Column

Ik moest niet alleen schrijven maar ook verbinden

Beeld anp

Ik loop de eerste de beste kathedraal in die ik op mijn wandeling door mijn Parijse buurtje tegenkom. Het is de Paroisse St Ambroise. Gewijde stilte. Alleen een lijvige Afrikaan in een bont windjack schuifelt binnen. Snuivend slaat hij een kruisje bij een doodgebloed Christusbeeld. Hij laat zich zakken in een krakend stoeltje en sukkelt in luttele seconden snurkend in.

In Zeist is die middag de afscheidsbijeenkomst van een goede kennis, dus ik wil een kaarsje branden. Frank Siddiqui had de vrijdag ervoor nog stralend zijn boekpresentatie bijgewoond. Ik ben blij dat ik er bij was.

In dat prachtige boek, Wat lukt is wat je wilt hebben bevriende journalisten hem de afgelopen maanden, toen hij al wist dat hij opgegeven was, geportretteerd. Zijn familiegeschiedenis, zijn werk, de projecten waarmee hij zijn idealen had verwezenlijkt. Ruim een half jaar daarvoor hadden we elkaar voor het laatst gesproken. Luttele weken later bleek hij ernstig ziek. Frank was half Nederlands, half Pakistaans. Van vaderskant een moslimachtergrond. Hoewel hij dat zelf niet was, was de behoefte om nuance te brengen in de beeldvorming over moslims een drijfveer. Zelf was hij uiteindelijk bij het boeddhisme uitgekomen.

Ik denk aan ons laatste gesprek, een week geleden. Hij was scherp, heel aanwezig. We hadden het over ons werk, de polarisering in het multiculturele debat. Over hoe pittig de journalistiek kon zijn, zeker als je vanuit een etnische belevingswereld over multiculturele thema's schrijft. Het vak zelf, dat competitief en solitair is. Hij had een klemmend advies; vond dat ik mij naast het schrijven op activiteiten moet richten die verbinden. 'Anders raak je makkelijk uit balans.' We spraken af dat we elkaar het komende weekend, als ik terug was uit Parijs, misschien nog even zouden proberen te treffen. Maar anderhalve dag later overleed hij al.

Bij Trouw was hij een van de weinige journalisten met een etnische achtergrond. Zijn droombaan, maar de focus op het harde nieuws in combinatie met de wens de multiculturele samenleving in nuance te tonen, schuurde vaak. Goed nieuws is vaak geen nieuws in de serieuze journalistiek, en tegelijkertijd: Waar je met je lens op richt en op scherpstelt, vergroot je.

Rond de eeuwwisseling richtte hij daarom met Mustapha Oukbih en Özkan Gölpinar Fast Forward op, een blad voor de snelgroeiende groep hoogopgeleide allochtonen. Bedoeld als tegengif voor het doorgaans negatieve nieuws over de multiculturele samenleving. Er was namelijk ook een andere werkelijkheid; de ambitieuze biculturele studenten die het hbo en de universiteiten binnenstroomden wilden zich op een andere manier in media weerspiegeld zien dan als eeuwig uitzichtloos.

Een sentiment dat we deelden: Ik maakte destijds een multicultureel scholierenblad om jongeren te inspireren en positieve rolmodellen voor te schotelen. In die tijd werkten we regelmatig samen. Toen het blad ter ziele ging, ging hij culturele projecten organiseren. Met zijn vriendin kocht hij een huisje in Frankrijk en organiseerde daar inspirerende, creatieve cursussen. Daar realiseerden ze de ontmoetingen en verbinding waaraan ze zo'n behoefte hadden gehad.

Ik wandel in gedachten de parochie uit. Hij blijkt aan de Boulevard Voltaire. Op nog geen twee minuten afstand passeer ik de Bataclan, die ik gemeden heb sinds mijn bezoek. Mijn vriendin J., bij wie ik logeer en die al vijftien jaar in deze buurt woont, heeft het nog niet aangekund. We gingen alleen samen naar het indrukwekkende, chaotische monument bij République. Ook zij had het steeds over verbinding.

Ik vertelde haar over het Nederlandse debat over radicalisering en salafisme. Symptoombestrijding, vond ze. Het monster is de tot haat vermalen frustratie van de zoveelste generatie verwaarloosde jongeren uit de banlieues. Een ghetto-vorming die voor die in de VS niet onder doet. De kwetsbaarsten vormen een makkelijke prooi voor welke moorddadige sekte dan ook, of het nu de maffia is, of jihadisme.

De helse realiteit was dat men geconfronteerd werd met Franse jeugd die Franse jeugd afslachtte. De slachtoffers, willekeurige jonge Parijzenaren van allerlei afkomst. Als mens, als buurtgenote, als Française van katholiek Kameroenese afkomst, was ze diep geschokt. Maar inmiddels diep geroerd door de enorme veerkracht en hoop, een zachte energie, een stille transformatie, die is losgekomen.

Er is radicalisering, maar ook deze krachtige onderstroom. 'Het besef: C'est l'amour, ou la suïcide.' Of, zoals Frank het verwoordde op zijn rouwkaart: 'Niets of niemand gaat verloren, zolang het licht van liefde erover schijnt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.