Ik overweeg een penning met 'Reanimeren? Graag!'

Huisartsen uit de regio Alkmaar krijgen een opfriscursus reanimatie die jaarlijks verplicht is. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Of vader een niet-reanimeerverklaring had? Echt niet? De jonge, aardige dokter keek ons indringend aan. Ze kon dat toch wel ernstig aanbevelen. Mijn vader, 80, was met hartklachten in het ziekenhuis opgenomen. De kans op een harstilstand was niet klein. En zeg nou, niemand wilde toch dat mijn vader, mocht hij zo'n reanimatie overleven, zijn resterende jaren moest slijten 'als een kasplantje'? Nee, dat wilden we niet. Mijn vader overleed die week, en niet aan een hartstilstand. Het was 1999.

Elf jaar later werd mijn moeder opgenomen in een verpleeghuis. Bij de intake moesten we lange lijsten invullen. En weer kwam de 'reanimeer mij niet'- verklaring langs. De meeste bewoners, zei de arts, droegen die tekst op een penning aan een ketting om hun hals. Dat kon zij zeker aanbevelen. Ook zij kwam aanzetten met het gruwelijke beeld van het kasplantje. Dat wilden wij onze moeder toch niet aandoen? Mijn moeder was tegen de 90 en dement. Er was alle reden om over haar naderende sterven na te denken; euthanasie bij dementerenden is een heikel onderwerp. Maar over dat niet-reanimeren leek geen twijfel of discussie mogelijk. Zo'n verklaring was nuttig.

Verenso, de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde, stelde in 2013 een 'richtlijn' op, waarbij werd uitgegaan van hersenschade na reanimatie in 50 procent van de gevallen. Ook huisartsen gingen daarvan uit.

Maar het inzicht schrijdt voort. Die kasplantjestheorie klopt niet. Ik schrok van een bericht in Trouw: de kans om als oudere na een reanimatiepoging als vegeterend wrak te eindigen, is klein. Dat blijkt uit een onderzoek van het AMC Amsterdam, gepubliceerd in het medische tijdschrift Resuscitation. Slechts 12 procent van de 70-plussers overleeft een reanimatiepoging buiten het ziekenhuis, maar van hen heeft 90 procent geen blijvende schade. De kans op fatale schade is gering: in Nederland verblijven zo'n 25 mensen in vegetatieve toestand in een tehuis, de helft van hen als gevolg van reanimatie.

Reden genoeg om zo'n poging te wagen als je hart het zomaar begeeft. Hoeveel mensen zouden er, omdat ze zo'n tekst bij zich dragen, onnodig vroeg zijn gestorven, omdat ze helaas niet gereanimeerd zijn? Omdat ze doodsbenauwd waren om als kasplantje te eindigen? Omdat iemand ze daarmee bang had gemaakt? Wat een akelig idee.

In de brochure Informatie over (niet)-reanimeren van de NVVE, de vereniging die het 'waardig' sterven propageert, lees ik dat 'het overgrote deel van de overlevenden, en/of hun partners, wel in meer of mindere mate nadelige gevolgen ondervinden' van de reanimatie. De voorlichtingsfolder geeft op neutrale toon drie redenen om voor niet-reanimeren te kiezen: a. Mijn leven is voltooid; b. Voor mij hoeft het niet meer; en c. Na reanimatie ben je toch een kasplant. Redenen om níet zo'n verklaring te tekenen of bij je te dragen geeft de folder niet. Ik hoop dat die omissie nu snel wordt goedgemaakt. En dat Verenso haar richtlijn aanpast.

Ooit houdt een hart op met tikken. Gelukkig maar, want niets lijkt mij zo erg als onkwetsbaar zijn. Weten dat de artsen je altijd kunnen oplappen, zou bij mij iedere vaart uit het leven halen. Maar zo ver is het nog niet. Waarom pillen slikken tegen hoge bloeddruk en cholesterol, maar vervolgens niet ingrijpen bij hartfalen? Ik overweeg een penning met 'Reanimeren? Graag!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.