

'Mijn eerste idool was Ajacied Henk Groot, daarna kwam JF Kennedy en vervolgens Rinus Michels. In Kennedy ben ik hevig teleurgesteld geraakt. Toen ik nog jong was zag ik dat niet in, maar hij heeft veel uit eigenbelang gedaan, en niet zozeer in het belang van de VS en de wereld. Bovendien had ie allerlei buitenechtelijke relaties. Daar ben ik ook geen voorstander van.'

En Henk Groot?

'Henk Groot was een begenadigde speler met een fantastische koptechniek. En ik was ook een technische speler met een geweldige koptechniek.'

Dat zegt u gewoon over uzelf: ik had een geweldige koptechniek.

'Ja, had ik ook. Het is gewoon zo, dus eh... Ik kan erg goed beoordelen wat ik wel en niet goed kan.'

Van Gaal zwaait hartelijk, naar een ouder stel op de fiets dat nieuwsgierig zijn kantoor binnenkijkt. 'Kijk eens hoe aardig die mensen allemaal zijn? Die vinden het prachtig als ik even terugzwaai, en dat doe ik dan.'

U zet zich erg in voor het goede doel. Het verhaal gaat dat u het geld dat u verdient met bijvoorbeeld de televisiereclame voor Mediamarkt ook wegschenkt.

'Het gaat niemand wat aan wat ik doe met dat geld. Daar zal ik nooit antwoord op geven.'

Genoeg anderen zouden daar mooie sier mee maken.

'Dan heb je een ander belang. Als ik zoiets doe, doe ik het voor het goede doel. Alleen daarvoor. Niet voor mijn imago. Maar dat spotje voor Mediamarkt zegt wel iets over de waardering die er in Nederland bestaat voor de uitspraken die ik deed tijdens mijn botsingen met journalisten. Al die spreuken worden nu gebruikt in die reclame. Dat vind ik geweldig. Een compliment. Ook omdat ik weet dat ik op die momenten in mijn recht stond.'

Het gesprek komt op een krantenfoto van Wouter Bos, waarop te zien is hoe hij demonstratief zijn stropdas lostrekt nadat hij op audiëntie is geweest bij de koningin. Ach, zegt Van Gaal: 'Wouter Bos speelt een rolletje.'

Op wie stemt u?

'Op Balkenende. Die speelt geen rol. Hij weet inhoudelijk wat ie wil. En volgens mij gaan we in Nederland economisch de goede kant op.'

Denkt u wel eens: Balkenende wordt net zo onterecht behandeld door de pers als ik?

'Nee hoor. Jij stelt die vragen, maar voor mij is het helemaal geen teer punt.'

Later: 'Ik ben anders dan ik word geregistreerd. Dat vind ik wel jammer.' Denkt u nou nooit: daar ben ik zelf ook een beetje schuldig aan?

'Tuurlijk ben ik daar ook schuldig aan. Het was gemakkelijker geweest als ik een rol had gespeeld. Als ik het nog een keer zou kunnen overdoen, denk ik dat ik het anders zou doen. Hoewel ik niet weet of ik het zou kunnen opbrengen.'

Ja?

'Ik had mijn leven wat gemakkelijker gemaakt als ik wat minder snedig zou zijn geweest, wat meer om de zaak zou hebben heengedraaid, vaker een glimlach op mijn gezicht had getoverd.'

Dan had u een katholiek uit het milde zuiden moeten zijn.

'Ja, zo is het wel.'

Hartelijke lach.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden