Column

Ik moest mijn mening over die malle Afrikaanders herzien

Van de week kreeg ik voor het eerst van mijn leven een mailtje in het Afrikaans. Ik kon die tekst helemaal begrijpen, sterker nog, ik kon eruit opmaken dat de schrijfster een erudiet persoon was, terwijl die taal toch vroeger op mij altijd een volstrekt bespottelijke indruk had gemaakt.

Mijn eerste herinnering aan het Afrikaans is een liedje, Suikerbossie geheten: 'Want suikerbossie ek wil jou he//suikerbossie ek wil jou he/Wat ook jou ma daarvan sal se/Dan loop ons dalk so onder deur die maan/loop ons dalk so onder deur die maan//Ek en my suikerbossie saam.'

Ik was nog klein toen iemand het voor me zong (Wie? Een kleuterjuf? Een bereisde tante?) en ik moest er erg om lachen. Mij was volkomen duidelijk dat dit het taaltje was van een koddig, vriendelijk, infantiel volkje. Dat 'vriendelijk' ging eraf toen ik in de jaren zeventig voor het eerst hoorde over 'apartheid'; mijn ouders tankten niet meer bij Shell, en ook sinaasappels van het merk Outspan kwamen er niet meer in (weet u nog, die doodenge poster met dat uitgeperste, bloedende zwarte hoofd?)

Ik groeide op, de apartheid hield - officieel - op te bestaan, maar dat taaltje bleef me fascineren. Wie maakte zich niet vrolijk over woorden als 'peuselhappie'(snack) 'slenterbroekie' (spijkerbroek), 'hijsbakkie' (lift), 'moltrein' (metro) en 'prikkelpop' (pin-up)? Toen ik in de jaren tachtig hoorde dat Adriaan van Dis - die ik hoog had zitten- Afrikaans had gestudeerd viel hij wat mij betreft dan ook lelijk van zijn voetstuk. Afrikaans?! Je kon net zo goed afstuderen in vingerverven. Of in schilderijtjes-van-elleboogmaraconi-maken.

Toen in 1989 bleek dat Winnie Mandela, die voorheen door beschaafde mensen bijna als godin vereerd werd, een jongen van 15 had laten vermoorden besloot ik dat hele Zuid-Afrika verder te laten voor wat het was. Dat jochie heette ook nog Stompie. Dat iemand met zo'n schattige naam vermoord kon worden wou er bij mij niet in. Wat een vreselijk land!

Het kwam pas weer een beetje goed acht jaar geleden, door de Kaapse band Die Antwoord. Ik was overrompeld door dat mysterieuze drietal, vooral dat meisje Yolandi Visser, met haar hoerig-brutale doodshoofdje. Alles was raadselachtig aan ze. Was het nou allemaal ironie of niet? (Ja.) De muziek en clips (heet dat nog zo?) vond ik heerlijk en de teksten waren een krankzinnig mengsel van Afrikaans en Engels, met hoogtepunten als 'Jou ma se poes in a fish paste jar', vrij te vertalen als 'Je moeders kut in een pot vispaté'. Voorwaar, een vindingrijke verwensing.

Ik moest mijn mening over die malle Afrikaanders herzien, besloot ik. Ik las Breyten Breytenbach. 'Allerliefste, ek stuur vir jou 'n rooiborsduif/want niemand sal 'n boodskap wat rooi is skiet nie/ ek gooi my rooiborsduif hoog in die lug en ek/weet al die jagters sal dink dis die son'.

Dat was nog eens wat anders dan Suikerbossie, en ook weer héél anders dan 'jou ma se poes in a fish paste jar'. Ik kreeg het sterke vermoeden dat Afrikaans tóch een serieuze taal was, ondanks alle hijsbakkies en peuselhappies. Trouwens, Kuifjes hondje Bobbie bleek in het Afrikaans Spokie te heten. Beter kan het toch niet?

Mijn briefschrijfster heeft me een proefabonnement op de Kaapse dagbladen beloofd. Ik verheug me erop.

s.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden