Ik riep nog: shit !

Het oplopend aantal Amerikaanse doden en gewonden noopt president Bush tot een koerswijziging in zijn Iraakse avontuur. Verslag vanuit ‘Bagdad ER’, het legerhospitaal waar opgeblazen en half verbrande soldaten in hoog tempo worden binnengebracht.

Van onze verslaggever Stieven Ramdharie

De ochtend is rustig begonnen, té rustig. Puur uit bijgeloof, hebben de verplegers op het witte bord in de hal van het 28ste Combat Support Hospital in Bagdad slechts één naam gekalkt. Van een fictieve dokter. Zodat het lijkt alsof ze op de Eerste Hulp toch bezig zijn levens te redden. Want een blanco bord, zo geloven ze in Amerika’s grootste en drukste legerhospitaal in Irak, nodigt uit tot rampspoed, tot weer een onafgebroken reeks opgeblazen, half verbrande soldaten op de bedden van ¿Bagdad ER’, tot wederom amputaties op 19- en 20-jarige militairen die denken ‘iets goeds te doen’ in een oorlog die maar doorettert.

Om 10.49 uur breekt inderdaad de hel los in de CASH, een van de vier militaire ziekenhuizen in Irak waar artsen en verplegers 24 uur per dag in de weer zijn om gewonde militairen, Amerikanen en Irakezen, en burgers in leven te houden. Waar het zacht dreunende geluid van de Black Hawk-helikopters, die de gewonden aanvoeren, constant aanwezig is.

‘China TOC, China TOC’, galmt het radioverkeer tussen het commandocentrum en de naderende heli’s door de hal van de Eerste Hulp. Twee verplegers van de Amerikaanse hospitaaleenheid, die al decennia de bijnaam ‘China Dragons’ draagt, luisteren ademloos naar de nieuwe onheilstijding. Om 11.03 uur wordt een 20-jarige Iraakse vrouw, per ongeluk neergeschoten door een Amerikaanse eenheid, binnengedragen met kogels in hoofd en benen.

Gevolgd, een klein half uur later, door twee Amerikanen die zwaar gewond zijn geraakt door een bom langs de weg. Bij de een is een onderbeen vanaf de knie weggeslagen. Het andere onderbeen, slechts bijeengehouden door spieren en vlees, ligt losjes op bed. ‘Denk je dat ik het red?’, vraagt de gewonde soldaat aan een verpleger voordat hij buiten bewustzijn raakt. Zijn collega, verbrand aan armen en benen en flink getroffen in de schouder door scherfresten, vloekt en tiert.

Een verpleger knipt zijn uniform, rood van het bloed, open.

‘Ahhh¿.shit !!!’

‘Waar doet het pijn?’, vraagt de verpleegster rustig.

‘Overal, godverdomme!’

‘Hier?’, vraagt ze terwijl ze zachtjes drukt op zijn been.

‘Shit, motherfucker!’

Achter hem tilt een verpleger de lijkbleke voet van zijn collega iets omhoog. ‘Man, dit ziet er niet best uit’, mompelt een chirurg. Boven, in de gang van de operatieafdeling, loopt orthopedisch chirurg Harry Snowdy, een nuchtere vijftiger, al met twee zwarte laarzen richting de operatiekamer. Tien minuten later zagen hij en zijn collega’s aan het onderbeen. ‘Mag ik een schaar?’, vraagt een chirurg. Verpleegster Lilian Cardona zingt opgewekt mee met de muziek uit de stereotoren. De Bee Gees met How deep is your love?

Bloed spettert op het marmer, in de kamer hangt een weeïge geur. ‘Hebben jullie de laatste aflevering van Prison Break gezien?’, vraagt een andere chirurg over Amerika’s nieuwe hitserie. Iets meer dan een uur na binnenkomst, wordt de 24-jarige soldaat al naar de verpleegafdeling gereden. De zoveelste invalide van Operatie Iraqi Freedom.

Snowdy en zijn collega’s zijn alweer bezig met de tweede militair. ‘Deze kerel heeft veel resten van de bom in zijn schouder’, zegt een arts. ‘Maar hij heeft geluk, meer dan zijn collega’.

Cardona verontschuldigt zich na afloop: ‘Ik lach en ik doe elke dag alsof ik gelukkig ben.’ Achter haar, in de operatiekamer, veegt een Iraakse schoonmaker de plassen bloed weg. ‘We kunnen niet anders. Het is de enige manier om hier om te gaan met deze ellende. Ik moet er niet aan denken dat mijn zoon op een dag hier wordt binnengereden. Half opgeblazen, voor de rest van zijn leven verminkt. Daarom lach ik. Elke dag weer.’

De CASH-hospitalen te velde, waarvan die in Bagdad behoort tot de top-5 van drukste trauma-centra in de wereld, maken deel uit van een geavanceerd militair zorgsysteem dat de kans op overleven in de oorlogszones in Irak en Afghanistan aanzienlijk moet vergroten. Ernstig gewonde militairen belanden, dankzij een luchtbrug, binnen twaalf uur in Amerika’s grootste hospitaal in Duitsland en in drie dagen in ziekenhuizen in de VS.

‘In andere oorlogen, zoals Vietnam, zou het overgrote deel van hen doodgaan’, zegt kolonel Erin Edgar, commandant van het 28ste CSH. Stierf in Vietnam gemiddeld een kwart van de gewonde soldaten, in Irak is dit minder dan 10 procent. Wie de moderne CASH in Bagdad, het vroegere IBN Sina-privéziekenhuis van Saddam Hussein, wordt binnengebracht heeft zelfs een overlevingskans van 96 procent. Door de moderne, snelle militaire zorg, in combinatie met de sterk verbeterde scherfvesten keren veel meer overlevenden verminkt en invalide huiswaarts.

Voor het 28ste CSH uit Fort Bragg, die drie maanden geleden het hospitaal overnam, was oktober meteen de vuurdoop. Tijdens de drukste nachtdienst, zagen ze in twaalf uur veertig patiënten binnenkomen. Charles Mulligan (45), chirurg: ‘Het is extreem wat hier binnenkomt. Triest om te zien dat zo veel jonge kerels zo ernstig worden verminkt.’ Zijn collega op de Eerste Hulp, Benjamin Harrison (41): ‘In mijn eerste week heb ik meer gezien dan de afgelopen tien jaar in ziekenhuizen in de VS. Militairen die voor 95 procent brandwonden hebben, zwangere Iraakse vrouwen met een kogel in de buik.’

‘Motherfuckers!’, sist anesthesist James McLane (50). Het hoofd van de Operatie-afdeling mept erop los in de gang. ‘Is ie dood? Man, wat haat ik de vliegen hier. Ik zou beslist geen goede boeddhist zijn.’ McLane heeft even, heel even niets te doen. ‘Ik weet dat het raar klinkt’, zegt hij verontschuldigend, ‘maar er zijn momenten dat je gewoon wacht op het geluid van de helikopters. Zij bezorgen ons werk.’

Bedrukte, grimmige gezichten bij een groep nerveus wachtende soldaten, iets verderop in de gang. Twee leden van hun eenheid, 22 en 26 jaar oud, zijn zonet dood de CASH binnengebracht. Dominee Kwon Pyo (51) heeft afscheid genomen van het tweetal in het lijkenhuis. Pyo schudt aangeslagen het hoofd. Hij heeft veel gezien. Maar dit slaat alles. Bedrukt: ‘Dit is de ware aard van oorlog’.

Pyo: ‘Ze zagen er vreselijk uit. Hun gezichten waren niet meer herkenbaar. Soms zie ik soldaten wiens gezichten compleet zijn weggeslagen. Ik adviseer de familie thuis niet meer in de kist te kijken.’ In een kamer vertelt een van de bij de explosie gewond geraakte soldaten dat hij zich meteen afvroeg of zijn chauffeur het had overleefd. Niet dus.

‘Ik riep nog: ‘shit!’ en voor ik het kon beseffen werd ik in de lucht geslingerd’, vertelt de 20-jarige Henry over het moment dat het projectiel zijn pantserwagen doorboorde. Bij een kruising vlakbij Bagdad, een notoire hinderlaag, plofte hij met een forse klap op het wegdek. Op zijn buik. Nog geen kwartier later lag de militair, amper drie maanden in Irak, in een Black Hawk op weg naar de CASH.

Aangeslagen en nog beduusd, laat hij zich onderzoeken. ‘Weet je’, zegt hij even later in zijn kamer, ‘dat ik helemaal geen pijn voelde? Helemaal niets.’ Op een tafel bij zijn bed ligt al zijn Purple Heart, de onderscheiding voor militairen die gewond zijn geraakt. ‘Zonder mijn scherfvest was ik morsdood geweest.’

Het is weer zover, de heli’s komen eraan. ‘Twee Amerikanen, verwondingen onbekend, eentje heeft een brancard nodig!’, schreeuwt een verpleger bij de Eerste Hulp. Sergeant Richard LaDuran (23) rent met een collega naar buiten en scheurt in de Gator, een klein voertuig waarin de gewonden worden vervoerd, naar het helikopterplatform. De ‘birds’, zoals de Black Hawks worden genoemd, zijn nog niet in zicht.

Soldaat Edward Palmer (31) bereidt zich in stilte voor op wat er komen gaat. Hij heeft al zoveel ellende gezien. ‘Ik heb nog nooit lichamen zo beschadigd gezien. De eerste keer moest ik diep ademhalen en een stap terug doen. Het leek wel of mijn hart uit mijn borst zou springen.’

In de verte, boven een van Saddams vroegere paleizen in de zwaar beveiligde Groene Zone in het hart van Bagdad, doemen de twee heli’s al op. De toestellen hebben de grond nog niet geraakt, of de verplegers tillen de twee gewonde militairen, geraakt in hun humvee door een wegbom, vliegensvlug in de Gator. ‘Klootzak!’, schreeuwt een van de gewonden, de chauffeur van de humvee. Een van de verplegers heeft zijn gewonde been aangeraakt.

Terwijl hij op de Eerste Hulp door blijft brullen en zijn gewonde been heen en weer schokt, vertelt zijn collega wat er is gebeurd. De explosie kwam uit het niets. ‘De bom ontplofte onder de chauffeur’, zegt hij opvallend nuchter tegen een verpleger. ‘Door de druk werd ik uit de humvee geslagen. Ik hoorde de chauffeur nog schreeuwen. Toen werden we flink onder vuur genomen.’

‘Wil je je familie bellen?’, vraagt een verpleegster.

‘Nee, dank je. Ik wil eerst plassen. Hoe gaat het met mijn collega?’

De chauffeur blijft schreeuwen als de verplegers en artsen zijn been aftasten.

‘Fucking, Christ! Stop!’

‘Maar we doen niks’, zegt een verpleegster geduldig.

‘Ik ga mijn been toch niet verliezen, hè?’

Dominee Pyo wandelt binnen en knoopt een gesprek met hem aan.

‘Zo, dus iemand probeerde je op te blazen?’, vraagt hij op luchtige toon.

‘Wie ben jij?’, vraagt de chauffeur.

‘Ik ben de dominee’, zegt de uit Zuid-Korea geboren Pyo.

‘Man, wat zie je er gek uit’, mompelt de chauffeur. Hij gilt het weer uit van de pijn.

‘Je zal je been niet verliezen’, zegt een arts. ‘Maar je moet wel worden geopereerd.’

De andere soldaat heeft na twee mislukte pogingen, zijn vrouw aan de lijn. ‘Maak je niet druk, schat. Er is een bom ontploft onder onze humvee. Maar ik ben oké.’

Na twee helse nachten, lopen op een avond zo’n dertig artsen, verplegers en ander personeel zwijgzaam naar het heliplatform voor een ‘Angel Flight’. De zoveelste alweer. Met militaire eer zal afscheid worden genomen van een lid van een commando-eenheid, neergeschoten door een Iraakse scherpschutter. Nog een militair is die nacht, niet ver van het hospitaal, geraakt bij een mortieraanval.

Zijn twee armen moesten worden geamputeerd. Dan zijn er nog de negen Irakezen die zwaar gewond zijn geraakt bij twee aanslagen met autobommen, de twee Iraakse broers die een wegbom probeerden te plaatsen en een Amerikaanse officier die – een paar dagen voor zijn terugkeer naar de VS – samen met een collega dodelijk werd getroffen in zijn pantserwagen.

Zodra het donker is, duiken plotseling vier heli’s naar beneden. Als dieven in de nacht. Omringd door zijn maten, wordt de commando in een body bag stapvoets naar een van de heli’s gereden. Het CASH-personeel salueert. Starend, ineengezakt op het asfalt van het platform, blijven de commando’s even later alleen achter als de Black Hawks uit het zicht zijn verdwenen.

Wanneer Eerste Hulp-dokter Harrison ’s nachts zijn bed opzoekt, vraagt hij zich weleens af of deze oorlog wel nodig was. Hij vraagt zich ook af wat voor leven al die verminkte, invalide militairen nog hebben?

Harrison: ‘Zeker, het speelt ieder keer door mijn hoofd. Wat voor leven heeft zo iemand nog? Hoe gaat zijn leven verder? En dat van zijn gezin? Maar je kunt er niet te veel aan denken. Anders red je het gewoon niet.’

Dit is het eerste deel van een serie over Amerika’s oorlogsgewonden in Irak.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden