'Ik schaam me soms voor uitspraken van de paus'

Lex van Deelen (49) werkte twintig jaar bij een groot aannemersbedrijf, waarvan de helft in het Midden-Oosten. Terug in Nederland werd hij priester....

'Kijk naar Volendam. Kijk naar al die stille tochten de afgelopen jaren. Die zijn voor mij een teken dat mensen behoefte hebben aan een collectieve ervaring. In de huidige individualistische maatschappij ben je zelf verantwoordelijk voor alles in je leven. Ook voor de dingen waarop je geen invloed hebt, die gewoon gebeuren. En ik wil dat individualisme niet negatief benaderen, hoor. Elke periode kent positieve en negatieve aspecten, maar leven in deze tijd kan eenzaam zijn en daar komt de behoefte uit voort om - al is het incidenteel - een ervaring te delen met wildvreemde mensen. Men wil opgenomen worden in een groter geheel om het gevoel te hebben dat je niet voortdurend op jezelf wordt teruggeworpen. Het verhaal van God is dat je er niet alleen voor staat.

De paastijd komt eraan. Die gaat gepaard met hele mooie vieringen, vol dramatiek. Na de lange donkere periode waarin Jezus verraden en aan het kruis genageld wordt, breekt op paasmorgen Gods licht door. In prachtige gewaden en met een brandende kaars brengen we dat licht de kerk binnen, en daarmee de hoop en het uitzicht op het goede. Het licht van Pasen is voor mij het symbool dat geloven in God zin heeft.

Ik was 14 toen mijn ouders verhuisden naar een nieuwbouwwijk. Net als de over-buurjongen werd ik door de pastoor overge-haald om acoliet te worden, assistent aan het altaar. Wij waren in die buurt met kleine kinderen nu eenmaal de enige jongens die daarvoor de leeftijd hadden.

Ik voelde me goed in die kerk. Ik had het gevoel dat ik betrokken was bij iets wat groter was dan mezelf. Iets, dat je ook het grote mysterie kunt noemen. Ik werd leider van de acolieten en bleef dat tot ik op mijn 27ste door mijn werkgever werd uitgezonden naar het Midden-Oosten.

Als personeelsfunctionaris in dienst van een groot aannemersbedrijf was ik verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarden van de zevenhonderd werknemers die in Saudi-Arabië bezig waren met de aanleg van de infrastructuur. Een mogelijkheid om naar de kerk te gaan was er niet want behalve de islam is in dat land geen godsdienst toegestaan. In Bahrein, mijn volgende stand-plaats, was wel een katholieke kerk en daar ging ik regelmatig naartoe.

Actief in de kerk werd ik pas weer toen ik na tien jaar terugkwam in Nederland. Ik werd me ervan bewust dat het evangelie door het tekort aan priesters onder druk was komen te staan. Wie zou in de toekomst Gods woord verkondigen? Die vraag speelde door mijn hoofd.

Tegelijkertijd zat ik als 37-jarige in de fase dat je je afvraagt wat je wilt in het leven. Blijf ik doen wat ik doe, of is er nog iets mooiers? Ik was tevreden met mijn bestaan. Ik heb altijd veel vrienden gehad en altijd met ontzettend veel plezier voor het aannemersbedrijf gewerkt. Ik had alle kansen gekregen die ik wilde en al was het afzien in het Midden- Oosten - 40, 50 graden, stroom die constant uitvalt, de ene dag rijst met boontjes, de andere dag patat met worteltjes - die tien jaar waren een groot avontuur. Op dat moment lag een goeie carrière in Nederland in het verschiet. Ik zou misschien adjunct-directeur kunnen worden van een deel van die multinational. Maar was het niet mijn taak om dat evangelie te verkondigen?

Twee jaar heb ik met die vraag rondgelopen voordat ik aan de priesteropleiding voor late roepingen begon. En het was een enorme geruststelling dat de eerste vier jaar van die zesjarige opleiding parttime is, zodat ik niet meteen mijn baan hoefde op te zeggen. Ik kreeg de tijd om toe te groeien naar die beslissing. Maar na die vier jaar was het zover. Toen brak het moment aan dat ik na twintig jaar dienstverband mijn ontslagbrief moest schrijven. Dat ging me niet in mijn kouwe kleren zitten. Ik begon te twijfelen. Waar begon ik aan? Kon en wilde ik voor de rest van mijn leven trouw zijn aan het celibaat en aan de kerk, wetende dat je het leven niet in de hand hebt? Ik ben weliswaar graag op mezelf. Ik heb geen relatie nodig om me prettig te voelen, dat wist ik. En seks om de seks vond ik niet zo erg om te missen. Maar stel, ik zou verliefd worden...

Ik ben een week in retraite geweest. In die week van complete stilte heb ik mijn vragen neergelegd in het gebed. Daarna kon ik volmondig ja zeggen tegen mijn keuze voor het priesterschap. Ik heb mijn baan opgezegd en ben begonnen aan de twee jaar fulltime studie. Toch heb ik me voor mijn wijding opnieuw in stilte teruggetrokken om antwoord te krijgen op dezelfde vragen. Opnieuw had ik aan het eind van die week retraite het vertrouwen dat ik met overtuiging de belofte van het celibaat en de belofte van gehoorzaamheid kon afleggen.

Natuurlijk kom je in moeilijke situaties. Ik ben verliefd geweest. Dat is niet zo gek, want ik sta in relatie tot mensen. Wanneer ik geen gevoelens meer zou hebben voor mensen dan zou ik een machine zijn. Het is lastig, ja. Je moet het een plek weten te geven, en ach, het gaat ook weer over. En ik heb wel afscheid genomen van seksualiteit, maar niet van affectiviteit. Innige vriendschapsrelaties vind ik oneindig veel belangrijker dan seks.

Ik heb geen moment spijt gehad van mijn keuze. Geloven gaat om de weg die je kiest in het leven. En er zijn vele wegen. Als personeelsfunctionaris zette ik me in voor mensen in hun werkomgeving, nu voor de mens in zijn bestaan. Het grote verschil is alleen dat een personeelsfunctionaris om zes uur klaar is met zijn werk, een priester niet. Ik kan mijn identiteit als priester niet loslaten. Werk en priv & lsquor; lopen door elkaar, en het is een heel druk leven. Door het tekort aan priesters moeten we voortdurend bijspringen in andere parochies en worden we gedwongen om missen laten vervallen, en het valt me zwaar om mensen daardoor teleur te stellen. Maar het is fijn om te zien dat de kerk behoorlijk vol zit. Of het aan mij ligt, weet ik niet. Ik doe mijn best, maar het is altijd zo dat de manier waarop je invulling geef aan het priesterschap bij de ene groep goed valt en bij de andere niet. Ik wil jongeren bereiken. Daarom besteed ik veel aandacht aan liturgie, oude rituelen die veelal na de zestiger jaren uit de kerken zijn verdwenen, zoals het branden van wierook. Ik heb het idee dat die mystieke rituelen jongeren van deze tijd aanspreken. En ik wil ze niet lastigvallen met politieke stellingname. Ik wil sowieso niet bezig zijn met regels en geboden. Dat gedoe over condoomgebruik. Ik schaam me soms diep voor uitspraken van de paus. Regels zijn praktisch. Daar door weten we dat we moeten stoppen voor een rood stoplicht. Maar er wordt veel te veel energie verspild aan discussies over wat wel en niet mag, terwijl het naleven van regels geen doel op zich is. Het gaat erom dat we er iets van maken in onze samenleving. Ik wil jongeren erop attent maken dat het ertoe doet hoe je leeft en welke weg je kiest. Ik wil inspireren, iets van het vuur van Gods geest overbrengen.

Het priesterschap is een roeping geweest. Ik ben nu voor een jaar of vijf geplaatst in een dorpsgemeenschap. Daarna hoop ik terecht te komen in een grote stad, want het is nooit mijn ambitie geweest om in een dorp te wonen. Ik word nerveus van dorpen en ik heb niks met koeien. We hebben hier het Oogst- en Dankfeest, uit historisch oogpunt een belangrijke viering. Godzijdank neemt een collega die viering over want ik zou niet weten wat ik ermee aan moet. Ik ben een echte stadsjongen. Ik geniet van het brui sende stadsleven en als het even kan zoek

ik dat op, rijd ik naar Amsterdam. Priester zijn in een grote stad, dat wil ik het liefst. Juist daar wil ik de jongeren bereiken. Ik weet nog niet hoe, maar dat lijkt me een prachtige uitdaging.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden