Ik proef, dus ik ben

ER WAS REDEN uit te kijken naar het tweede boek van Philibert Schogt. Zijn debuut De wilde getallen (1998) was niet volmaakt, maar wel slim, spannend en geestig, kortom de roman van iemand die nu eens met recht een belofte mocht heten....

Schogt heeft zich niet laten opjagen, maar geduldig voortgewerkt aan de opvolger. Ging het in De wilde getallen om de aan gekte grenzende passie voor een wiskundig probleem, die de hoofdpersoon zin aan zijn bestaan moest geven, in de nieuwe roman Daalder - een mooi Hollands woord uit de gulden tijd van ver vóór de euro - is het niet veel anders: in een beduidend lager tempo schotelt Schogt ons het leven voor van Joop Daalder, die breekt met zijn studie en zijn ouderlijk huis om zich met zijn vrouw in Toronto te vestigen als chocolatier. Geen bombarie, maar het eerlijke vakwerk, dat is Daalders motto. Bijna dertig jaar stelt hij zijn leven in dienst van de superieure bonbon, want de smaak is immers een ondergewaardeerd zintuig.

Op zijn 62ste moet Daalder een bittere pil slikken: zijn winkelpandje in Toronto zal worden afgebroken, nota bene omdat de nabijgelegen supermarkt MegaDeli monstrueus wil uitbreiden. In die supermarkt bevindt zich ook een chocolaterie, gedreven door een stel yuppen dat de schone kunst van het bonbonmaken verkwanselt door middel van modieuze goochelarij en kinky experimenten waar de klanten verzot op zijn. En de klant is koning, in onze smakeloze tijd die de overwinning van de vrije markt op stuitende wijze demonstreert.

Joop Daalder heeft zich nooit naar de wensen van de klant gericht. Hij had wel iets anders aan zijn hoofd. Pas door zich af te wenden van zijn studie kunstgeschiedenis en van het verstikkend kunstzinnige milieu waarin hij is opgegroeid (veel musiceren en kathedralen bezoeken, maar verfijnd eten homaar) en door zijn eigen gezinsleven te veronachtzamen (naar zijn zoon Marcel heeft hij nauwelijks omgekeken), kan hij zich hartstochtelijk wijden aan de kunde die hij als jonge stagiair heeft opgedaan bij de eigenzinnige chocolatier Jérome Sorel in het Franse dorpje Avallon in de Auvergne. Net als in De wilde getallen laat Schogt zien dat de passie die het leven van zijn hoofdpersoon glans verleent, hem tegelijkertijd tot een sociaal geamputeerde maakt, die op een donker moment de rekening gepresenteerd krijgt. In Daalder is het bijvoorbeeld opvallend dat zoon Marcel zich resoluut afwendt van zijn maniakale vader, om met vergelijkbare wilskracht op een heel ander terrein door te douwen: hij wordt advocaat, en wel een die niet kan wachten tot hij in Amerika carrière kan maken. Hij gelooft heilig in de survival of the fittest: voor hem tellen de sullige chocolaatjes van zijn pa totaal niet.

De zoon denkt te breken met zijn vader, maar door dat te doen, treedt hij eigenlijk in zijn voetsporen. Joop Daalder verbrandde immers ook eerst de schepen achter zich, voordat hij zich in het gemoedelijke en nogal onderontwikkelde Canada als ambassadeur van de goede smaak ontplooide.

Zoals de naijver aan de universiteit en de verzengende interesse voor een academisch probleem in De wilde getallen aan W.F. Hermans deed denken, zo herinnert de overgave aan 'de zaak' die ten koste gaat van familieverhoudingen, enigszins aan Karakter van Bordewijk. Het zijn invloeden als mespunten. Schogt heeft een verhaal, en weet ook hoe hij dat moet opbouwen, maar in Daalder slaat hij geregeld een schoolse jongensboekentoon aan, die de bikkelhardheid van zijn thematiek ondergraaft. 'Hoe delicater het evenwicht, hoe intenser de extase', doceert Sorel de ontvankelijke Daalder, en de leermeester heeft meer van die welluidende waarheden paraat. Als een perzik rijp is, 'dan vallen extase en weemoed samen. Zo kun je met de smaakzin, meer dan met enig ander zintuig, de vergankelijkheid van het geluk aan den lijve ondervinden. Sterker nog, je werkt eraan mee. Je kunt zo'n perzik alleen proeven door hem tegelijkertijd te vernietigen. Je eet hem immers op.'

Ook mooi - als frase dan, want inhoudelijk twijfelachtiger - is de stelling die de Baarnse chocolatier Vermeulen de eigengereide Daalder voorlegt, als die na Frankrijk en voor Canada wat geld moet verdienen om zichzelf en zijn zwangere vrouw te kunnen onderhouden: 'Een Vermeulen-bonbon is niets anders dan een gestold moment uit een tweegesprek. Jawel, een tweegesprek dat al generaties lang gaande is tussen onze familie en onze klanten. Wij bieden aan, de klant becommentarieert, wij wijzigen, de klant becommentarieert opnieuw.'

Zo houd je je zaak overeind, dat is waar, maar Daalder gruwt van het compromis dat in die zakelijke instelling besloten ligt. Hij wil trouw blijven aan Sorel en aan zichzelf, en als authentiek vakman zijn ziel en zaligheid leggen in datgene waar het om draait: het broze moment van puur chocoladegeluk. Als jongeman heeft hij het tijdens een vakantie ontdekt: 'Ik proef, dus ik ben. Met deze woorden viel alles op zijn plaats. Dit was het antwoord op al zijn twijfels. Zijn leven bestond uit smaakmomenten.'

Misschien wil Schogt met de achternaam Daalder aangeven dat Joop een man uit een voorbije tijd is. Zo worden ze heden ten dage niet meer gemaakt. Paradoxaal gezegd is het een sympathieke geste van de auteur dat hij zijn hoofdpersoon allengs onsympathiekere trekjes geeft: Daalder wordt een grimmige eenling, die zich, zodra zijn vrouw naar Nederland is gevlogen (omdat haar moeder is gestorven, iets waarvoor Joop zijn zaak niet uit wil), vergrijpt aan een wellustige verkoopster, die zich vervreemdt van kennissen en zich verschanst in zijn strijd tegen de smakeloosheid.

Toch wordt het verhaal nergens snijdend pijnlijk, hoeveel drama er in Daalder ook voor het oprapen ligt. Dat is voornamelijk te wijten aan de vlakke stijl en het rustieke tempo waar Schogt dit keer voor heeft gekozen. Daalder bevat nauwelijks zinnen die je doen opveren. Scènes worden ingeleid, opgevoerd en nagewuifd, en dat alles met een kalmte alsof de schrijver is vergeten dat passie pas dan overdraagbaar is als ook de woorden waarin zij wordt gegoten, radicaal weten te vervoeren.

Weinig subtiel wordt Amerika, en de Amerikaanse geest, telkens als boosdoener aangewezen: Sorel sterft als hij bezoek heeft gehad van een jofele Amerikaanse militair, het landgoed Swaanendal van zijn ouders wordt door een beursspeculant gekocht, en zijn eigen zoon Marcel is een redneck om allerminst trots op te zijn.

De arme Joop Daalder moet zich ten slotte afvragen: 'Maar ook als ik niet proef, ben ik, en wat dan? Dan begonnen de problemen, dan begon de flauwekul, het grote niets.' Alsnog wil hij vrede sluiten door de trekken van een tevreden gezinsman aan te nemen, op een moment echter dat zijn nazaat al aan zíjn oorlog is begonnen. Treurig genoeg allemaal, maar de tragedie 'pakt' niet echt, doordat Schogt kortweg gezegd nergens vaart maakt. Het relaas van een gekke kerel die avonturier wordt tegen wil en dank, is zélf niet gek genoeg.

Van De wilde getallen sprongen de vonken af. Voor Daalder zette Schogt een tandje lager in, met als gevolg dat deze roman geen delicate bonbon is geworden, maar een probleemloos te verteren snack die de leeshonger stilt zonder dat de consument onversneden extase of weemoed deelachtig wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden