'Ik martelde gevangenen om mezelf te redden'

Prak Kahn was een beul van de Rode Khmer. Hij ergert zich aan het proces tegen drie kopstukken. 'Niemand wil verantwoordelijkheid dragen.'

Hij sloeg gevangenen met een stok of zweep net zo lang tot het bloed uit hun wonden stroomde. Hij stak naalden onder de nagels van zijn slachtoffers en rukte nagels uit. Hij joeg stroom door stukgeslagen lichamen. Als er werd geschreeuwd van de pijn en er om genade werd gesmeekt, toonde hij geen mededogen.


Prak Khan (58) was een beul van de Rode Khmer. Hij was ondervrager in het martelcentrum Tuol Sleng, een voormalig schoolgebouw in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh. Daar werden 'verraders' en 'vijanden' van de revolutie, die gewoonlijk geen idee hadden wat ze verkeerd hadden gedaan, tot 'bekentenissen' gedwongen en vervolgens afgeslacht.


Opsluiting in Tuol Sleng, ook wel S-21 genoemd, betekende een zekere dood. Van de ruim 16 duizend arrestanten die er tussen 1975 en 1979 terechtkwamen waren er nog maar veertien in leven toen de Rode Khmer werden verdreven door het Vietnamese leger. Alle absurde wreedheid van het bewind van Pol Pot is gecondenseerd in Tuol Sleng.


Op een afgelegen plek, bij een tempel in het bos ver buiten zijn dorp, vertelt Prak Khan over zijn beulswerk. In zijn woonplaats wil hij niet met westerlingen worden gezien. Dat zou maar aanleiding geven voor pijnlijke vragen. Tegen publicatie van zijn naam en foto in een buitenlandse krant heeft hij geen bezwaar. Als het maar niet in Cambodja is. Prak Khan praat zacht en kalm. Af en toe steekt hij een sigaret op.


'Ik deed wat mij werd opgedragen. Ik moest laten zien dat ik mijn plicht goed vervulde. Als ik dat niet deed, zou ik worden vermoord, net als al die anderen. Ik martelde om mijzelf te redden.'


Hij zegt dat hij niet ongevoelig was voor de pijn die hij zijn slachtoffers toebracht. 'Ik voelde wel medelijden, maar dat mocht ik niet tonen. Ik moest laten zien dat ik echt trouw was aan de partij.'


Prak Khan behoorde tot de zogeheten 'doorbijt-eenheid', het onderdeel waar gevangen belandden als ze nog niet of onvoldoende hadden bekend in de 'koude eenheid', waar niet gemarteld werd, of de 'hete eenheid', waar foltering wel was geboden. Zijn eenheid kreeg de 'lastige' en de 'belangrijke' gevallen.


Instructies van Duch

'Ik gebruikte alle middelen. Ik volgde de instructies op die ik kreeg van Duch' (de inmiddels door het Cambodja-Tribunaal veroordeelde chef van S-21). 'Met Duch had ik telefonisch of schriftelijk contact. Van hem hoorde je wie je moest ophalen voor ondervraging. Iedere gevangene moest bekennen.'


De schriftelijke verslagen van de verhoren werden volgens Prak Khan gecheckt door Duch. 'Als hij iets meer nodig had, stuurde hij het document terug en moesten we iemand opnieuw verhoren. Dat kon dagen duren. Als de papieren in orde waren, werd de gevangene vermoord. Als hij niet bekende uiteindelijk ook.'


Wat moest hij uit zijn slachtoffers persen? Prak Khan: 'We moesten agenten van de CIA en de KGB ontmaskeren. En Vietnamese spionnen.' Hij wist dat ze onschuldig waren. 'De mensen die naar S-21 werden gebracht waren gezinnen, moeders, kinderen.'


Het was niet toegestaan dat de gevangenen bezweken tijdens het verhoor en volgens Prak Khan is dat bij zijn ondervragingen ook nooit gebeurd. Gevangenen werden elders op het terrein van S-21 doodgeslagen of doodgeschoten. Vanwege de ondraaglijke stank van ontbindende lijken verplaatsten de slachtpartijen zich later naar de Killing Fields, kilometers verderop.


Heeft hij nooit geprobeerd te ontsnappen? 'Dat was onmogelijk. Overal waren bewakers. Overal was schrikdraad. Mijn positie verschilde niet zoveel met die van de gevangenen. Van de groep van dertig man, met wie ik bij Tuol Sleng begon, was ik de enige overlevende. Telkens zag ik dat bewakers en ondervragers werden afgevoerd. Dat maakte me doodsbang. Ik wist niet wanneer ik aan de beurt zou zijn.'


Voortdurend kwamen er nieuwe bewakers aan, vrachtwagens vol. Meestal kinderen van een jaar of 15. Die waren makkelijk tot gehoorzaamheid te dwingen.


Zelf was Prak Khan een twintiger. 'De nieuwe bewakers hielden ons scherp in de gaten. Voor het minste of geringste kon je worden geëxecuteerd.' Later, na de val van de Rode Khmer, kreeg hij een door Duch geschreven dodenlijst onder ogen, met zijn naam erop. Hij was nog niet aan de beurt geweest. 'Dat was mijn geluk.'


Prak Khan werkte drie jaar in Tuol Sleng, eerst als bewaker later als ondervrager. Naar eigen zeggen heeft hij twintig gevangenen gemarteld. Gezien het aantal gedetineerden lijkt dat bijzonder weinig. Maar ook na enig aandringen houdt Prak Khan vol dat het er niet meer waren. Volgens hem kwamen de meeste gevangenen niet bij zijn afdeling terecht, omdat ze al eerder een bekentenis hadden afgelegd.


Prak Khan komt uit een dorp ten zuiden van de hoofdstad Phnom Penh. Als tiener met weinig opleiding sloot hij zich in het begin van de jaren zeventig aan bij het guerrillaleger van de Rode Khmer. Hij was onder invloed gekomen van hun communistische propaganda en wilde vechten voor de terugkeer van koning Norodom Sihanouk, die in 1970 door de pro-Amerikaanse generaal Lon Nol was afgezet. Bij een Amerikaans bombardement raakte hij gewond. Zijn rechteroor is nog steeds verminkt door de brandwonden die hij destijds opliep.


Met de Rode Khmer beleefde hij de verovering van Phom Penh in 1975 en de daaropvolgende evacuatie van de stadsbevolking. Het was zijn taak de stad te beschermen tegen aanvallen van soldaten van Lon Nol. In 1976 werd zijn eenheid naar Tuol Sleng gestuurd. Daar was hij eerst bewaker buiten het complex.


Opzwellende lijken

Hij zag hoe de gevangenen in volle vrachtwagens werden aangevoerd. Hij zag de grond omhoog komen door het opzwellen van lijken in de massagraven.


Na enige tijd werd hij 'naar binnen' overgeplaatst om zijn rol als ondervrager op zich te nemen.


Prak Khan, een eenvoudige boer, zegt nu dat hij met schaamte en medelijden voor de slachtoffers terugdenkt aan zijn jaren in Tuol Sleng. Hij is enkele keren teruggegaan naar het martelcentrum, dat tegenwoordig een museum is. 'Als ik daar ben, voel ik me erg verdrietig.'


Hij is blij dat zijn vroegere baas Duch tot zijn dood in de cel zal doorbrengen. Hij heeft zich geërgerd aan de leiders van de Rode Khmer die deze week voor het tribunaal zeiden dat ze onschuldig zijn. 'Niemand wil verantwoordelijkheid dragen.'


Zijn leven is verwoest, vindt Prak Kahn. Net als dat van zijn landgenoten die de gevangenissen en werkkampen van Pol Pot hebben overleefd.


Zijn kinderen heeft hij over zijn verleden ingelicht. Hoe ze reageerden? 'Ze begrijpen het.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden