'Ik moest mijn eigen leven ontdekken'

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Dat onderzoekt de Volkskrant in een reeks interviews. Ondernemer Rob Malasch (70): 'Indo's discrimineren als de neten.'

'Mensen die zo obsessief bezig zijn met hun afkomst, kunnen geen afstand nemen. Ze zitten zo vast aan de nostalgie.'Beeld Robin De Puy

Rob Malasch leest ze heus wel, al die boeken. 'Ik wil niet eens zeggen dat ze allemaal slecht geschreven zijn. Maar het is zo aangepast aan hoe die schrijvers denken dat Nederlandse literatuur hoort te zijn. Elke keer is het: ik ben geen echte Nederlander, ik heb het zo moeilijk en hoe nu verder? Dat gelamenteer over een vader, daar kun je een half leven mee doorgaan, maar wat moet je ermee?

'Na dat vreselijke boek van Marion Bloem, Geen gewoon Indisch meisje, moesten we allemaal op zoek naar waar onze ouders precies vandaan kwamen. Weet je hoeveel tijd dat kost? Die tijd heb ik niet. Of ze nou Hongaars is of Chinees, het blijft gewoon je moeder.'

Komt u die schrijvers weleens tegen?

'Met Marion Bloem ben ik niet meer on speaking terms. Ik begrijp de zinnen uit haar boeken niet, waar heeft ze het over? Adriaan van Dis is gepantserd tegen alle kritiek. Dat boek van Alfred Birney heb ik nog niet gelezen, ik begrijp dat hij al vijftig jaar boeken schrijft die niemand leest.

'Mensen die zo obsessief bezig zijn met hun afkomst, kunnen geen afstand nemen. Ze zitten zo vast aan de nostalgie, aan die merkwaardige illusie over waar ze vandaan komen, dat je niet meer tegen ze kunt zeggen: wat is nu het probleem? Laat het los en ga verder met je leven.'

Komt u in Indonesië?

'Niet meer sinds ik 5 was en op de boot naar Nederland werd gezet. Ik reis veel, dus het zal iets betekenen dat ik er nooit heen ga. De Pasar Malam, de Tong Tong Fair, daar kom ik ook niet. Ik heb geen zin om te doen alsof ik net terug ben uit Indonesië. Op Atjeh martelen ze homo's, ze arresteren alle bezoekers van een gay bar. En daar moet ik op vakantie gaan?

'Indonesië is altijd een bron van sensualiteit en seksualiteit geweest, een vrij land. Nu wordt door Saoedi-Arabië gepromoot en gefinancierd wat ze moeten verbieden. Ik wil niet in een tent op het Malieveld pangsit staan happen en doen alsof er niets aan de hand is. Al die mensen in Nederland die zo bezig zijn met hun Indische achtergrond - ik heb nog niemand gehoord over wat er in dat land gebeurt.'

Nederlands
'In het buitenland. Het is toch een grappig land.'

Indonesisch
'Als ik omga met Indische mensen.'

Eten
'Ik ben op dieet.'

Partner
'Hij is Noors. Dat zie ik als een bevestiging van mijn keuzevrijheid.'

Dubbel paspoort
'Het lijkt me handig, voor allerlei subsidies en pensioenen.'

Hoe kwam u naar Nederland?

'Indo's zoals ik zijn de liefdesbaby's van Europese mannen die Indonesische meisjes zo mooi vinden. De Indonesiërs waren onze bedienden. Tot mijn 5de ben ik rondgedragen, ik weigerde te lopen. Ik besefte niet dat ik een bevoorrechte positie had. Mijn moeder had nog nooit gekookt. Wij waren op Europa gericht, we moesten Nederlands spreken en Engels en Duits leren, met mijn vriendjes op straat mocht ik geen Maleis praten.

'Toen ze van het juk van Nederland waren bevrijd, werden wij door opgeschoten jongens gezien als collaborateurs. We moesten vluchten. Mijn vader was bouwkundig tekenaar, hij vond werk bij het GEB in Amsterdam. Eerst zaten we in een pension in de De Lairessestraat, Huize Holland. In kleine kamertjes zaten al die Indische gezinnen stiekem nasi goreng te bakken, dat mocht niet.

'Wat de generatie van mijn ouders heeft gepresteerd is waanzinnig. Ze gingen meteen aan het werk, hielpen mee met de wederopbouw van Nederland. De pensions waren niet gratis, die vreselijke kleren van het rampenfonds ook niet. Tot de laatste cent is alles terugbetaald. Ik weet niet of die asielzoekers van nu dat hoeven te doen.

'Mensen zoals mijn ouders kregen te horen dat ze zo goed Nederlands spraken. Dan antwoordden ze: nou, dat kunnen we van u niet zeggen.'

Rob Malasch

(Bandoeng, Nederlands-Indië, 1947) is galeriehouder, theatermaker en journalist. Hij woonde jaren in New York. Met Philip Glass en Laurie Anderson organiseert hij in november het Days and Nights Festival in de Melkweg in Amsterdam. Ook bereidt Malasch verschillende theatervoorstellingen voor, waaronder De stille kracht, samen met Kester Freriks. In dat laatste stuk speelt hij mee in een voorstelling van Toneelgroep Amsterdam. 'Ik heb een zwijgende rol, ik ben gewoon de stille kracht.'

Voelde u zich anders?

'Ik realiseerde me niet eens dat ik Indisch was, het werd tegen me gezegd. Het was net zoals met homoseksualiteit, dat ze tegen me zeiden: jij bent met die jongen, dus je bent homo. O, is dat zo? Ik zit niet vast aan die labels. Als ze mij zouden discrimineren, het is nog de vraag of dat kan, weet ik hoe ik daarmee moet omgaan. Ik heb mijn intelligentie, ik heb mijn plek en ik weet hoe ik die moet verdedigen. Als er gediscrimineerd moet worden, doe ik het zelf wel.'

Wat bedoelt u daarmee?

'Ik heb een heel goede smaak, al zeg ik het zelf. Door mijn smaak, door de keuzen die ik maak, discrimineer ik al. Indo's discrimineren als de neten. Ze hebben natuurlijk een koloniale achtergrond en waren gelieerd aan Europese bedrijven. En ze hadden een scherp inzicht in andere groepen en welke voordeel opleverden. Molukkers lagen ver af van de Europese maatstaf, die werden gezien als een lagere kaste. Mij werd verteld dat ik daar beter niet mee kon omgaan. Tot ik ze tegenkwam in de stad, bij het uitgaan. Het waren fantastische jongens en meiden, ze zagen er prachtig uit.

'Ik was de lieveling van mijn moeder, een soort prinsje. Of ik nou rood geverfde haren had, of blauwe nagels, of dat ik naar de kunstacademie ging, ze vond alles geweldig. Toen ik vertelde dat ik met een jongen naar bed was geweest en dat ik het nog leuk vond ook - het was prima. Die liefde en warmte waren zo verstikkend dat ik het milieu ben ontvlucht. Ik wilde niet de hele dag loempia's zitten vouwen voor de familie, ik moest mijn eigen leven ontdekken.

'Al veertig jaar ben ik met dezelfde vriend, hij komt uit Noorwegen en heeft niets met Indonesië.'

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) interviewt voor V Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Mede gebaseerd op deze serie verscheen vorig jaar zijn boek Kaaskoppen. Hij spreekt onder anderen nog met GroenLinks-Kamerlid Zihni Özdil (Turks) en modeontwerper Winonah de Jong (Surinaams).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden