‘Ik schijn altijd iets te doen dat mensen afschrikt’

De producer Jerry Williams – Swamp Dogg – maakte als zanger begin jaren zeventig naam met Total Destruction To Your Mind....

‘Kom laten we een stukje gaan rijden, ik moet nog wat rekeningen betalen, en praten kunnen we onderweg ook.’ Het is geen vraag maar een mededeling. Jerry Williams (65), ‘noem me maar Swamp hoor’, zat net een half uurtje achter zijn bureau in de werkkamer vlak naast de deur van zijn vrijstaande huis in de ‘betere maar niet duurste’ kant van Northridge, Californië. Zijn eerste jaren in de muziekbusiness zijn dan al de revue gepasseerd. Op zijn twaalfde nam hij zijn eerste plaatje op, vervolgens kende hij als Little Jerry Williams enig lokaal succes, voordat hij zich in de jaren zestig vooral toelegde op het schrijven voor en produceren van andere artiesten.

Net voordat het gesprek komt op zijn eerste schreden in het muziekvak als Swamp Dogg, staat hij op, zet het computerscherm uit (waarvan hij zijn ogen niet af kon houden) en begint in een mapje papieren te rommelen. Must Be Paid ASAP staat er met grote gearceerde letters op: ‘Moet zo snel mogelijk betaald worden’. Een paar velletjes haalt hij eruit, de rest heeft blijkbaar wat minder haast. ‘Gas en licht, nog net op tijd, maar eerst gaan we even mijn auto ophalen, neem je recorder maar mee.’

In zijn van de garage geleende auto wordt het gesprek voortgezet. Het is heet in de valley ten noordwesten van Los Angeles. De airco biedt uitkomst en Williams vertelt over hoe hij transformeerde van componist/producer tot uitvoerend muzikant, en hoe zijn meesterwerk Total Destruction To Your Mind (1970) tot stand kwam.

‘Eind jaren zestig kwam ik in dienst bij Atlantic, toen een van de grootste platenfirma’s. Ik had net een hit voor Gene Pitney geschreven, She’s A Heartbreaker, en ze wilden me wel een baan aanbieden. Ze gaven me een lijstje met artiesten als de Drifters en Patti LaBelle, daar wilden ze van af maar als ik iets in ze zag, mochten ze blijven. Ik bleek gewoon een excuus-neger, want hoewel Atlantic groot was geworden met zwarte muzikanten, van Ray Charles tot de Drifters, hadden ze geen enkele zwarte meer in het management. Ze zagen ook liever dat ik carrière maakte dan goede platen opnam.

‘Maar ik vond het niks daar, dus ik wilde weg. Ze lieten me in New York niet gaan, dus bedacht ik dat ik op dienstreis moest naar Miami. Daar ging ik in de duurste hotels de duurste wijnen drinken. Nou, toen mocht ik gaan, hoor. Ik kreeg na een jaartje een gouden handdruk, en met dat geld kon ik de opnamen bekostigen voor een plaat van een zangeres die me was getipt, Doris Duke.’

Met twee maandsalarissen op zak had Williams genoeg om wat rekeningen te betalen en zijn eigen business te beginnen. Hij had al een aantal songs klaar over overspel, geschreven vanuit het perspectief van de vrouw. En die moest Duke gaan zingen. Williams boekte een studio, regelde muzikanten en betaalde alles zelf. ‘Dat heb ik altijd gedaan. Ik ga niet wachten op een voorschot, daarvoor ben ik te impulsief. Ik lever altijd een kant en klaar product af. Overigens is dat niet de goedkoopste methode, ha, ha. Maar zo werk ik. Ik verwacht alleen dat artiesten of platenfirma’s daarna ook niet geld gaan terugvragen. Hé, het is míjn geld waarmee alles is betaald, zeg ik dan. Tja, daar denken die diva’s dan anders over.’

Williams zit inmiddels weer in zijn eigen auto. De reperatie aan de airco kostte hem een dikke 1.100 dollar die hij cash betaalt. Onderweg naar de volgende stop, de Amerikaanse variant op het Gemeentelijk Energie Bedrijf, pakt hij de draad weer feilloos op.

De plaat van Duke was prachtig, dat vonden vooral alle dames aan wie hij hem liet horen, maar van oost tot west en van groot tot piepklein wilde geen firma dit I’m A Loser uitbrengen. ‘Totdat ik bij het kleine Canyon kwam. De baas, Wally Roker, hoorde het meteen, de liedjes vormden één geheel. In datzelfde jaar maakte ik met Irma Thomas en Sandra Phillips ook twee soortgelijke conceptplaten, die nog altijd tot de succesvolste uit mijn loopbaan horen. Ik had een compleet genre bedacht, dat door mensen als Millie Jackson verder werd uitgewerkt. Vanuit de vrouw geschreven teksten waren voor mij ook niet zo moeilijk. Ik kom uit een gezin met sterke vrouwen en heb er zelf vijf opgevoed, heus, ik weet wat er in een vrouw omgaat.’

Zijn beste plaat echter, Total Destruction To Your Mind, maakte Williams als Swamp Dogg, in hetzelfde jaar (1970) als de drie damesproducties. ‘Ik had wat liedjes, waarvoor ik geen andere artiesten kon bedenken, dus probeerde ik het zelf. Maar er moest wel een goeie naam komen. Ik weet niet meer precies hoe we erop kwamen. Had vast iets te maken met de sound waarvan ik hield. Dat drassige bluesy geluid. Die dubbele g hadden we in elk geval niet van Snoop Dogg.’

De plaat wordt meteen een groot succes, en laat net als de platen van Marvin Gaye (What’s Going On), Sly And The Family Stone en Curtis Mayfield uit diezelfde periode een maatschappijkritisch geluid horen, gekoppeld aan ongekend krachtige en vernieuwende soulmuziek.

De plaat zou ook net zo beroemd hebben kunnen worden, ware het niet dat platenlabel Canyon failliet ging en Swamp Dogg zelf te druk was met nieuwe producties om zich om de beschikbaarheid van oud werk te bekommeren.

‘Pas in de jaren tachtig ben ik me daarmee gaan bezighouden, wat in mijn geval ook makkelijk was want ik heb er altijd voor gezorgd dat ik zelf alle rechten behield. Beschikbaar waren ze wel hoor, mijn eerste platen, ha, daar zorgden de bootleggers wel voor.’

Na Total Destruction To Your Mind haalde het toen met The Doors goed boerende Elektra Swamp Dogg binnen. Rat On! uit 1971 is een goede plaat, maar voor Elektra heeft Williams geen goed woord over. Dat ze zijn titel God Bless America for What, censureerden tot God Bless America, waardoor Williams de complete erven-Berlin op zich af kreeg die de rechten kwamen opeisen, was een ding. Dat ze de humor van de hoes niet inzagen, met een Swamp Dogg triomfantelijk zittend op een grote rat, was zo mogelijk nog erger. ‘Een nigger on top, voor het eerst, zei ik. Dat is toch geestig?’

Williams verblijf bij Elektra duurde niet lang, zoals hij het met al zijn producties nooit lang bij een firma zou uithouden, terwijl er ook weinig artiesten zijn die zich lang aan hem hebben gebonden.

‘Ach, al die artiesten. Ze mopperen maar en roepen dat ze niet betaald krijgen en uiteindelijk stoppen ze. Ik kreeg ook niet altijd betaald, maar dan ging ik met mijn handeltje ergens anders heen. Ik ben nooit gestopt, want ik vind alles nog veel te leuk.’

Het kantoor van het energiebedrijf blijkt niet het goede te zijn. Dat bevindt zich aan het andere eind van de vallei. Eerst maar even de post ophalen. Het adres van het label van Williams, Swamp Dogg Entertainment Group (S.D.E.G.) blijkt slechts een postbus, en die is deze maandag zo goed als leeg. ‘Cd-voorraad en kantoor houd ik thuis, ik heb een drukke eenmanszaak, maar dat adres hoeft natuurlijk niet iedereen te hebben.’

Het gesprek komt op Williams reputatie als kleine bedrieger onder de artiesten met wie hij heeft gewerkt. Solomon Burke? ‘Ha, de ouwe boef. Hij denkt dat ik hem bedroog, maar het is meer zo dat ik hem mij niet liet bedriegen. Ik hou van Solomon, echt.’ Ruth Brown? ‘Die heb ik gered van haar bestaan als schoonmaakster, omdat ik in de jaren vijftig heimelijk verliefd op haar was. Ja, we hadden een contract. Maar ik had alles voor haar betaald, dan mag ik er toch ook het eerst aan verdienen. Ondankbaar mens.’

De toon van Williams blijft onverlet opgewekt. ‘Boos ben ik eigenlijk nooit op iemand. Ik ben altijd met tien dingen tegelijk bezig. Acht daarvan kosten alleen geld, die andere twee brengen net genoeg op voor een meer dan aangenaam leven. Maar dan moet je wel vierentwintig uur per dag willen werken, en zelf je zaakjes regelen. Dat willen de meeste zwarte muzikanten niet. Op de Midem in Cannes waar de deals gesloten worden, was ik jarenlang de enige zwarte labelbaas.’

En dan een vloek. De auto, net opgehaald, staat stil. Midden op een kruispunt. ‘Heb die motherfucker verdomme net 1.100 dollar betaald.’ Een telefoontje naar de wegenwacht brengt hem weer tot rust. ‘Half uurtje wachten. Heb je nog vragen?’

Daar komt het voorlopig niet meer van want Williams heeft na een blik op de klok ineens nog wat zakelijke besprekingen op zijn agenda. Die voert hij doodleuk terwijl het verkeer voorbij raast.

De rekeningen zijn inmiddels betaald, dus haast is er niet. Drie kwartier later belt Williams nog gewoon door wanneer de wegenwacht auto en passagiers terug naar de garage brengt. ‘Dat was mijn kleindochter’, zegt hij na beëindiging van zijn gesprek. ‘Voor haar is deze auto bedoeld. Ik heb hem bewaard omdat het de laatste auto van mijn vrouw was, Yvonne, die vijf jaar geleden overleed. Kanker, na meer dan veertig jaar huwelijk.’

In dezelfde auto als waarmee de rit die middag vanaf zijn huis begon, rijdt Jerry Williams terug. Hij vertelt verder over zijn de dood van zijn vrouw, waar hij nog altijd niet overheen is. Eenmaal thuis: ‘Ook al ben ik nu al weer anderhalf jaar bij een andere vrouw. Het is niet hetzelfde. Bovendien is ze zo jaloers dat ik hier alle foto’s van Yvonne moet weghalen. Dus ga ik maar naar haar.’

Na de dood van zijn echtgenote was voor even alle energie uit Williams verdwenen. Ooit was hij begonnen aan een kookboek (‘mijn andere passie’), en hij laat een dikke map met keurig uitgeschreven herinneringen en foto’s zien. ‘Dit uitwerken en The Swamp Dogg Cook Book, ik had er geen zin meer in. Maar de laatste tijd gaat het wel weer. Ik bracht vorig jaar eindelijk weer een plaat uit, Resurrection die zich kan meten met Total Destruction To Your Mind.’

Er volgt nog een rondleiding langs zwembad, jukebox, en slaapkamers. Trots laat hij de cd zien die hij een paar jaar geleden nog met zijn moeder heeft opgenomen: 83 And Still Playing With The Boys. ‘Heeft nog de zesde plaats gehaald in de jazzlijst van Billboard. Maar of ze echt nog met jongens speelt? Ik ben heel nieuwsgierig, maar er zijn dingen die ook ik niet wil weten.’

Williams staat er vervolgens op zijn bezoek terug naar de stad te brengen. Lopend naar de deur, langs de wand met gouden platen zegt hij: ‘Voor een producer die het nooit echt heeft gemaakt, heb ik toch wel wat bereikt, vind je niet?

Kijk, ik probeer altijd commercieel te zijn, maar als Swamp Dogg zal ik het nooit maken. Mijn beste platen worden door genoeg mensen gewaardeerd om van te leven. Zo kreeg ik een paar jaar geleden toch nog een gouden plaat voor Total Destruction. Maar ergens schijn ik altijd iets te doen, te zeggen of te zingen waardoor mensen worden afgeschrikt. Daarmee heb ik leren leven. Net als met het feit dat ik niet genoeg talent heb om een plaat te maken waarop ik alleen zing en pianospeel. Zo’n plaat zou ik eigenlijk moeten maken, maar ik speel niet goed genoeg. Daarom heb ik altijd een flinke band nodig om op te treden, en dat is duur.

Dan kan ik beter thuis nog wat ijzers in het vuur houden. Vind ik ook het leukste: iedere ochtend om zes uur op om mijn kleindochter naar school te brengen, en dan maar dealen en organiseren tot ik doodop ben. Het leven van Swamp Dogg was geen succesvol leven, maar wel een mooi leven, denk ik vaak. Gaan we nog een hotdog eten?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden