Reportage

‘Ik moest overleven, iedereen moet dit weten’: op zoek naar bewijs van dwangarbeid in Xinjiang

Dina Nurdybai vluchtte na haar vrijlating naar Kazachstan, waar zij een textielatelier is begonnen. 
 Beeld Ekaterina Anchevskaya
Dina Nurdybai vluchtte na haar vrijlating naar Kazachstan, waar zij een textielatelier is begonnen. Beeld Ekaterina Anchevskaya

Zakenvrouw Dina Nurdybai moest naar eigen zeggen een jaar lang dwangarbeid verrichten in de Chinese provincie Xinjiang. Haar verhaal klinkt overtuigend, maar is het ook te bewijzen? Via interviews, satellietfoto’s en onderzoek ter plaatse komt Leen Vervaeke een uitgekiend systeem van overheidsdwang op het spoor.

We zijn er. Het heeft weken onderzoek gekost, een dag reizen en een uur kat-en-muisspel met achtervolgers, maar het is gelukt. We staan voor de fabriek waar Dina Nurdybai, een zakenvrouw uit Xinjiang, naar eigen zeggen dwangarbeid heeft verricht. Waar volgens haar beschrijving twintig naaimachines stonden, aan elkaar vastgeketend en omgeven door tralies. Waar de werknemers, voornamelijk vrouwen, maandsalarissen tot 11 renminbi kregen: 1,42 euro.

Een maandsalaris waarvoor ze, zo zegt Nurdybai, drie keer per dag de Chinese overheid moesten bedanken. ‘Ze zeiden: jullie eten, jullie kleding en jullie logement is allemaal gratis. Jullie kinderen en bejaarden krijgen bijstand, en nu krijgen jullie ook salaris. Jullie moeten ons dankbaar zijn.’

Voor die fabriek staan we, op de Nilka-Wujin MKB Ondernemersbasis, een industrieterrein dat in handelsregisters vier verschillende namen heeft en op geen enkele kaart is aangeduid. Omheind door een hek met daarop restanten van elektriciteits- en prikkeldraad, en voor de ingang patrouillerende politie. We zijn er binnengekomen via een sluipweg en een bouwwerf, waar het hek tijdelijk is weggehaald, en we kunnen er tien minuten rondkijken, tot we door een wachter worden weggejaagd.

We zijn er, maar wat levert het op? De fabriek is een naamloze witte loods, zo’n 30 bij 60 meter. Op de zijkant hangt een paternalistische slogan – ‘Voed mensen die moeten werken op tot mensen die geschikt zijn voor werk’ – maar dat soort leuzen zie je in Xinjiang overal. Voor de ramen zitten tralies en aan de gevel hangen twaalf camera’s. Nogal overdadig voor een industrieterrein waar officieel textiel en voedingsmiddelen worden gemaakt, maar een bewijs van dwangarbeid is het niet.

Checkpoint bij het in- en uitrijden van Nilka, een dunbevolkt landbouwgebied in het westen van Xinjiang. Beeld Leen Vervaeke
Checkpoint bij het in- en uitrijden van Nilka, een dunbevolkt landbouwgebied in het westen van Xinjiang.Beeld Leen Vervaeke

Lange zoektocht

De fabriek is het eindpunt van een lange zoektocht naar bewijzen voor het verhaal van Nurdybai, een verhaal over heropvoedingskampen in Xinjiang en dwangarbeid. De tocht leidt via interviews, satellietfoto’s en overheidsdocumenten naar een bezoek ter plaatse, met overheidsmedewerkers in ons kielzog, zoals dat gaat in Xinjiang. Maar het eindpunt blijkt geen ontknoping: we stuiten op tal van verdachte zaken, maar niet op sluitend bewijs.

Het toont op individueel niveau hoe moeilijk het is om dwangarbeid aan te tonen; ook op internationaal niveau is het debat verzand in een welles-nietesspel. Beschuldigingen van dwangarbeid staan centraal in het oplopende conflict tussen China en het Westen: de Verenigde Staten hebben een verbod op katoenimport uit Xinjiang ingesteld, de Europese Unie heeft sancties uitgevaardigd, China heeft gereageerd met tegensancties. Het dossier zit muurvast: westerse landen eisen dat Beijing een einde maakte aan dwangarbeid, Beijing ontkent dat het gebeurt.

Maar ook zonder sluitend bewijs levert onze zoektocht belangrijke aanwijzingen op. De Nilka-Wujin MKB Ondernemersbasis blijkt een spil in een grootschalig tewerkstellingsprogramma, waarin de rekrutering plaatsvindt via propaganda en indoctrinatie, met op de achtergrond de dreiging van heropvoedingskampen. De arbeiders staan van zo veel kanten onder druk dat je je kunt afvragen waar vrijwilligheid eindigt en dwang begint. En of het woord ‘dwangarbeid’ niet tekortschiet voor het alomvattende systeem van overheidscontrole dat zich aftekent.

null Beeld

Opgesloten

De zoektocht begint met het verhaal van Dina Nurdybai (29), een etnisch Kazachse vrouw uit Nilka, een dunbevolkt landbouwgebied in het westen van Xinjiang. De meeste getuigenissen uit Xinjiang komen van Kazachen, omdat zij in tegenstelling tot Oeigoeren China soms nog kunnen verlaten. Nurdybai wist in mei 2019 naar Kazachstan te ontkomen. Als Kazachse kreeg zij overigens een iets betere behandeling in Xinjiang dan haar Oeigoerse streekgenoten.

Vier jaar geleden baatte Nurdybai in Nilka een klein textielbedrijf uit, met dertig naaisters. De zaken gingen goed: ze had een banklening gekregen om uit te breiden en werd bedolven onder de bestellingen. Tot ze op 14 oktober 2017 werd opgepakt, officieel omdat ze in het buitenland was geweest, bij haar familie in Kazachstan. Ze kreeg te horen dat ze tien dagen in detentie zou moeten blijven, tot het einde van het Negentiende Congres van de Communistische Partij. Maar na afloop van het congres werd haar detentie verlengd tot een jaar. De politie had WhatsApp op haar telefoon gevonden, wat volgens hen op extremisme wees. Nurdybai moest worden heropgevoed.

Nurdybai komt in een kamp voor vrouwen terecht, waar ze lessen Chinees en wetgeving krijgt, en politieke indoctrinatie. De omstandigheden zijn er barbaars. ‘De politie in het kamp had stokken waarmee ze elektrische schokken toedienden. Op de vloer stonden lijnen en als je daar per ongeluk buiten stapte, sloegen ze je. Eén keer ben ik hard geslagen, op mijn nek en achterhoofd. Ik heb daar nog steeds zware hoofdpijn van. Er waren overal camera’s, zelfs in het toilet en de douches. Je kon niet weigeren: als je niet naakt wilde douchen, had je zogenaamd een probleem met je denken.’

‘Elke dag kregen we rijst en soep te eten, iets anders was er niet. Veel vrouwen huilden of aten niet, en werden ziek. Maar ik dacht: ik moet dit overleven. Ik moet hierover vertellen, iedereen moet dit weten. Dus ik zei: het is oké als ze me slaan. Het is oké als ze me naakt zien. Ik eet alles wat ze me geven. Ik hield mezelf voor: ooit komt er een dag dat ik hieruit kom, en dan zet ik dit jullie betaald.’

Fabriekshal op de Nilka-Wujin MKB Ondernemersbasis, waar toevallig een deur openstond. Het industrieterrein heeft in handelsregisters vier verschillende namen en is op geen enkele kaart aangeduid. Beeld Leen Vervaeke
Fabriekshal op de Nilka-Wujin MKB Ondernemersbasis, waar toevallig een deur openstond. Het industrieterrein heeft in handelsregisters vier verschillende namen en is op geen enkele kaart aangeduid.Beeld Leen Vervaeke

Het bestaan van heropvoedingskampen is uitgebreid gedocumenteerd. De Verenigde Naties noemden het in 2018 aannemelijk dat er tot een miljoen Oeigoeren opgesloten zaten. De Chinese overheid ontkende dit eerst, maar veranderde eind 2018 van strategie: de kampen zouden ‘beroepsonderwijs- en trainingscentra’ zijn waar achtergestelde mensen ‘beïnvloed door extremisme’ vaardigheden leren, voor hun eigen bestwil. Nurdybai, een niet-praktiserende moslima, noemt dit onzin. ‘Hoe kan dit goed zijn? Ik had een inkomen, ik betaalde belastingen, ik gehoorzaamde alle wetten. Het ging prima met mij.’

Bijzondere getuige

Nurdybai is een bijzondere getuige. Als voormalige zakenvrouw met directe familie in Kazachstan heeft ze een ambigue positie in het heropvoedingstraject. Ze begint als gedetineerde, maar komt na een half jaar in een meer ontspannen kamp voor Oeigoerse partijfunctionarissen terecht en wordt uiteindelijk zelfs af en toe ingeschakeld als leerkracht. Tegelijk is de impact van haar opsluiting groter, doordat ze ook financieel wordt getroffen: haar bedrijf gaat bankroet en haar banklening loopt op. Ze is nog steeds aan het afbetalen.

De Chinese overheid doet verhalen over heropvoedingskampen en dwangarbeid af als ‘laster en smaad’, en organiseert hele persconferenties waarop getuigen en experts in diskrediet worden gebracht. Om zo’n reactie voor te zijn, proberen we het verhaal van Nurdybai zo veel mogelijk te verifiëren en door externe bronnen te laten bevestigen.

Het verhaal reconstrueren is niet eenvoudig. Ze is in een jaar tijd opgesloten op zeven locaties, zonder telefoon of agenda, wat een impact heeft gehad op haar tijds- en ruimtebesef. Ze herinnert zich sommige details haarscherp, maar heeft moeite om haar ervaringen chronologisch te vertellen, mogelijk mede als gevolg van een trauma. Ook andere vrouwen hebben getuigd dat ze sinds hun opsluiting last hebben van geheugenproblemen.

Het vergt tal van gesprekken met Nurdybai, maar uiteindelijk krijgen we haar kampervaringen goed in beeld (zie kaart). Ze blijkt heen en weer gestuurd tussen verschillende overheidsgebouwen in Nilka, die vanaf eind 2017 tot heropvoedingskampen zijn omgebouwd. Ze verblijft in een oude rechtbank, een zorgcentrum, een middelbare school en een gebouw dat de ‘paardenranch’ wordt genoemd. En eindigt in de fabriek op het industrieterrein, de Nilka-Wujin MKB Ondernemersbasis.

De slogan op deze fabrieksloods roept op om ‘met het gedachtengoed van Xi Jinping als gids’ te streven naar ‘sociale stabiliteit en duurzame vrede’. Beeld Leen Vervaeke
De slogan op deze fabrieksloods roept op om ‘met het gedachtengoed van Xi Jinping als gids’ te streven naar ‘sociale stabiliteit en duurzame vrede’.Beeld Leen Vervaeke

In Nilka zijn er van Nurdybais rondgang langs heropvoedingskampen weinig sporen over. Het stadje en het omliggende platteland, samen goed voor 190 duizend inwoners, zijn in volle transformatie. Langs hobbelige baantjes ligt het puin van afgebroken leemhuizen, verderop verrijzen moderne nieuwbouwwijken, waar duizenden inwoners worden ‘hervestigd’. Nilka wordt, zoals heel Xinjiang, in hoog tempo ontwikkeld: van agrarisch naar industrieel, van arm naar – in communistisch jargon – gematigd welgesteld.

Daarbij komt dat de erg zichtbare heropvoedingskampen in overheidsgebouwen eind 2018 of begin 2019 zijn gesloten, op het moment dat buiten de stad een enorm gevangeniscomplex werd opgeleverd – een ontwikkeling die in heel Xinjiang is vastgesteld. Op het hek langs de middelbare school hangen nog resten prikkeldraad en een leerling bevestigt dat de school een paar jaar geleden is gesloten. De andere gebouwen hebben nieuwe functies gekregen. Alleen de paardenranch en de fabriek, een paar kilometer buiten het centrum, zijn nog stevig omheind.

Een kijkje in een fabriekshal op de Nilka-Wujin MKB Ondernemersbasis.  Beeld Leen Vervaeke
Een kijkje in een fabriekshal op de Nilka-Wujin MKB Ondernemersbasis. Beeld Leen Vervaeke

Bewijzen

Maar Nurdybais ervaringen worden bevestigd door satellietfoto’s. Ze vertelt hoe de gevangenen in de middelbare school van de slaapzalen naar leslokalen werden geleid via een tunnel van overdekte hekken. Op satellietfoto’s uit 2018 is die constructie duidelijk te zien, net als bij andere scholen die getuigen aanduiden als heropvoedingskamp. Een foto uit 2018 van een lokale bron op de mensenrechtensite Bitter Winter toont een hek rond de school. De bron wordt later zelf gedetineerd.

Derde Middelbare School van Nilka in 2017, toen het gebouw nog als school werd gebruikt, en in 2018, toen het gebouw als heropvoedingskamp diende. Op satellietfoto’s van 2018 is een omheining rond de school (groen) te zien, en een tunnel van hekwerk (rood) tussen slaapzaal en leslokalen. Beeld © Airbus DS 2017-2018 / beschikbaar gesteld door Earthrise
Derde Middelbare School van Nilka in 2017, toen het gebouw nog als school werd gebruikt, en in 2018, toen het gebouw als heropvoedingskamp diende. Op satellietfoto’s van 2018 is een omheining rond de school (groen) te zien, en een tunnel van hekwerk (rood) tussen slaapzaal en leslokalen.Beeld © Airbus DS 2017-2018 / beschikbaar gesteld door Earthrise

Ook in overheidsdocumenten en media zijn bewijzen te vinden, al zijn die goed verstopt. Zo erkent het bestuur van Nilka nergens het bestaan van ‘beroepsonderwijscentra’, maar wordt eind 2017 wel een stroomstoring in ‘beroepsonderwijscentrum de oude rechtbank’ gemeld. Een lokale krant publiceert een verslag van een inspectiebezoek aan Nilka op 12 oktober 2017. Een partijleider bezoekt er een ‘beroepsonderwijs- en trainingscentrum’, maar ook het zorgcentrum, de paardenranch, de middelbare school en het industrieterrein, met andere woorden: alle locaties van de heropvoedingstournee waar Nurdybai twee dagen later aan begint. Het artikel wordt later verwijderd, en is alleen nog via een archief te vinden.

Het toont dat de Chinese autoriteiten de sporen van de kampen proberen te wissen. De telefoons van voormalige gevangenen worden gemonitord, tot in het buitenland worden zij onder druk gezet. ‘Een paar ouderen krijgen pensioen uit China, dus die durven niet te praten’, zegt Nurdybai over een paar Kazachen die samen met haar gevangenzaten. ‘Een andere man heeft een jongere broer die nog in China woont. Hij is bang dat zijn broer niet naar Kazachstan zal kunnen komen.’

Zelf heeft ze, als voorwaarde om China te verlaten, een vertrouwelijkheidsclausule ondertekend. De overheid van Nilka neemt het haar kwalijk dat ze die clausule met haar interviews overtreedt en dreigde er eerder mee haar twee ooms te arresteren, die nog in Nilka wonen. ‘Ik heb hun gezegd: ik zou die clausule niet getekend hebben als ik vrij was geweest, jullie hebben me gedwongen. En als mijn ooms iets overkomt, vertel ik nog meer.’

In deze fabriekshal op de Nilka-Wujin MKB Ondernemersbasis blijken schooluniformen te worden gemaakt. Beeld Leen Vervaeke
In deze fabriekshal op de Nilka-Wujin MKB Ondernemersbasis blijken schooluniformen te worden gemaakt.Beeld Leen Vervaeke

En Nurdybai heeft meer te vertellen: ze heeft naar eigen zeggen dwangarbeid verricht, een aanklacht die nog moeilijker te bewijzen is en waarop doorgaans nog heviger tegenreacties van de Chinese overheid komen.

Het algemene beeld is dat in 2017 grote groepen mensen in Xinjiang verdwijnen in heropvoedingskampen en dat er vanaf eind 2018 een verschuiving naar dwangarbeid lijkt plaats te vinden. Volgens de denktank Australian Strategic Policy Institute worden 80 duizend Oeigoeren tussen 2017 en 2019 overgebracht naar fabrieken in het Chinese binnenland, volgens het Amerikaanse Center for Global Policy worden een half miljoen Oeigoeren in 2018 gedwongen in de katoenpluk te werken. Beijing doet dit af als ‘leugens en geruchten’ en beschuldigt de denktanks van een georkestreerde aanval op China.

Maar Nurdybais verhaal is heel gedetailleerd. In maart 2018 komt ze voor het eerst op een industrieterrein terecht. De fabrieken zijn net opgeleverd en nog leeg, en Nurdybai moet er poetsen. Eind augustus 2018 wordt ze verhuisd naar de paardenranch, waar ze eerder haar heropvoeding kreeg. Vandaar moet ze elke dag te voet naar datzelfde industrieterrein, een kilometer lopen, gevolgd door partijfunctionarissen. Ze wordt er in een textielfabriek tewerkgesteld, waar ze schooluniformen moet maken. De fabriek heeft geen naam.

Strategische ligging

Het industrieterrein is de Nilka-Wujin MKB Ondernemersbasis, gelegen op het terrein van een voormalige paardenboerderij, vandaar de naam ‘paardenranch’. Het is een immens domein, met twee kantoorgebouwen, veertig witte loodsen en uitgestrekte akkers, allemaal achter hetzelfde hek. Ernaast zit een politiekantoor en aan de voorzijde rijdt een patrouillewagen heen en weer. Als ik twee vrouwen aanspreek, komt er meteen een agent tussenbeide. Sowieso zijn gesprekken met inwoners moeilijk, gezien de voortdurende zwerm overheidsmedewerkers om me heen.

De Ondernemersbasis is een samenwerking tussen Nilka en Wujin, een rijk stadsdistrict in de Oost-Chinese provincie Jiangsu. Bedrijven uit Wujin hebben vestigingen opgericht op het industrieterrein, Nilka heeft op zijn beurt arbeiders naar fabrieken in Wujin gestuurd. Het hele project lijkt vooral te leven van overheidscontracten en -subsidies, maar wordt voorgesteld als een groot succes: in 2020 zijn er officieel tweeduizend banen gecreëerd. Volgens de overheid van Nilka is de Ondernemersbasis ‘het belangrijkste strijdperk van de tewerkstelling’.

Met zijn strategische ligging en zijn olie-, gas- en steenkoolreserves is Xinjiang van groot belang voor de Chinese economie. De regio vormt een cruciale spil van het Belt and Road Initiative, het infrastructuurproject langs de oude zijderoutes dat China met het buitenland moet verbinden. En het vormt een potentiële uitwijkbasis voor lagelonenindustrie, waarvoor de Chinese oostkust te duur aan het worden is. Volgens een regeringsplan uit 2016 moet de capaciteit van de maakindustrie in Xinjiang tegen 2025 verdubbelen. De textielindustrie krijgt daarin een hoofdrol.

Om dat voor elkaar te krijgen, worden regio’s uit het ontwikkelde Chinese binnenland gekoppeld aan arme regio’s in Xinjiang, zoals Wujin aan Nilka. De Chinese overheid stelt het voor als een win-winsituatie: de Chinese economie ontwikkelt zich, bedrijven kunnen goedkoop uitbreiden en de inwoners van Xinjiang klimmen op uit de armoede, dankzij ‘stabiele banen in de industrie’.

Maar Nurdybai voelt zich niet bepaald een winnaar, als ze in augustus 2018 op het industrieterrein wordt tewerkgesteld. Ze komt in loods D7 terecht, achteraan op het terrein. Binnen zijn de ramen afgedekt en is de fabriek opgedeeld in twaalf compartimenten, afgescheiden door tralies. In haar compartiment staan twintig naaimachines. Enkele mannen doen het eenvoudige werk, de vrouwen naaien kragen en boorden. De data in Nurdybais verhaal komen overeen met de ontwikkeling van het industrieterrein: eind 2017 worden er nieuwe loodsen gebouwd, in 2018 trekken er bedrijven in.

Satellietfoto van Nilka-Wujin MKB Ondernemersbasis uit juni 2021. Rond het industrieterrein staat een drie meter hoog hek (rood) met resten van prikkeldraad en elektriciteit. De fabriekshallen van fase 2 van het industrieterrein (groen) werden eind 2017 opgeleverd, en hebben tralies voor de ramen. Dina Nurdybai zegt in fabriekshal D7 (geel) te hebben gewerkt Beeld PLEIADES © CNES 2021. Distributie Airbus DS / Beschikbaar gesteld door Earthrise
Satellietfoto van Nilka-Wujin MKB Ondernemersbasis uit juni 2021. Rond het industrieterrein staat een drie meter hoog hek (rood) met resten van prikkeldraad en elektriciteit. De fabriekshallen van fase 2 van het industrieterrein (groen) werden eind 2017 opgeleverd, en hebben tralies voor de ramen. Dina Nurdybai zegt in fabriekshal D7 (geel) te hebben gewerktBeeld PLEIADES © CNES 2021. Distributie Airbus DS / Beschikbaar gesteld door Earthrise

In de textielfabriek werkt Nurdybai met vrouwen uit een gevangenis in de stad Urumqi, maar ze herkent ook gedetineerden uit de heropvoedingskampen. Ze werken zeven dagen per week, onder een streng regime: ze mogen twee keer per week met familie bellen en als ze getrouwd zijn, één keer per maand partnerbezoek ontvangen. ‘De vrouwen die de meeste kleren maakten, mochten één dag per maand naar huis. Ze konden ’s avonds naar huis en moesten de volgende ochtend terug zijn.’

Volgens Nurdybai is de fabriek het eindpunt van het heropvoedingstraject: gedetineerden die voldoende Chinees en wetteksten kennen, worden erheen gestuurd om vaardigheden te leren. Het is de laatste stap voor ze worden vrijgelaten. Maar niet iedereen op het industrieterrein valt onder dat regime: sommige arbeiders mogen elke avond naar huis en krijgen hogere salarissen (omgerekend tussen de 155 en 320 euro, aldus lokale media). En nog vreemder: sommigen blijven ook na hun vrijlating op het industrieterrein werken. Misschien is het er dan toch niet zo slecht?

‘Sommige vrouwen bleven daar werken, zelfs nadat ze hun doelen hadden bereikt’, zegt Nurdybai. ‘Maar het is niet zo dat ze dat echt wilden, het was zo geregeld door de overheid. Zodra ze in het heropvoedingskamp komen, bezoeken ambtenaren hun huis, helpen hun kinderen en bejaarden en geven hun bijstand. De staat helpt hun familie en in ruil verdienen zij geld voor de staat. Ze doen dat niet vrijwillig. Dat is het beleid.’

‘Vrijwillig’ werken

Wat Nurdybai beschrijft, is een systeem waarin expliciete dwang en impliciete druk in elkaar overgaan. Dat beeld doemt ook op uit lokale overheidsdocumenten. Daarin wordt beschreven hoe landbouwers en herders worden aangemoedigd hun land en dieren op te geven, aan ‘trainingen’ deel te nemen en banen in de industrie aan te nemen. Over hun kinderen en ouderen moeten ze zich geen zorgen maken: die worden ‘centraal opgevangen’. In 2016 en 2017 worden in Nilka 45 crèches gebouwd, voldoende voor 8.642 – oftewel zowat alle – kinderen. De voertaal in de crèches is Chinees.

De trainingen, banen en kinderopvang zijn officieel vrijwillig, maar tussen de regels door is iets anders te lezen. In werkrapporten wordt aangestipt dat veel inwoners eigenlijk niet op het overheidsaanbod willen ingaan: ‘arbeiders van minderheden zijn niet bereid om buiten hun eigen regio te werken’ en ‘vrouwen van minderheden hebben geen sterke wil om werk te vinden door hun familieconcepten’. Die inwoners moeten ‘meer ideologisch onderwijs’ krijgen tot ze ‘hun concepten veranderen’, met andere woorden: tot ze ‘vrijwillig’ willen wat de overheid wil.

Er is ook sprake van een quotum: elk jaar moeten in Nilka 50 duizend ‘overtollige’ landbouwers een baan aannemen. Tussen 2015 en 2020 wordt dat quotum telkens precies gehaald. Om ervoor te zorgen dat voldoende inwoners zich ‘vrijwillig’ melden, worden stevige middelen ingezet. Zo worden Han-Chinese partijfunctionarissen gekoppeld aan Oeigoeren: ze gaan bij de inwoners logeren, laten zich aanspreken als ‘familielid’ en tonen hoe Chinese burgers zich moeten gedragen. In 2018 worden in Nilka 4.055 partijfunctionarissen gekoppeld aan 4.928 gezinnen.

Nog meer ‘ideologisch onderwijs’ komt in de vorm van verplichte avondlessen, propagandafilms, vlaggenceremonies en huis-aan-huisbezoeken. In dorpen worden luidsprekers geïnstalleerd om de boodschap ‘in alle oren te laten resoneren’ en ‘een sfeer van werkzaamheid’ te creëren. Ondertussen worden duizenden inwoners opgesloten in heropvoedingskampen, om ze te redden van extremisme. Een van de mogelijke signalen van dat extremisme: ‘weigeren om beroepsvaardigheden te leren’.

Wat officieel wordt voorgesteld als armoedebestrijding, lijkt vooral gericht op assimilatie. In Nilka’s jaarrapporten wordt tewerkstelling een instrument genoemd om ‘de eenheid van het moederland te bewaren’ en ‘extremisme tegen te gaan’. Dat blijkt ook als 551 inwoners uit Nilka in 2019 in bedrijven in Jiangsu en Hubei gaan werken. Ze worden begeleid door twaalf ambtenaren en zeven politieagenten, die de werknemers politiek en ideologisch scholen en ‘weghouden van religie’. Twee van de ontvangende bedrijven zijn door de Amerikaanse overheid op een zwarte lijst geplaatst.

Of er in Nilka ook expliciet dwangarbeid plaatsvindt, zoals Nurdybai beschrijft, is moeilijk te zeggen. Al zijn er op het industrieterrein vreemde zaken te zien. Zo biedt de paardenranch volgens een bordje huisvesting aan arbeiders, maar zit er een kettingslot rond de ingangspoort. Bij de ingang van een fabriek ligt een registratielijst van werknemers met, op de baas na, alleen Oeigoerse namen. Door een openstaande deur zien we dat er schooluniformen worden gemaakt. De fabriek blijkt opgericht drie maanden voordat Nurdybai op het industrieterrein kwam werken. We willen om een reactie vragen, maar het telefoonnummer waaronder de fabriek staat geregistreerd, blijkt niet te werken.

Uiteindelijk blijft Nurdybai niet lang in de textielfabriek. Na een week ontdekt een leidinggevende dat zij daar als ‘geprivilegieerde Kazachse’ niet thuishoort en wordt ze als leerkracht ingeschakeld. Eind september 2018 komt ze vrij, maar nog niet helemaal. Ze krijgt de keuze: een baan aannemen in een textielfabriek in Shanghai, of zelf een bedrijf openen op de MKB Ondernemersbasis. Als ze kort daarna zwanger wordt, krijgt ze met veel moeite toestemming voor een bezoek aan Kazachstan en neemt ze de wijk.

Bij het zoeken naar sporen op het industrieterrein in Nilka dringt de belangrijkste conclusie door: in een systeem waar dwang uit alle richtingen komt, maken tralies, hekken en prikkeldraad niet eens zo veel uit. Zelf een bedrijf openen op de MKB Ondernemersbasis: Nurdybai moest er niet aan denken. ‘Er is daar geen vrijheid. Er zijn zo veel mensen van de overheid die zich met je leven bemoeien. Het is in wezen een gevangenis.’

Wederhoor lokale overheid

De lokale overheid van Nilka wil niet op dit artikel reageren. Een medewerker van het department van Propaganda, dat normaal gesproken mediaverzoeken behandelt, laat weten dat het nutteloos is om vragen te sturen. ‘Als u vragen stelt, kunnen we daar niet op antwoorden.’ Op het algemene nummer van het lokale bestuur wordt de hoorn op de haak gegooid als blijkt dat ze spreken met een buitenlandse journalist, en wordt de telefoon daarna niet meer opgenomen. Een verzoek via e-mail wordt niet beantwoord. Ook de afdeling armoedebestrijding reageert niet op e-mails.

Achtervolgd en geïntimideerd als journalist in Xinjiang

China-correspondent Leen Vervaeke reisde in mei naar Xinjiang om onderzoek te doen voor twee verhalen. Het eerste verscheen vorige week in het katern Zaterdag. Daaruit bleek de reikwijdte van de sloop van moskeeën door China in het kader van de religieuze onderdrukking. In het district Gongliu bleken nog maar 12 van de 66 moskeeën die er voor 2018 waren, intact en in gebruik te zijn.

In China geaccrediteerde journalisten hebben geen toestemming nodig om naar Xinjiang te reizen en kunnen er in theorie vrij werken. Dat blijkt in de praktijk niet het geval. Vervaeke werd ruim twee dagen lang dag en nacht gevolgd door vier à vijf auto’s, of als ze lopend was, door vier à vijf mannen te voet. ’s Nachts hielden de achtervolgers de wacht in de lobby van haar hotel.

Vervaekes reisbewegingen werden in de gaten gehouden en aan andere lokale overheden doorgespeeld. Bij landing in de provinciehoofdstad Urumqi werd ze als eerste passagier uit het vliegtuig gehaald voor ‘een speciale controle’. Door de bijna voortdurende overheidscontrole was het zo goed als onmogelijk met lokale inwoners te praten.

In Hotan, in het zuiden van Xinjiang, nam de intimidatie nog toe. Vervaeke werd op straat door ruim twintig overheidsmedewerkers en niet-geïdentificeerde burgers gevolgd en gehinderd, onder meer onder het mom van covid-preventie. De laatste coronabesmetting in Xinjiang dateert van november 2020. Uiteindelijk werd ze in Hotan aangehouden wegens het maken van een foto en ruim twee uur in detentie gehouden en ondervraagd. Een dag later besloot ze Xinjiang om veiligheidsredenen vervroegd te verlaten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden