'Ik maak graag verhalen over vrouwen'

In haar nieuwe film ‘Within the Whirlwind’ buigt Marleen Gorris zich over een dwangarbeidster in het Siberië van de jaren veertig....

In de bomvolle zaal waar Within the Whirlwind afgelopen weekend de Nederlandse première beleefde, kon je, zegt regisseur Marleen Gorris ‘een speld horen vallen’. Na afloop kwam Chiem van Houweninge naar haar toe: prachtige film. Kees van Kooten had gehuild. Alsof het haar verbaast: ‘Blijkbaar kan een verhaal dat heel ver van mensen af staat, hen toch zó raken.’

De nieuwste film van Gorris gaat over de Sovjet-Unie. Rusland, jaren dertig en veertig, Stalintijd. Hoofdpersoon is Jevgenia Ginzburg (een rol van Emily Watson), overtuigd communiste, trouw lid van de partij, professor aan de universiteit van Kazan. In 1938 wordt ze – ten onrechte – beschuldigd van trotskistische sympathieën en veroordeeld tot gevangenschap: twee jaar eenzame opsluiting, vijftien jaar dwangarbeid in een strafkamp in Siberië. Ginzburg heeft echt bestaan. Haar twee-delige memoires Into the Whirlwind en Within the Whirlwind werden eind jaren zestig gepubliceerd.

Het moet meer dan zeven, acht jaar geleden zijn dat Gorris het verhaal van Ginzburg onder ogen kreeg, in de vorm van een scenario van Nancy Larson. ‘ik vond het nog niet goed. Te weinig politiek, te veel een liefdesgeschiedenis. Maar het verhaal van Ginzburg vond ik wél interessant. Ik ben haar memoires gaan lezen, en vond dat die vrouw een buitengewoon indrukwekkend leven had geleid. Ze was ‘on top of the world’: een aardige man, lieve kinderen, fantastisch werk, lid van de partij met allerlei privileges. Langzaam, zonder dat ze het eerst nog beseft, dringt er onheil in haar leven. Mensen om haar heen worden opgepakt, onder wie een collega. Ze denkt: er zal wel een reden zal zijn voor die verdwijningen. Ze denkt: die collega zal wel iets gedaan hebben waarvan ik niet wist. Tot ze ineens zelf wordt aangeklaagd. Om niets. En dan komen er barsten in haar vertrouwen in de onfeilbaarheid van haar partij.’

Thema van alle tijden, zegt Gorris: dat je als individu denkt dat de grote instituties geen fouten maken. ‘Je kunt wel zeggen: ja, dat was de Sovjet-Unie, het communisme, dat was Stalin, een psychopaat die bang was voor intellectuelen, dus hij probeerde hen uit te roeien voordat ze hem iets aandeden. Maar ook in een niet totalitair systeem, zoals in Nederland, kun je veroordeeld worden voor iets dat je niet hebt gedaan. Ina Post, Lucia de B. Die vrouwen hebben jarenlang vastgezeten omdat men aannam dat ze wel iets móesten hebben gedaan, omdat politie en justitie dat nou eenmaal bewezen achtten.

‘Het verschil is de schaal waarop het gebeurde; in Nederland is het godszijdank incidenteel, in de Sovjet-Unie waren miljoenen het slachtoffer van Stalins grootheidswaanzin en angst.’

Toch is Within the Whirlwind geen louter politieke film geworden. Ja, de gruweldaden in werkkamp Kolyma worden breed uitgemeten. Maar, zegt Gorris: ‘Je moet zorgen dat zo’n buitengewoon zwaar verhaal draaglijk blijft. Naar het einde toe is de film in wezen een celebration of life. Ik heb willen laten zien welke ontwikkeling Ginzburg meemaakt: van arrogante professor met sterke principes die een val van grote hoogte maakt, die mentale en fysieke wreedheden ondergaat tijdens haar gevangenschap, en zich langzaam maar zeker een weg baant uit die donkerte, naar een vrouw die, mede door de liefde, menselijker trekken krijgt.’

De Stilte rond Christine M. en Gebroken Spiegels: met die films brak Marleen Gorris in de eerste helft van de jaren tachtig door als scenarioschrijver en regisseur. In die eerste film vermoorden drie vrouwen een boetiekhouder. Haar tweede film had de wreedheden die vrouwen in een bordeel moeten ondergaan tot onderwerp. Gorris: ‘Gebroken Spiegels was zijn tijd ver vooruit. Er kwam een massamoordenaar van vrouwen in voor, daar ging het in het begin van de jaren tachtig nog helemaal niet over. Dat kwam pas met Dutroux.’

Feministisch, werden haar eerste films genoemd, en Gorris ‘een mannenhaatster’. Hoe vaak is haar in die jaren niet gevraagd waarom ze altijd een vrouw als hoofdpersoon koos. ‘Het antwoord was, en is, heel simpel: ik maak graag verhalen over vrouwen omdat weinig anderen het doen.’

In 1995 maakte ze Antonia, waarmee ze eerst een Gouden Kalf won, en daarna, als eerste vrouw in de geschiedenis, een Oscar voor beste niet-Engelstalige film. Aanbiedingen uit het buitenland volgden, met twee grote studiofilms als resultaat: Mrs. Dalloway, naar de roman van Virginia Woolf, met Vanessa Redgrave in de hoofdrol, en The Luzhin Defence, óók een boekverfilming, van Vladimir Nabokov, met John Turturro en Emily Watson.

Waarom ze juist deze films maakte? ‘Bij Mrs. Dalloway was ik benieuwd of ik het kon: zo’n bekend boek verfilmen, met een zo groot actrice als Vanessa Redgrave. En bij de Luzhin Defence wilde ik doordringen tot het wezen van een genie, de schaker Luzhin. Maar om je vraag nog beter te beantwoorden: eigenlijk weet je nooit precies waarom je voor een film kiest. Het heeft voor een groot deel te maken met toeval: welke film gaat er uiteindelijk door? Waren het andere geweest, dan had ik die met evenveel plezier gemaakt. Als je er eenmaal aan begint, wordt het helemaal jouw wereld.’

Hard bestaan, zegt Gorris, ook als je naam verbonden is met een Oscar: ‘Eigenlijk kun je een regisseur niet alleen beoordelen op het werk dat hij heeft gemaakt, want op elke voltooide film zijn er zoveel die het doek niet halen.’ Een film over de levens van Bunuel, Dali, en Garcia Lorca: kwam financieel niet rond. Een ‘western-buddymovie’ met twee vriendinnen: niet doorgegaan. ‘Ik was er al vijf maanden ontzettend leuk mee bezig, toen de studio besloot om de film toch niet te maken. Nou, dan gaat mevrouw Gorris maar weer naar huis. Dat is vaak gebeurd hoor.’

Afgelopen december, ook weer zoiets. Gorris zat drie maanden in Zuid-Afrika voor de voorbereidingen van Heaven and Earth, een film met Pierce Brosnan en Natasha McElhone. De film speelt in 1825 en gaat over een jonge vrouw die arts wil worden, maar, omdat ze als vrouw niet mag studeren, zich op de universiteit voordoet als man. ‘We waren zo klaar als je maar voor een film klaar kunt zijn. Er was een decor in de haven van Kaapstad gebouwd, een decor waar een schip kon aanleggen dat in 1825 vanuit Engeland was vertrokken. Alle andere locaties waren ook klaar, de acteurs waren er, we zaten al gezellig wijntjes te drinken, alles leek fantastisch goed te gaan. Twee dagen voor we gingen draaien: de producent aan de lijn. Film gecancelled. Hij kreeg het geld toch niet bij elkaar, als gevolg van de crisis.’

Kwam ze, weer terug in Nederland, ‘enorm teleurgesteld, zeg maar gerust getraumatiseerd’, Hans de Weers tegen. De producent van de afdeling Film & Drama van Eyeworks vroeg of ze zin had om een televisieserie over het leven van Rembrandt te regisseren. ‘Ik dacht: toe maar, ik wil zo snel mogelijk weer iets leuks doen. En Rembrandt, ja, ik wilde wel eens wat meer weten over de mens Rembrandt.’

Diezelfde week, nóg een telefoontje, van Doreen Bonekamp, directeur van het Filmfonds. Of ze intendant wilde worden bij het fonds, ofwel: wilde meebeslissen over de toekenning van subsidies aan commerciële Nederlandse publieksfilms. ‘Ik heb meteen ja gezegd.’

Nu staat de vrouw die vijftien jaar buiten ’s lands grenzen filmde, weer midden in het Nederlandse filmklimaat. Haar eerste indruk: ‘Er zijn meer subsidiepotjes dan vroeger maar er is nog steeds te weinig geld. Het filmklimaat is absoluut commerciëler geworden, er worden heel veel boekverfilmingen gemaakt, en wat tragisch is: de kleinere film komt amper meer aan bod.’

Kan ze weinig in betekenen, daarover gaat haar collega Frank Peijnenburg. Wat ze wel kan doen: ‘Waardevolle, commercieel aantrekkelijke kwaliteitsfilms voor een groot publiek helpen verwezenlijken’. De afgelopen maanden heeft ze met veel mensen gesproken: regisseurs, scenarioschrijvers, producenten. Veertig projecten zijn in een vroeg stadium bij haar ingediend, tien daarvan gaat ze financieel ondersteunen, uiteindelijk blijven er maar drie of vier over waarmee ze echt verder kan. Ze wil geen namen noemen, maar er zit nu nog vanalles bij: een historische film, een romantische komedie, een thriller, een boekverfilming, een film voor jongeren, twee films over het bombardement op Rotterdam. ‘Ik vond het niet eerlijk om te kiezen voor de een of de ander, ik wil kijken wie er het meest interessante project van maakt. Je moet ook niet aan heel grote bedragen denken. In zo’n eerste fase gaat het om vijf- of tiendduizend euro.’

Streng zal ze zeker zijn. Talent of een goed plan is niet genoeg. ‘Ik wil weten hoe ver het commitment gaat, hoeveel de makers er aan gelegen is hun dromen te verwezenlijken. Uit ervaring weet ik, hoeveel doorzettingsvermogen is vereist om tot een goed resultaat te komen.’

Wat ze in ieder geval, met haar jarenlange ervaring, wil benadrukken: ‘Hoe belangrijk de samenwerking is tussen regisseur, producent en schrijver. Ik zit nu wel in de commerciële hoek, maar dat betekent niet dat ik vind dat het grote geld de dienst uit moet maken en dat kwaliteit wordt opgeofferd aan geld. Regisseurs moeten in een veilig bedje worden gelegd.’ Een wijze raad, daarom: ‘Zorg als regisseur altijd dat je één vertrouwenspersoon hebt. Iemand uit het vak, hopelijk de producent. Op de set kun je het je namelijk niet veroorloven iets níet te weten, of te twijfelen, want jij bent de baas.’

Op de vraag wie die vertrouwenspersoon voor haar is geweest, bij al die films die ze in die dertig jaar maakte, volgt dan toch een ontluisterend antwoord: Bij Gebroken Spiegels en Antonia waren dat mijn regie-assistenten. Verder was er niemand. Idealiter horen ze er te zijn, maar ik had ze niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden