'Ik sla de bladzijde om en begin opnieuw'

'Onno-gate' en zijn daaropvolgende huwelijkscrisis zijn toch al weer twee jaar geleden, en alleen de buitenwacht vraagt er nog telkens naar. Onno Hoes (55), ex-burgemeester, is er he-le-maal niet meer mee bezig. Hij kijkt nooit achterom, alleen maar vooruit. Hoes is dan ook 'een rasoptimist'.

Onno Hoes. Beeld Anne Claire de Breij

en jaar geleden stond Onno Hoes op de Noordkaap aan de Barentszee, het noordelijkste punt van het Europese continent. Hij was er in zijn eentje naartoe gereden en begon zo aan een vier weken durende rondreis, 'om eens even het hoofd leeg te krijgen' - na het crisisjaar, al zou Hoes (55) dat zelf nooit zo omschrijven.

Monter: 'Ik had daar niemand om mee te praten. Ik moest alles zelf doen. En, en dat was het fijne, gedurende die vier weken kwamen er allerlei onderwerpen naar boven waar ik op kon kauwen: wat ik gedaan heb, wie ik ben, op wie van mijn ouders ik lijk, wat ik nog wil.'

Was nadenken het doel van uw reis?
'Ja. Niets dramatisch hoor, het ging op een leuke, ontspannen manier. Omdat ik alleen was, hoefde ik aan niemand verantwoording af te leggen. Niemand vroeg: en, Onno, heb je al conclusies getrokken? Rust, dat was belangrijk. Ik zocht rust.'

En hoe beviel dat?
'Het was óntzettend fijn.'

Niet ook een beetje saai?
'Helemaal niet. Ik ben sowieso van mezelf niet saai. Ik geniet van alles om me heen. In een week reed ik naar de Noordkaap. Als je daar staat, voelt het alsof je aan het einde van de wereld bent, alsof de wereld plat is en je eraf valt als je een stap verder zet. Het wordt kaler en kaler en ineens sta je aan het einde. Een ontspannen gevoel. Ja. Daar sta ik nou.'

(Tekst gaat verder onder foto).

Onno Hoes. Beeld anp

U stond daar en dacht: daar sta ik nou. En...
Meteen: 'Ik voelde me vrij! Ik was één met de natuur. Ik vroeg mezelf: Onno, wie ben je nou? Ik moest terug naar de kern. Toen ik terugkwam was ik helemaal opgeladen. Ik dacht: kom maar op met die nieuwe baan.'

Dat klinkt alsof u met niet al te veel moeite weer opkrabbelde na uw crisisjaar.
'Eh, nou, er waren ook perioden dat ik om 10 uur wakker werd en dacht: ik zou nog wel een uurtje kunnen blijven liggen. Perioden dat ik als een soort zombie leefde. Dan ging ik op de bank zitten, zette ik Netflix aan en voor ik het wist was het etenstijd. Ik las geen kranten, keek geen Nieuwsuur, meed alles wat met nieuws en publiciteit te maken had. Ik moest mezelf dwingen onder de mensen te komen.'

Hij heeft één voorwaarde, laat hij per e-mail voorafgaand aan het interview weten. 'Dat we niet expliciet over PowNed spreken, wel over hoe je als mens midden in een crisis staat en er ook uitkomt.'

Voor hem is wat 'Onnogate' is gaan heten namelijk alweer 'heel lang geleden'.

In de rechtszaak tegen PowNed, die nog steeds loopt, kreeg Hoes in het tussenvonnis gelijk: de omroep had de beelden die door Robbie Hasselt stiekem werden gemaakt tijdens een afspraakje met de burgemeester nooit mogen uitzenden.

Maar dat hij met deze Hasselt ook screenshots van zijn burgemeestersagenda deelde, dat hij hem privéberichten stuurde vanaf zijn burgemeestersaccount op Twitter, en dat het de tweede keer was dat hij vanwege een openbaar geworden privéafspraakje in opspraak raakte, leidde tot crisisoverleg in de Maastrichtse gemeenteraad, en uiteindelijk tot het aftreden van Hoes, die zijn functie in december 2014 ter beschikking stelde. Hij bleef daarna nog een half jaar aan, tot een opvolger was gevonden.

Het onvrijwillige aftreden was de laatste in een reeks ingrijpende gebeurtenissen die Hoes in de afgelopen zes jaar te verwerken kreeg: de dood van zijn beide ouders, de zelfgekozen dood van zijn zwager, acteur Antonie Kamerling, en de scheiding van zijn man, presentator en theaterproducent Albert Verlinde, na een relatie die 22 jaar had geduurd. Het heeft Hoes niet zichtbaar aan het wankelen gebracht, maar hij is dan ook een 'rasoptimist', zoals hij tijdens het gesprek een paar keer zal herhalen.

Onno Hoes. Beeld Anne Claire de Breij

Een opgewekte Hoes in vrijetijdskleding opent de poort van de woonboerderij (zwembad, paardenstal) in Cromvoirt, gemeente Vught, die hij ooit met Verlinde kocht. Het huis hielden ze aan. 'We zitten er om beurten, soms samen. Het is een huis waar we veel hebben meegemaakt. We hebben hier het overlijden van Antonie met elkaar verwerkt - mijn zus Isa kwam hier die avond met de kinderen naartoe. We hebben hier gerouwd om mijn ouders. We hebben hier mooie feesten gevierd. Het is een plek waar we moeilijk afstand van kunnen doen.'

En het voelt niet raar, de foto's van u en Albert samen aan de muur, het bord met 'Albert & Onno' naast de voordeur?
'Ik dacht al, toen ik je net binnenliet: dat wordt vást een vraag. Alles is zo'n beetje blijven hangen. En dat is eigenlijk wel mooi, vind ik. Als je zo lang samen bent geweest, is het toch mooi als je goede vrienden blijft? Waarom moet dat zo'n ding zijn? Wij vinden het fijn zo.'

Het is 'gelopen zoals het gelopen is', zegt Hoes, wederom monter. 'Albert woonde nu eenmaal niet in Maastricht. De bedoeling was dat we elkaar in het weekeinde hier zouden zien, maar ik werd opgeslokt door het werk. De verjaardagen van 100-jarigen worden vaak in het weekend gevierd, de 60-jarige huwelijksfeesten zijn in het weekend, het jubileum van de harmonie. We hadden te weinig qualitytime samen. Maar we hebben geweldig mooie jaren gehad.'

Hoe vaak moest u als burgemeester naar een 60-jarig huwelijk?
'Je moest eens weten. Inhoudelijk gaat het nergens over, maar je bent dan echt burgervader, je kunt op die manier even heel laagdrempelig zijn. Het is grappig hoor, die mensen hebben nog nooit een burgemeester gezien.'

Hoes staat op. 'Ik pak de koffie ondertussen. Ja!'
De koekoeksklok laat weten dat het 11 uur is. Na twee minuten is Hoes er weer, met een kop koffie, die hij neerzet op de salontafel van twee bij anderhalve meter, bezaaid met foto- en kunstboeken: Jeroen Bosch, het Brabants landschap. 'Het is geen snel koffiezetapparaat', stelt hij vast. Daarna: 'Je hebt goeie voorgesprekken gehad, geloof ik, hè?'

Hoes heeft op verzoek drie nummers verstrekt: die van zijn zus Isa, actrice, zijn goede vriend Joan Thierry, gepensioneerd headhunter, en zijn voormalig woordvoerder, Inge Dovermann. 'Want ik heb met hen weer nagesprekken gehad, natuurlijk, haha! Het waren drie heel verschillende mensen, hè? Ik vond dat leuk; dan krijg je een beetje een beeld. En voor de rest googelen jullie natuurlijk van alles bij elkaar.'

Hoes, vanuit de deuropening: 'De dingen die je voor mijn necrologie straks ook nodig hebt, zeker. Hahaha!' Hij loopt naar de keuken om de andere kop koffie te halen.

Tijdens zijn rondreis door Scandinavië dacht Hoes, zo zegt hij, na over zijn Joodse moeder, Emma de Winter, en zijn vader, de katholieke Ton Hoes uit Sint-Michielsgestel. Samen bestierden ze de textielgroothandel die van moederskant al generaties in de familie was, beiden waren zeer actief in de VVD.

'Mijn ouders wilden niet afhankelijk zijn van de overheid of van anderen, een direct gevolg van de oorlog. Want wie kun je, als het erop aankomt, vertrouwen? Tegelijkertijd wilden ze anderen helpen voor zichzelf te kunnen zorgen. Het is die gedachte die ze bij de VVD bracht. Ik vind het moeilijk als mensen de VVD afschilderen als individualistisch. Nee, het gaat erom dat je ánderen zelfredzaam maakt.'

Werd er thuis over de oorlog gesproken?
'Niet echt. Het was een laag die overal onder lag. Mijn moeder was 15 toen de oorlog uitbrak. Ze heeft jarenlang ondergedoken gezeten op allerlei adressen in Amsterdam, gescheiden van haar familie, het bedrijf van haar ouders is leeggeroofd. Haar verhaal heeft ze uiteindelijk, ergens halverwege de jaren negentig, verteld aan de Shoah Foundation (een project van Steven Spielberg, op wiens initiatief ruim 52 duizend oorlogsgetuigenissen op video werden opgenomen, red.). De video heeft ze ons laten zien. Dat was moeilijk, want zo gedetailleerd had ze haar verhaal ons nooit willen vertellen.'

U nam het textielbedrijf van uw ouders over. Op uw 40ste verkocht u het. Vond u dat moeilijk?
'Nee, daar was ik nuchter in, en mijn ouders ook. Ze vonden dat ik mijn eigen keuze moest maken. Ik was al vanaf mijn 30ste gemeenteraadslid. Toen ik de kans kreeg het bedrijf te verkopen, heb ik dat gedaan. Een gok, want in feite was ik werkloos. Als je zoiets doet, moet je over een enorm geloof in jezelf beschikken. Maar drie maanden later was ik gedeputeerde in Noord-Brabant.'

Hoe belangrijk is uw Joods-zijn voor u?
'Steeds belangrijker. Ik ben in Den Bosch een aantal jaar voorzitter van het Genootschap Nederland-Israël geweest, van 2010 tot 2014 was ik voorzitter van het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israël, red.), een belangenorganisatie voor alles wat met Israël en het Jodendom te maken heeft. Israël is een staat die respect verdient, een staat waar Joden zich veilig en thuis kunnen voelen. Het land heeft een grote plek in mijn hart.'

CV

5 juni 1961 Geboren in Leiden, opgegroeid in Den Bosch
1980-1984 Studie commerciële economie aan de heao in Eindhoven
1984-2001 Agent en importeur in textielgroothandel Hoes en De Winter van 1812, eigenaar vanaf 1989
1992-2003 Lid Provinciale Staten van Noord-Brabant
1993-1998 Lid van de gemeenteraad in Den Bosch namens de VVD, vier jaar fractievoorzitter
2001-2010 Gedeputeerde in Noord-Brabant
2010-2015 Voorzitter CIDI
2010-2015 Burgemeester Maastricht
April 2016-heden Bestuurlijk adviseur bij het COA

Wanneer bent u zich actief in het Jodendom gaan verdiepen?
'We waren thuis niet belijdend. Ik merkte als jongetje in de jaren zestig dat we bijzonder werden gevonden, want veel Joodse kinderen waren er niet meer in Den Bosch. Thuis vierden we gewoon Kerst. Mijn moeder was niet zo met haar Joods-zijn bezig. Ze is met een katholieke man getrouwd, heeft haar hart gevolgd.'

Waren uw ouders ruimdenkende mensen?
'Ja, niets was onbespreekbaar. Mijn homoseksualiteit was vooral voor mezelf een dingetje. Ik vond de jongens in de klas leuker dan de meisjes, maar dat daar het woord 'homo' bij hoorde, wist ik niet. Op televisie had je één bekende homoseksueel, Albert Mol, en dat was wel een heel uitgesproken figuur, vond ik, met hem voelde ik me niet verwant. Dat ben ik niet, dacht ik, maar wat ben ik dan wel? Toen ik het thuis vertelde was ik 21. Mijn ouders vonden het erg dat ik er zo lang mee had rondgelopen.'

Zodra het kon bent u getrouwd. Waarom?
'Albert en ik waren al negen jaar samen. Voor ons ging het om de symboliek, we wilden laten zien: wij zijn niet anders dan jullie.'

Heeft u ooit een kinderwens gehad?
'Ja. Toen de openstelling van het huwelijk werd veranderd, veranderde ook de adoptiewet. Wij waren 40. In de adoptiewet staat dat er maximaal 40 jaar leeftijdsverschil mag zijn tussen adoptieouder en kind. Bij ons moest de procedure, die een paar jaar duurt, nog beginnen. We kwamen op een wachtlijst, de Raad voor de Kinderbescherming kwam hier om ons te beoordelen. Ze zeiden: 'U woont hier mooi, maar is het huis niet een beetje te groot?''

Te groot?
'Het kind zou kwijt kunnen raken, het zou de bindingsangst kunnen versterken, dat soort discussies. Uiteindelijk kregen we toestemming en konden we ons inschrijven bij een bureau. Als homo kun je alleen kinderen uit de Verenigde Staten adopteren, maar ook daar werd de wetgeving steeds strenger, en wij steeds ouder. Op een gegeven moment liepen we tegen de 44, wat betekende dat ons adoptiekind minstens 4 zou moeten zijn. Op die leeftijd zijn er misschien al trauma's, de kans werd groter dat we zo'n kindje niet gelukkig zouden kunnen maken. We besloten de stekker eruit te trekken. Een moeilijk besluit, voor ons allebei.'

Wat heeft in de laatste zes jaar de grootste impact op u gehad?
'Het overlijden van mijn moeder. Als ik alle franje laat vallen, is dat het. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik aan haar denk. Ook omdat ik vind dat ik haar te weinig aandacht heb gegeven. Mijn moeder ging dementeren, een vreselijke ziekte, waarbij iemand langzaam van je wegglijdt, het leven uit. Iedereen zag het, maar ik wou het niet zien. Ik heb het ontkend tot dat echt niet meer kon. Ik had meer met haar willen praten, maar toen ik me dat realiseerde, was het te laat.'

U neemt het zichzelf kwalijk.
'Daar schiet je allemaal niks mee op. Ik moet er vrede mee hebben. Neemt niet weg dat ik het jammer vind, omdat... Nou, gewoon. Jammer.'

Wat had u haar nog willen vragen?
'De oorlog was een breuk in haar leven. Natuurlijk heeft ze ons daarvan iets meegegeven. Daar had ik het met haar over willen hebben. Nu zijn er alleen de beelden van het Spielberg-project. Ik was op een boekpresentatie in Kamp Vught, of all places. Er werd op een groot scherm een filmpje vertoond. Daarin zag ik, onverwacht, ineens mijn moeder op een draaimolen, een meisje met een blij gezicht. Die onbevangenheid, wat was daar in 1945 van over? Hoe heeft het haar getekend? Dat had ik zo graag geweten.' Stilte.

'Ik ben een moederskindje. Als ik de foto's terugzie van vroeger, zie ik een jongetje dat altijd tegen zijn moeder aankroop. Ik heb er nog steeds veel verdriet van. Nu ook, terwijl ik erover praat.'

Dan, ineens weer opgewekt: 'En nu komen er weer héle mooie nieuwe dingen aan. Ik ben blij dat ik mezelf na vorig jaar hervonden heb. Want het was intens, hoor. Tot voor kort schrok ik van het geluid van de telefoon: o jee, wie belt er nú weer, wat voor gezeik gaan we nu weer krijgen? Een soort van trauma. Niet de morele oordelen waren het zwaarst, maar de enorme publicitaire druk. Die verscheurde. En die druk was op mij het grootst. Ik moest blijven staan, als een rots in de branding - daar heb ik vanuit de gemeente gelukkig veel respect voor gekregen. Nadat ik mijn aftreden bekend had gemaakt ben ik nog een half jaar aangebleven. De grote klap kwam eigenlijk daarna. Na Scandinavië.'

U viel in een gat.
'Ja. Alles en iedereen ging gewoon door. Iedereen ging werken, behalve ik, zo voelde dat. Op dinsdagochtend, het moment van de wekelijkse collegevergaderingen, ging ik de deur niet uit. Ik hoorde dáár te zitten, en ik zat er niet.'

Hoe kwam u dat gat weer uit?
'Daar heb ik professionele hulp bij gehad, daar schaam ik me niet voor. Sporten hielp ook. Drie keer in de week met een personal trainer, daarnaast hardlopen.'

Bent u blij dat uw ouders uw aftreden niet meer hebben meegemaakt?
'Dat was natuurlijk fijn. Al waren mijn ouders niet van de morele oordelen. En dat zit er bij mij ook diep in. Tegen al die oordelaars wilde ik zeggen: kijk eens naar jezelf. Na het nieuws over mij zag ik in een reclameblok een commercial voor de zoveelste datingsite. Hallo, dacht ik, half Nederland is met dit soort dingen bezig.'

De Telegraaf publiceerde een serie artikelen over u, waarin onder meer profielfoto's die u voor een dating-app gebruikte, groot werden afgedrukt.
'Zoooo. Ik denk dat er in twee weken tijd zes keer een fullcolourpagina in die krant stond, op de Privé-pagina. Dodelijk.'

Onno Hoes. Beeld Anne Claire de Breij

Las u alles over uzelf, ook op sociale media?
'Ik heb veel gelezen, omdat ik me wil verantwoorden. Maar dit sloeg nergens meer op, zo ver als het ging. En wat moest ik verantwoorden? Het ging om mijn privéleven.'

U deed een paar dingen waardoor uw tegenstanders konden zeggen dat uw professionaliteit in het geding was: u deelde via Whatsapp foto's van uw werkkamer, screenshots van uw agenda, u stuurde privéberichten van uw zakelijke Twitteraccount.
'Het is onschuldig. Wat maken die paar pagina's agenda uit, als die agenda toch al openbaar is? Er is iets van gemaakt wat het niet was.'

Volgens uw critici maakte u zich chantabel.
'Dat is niet zo. Ik ben nooit gechanteerd. En de ene keer dat iemand geprobeerd heeft om mij te chanteren heb ik daarvan meteen aangifte gedaan.'

U moet uzelf toch vast ook verwijten hebben gemaakt.
'Daar wil ik niet meer op ingaan. Klaar. Klaar is klaar.'

Hielp het dat u een ex-partner heeft die alles weet van de showbizzjournalistiek waar u nu zelf het onderwerp van was?
'Na al die jaren weet ik daar zelf ook alles van. En toch is het anders als je er zelf het slachtoffer van wordt. Voor Albert is er ook wat veranderd: hij realiseert zich beter wat de effecten zijn van dit soort journalistiek op iemands leven. Ik denk dat hij in zijn werk voor RTL Boulevard terughoudender is geworden. Je zou het een soort loutering kunnen noemen.'

Heeft homofobie in die hele affaire een rol gespeeld?
'Daar wil ik liever niet al te veel over nadenken. Het kan. Maar ik wil vooruitkijken. De zon schijnt, af en toe.'

Uw zus Isa zei: Onno is na die periode eerlijker en oprechter geworden. Minder op de buitenkant gericht.
Zucht. 'Ik denk dat zij, en meer mensen die mij goed kennen, vonden dat ik te ver van mezelf was afgedreven.'

Van huis uit ging het veel om de buitenkant, zei Isa. Voor uw ouders moest het plaatje altijd kloppen.
'Mijn ouders waren erg met uiterlijk bezig, dat klopt. Het zou kunnen dat dat voor mij ook gold. Het laatste jaar ben ik meer gaan léven, iets wat in de jaren daarvoor nauwelijks kon. Natuurlijk heeft Isa een punt. Als je een openbare functie bekleedt, lever je iets van jezelf in.'

(Tekst gaat verder onder foto).

Onno Hoes neemt na een bijzondere raadsvergadering afscheid als burgemeester van Maastricht. Beeld anp

U zei dat u te goed van vertrouwen bent geweest. Bent u nu achterdochtiger?
'Natuurlijk heb ik antennes ontwikkeld. Maar ik blijf een spontane man.'

Heeft u nog weleens een afspraakje?
'Dat vind ik te privé. Ik leef gewoon.'

Ook heeft u laten doorschemeren dat u best wel weer burgemeester zou willen worden.
'Ik sluit het niet meer uit. Maar dan moet het wel een gemeente zijn waarmee het klikt.'

Zoals Haarlem.
'Het kan iedere gemeente zijn waarmee het klikt.'

U solliciteerde in Haarlem, maar u werd het niet. Toch?
'De procedure is besloten, zo is het nu eenmaal. Ik zou ook liever willen dat alles openbaar is, maar uit respect voor het huidige systeem zeg ik niet waar ik op gesolliciteerd heb.'

Uw vriend Joan Thierry zei: hij is de beste burgemeester die Haarlem nooit gehad heeft.
'Hahaha. Ja, hij woont daar in de buurt, hè? Hij heeft er kijk op.'

Wat hij ook zei, was: misschien moet Onno maar geen politicus meer willen zijn, maar een baan in het bedrijfsleven zoeken.
'Ik denk zelf ook na over die vraag. Zwart-wit gezegd: zoek ik een functie waaraan ik me moet aanpassen, of zoek ik een functie die zich aan míj aanpast? Er zijn nogal wat mensen, onder wie Joan en Isa, die vinden dat de functie van burgemeester mij te veel in een keurslijf dwong.'

Wat ziet u als uw grootste mislukking?
'Mislukking? Wat een raar woord. Dat weet ik eigenlijk niet zo. Ik denk niet zo in mislukkingen. Dat komt door mijn vader. Als er bij hem dingen niet goed gingen, bleef hij maar malen. Ik sla de bladzijde om en begin opnieuw.'

Er zijn toch wel dingen die u graag anders had zien gaan?
'Veel mensen ontkennen zichzelf, ik doe dat niet. Ik ben een rasoptimist, zelfs in de diepste ellende zie ik mogelijkheden.'

Trekt de functie van burgemeester u vanwege het aanzien?
'Ik werk liever voor dan achter de schermen. Als burgemeester ben je het middelpunt van een kolkende besluitvormingsmachinerie. Dat heb ik altijd heel fijn gevonden. Het kriebelt dus, al heb ik op dit moment een leuke functie bij het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, red.) als bestuurlijk adviseur.'

Ik heb het idee dat een functie op de achtergrond niet genoeg voor u is.
'Dat weet ik niet.'

Kreeg u na uw aftreden steun vanuit de VVD?
'Ze zijn allemaal om me heen blijven staan. Mark Rutte was een van de eersten die belde. Hij maakte meteen een afspraak om samen te gaan eten.'

Sprak hij met u over het ontstaan van de crisis en uw eigen aandeel daarin?
'Nee, helemaal niet. Journalisten, dat zijn de enigen die daarmee bezig zijn. Dat is frappant, hoor. Zolang als ik er nu over praat, praat ik er nooit over. Het verbaast me dat jullie - ik zeg maar even jullie - er nog zo mee bezig zijn. Hou erover op. Het is zó lang geleden. Wat is er het nut van om alles steeds weer naar boven te halen? Pfff, jóngens, hallo. Tijdens dit gesprek heb ik eigenlijk hartstikke spijt dat ik ja heb gezegd. Dan denk ik: waarom, Onno? Wat ik hoop, is dat uit dit artikel spreekt dat een crisis overkomelijk is; dat dat grenzeloze optimisme van mij, dat dat mensen aanspreekt. Maar dat terugkijken en analyseren? Waarom, waarom, waarom? Je doet alsof het gisteren was, maar het is twee jaar geleden.'

Twee jaar is toch niet héél lang geleden?
'Nou, toen hadden we bij wijze van spreken nog nooit van Donald Trump gehoord. In twee jaar verandert er een hoop, hoor. Het was een persoonlijk drama, maar ik ben niet dood en ik heb geen enge ziekte. Gewoon doorgaan dus, zou ik zeggen, terugkijken doe je maar als je in het bejaardentehuis zit. Nooit blijven hangen. Dóór.'

Archieffoto van Onno Hoes, Albert Verlinde en Mark Rutte. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden