'Ik riep: directeur, dat word ik nooit!'

Een directeur die zelf voor de klas staat: is dat nog van deze tijd? Norbert Dechesne vervult die dubbelrol in het Friese Bakhuizen. Hij wil dicht bij de leerlingen blijven.

Norbert Dechesne. Beeld Harry Cock.

Norbert Dechesne staat in de zon aan de rand van het schoolplein waar zo'n dertig kinderen spelen. De directeur van RKPC Basisschool de Toekomst verliest hen niet uit het oog. Dechesne heeft een dubbelrol in het Friese dorp Bakhuizen, gelegen op de weilanden die het IJsselmeer van het meer de Morra scheiden. Hij is naast directeur ook leraar. 'Vanochtend kwam er nog iemand de cv-ketel controleren. Dan word ik weer uit de les geroepen.'

Om dicht bij de leerlingen en de docenten te blijven, geeft Dechesne (48) elke vrijdag les aan de gecombineerde groepen 5 en 6. In die functie deelt hij op vrijdagochtend kanjerpetten uit. Geel voor het bange konijn, rood voor de lachende aap, een zwarte pet voor de pestvogel en een witte, met een tijger erop, voor de kanjer. Daarop volgt een klassikaal gesprek, elke week weer. Met de 'kanjertraining' probeert de school de kinderen bewust te maken van hun gedrag. 'Zo leren we ze om zichzelf te zijn', zegt hij.

Dechesne begon met lesgeven op de jenaplanschool in Dokkum. Dat is alweer twintig jaar geleden. Hij voelt zich nog steeds een jenaplanner, wat inhoudt dat hij 'iedereen het zijne wil laten doen'. Tegenwoordig is dat niet meer zo vanzelfsprekend, stelt Dechesne vast.

Norbert Dechesne. Beeld Harry Cock.

Jenaplan

Het jenaplan gaat ervan uit dat ieder kind al een complete persoonlijkheid heeft en dat de school een samenwerkingsverband is tussen leraren, ouders en leerlingen. Onderwijs wordt niet van bovenaf gegeven door een leraar die de waarheid in pacht denkt te hebben.

'Ik wil de leerlingen vragen: waar ben jij goed in?', zegt Dechesne. 'Die vraag stel ik ook aan de docenten.'

Dechesne zegt dat het lastiger wordt om op die manier leiding te geven. 'We worden steeds meer gevraagd manager te zijn.' Hij hekelt de managementcultuur in het onderwijs en klaagt dat hij zich met de financiën moet bezighouden en met de formatie: hoe zetten we leerkrachten in, wat moeten we doen met een zieke leerkracht?

'We zijn zo bezig alles in regels te vangen', verzucht de directeur. 'Als er een keer een kind valt - dat kan gebeuren - dan hoef je niet meteen in het hele land de wetten en voorschriften te veranderen. Als een kind drie keer over dezelfde opstaande stoeptegel valt, ja, dan kun je zeggen: we gaan die stoeptegel vervangen.'

Cito-scores

Zijn school wordt afgerekend op de Cito-scores. Iedereen moet naar het vwo. 'In deze streek is zo veel potentieel om met de handen te werken. Maar ze meten alleen de cognitie van kinderen, niet hoe sociaal ze zijn of hoe creatief bijvoorbeeld.'

Uit het naastgelegen klaslokaal klinkt gezang. 'Daar kunnen wij ook van meegenieten', merkt Dechesne op. Het is 12 uur. De kinderen zetten de stoelen op tafel, een meisje haalt de vuilniszak uit de prullenbak en een ander veegt het schoolbord uit.

Dechesne staat bij de deur naar het schoolplein. Hij helpt kinderen hun skeelers aantrekken. 'We oefenen om te schaatsen', zegt Jurgen, zijn naam staat op zijn broek gestreken. Bakhuizen ligt nog geen kwartier rijden van Stavoren en Hindeloopen, twee van de Friese elf steden.

Vier klassen

Het dorp heeft duizend inwoners. De dorpsschool telt maar vier klassen en voor elke klas staan twee docenten. Op de basisschool werkt iedereen deeltijd, ook Dechesne. Tweeënhalve dag per week is hij in de weer als directeur, een ochtend geeft hij les. De overige twee dagen volgt hij een master pedagogie in Groningen.

Het aantal leerlingen in Bakhuizen is de afgelopen jaren flink afgenomen. Van bijna 200 naar 88 in vijf jaar. Eén docent moest op een andere school gaan werken, de andere moesten inleveren. Ook Dechesne ging een dag minder werken. Tijdens de reorganisatie besloot hij ook om weer voor de klas te gaan staan.

Dechesne studeerde ooit bedrijfskunde aan de Hogeschool van Leeuwarden. Dat vond hij een 'te groot managementverhaal' en dus stopte hij ermee. Toen hij daarop een paar maanden moest wachten tot hij in militaire dienst kon, werkte hij als manusje-van-alles op een basisschool.

Norbert Dechesne. Beeld Harry Cock.

Pabo

'De directeur zei dat ik er gevoel voor had en dat ik pabo moest gaan doen. Na de dienstplicht heb ik dat gedaan.' De afkeer van het managen bleef. 'Ik riep: directeur, word ik nooit. Al dat geregel.'

Dechesne wilde eerst ervaren hoe het was om les te geven. 'Op een gegeven moment dacht ik: nu kan ik het kunstje wel. Toen wilde ik weer iets anders proeven.' Zo lonkte de functie van schooldirecteur toch nog.

Toen hij in Bakhuizen terechtkwam als directeur wilde hij in eerste instantie niet voor de klas staan. 'Ik wilde echt het vak van directeur leren', zegt Dechesne. Hij was ook bang dat het allemaal te verwarrend zou worden.

Een dubbelrol, wie doet dat tegenwoordig nog in het onderwijs? Dat houdt toch niemand vol, dacht Dechesne. 'De directeur van de Bonifatiusschool in Dokkum was toen ik daar werkte de helft van de tijd docent en de helft van de tijd directeur. Dat leidde tot spanning. Je hebt tegelijkertijd de verantwoordelijkheid voor de groep en voor de hele school. Die man is uiteindelijk locatiedirecteur geworden op een middelbare school en geeft helemaal geen les meer.'

Omdat hij in Bakhuizen maar een ochtend voor de klas staat, is het goed te overzien, vindt Dechesne.

Werkkamer

De directeur laat zijn werkkamer zien. Zes vierkante meter, een bureau met een laptop en een tweede scherm. De vitrage voor de ramen ontneemt het zicht op de straten van Bakhuizen. 'Ik zit hier veel te veel', zegt hij. Dechesne wil liefst zo dicht mogelijk bij de leerlingen blijven.

's Ochtends, voor de lessen beginnen, loopt hij altijd een rondje langs de lokalen, om te vragen hoe het met de juffen gaat. Om half negen staat hij voor de deur van de school, als aanspreekpunt voor de ouders.

Dechesne klapt zijn laptop dicht. Hij woont zelf niet in Bakhuizen, bewust niet. Het zou de verwachtingen kunnen opschroeven. 'Het is goed om hier aan het eind van de middag in de auto weg te rijden', zegt hij. 'De Benedictijner monnik Anselm Grün noemt dat een ritueel. Grün zegt: 'Als je van je werk weggaat, doe dan daadwerkelijk de deur achter je dicht. Dan pas ben je echt weg van je werk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden