'Ik schaam mij voor Chili'

Carmen Gloria Quintana, nu symbool van het verzet tegen het oude Chileense bewind, werd als 18-jarig meisje door een patrouille van Pinochet in brand gestoken....

ZE IS HET GEZICHT van de dictatuur van Pinochet. Het macabere gezicht wel te verstaan. Haar gelaat is een vlekkerige patch-

work-deken. De mond trekt in een hoek raar naar beneden en haar hals lijkt een parcours voor rupsvoertuigen. Oren heeft ze niet meer.

Op 2 juli 1986 werd Carmen Gloria Quintana, een eerstejaars studente, in brand gestoken door militairen. Het waren de laatste jaren van de dictatuur. De protesten werden heviger, het overheidsgeweld en de arrestatiegolf evenzo.

Carmen Gloria, haar zus en drie vrienden waren op de winterse zondag vroeg van huis gegaan, omdat ze wilden meehelpen bij een protest in de buurt. Tijd om leuzen op de muur te schilderen of de barricade van autobanden af te bouwen, was er niet. Er stopte een patrouille van mannen met zwartgeschilderde gezichten. De vrienden begonnen te rennen. Carmen Gloria en Rodrigo Rojas, zoon van een Chileense ballinge die daar toevallig was om foto's te maken, struikelden en werden aangehouden. Ze kregen de gebruikelijke 'behandeling'. Papieren inleveren, slaan, stompen, vragen.

Toen overgoot een militair hen met benzine. Hij wilde hen vernederen, dacht Carmen Gloria. Een wrede grap. Ze hoopte dat de militairen hen snel zouden laten gaan, zodat ze zich thuis kon douchen. Want het stonk. Een halve seconde later waren zij en de jongen twee brandende fakkels. Omstanders vertelden hoe de twee jongeren gillend van pijn hadden rondgesprongen en hoe de militairen hadden gelachen. Toen zij het bewustzijn verloren, werden ze in lappen gewikkeld, op de bodem van een vrachtwagen gelegd en aan de rand van de stad voor dood in een greppel gegooid.

De twee probeerden, eenmaal bij bewustzijn gekomen, te liften. Niemand nam de twee zombies, met zwartgeblakerde gezichten, handen zonder vel, gescheurde kleren en weggeschroeide haren, mee. Na uren kwam er politie die ze naar een ziekenhuis bracht.

Op 6 juli ging Rodrigo Rojas dood. Zeven weken nadat hij met een weekendtas, een camera en 200 dollar op zak uit Washington was aangekomen in dat onbekende vaderland. 'Hij wilde een man worden; hij werd een martelaar', schreef de Washington Post. Zijn moeder, een voormalig politiek gevangene die op de computerlijst stond van de bijna vierduizend Chilenen die het land niet in mochten, had dankzij intensieve bemiddeling van de Amerikaanse ambassadeur een visum voor tien dagen gekregen en nog een dag naast zijn bed kunnen zitten. Zij had zijn voetzolen gemasseerd, het enige deel van zijn lichaam dat ze had mogen aanraken.

Rodrigo werd begraven op het uitgestrekte Cementerio General van Santiago. Er waren meer dan vijfduizend mensen op zijn begrafenis. Diplomaten, politici, studenten en vooral gewone mensen. Ze kwamen met bloemen, brandende kaarsen en borden. 'Podran cortar las flores pero no pueden detener la primavera'. Ze kunnen de bloemen afsnijden, maar het voorjaar houden ze niet tegen.

Voor velen was zijn dood symbolisch voor Chili. Een land met het hoogste percentage politieke ballingen in de wereld, waar terugkeer met de dood werd gestraft. De begrafenis eindigde zoals gebruikelijk was in die dagen. De politie kwam met het waterkanon, spoot traangas en liet honden los.

Carmen Gloria streed onderwijl een eenzame strijd aan het beademingsaparaat op de intensive care; verbrand, halfblind en murw van de pijnstillers. Drie kilo huid verwijderden de artsen de eerste weken. Ze was overgebracht naar een nabijgelegen particulier ziekenhuis toen duidelijk werd dat zij net als Rodrigo vermoedelijk zou sterven in het staatsziekenhuis, dat bijna geen voorzieningen had. Haar vader, een elektricien, had in de wijk moeten collecteren om zuurstof voor zijn dochter te kunnen kopen.

De ziekenhuisleiding weigerde een ambulance beschikbaar te stellen; de stille dood van Carmen Gloria zou de autoriteiten goed uitkomen. De familie hield vol en vond uiteindelijk een begrafenisonderneming die Carmen Gloria in een lijkwagen wilde vervoeren. De arts in het nieuwe ziekenhuis die haar gratis wilde opereren, werd ontslagen. Honderden nonnen en priesters die een stille mars naar het ziekenhuis hielden, werden met traangas en waterkanon verjaagd.

Na maanden kreeg Carmen Gloria toestemming naar Canada te reizen voor verdere behandeling. Canada was een van de landen die gratis behandeling hadden aangeboden. Haar hele familie ging mee. Nieuwe ballingen, want ze werden voortdurend bedreigd.

Veertig operaties doorstond de Chileense. Negen maanden lang kon ze niets vastpakken, niet alleen eten, niet lopen. Toen ze uiteindelijk terugkeerde in het rijk der levenden, bleek de studente behalve een mens ook een zaak te zijn geworden. Ze was, of ze wilde of niet, met haar misvormde gezicht vol witte vlekken een wandelende aanklacht tegen een wreed regime. 'Ik zag dat wat mij was gebeurd niet zinloos hoefde te zijn.'

Ze stond in de Verenigde Naties achter de microfoon, legde getuigenissen af en sprak over mensenrechten in internationale forums. Een mensenrechtenorganisatie verspreidde video's over haar zaak. De socialistische jeugd maakte haar erevoorzitter. Hollywood-regisseur Francis Coppola wilde een film over haar leven maken. 'Ik was verlegen', zegt ze. 'Maar in die tijd ben ik snel rijp geworden. Wat mensenrechten waren, hoefde niemand mij na wat ik had meegemaakt meer uit te leggen.'

Ze werd gedreven door het schuldgevoel van de overlevende. Ze sprak namens Rodrigo en de meer dan drieduizend andere doden. 'Ik wilde dat de wereld wist dat wat mij was gebeurd, niet op zichzelf stond'. De piek kwam in de eerste jaren na de dictatuur. Altijd was ze bij demonstraties. 'Als ik niet ging, voelde ik me schuldig. En nog steeds.' En altijd microfoons, interviews, honderdmaal dezelfde vragen. 'Ik voelde er na een tijdje niets meer bij. Ik werd een robot', legt ze uit, gezeten op de bank thuis.

THUIS is tegenwoordig een torenflat in Viña del Mar, een badplaats op twee uur rijden van Santiago. Daar woont Carmen Gloria Quintana (30) met echtgenoot en dochtertje Fernanda van 5. Een casino, een songfestival, een miezerige strook grijs strand en eigendunk als ware het een Latijns St. Tropez. Dat is Viña, zoals de Chilenen het afkorten.

Een bevriende arts bezorgde haar in Viña een baan als kinderpsychologe in een ziekenhuis. In Santiago kwam ze niet aan de slag. Sommigen schrokken van haar naam. 'Die communiste.' Anderen van haar uiterlijk. 'Mijn aanwezigheid veroorzaakt ongemak.' Nog steeds. Haar echtgenoot, een oudere man zonder politieke achtergrond, werd ontslagen bij de bank toen hij met Carmen Gloria op een bedrijfsfeestje was verschenen. Hij had er zeventien jaar gewerkt. Andere sollicitaties bij banken liepen vast zodra uitkwam dat hij met haar was getrouwd. Carmen Gloria: 'Zonder bemiddeling van vrienden komen we niet meer aan een baan.'

Ondanks haar bolle buik - ze is zeven maanden zwanger - oogt ze tenger. Ze is een bedachtzame vrouw, met prachtige hertenogen achter een grote bril. Slechts enkele momenten bruist er opwinding op de wangen. Dat is als sprekers op de televisie de berechting van Pinochet eisen. Het interview wordt stilgelegd om het nieuws te kunnen zien. Sinds de ex-dictator werd gearresteerd, kleeft de familie aan het kastje.

Het is zondag. 'Denk jij dat hij vrijkomt?' vraagt Carmen Gloria ongerust.

'Die man heeft geen ballen', knalt haar echtgenoot eruit. Hij bedoelt Pinochet. 'Een lafaard is het. Alleen als ze vastgebonden waren, durfde hij mensen dood te schieten. Nu begint hij over dat diplomatieke paspoort. Als hij een kerel was, zou hij niet wegrennen maar zich verdedigen.'

'Ik schaam me voor Chili', zegt zij. 'De hele wereld weet dat hij een dictator is, maar hier wordt hij verdedigd alsof hij het slachtoffer is. En zijn arrestatie noemt de regering een aanslag op onze nationale waardigheid. Maar waardigheid toon je juist door een misdadiger te vervolgen. Hier gelden morele waarden niet meer.' Daarom was ze zielsgelukkig met de arrestatie. 'Dat er ergens in de wereld nog gerechtigheid bestaat'

Ze geeft zelden nog interviews. 'Geef mijn nummer aan niemand', heeft ze gevraagd. Ze raakt op. Ze wil niet meer praten over die immorele politici. Over justitie die criminelen beschermt in plaats van straft. Het dubbelleven van strijdbaar slachtoffer en gelukkige moeder en echtgenote valt haar steeds zwaarder.

De binnenwereld van huiselijk geluk op achthoog is gewoon. Landschapje aan de wand, kleedjes op tafel en op de televisie de mooiste vakantiefoto. Maar ook daar: eyeliner, rouge en lange mouwen. Levenslange camouflage. Het heeft haar twee jaar psychotherapie gekost om het lichaam waarmee ze het tot haar dood moet doen, te accepteren als het hare.

NOG STEEDS worstelt ze. Altijd lange mouwen en een lange broek, ook als het meer dan dertig graden is. In de zomer nooit een badpak: 'Ik kan mezelf niet aanzien.' Haar voeten, op deze zondagmiddag in sandalen, zijn gewoon. Het is het enige, zegt ze. Meteen bij de enkel begint de patchwork-deken van bubbels, strepen en glanzend vel weer. Zelfs haar handen zijn verminkt. Ze maakt een grijpbeweging. 'Ik kan nog steeds niet goed schrijven. In sommige vingers heb ik geen gevoel.'

'Het was een ontwakend lichaam', zegt ze. Ze was 18. Regelmatig heeft ze zichzelf dood gewenst, 'als ik voor de spiegel stond en ik zag dat mismaakte lijf'. En vanwege de helse pijn, vooral in het begin. 'Ik heb de politieagenten die ons naar het ziekenhuis brachten, gesmeekt om een genadeschot.' Uiteindelijk was de drang tot leven groter. Maar nog steeds is ze bang als ze militairen ziet. En heeft ze nachtmerries over oorlog en geweld. 'En sinds Pinochet werd gearresteerd weer vaker.'

Ze besloot psychologie te gaan studeren. Haar afstudeerscriptie ging over het rouwproces van echtgenotes van mannen die verdwenen tijdens de dictatuur. Het hielp haar verdriet te begrijpen. 'Zíí zijn hun man kwijt, ik verloor mijn gezonde lichaam.'

De familie schuift aan tafel voor een avondboterham en de psychologe doceert, op verzoek. Over rouw als normaal proces voor iedereen die iets kwijtraakt. Over tijdspannes van een half tot een heel jaar.

Maar hoe rouw je zonder dode? Niet dus. Er is geen nieuwe werkelijkheid, er zijn slechts tegenstrijdige berichten. Niemand condoleert je. Ook voor instanties ben je geen weduwe. Carmen Gloria: 'Je kunt proberen jezelf te overtuigen dat je man dood is, maar dat voelen de meeste vrouwen alsof zij hem doodmaken.'

Dus blijven ze wachten. De kleren hangen in de kast. Ze voelen zich verbonden met een levende dode. Een nieuwe relatie aangaan, ervaren ze als overspel. Zestien gezinnen onderzocht ze. 'Het lijden houdt alleen op', zegt ze, 'als er duidelijkheid komt.'

Dat is waarop de familieleden die de afgelopen weken dagelijks demonstreerden, hopen. Misschien is de ex-dictator nu aanspreekbaar; 25 jaar hield hij zijn mond. Hij lachte hen uit toen zij aan het graven sloegen in de eerste maanden na de dictatuur. Jullie kerels zitten hoog en droog in het buitenland met een andere vrouw, zei hij.

Er was het rapport-Rettig over de meer dan drieduizend doden. En het excuus van de vorige president. Maar een decreet of een rapport verbiedt geen leugens. Carmen Gloria: 'Van mij wordt gezegd dat ik mijzelf in brand heb gestoken. De geëxecuteerden kwamen zogenaamd om in gevechten. Daarom is de arrestatie belangrijk voor slachtoffers. Daarmee heeft jullie maatschappij het beeld gecorrigeerd. Hij is de misdadiger, niet wij.'

Voelt ze nog woede over wat is gebeurd? 'Ja', zegt ze zonder een ogenblik na te denken. 'Ik ben niet alleen in brand gestoken, maar ook zo vernederd.' Onmiddellijk na de verbranding schreven de kranten dat ze een agitator was en er circuleerde een video met een opruiende vrouw die zij niet was. De vernederingen zijn in deze twaalf jaar nooit opgehouden. Alsof het leed van een verminking voor het leven niet genoeg was. Woede durven voelen heeft haar ook moeite gekost. Vroeger zei ze in interviews steevast dat ze niet boos was. Uit angst ervan beschuldigd te worden dat ze een terroriste was.

De grootste vernedering was het proces tegen de daders, dat zich negen jaar heeft voortgesleept. Pinochet suggereerde onmiddellijk na het gebeuren dat Rodrigo Rojas iets onder zijn jas had meegesmokkeld dat ontploft was. Hoe kon anders zijn jas van binnen verbrand zijn? De ex-president: 'We mogen niet vergeten dat de communisten, àls ze dingen doen, die heel goed doen.' Zijn echtgenote liet zich ontvallen dat de sergeant die de twee in brand had gestoken een fout had gemaakt: 'Hij was misschien nog te zacht.'

Door de druk van de Verenigde Staten zag de regering zich genoodzaakt nog dezelfde maand de militaire patrouille aan te houden. Maar 24 man stonden dagen later 'wegens gebrek aan bewijs' weer op straat. Alleen de sergeant moest voorkomen. Hij bepleitte voor een militaire rechtbank zijn onschuld. Carmen Gloria had hun, toen zij de auto instapten, een brandbom willen nagooien. Die was voor haar voeten ontploft. Daardoor schrok ze; ze stootte een jerrycan met benzine om en zo waren zij en Rodrigo, die op de grond lag, onder de benzine gekomen.

Het Hooggerechtshof vond de verklaring plausibel en veroordeelde de militair slechts voor het onopzettelijk toebrengen van letsel: hij had verzuimd Rodrigo en Carmen Gloria naar het ziekenhuis te brengen. Zo werd Pedro Fernandez Dittus tot minder dan twee jaar veroordeeld. Na ruim een jaar kwam hij vrij.

Carmen Gloria: 'Het had met rechtspraak niets te maken. Twee jaar voor zoiets onmenselijks.' Het proces was een lachertje. De reconstructie werd maar half gedaan. Getuigen werden geïntimideerd en hun verklaringen genegeerd. En alle bewijzen waaruit bleek dat Carmen Gloria zichzelf niet in brand kon hebben gezet, inclusief de medische, werden terzijde geschoven.

Processen verlopen in Chili schriftelijk. Eén keer - bij de reconstructie - stond Carmen Gloria oog in oog met de militair. 'Hij toonde geen enkel berouw. Hij daagde me uit. Dat greep mij erg aan.' En tijdens het proces werd sergeant Fernandez tot kapitein bevorderd. Als wilden de superieuren duidelijk maken dat ze, net als Lucia Pinochet, achter hem stonden.

Er zijn meer schrijnende details van verzoening op zijn Chileens. Fernandez kreeg tijdens zijn gevangenschap zijn salaris volledig doorbetaald. Het gezin van Carmen Gloria draait door alle problemen met banen op een steeds krappere begroting en wacht al sinds 1990 op een schadevergoeding. De rechter bepaalde dat zij daarop recht heeft. De staat wil niet betalen, in weerwil van het rapport-Rettig. Daarin staat uitdrukkelijk dat de staat het leed dat slachtoffers is aangedaan waar mogelijk moet vergoeden.

DE STAATSVEILIGHEIDSRAAD, grotendeels benoemd door president Frei, vindt het onzin. Ze hanteert daarbij dezelfde argumenten als de militairen. Wie zegt dat die haar in brand staken? Bovendien, waarom moet ze een schadevergoeding hebben? Ze is getrouwd, heeft een kind en een baan. Ze voelde zich vernederd en in de steek gelaten. Carmen Gloria: 'Zoiets verwacht je van een dictatuur. Maar niet nu. Het lijkt of ze het geld verdedigen en niet de moraal.'

Op persoonlijke voorspraak van de president zou alles toch nog goed kunnen komen. Maar Frei, die jaren geleden wel ingreep toen de zoon van Pinochet wegens corruptie veroordeeld dreigde te worden, heeft dat geweigerd: 'Altijd die twee maten.' Een uitspraak in hoger beroep kan nog twee tot drie jaar op zich laten wachten.

Dan komt dochtertje Fernanda aangerend uit de slaapkamer. Ze vindt dat het moeilijke gepraat aan de eettafel lang genoeg heeft geduurd. 'Ik kom een kusje geven aan mijn zusje', roept ze en ze drukt haar mond op de buik van haar moeder. Die zegt even later: 'Tot ze 3 was, was ik voor haar een gewone moeder. Daarna kwamen de vragen. En hoe vertel je je kind dan dat er zoiets onmenselijks op de wereld bestaat als iemand levend in brand steken? Daar heb ik het meest tegenop gezien.'

Toen Fernandez werd veroordeeld, heeft ze het gezegd: 'Ik ben in brand gestoken door iemand die voor Pinochet werkte. Maar die man zit nu voor straf in de gevangenis.' Carmen Gloria: 'Want ik wil zo graag dat ze hoop heeft. Niet dat ze denkt dat haar land slecht is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.