Ik mag heel weinig

De tekeningen van Juul Kraijer zijn gewild bij verzamelaars en musea. Maar veel van wat ze maakt 'verlaat mijn atelier in de vuilcontainer'....

De inhoud was er altijd al wel. Maar toen, tegen het einde van de academie, in 1992 om precies te zijn, toen ze begon te tekenen, met houtskool, op licht crème getint papier, toen gebeurde het. Toen 'viel alles op zijn plaats'. Toen raakte ze aan de vorm die ze zocht en kon ze, zoals ze zelf zegt, de bron aanboren.

Sommige kunstenaars zoeken er hun hele leven naar. In het geval van beeldend kunstenaar Juul Kraijer (Assen, 1970) duurde het drie jaar voordat de contouren van de Juiste Vorm zich begonnen af te tekenen.

De volle impact besefte ze pas later, zoals dat gaat. 'Ik wist op het moment zelf wel dat ik nooit eerder, ik wou zeggen: zulk goed werk had gemaakt. Maar (ze lacht): ik had nog nooit eerder góed werk gemaakt.'

Nadat de Rietveld haar had afgewezen - te timide - werd Kraijer in 1989 meteen na de middelbare school 'kantje boord' aangenomen op de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam. De eerste twee jaar volgde ze naast Schilderen de richting Illustratie. 'Ik verkeerde in de veronderstelling dat het vak Illustratie over tekenen ging.'

Maar: dat bleek een misvatting.

Ze heeft het er liever niet meer over, over de tekeningen uit die tijd met expressieve vrouwfiguren. 'Ze waren erg pathetisch. De emotie spatte van het doek. Ik dacht: emoties, dat vertaal je gewoon direct, heel simplistisch.' Ze kreeg het advies om van school te gaan, maar toen ze uiteindelijk overstapte op houtskool, studeerde ze toch af; cum laude.

Sindsdien gaat het haar voor de wind: startstipendia, reisbeurzen, aanmoedigingsprijzen (de Charlotte Köhlerprijs in 1998), tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Sinds een jaar of drie kan ze leven van haar kunst. Haar tekeningen vinden via galerie Akinci gretig aftrek bij particuliere verzamelaars, bedrijven als ABN Amro, Boijmans Van Beuningen en buitenlandse musea.

Een van haar bekendste tekeningen is die van een naakt Japans uitziend meisje op de rug gezien, die de toeschouwer over haar schouder kijkend in de gaten houdt, terwijl haar ruggenwervels veranderd zijn in vogelkopjes. Een andere tekening laat eenzelfde soort meisje zien in het gras vol bloemen en vogels. Naakt ligt ze, met uit haar vagina kruipend een vogel.

Op elke tekening gebeurt wel zoiets surrëels. De figuren, androgyne vrouwen veelal van menselijk formaat, staan in een uitgemeten, vaak ongemakkelijke houding. In het vroege werk hebben de figuren Aziatische gezichten, vaak met lang zwart haar in een knot of in een vlecht. De contouren heel precies in een fijne lijn, of juist rul, ijl uitgeveegd, vlekkerig.

Aan de ene kant lijken de verstilde meisjes zich bewust van hun schoonheid, tegelijk is de blik naar binnen gericht. Ze hebben in al hun eenvoud en naaktheid iets mystieks, iets ondoorgrondelijks, waardoor je er naar kunt blijven kijken. De vrouwen met vlechten bijvoorbeeld. De ene keer zijn ze door hun haar verbonden. De andere keer vlechten ze in opperste concentratie het haar van degene die voor hen staat, of staan ze op het punt om de vlecht met dezelfde toewijding medogenloos af te knipp.

Als kind droomde Kraijer er stiekem van om later een Rembrandt te worden. Tekenen, daar kon ze zich totaal in verliezen, en lezen. 'Ik leefde in mijn tienerjaren meer in boeken dan in de echte wereld; de echte wereld zat in boeken.' En ze tekende de werelden na. 'Ik had verschillende liefdes en die tekende ik na; Egyptenaren, Picasso, Indiase miaturen.'

Vanaf 1 september is haar werk op papier voor het eerst in het Amsterdamse Stedelijk Museum te zien. In Kabinet Overholland. Met veel recent werk. 'Ik denk dat ik hét heb gevonden. Voor mij', is haar overtuiging. 'De voor mij meest geschikte, meest vruchtbare vorm. Ik denk dat ik hier altijd op door kan gaan.'

Tekenen is haar 'levensbehoefte'. Kraijer houdt er een kantoormentaliteit op na. Heel gedisciplineerd, elke dag van tien tot zes zit ze in haar grote atelier in Rotterdam Zuid, waar het behalve een kolossale eikenhouten tafel met gedraaide poten en een opbergkast voor haar tekeningen, leeg is. 'Je hebt ook kunstenaars die een hele tijd niets doen en dan een paar maanden lang zich volledig begraven in het atelier. Dat werkt voor mij niet goed. Dat brengt onzuivere motieven in mijn atelier. Dan moet je kwantiteit laten meetellen omdat je bijvoorbeeld een galerieruimte moet vullen.'

'Ik kan me alleen door mijn enthousiasme laten leiden. Het gaat uitsluitend over kwaliteit. Ik maak ook heel weinig, Dat wil zeggen: ik maak veel schetsen, maar er is maar weinig wat ik uiteindelijk goedkeur, en dat mijn atelier mag verlaten. Soms duurt het een jaar of twee tot ik iets naar tevredenheid voltooi. De rest verlaat mijn atelier via de vuilcontainer.'

Gezeten in haar pasgekochte huis in Rotterdam, waar de kranten en kwasten nog op de vloer liggen en dozen onuitgepakt staan, kan Kraijer met een kop thee en appelkoek als ze haar werk beziet alleen maar 'constateren', wat een eenvoudige toeschouwer ook kan zien. 'Mijn werk is terughoudend met hoofdzakelijk maar één figuur, geen kleding, geen omgeving, niets waardoor je het in een bepaald tijdsgewricht zou kunnen plaatsen, en bijna altijd een soort vervreemdend element dat plaatsvindt aan het lichaam. De houding is bijzonder belangrijk.'

Hoe dan? Wat dan? Waarom? Zo ze het antwoord al weet, is het altijd kort en bondig: het liefst één zorgvuldig geformuleerde volzin. Kraijer verschuilt zich nergens achter behalve achter haar werk. Duiden vindt ze 'volledig zinloos', 'een absurde onderneming zelfs'. De talrijke stiltes zijn een vanzelfsprekend gevolg. Ze zoekt geen verklaring waar al die vogels, bomen en wolken vandaan komen die met borsten, hoofden en andere lichaamsdelen zijn vergroeid. 'Ik kan niet onder woorden brengen waar mijn tekeningen over gaan. Ik kan het gelukkig onder beelden brengen.'

Kraijer kan wel dingen aanwijzen die hun invloed hebben gehad: Indiase miniaturen, Japanse houtsnedes, een Perzisch tekeningetje, de Franse kunstenaar Balthus en zijn broer Pierre Klossowski. 'Maar hoe dat precies werkt?' Wantrouw de kunstenaar die exact kan uitleggen waar zijn werk over gaat, is haar statement.

Terugkerend element zijn vogels. Maar om nou te zeggen dat ze iets met vogels heeft, nee. 'De vogels in de tekeningen hebben weinig te maken met echte vogels. Alleen de vorm komt overeen.' En zo is het ook met de houdingen. Als ze er al een speciale fascinatie voor heeft, dan meer bij mensen die ze ziet 'in de kunst', dan bij echte mensen. 'De meeste houdingen zijn volledig onuitvoerbaar, zelfs door een slangenmens', grinnikt Kraijer. 'Ik teken heel bewust niet naar model.'

Streng

Een kunstenaar die maar heel weinig mag, zo noemt Kraijer zichzelf. Haar tekeningen ontstaan binnen een streng afgebakend terrein, qua materiaal (houtskool of pastel op crème papier) maar ook qua inhoud. 'Gelaatsuitdrukkingen mogen niet expressief zijn. Blikken beperken zich bij mij uitsluitend tot dichte ogen, halfopen ogen en wijd open ogen. De figuren zijn altijd verstild of verstard. De mond is altijd dicht. Meestal hebben ze geen wenkbrauwen. Ze mogen niet communiceren.'

Dat afgebakende gebied verandert wel, maar: millimeter bij millimeter. Meestal zijn de veranderingen niet zichtbaar voor de buitenstaander. 'Een tijd geleden heb ik voor het eerst schaamhaar getekend, een heel klein streepje weliswaar, maar dat was heel spectaculair. Tot dan toe bleef het lichaamshaar beperkt tot hoofdhaar, en dan alleen in knot of vlecht, in ieder geval altijd strak. Niet te romantisch.'

Opvallend verschil met haar eerdere werk is dat de huid van de personages veel meer bedekt is met getekende figuren en vormen. Ze zijn 'zwarter' zoals Kraijer het noemt, gedecoreerder. Waren de lichamen eerst leeg of was er hoogstens een vis in een oksel of een olifant op een voorhoofd getekend, op haar recente werk herbergen de lichamen hele vulkanische landschappen. Behalve houtskool gebruikt ze nu soms ook pen, of een heel precies mesje waarmee ze figuurtjes uitsnijdt.

De fantastische elementen - een gezicht waar de wangen bezaaid zijn met ogen, lichamen waar de rookwolkjes uitkomen of kleine boompjes op groeien - doen soms denken aan Griekse of Oosterse mythen waar goden allerlei buitenissige gedaanten kunnen aannemen. Maar verhalen staat voor Kraijer toch te veel gelijk aan 'anekdotisch' en dat is een vies woord in de beeldende kunst. 'Tekeningen zijn juist het tegenovergestelde van verhalen.'

In 1997 ging ze met een reisbeurs voor het eerst naar Zuid-India. Sindsdien is ze er een aantal keer geweest. Inmiddels is ze getrouwd met de Indiase kunstenaar Aji V.N.. De invloed van haar reizen naar India, begint zich langzaam in haar werk af te tekenen. 'Mijn werk raakt meer verzonken. In mijn eerdere tekeningen kijken Japans uitziende meisjes koket uit hun ooghoeken. Ze houden wel in de gaten wat er zich allemaal afspeelt op hun lichaam. De figuren op de nieuwe tekeningen zijn soms in een soort doodsslaap verzonken.'

Uren achtereen kan ze werken, soms zo dat ze vergeet te eten. 'Als je tekent, sta je honderd procent op scherp. Dat is zo'n directe concentratie. Stappen in de hersenen worden overgeslagen. Je ziet dingen beter en directer, zowel vorm als betekenis. Zelfs de wc kan al een breuk voor je concentratie zijn. Mensen die mijn atelier in komen, kunnen nogal eens op een onvriendelijke blik worden getrakteerd. Dan ben ik zó ergens anders.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden