'Ik moest uitleggen wie Ischa was'

Regisseur Carel Alphenaar brengt vanavond in Amsterdam een stuk van Ischa Meijer op de planken. Hij deed het eerder af als 'flauwekul'.

AMSTERDAM - Vraag maar een ander. Dat dacht Carel Alphenaar nadat hij het toneelstuk Ons dorp, de schoonheid en het leven van Ischa Meijer had gelezen. Vraag maar een ander, want dit is geen goed stuk. 'Het verhaal heeft geen handelingsverloop en de karakters zijn artificieel en maken geen ontwikkeling door. Eigenlijk is het een vergaarbak van invallen, een uitstalkast van vrolijke en minder vrolijke aberraties. Ondoenlijk voor de acteurs, moeilijk voor het publiek. Ik dacht: ik kan een zaal die flauwekul van Ischa toch niet door de strot duwen?'


Wel dus. Vanavond wordt, in het kader van een symposium over de Fassbinder-affaire in De Balie, Ons dorp, de schoonheid en het leven eenmalig opgevoerd. 'Als drama mag het stuk niet belangwekkend zijn', zegt Alphenaar, 'er zijn zoveel mensen die van Ischa hebben genoten en die nog steeds in hem geïnteresseerd zijn, dat het goed is dat zijn werk wordt opgevoerd.'


Ischa Meijer schreef het stuk in 1988, naar aanleiding van de commotie rond Werner Fassbinders vermeende anti-semitische toneelstuk Het vuil, de stad en de dood, en de daarop volgende ontvoering van de joodse acteur Jules Croiset, die door Croiset verzonnen bleek.


Hoofdpersoon in Ons dorp, de schoonheid en het leven is de jood Holden Lanier, die door een joods circusgezin wordt gegijzeld. Alphenaar: 'Die man is zo blij dat hij weg is van zijn eigen familie, dat hij eindelijk eens wat meemaakt. Hij heeft altijd van zijn ouders moeten horen dat hij de oorlog niet heeft meegemaakt, het kamp niet, dat hij geen leed kent, dat hij daarom geen recht van spreken heeft. En nu maakt hij wel iets mee. Hij vindt de gijzeling een heerlijk opwindend spektakel, is zijn gijzelnemers voortdurend ter wille.'


Typisch Meijer, om in onomwonden scènes zijn eigen milieu voor schut te zetten, zijn eigen ouders met hun hierarchie van leed - daar kon hij toch nooit tegenop:


'Bergen Belsen - laat me niet lachen.


Mijn tochter heeft in Bergen Belsen gezeten.


Ik schaam me kaputt voor mijn vriendinnen.


Lea hat in Auschwitz gezeten und ihre mann in Treblinka.


Mein ünkel Paul ist in Neuengamme gebleven,


und mein broer Fritz hat Sobibor niet oberleefd.


Und dann kommt meine bluteigenes tochter


nog eens aankakken mit Bergen Belsen!'


'Ik zou dat nooit kunnen schrijven', zegt Alphenaar, 'maar hij mag het doen. Er zit nog een scène in waar Omi beweert dat ze door de SS-ers doof is gemaakt, en haar dochter zegt: 'Maar voor de oorlog was je toch ook al doof?' Als ik zoiets lees, hoor ik Ischa homerisch lachen.'


Alphenaar, decennialang dik bevriend met Ischa Meijer, heeft de opvoering van het toneelstuk in 1988, door Toneelgroep Amsterdam, niet gezien. 'We zagen elkaar toen al niet meer zoveel: Ischa was erg met zichzelf bezig en ik kon daar niet meer tegen. Bovendien: Toneelgroep Amsterdam was net ontstaan uit een fusie van het Publiekstheater en Toneelgroep Centrum, waarvan ik artistiek leider was. Gerardjan Rijnders werd artistiek leider van die nieuwe club, en het voelde alsof Ischa door hen werd ingepikt. Ik ben uit rancune niet gegaan, ik heb ook de toneeltekst nooit gelezen. Ik dacht: het zal allemaal wel.'


Later heeft hij het toneelstuk op band bekeken. Het viel hem op hoe karikaturaal alle rollen waren aangezet. 'Marjon Brandsma, die nu de moeder speelt en in 1988 ook al een rol had, vertelde dat de acteurs maar een beetje hun eigen gang waren gegaan. Ischa, die ook de regie van het stuk deed, bleek daar geen talent voor te hebben; bij alles wat ze bedachten stond hij te juichen.'


Hoe hij het stuk te lijf is gegaan? 'Ik heb losgelaten dat het een goed doortimmerd dramatisch stuk moet zijn. Laat het maar een montagetekst zijn - die discontinuïteit is ook spannend. Kijk, in een lezing kun je toch niet te veel verbeelden. Ik heb tegen de acteurs gezegd: als hoorspel moet het goed zijn. Het allerbelangrijkste is dat ze goed moeten begrijpen wat ze lezen. En ja, daarvoor moest ik voornamelijk uitleggen wie Ischa was.'


Hij citeert Holden Lanier, die Ischa Meijer citeert:


'Wanhopig was ik, toen ik niet naar de Toneelschool mocht.


Ik had zo gehoopt de gruwelijke werkelijkheid van alledag


naar mijn hand te kunnen zetten - als ik maar acteur had kunnen worden.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden