Column

Ik sloddervos me door de dagen heen

Haast

 

Iga naar bed, ik sta op. De ene handeling ontkent de andere. Zo gaan de dagen voorbij, in bevestiging en in ontkenning. Zo gaan de scheepjes voorbij, alle zeilen bijgezet. Ik sloddervos me door de dagen heen, weet van geen ophouden. Ik kom iets tegen, neem er afscheid van. Laat de woorden voorthuppelen, aangespoord door ons, acteurs op het schouwtoneel van het leven!

De laatste zin, in haast geschreven, bijna zonder er bij na te denken, brengt me Hamlet voor de geest, die zijn aanwijzingen aan de toneelspelers geeft. Ik citeer uit Burgersdijks De werken van William Shakespeare (Uitg. Sijthoff, 1873) : 'Wees ook niet te mat, maar laat uw eigen oordeel uw leidsman zijn; regel uw gebaar naar het woord, uw woord naar het gebaar, en houd daarbij bijzonder in het oog, dat gij de gematigheid der natuur niet overschrijdt.

'Want alle overdrijving is tegen de bedoeling van het schouwtoneel, welks strekking, van oudsher tot nu, was en is, aan de natuur als het ware een spiegel voor te houden, aan de deugd haar eigen trekken, aan de verworpenheid haar eigen beeld te toonen, en aan elke eeuw, zooals die in persoon en zeden leeft, haar gedaante en afdruk.

'Wordt dit overdreven of niet bereikt, dan moge het de onkundigen doen lachen, de verstandigen moet het verdrieten, en het oordeel van de laatsten alleen moet naar uw schatting zwaarder wegen dan een schouwburgvol der anderen.

'O er zijn spelers die ik heb zien spelen en van andere heb hooren prijzen, en zelfs zeer hoog, die, - het zij zonder heiligschennis gezegd, - noch in taal op een christenmensch gelijkend, noch in gang op een christen, heiden of eenig mensch, zoo vervaarlijk stapten en zoo bulkten, dat ik dacht, dat de een of ander opperman der Natuur menschen had willen maken en ze verknoeid had; zoo afschuwelijk bootsten zij de menschheid na.'

Het voorschrift van Old Will geldt niet alleen voor toneelspelers, maar ook voor schrijvers. Je kunt beter voorzichtig naar woorden tasten, dan het steigerende bezweete paard in je loslaten en een stroom van woorden voorthinniken. Dat lukt niet altijd, zoals de vorige zin bewijst. Maar ik heb haast, de dood die ik op de hielen zit, is mijn ijkpunt, en ik wil nog zoveel. Er zijn nog zoveel woorden die ik niet heb geschreven, zoveel gedichten en verhalen.

Onlangs ben ik een experimenteel verhaal begonnen. Ik verschafte er enige uitleg bij, vooral aan mezelf: 'Er is geen begin en geen einde. Hij was altijd in het midden. Dat wil zeggen dat hij nergens was, niet veraf en niet dichtbij. In den beginne was het woord, maar daarvoor was er een ander woord.

Eens schreef hij dat woorden geen einde namen. Taal kent de tijd niet. Zo verzekerde hij zich ongemerkt van iets waar hij niet op uit was: de eeuwigheid. Eeuwigheid kent geen tijd. Kop en staart zijn losmakelijk verbonden. Paradox die waargemaakt moet worden, op zichzelf een paradoxaal streven. En hoe in de buurt te komen? Gewoon maar doelloos schrijven, met de nadruk op het woord doelloos?

'Het ene woord haalt het andere uit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.