‘IK MAAK EIGENLIJK RELIGIEUZE DANS’

Door het haast ongelimiteerd inzetten van religieuze symboliek krijgt het werk van de Belgisch-Marokkaanse choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui vaak een spirituele dimensie....

Sidi Larbi Cherkaoui (1976) zit met zijn dramaturg Guy Cools in de artiestenfoyer van De Singel in Antwerpen. Ze hebben een klein uur pauze tussen een intensieve repetitiedag en een volledige doorloop in de vroege avond. Morgen is het zondag, de enige dag in de week dat ze niet repeteren aan Myth, de nieuwste voorstelling van Cherkaoui bij Het Toneelhuis, het Antwerpse gezelschap onder artistieke leiding van Guy Cassiers. Ze hopen dat vanavond de groot gemonteerde voorstelling, over niets minder dan de mythische essenties van ons menselijk bestaan, haar ritme vindt. Het is de eerste keer dat alle vier de delen door de twaalf dansers, de twee acteurs en de zeven muzikanten achter elkaar worden gespeeld, gezongen en gedanst. Het duo, dat in 2005 met kathakdanser Akram Khan de internationale topper Zero Degrees maakte, vertrouwt op elkaar. Het is nog tien dagen tot aan de première (20 juni).

Ze hebben mazzel dat De Singel in juni geen voorstellingen programmeert, waardoor ze een maand lang het toneel kunnen gebruiken voor de laatste repetitiefase. ‘Alles heeft zijn plaats’, zal Cherkaoui later na afloop van de tweeëneenhalf uur durende doorloop zeggen. ‘Hij schrapt niks’, leest Cools af aan de trefzekere blik van de jonge, inmiddels internationaal bekende regisseur/choreograaf (net de dertig gepasseerd). Met Rien de Rien (2000), Foi (2003), Tempus Fugit (2004) en Zero Degrees (2005) stond de Vlaams-Marokkaanse Cherkaoui op alle belangrijke dansfestivals. Myth opent dinsdag het Nederlandse festival Julidans.

Wat Larbi, zoals hij door vrienden wordt genoemd, zo opvallend maakt binnen het circuit van internationaal georiënteerde choreografen is zijn intuïtie voor mystiek totaaltheater. Allerlei symbolische tableaus – in dans, zang en spel – staan naast elkaar als in een middeleeuws schilderij. Óf boven elkaar: in Larbi’s ensceneringen zorgen vlieringen, muren, ladders en trappen altijd voor verbindingen tussen hoog (hemel) en laag (aarde). In Myth komen de performers op via een metershoge hemel- annex hellepoort; het muziekensemble Micrologus van Patrizia Bovi zit bovenop een klassieke boekenkast.

Hoge en lage cultuur vloeien bij Larbi altijd als vanzelf samen: ruige, elastische dansacrobatiek versmelt naadloos met traditioneel gezongen madrigalen uit de Middeleeuwen, salondans met hiphop. ‘Ik pas geen hiërarchie toe: het ene is niet groter, beter of sterker dan het andere. Dat is ook mijn mensbeeld: je kunt én chirurg én vioolspeler én gelovige én clipdanser zijn.’ Door het haast ongelimiteerd inzetten van religieuze symboliek als kruisen, overgave en zelfkastijding krijgt Larbi’s werk vaak een spirituele dimensie. Sommigen menen zelfs een helende functie.

‘Kunst heeft ook een genezende werking. Je brengt iets collectiefs tot stand, je brengt iedereen samen rond één emotie. Ik hou van het ritualistisch karakter van kunst. Voor mij is kunst hetzelfde als samenkomen rond het vuur.’ Die artistieke opvatting past bij zijn holistische levenshouding. Al vanaf zijn zestiende is Larbi vegetariër, maar sinds vier weken eet hij ook veganistisch. Dat wil zeggen, geheel plantaardig. Geen dierlijke voedingsstoffen zoals melk, kaas en eieren. Daarom twijfelt hij even als zijn dramaturg in de pauze aanbiedt een bord eten voor hem te halen. De paprikasoep durft hij wel aan. ‘Een maand geleden bekeek ik via internet de documentaire Earthlings over dierenmishandeling door de mens. Ik reageerde extreem fysiek op de confronterende beelden. Nu probeer ik veganistisch te leven. Ik had net wel nieuwe schoenen met leren zolen gekocht. Het volgende paar zal ik langs de veganistische meetlat leggen.’

Al zijn uitspraken onderstreept Larbi met razendsnelle vingergebaren. Voortdurend tekent hij in de lucht. Soms vinden zijn sierlijk dunne vingers even rust bij de bruine kralenketting rond zijn pols, maar al ras vlinderen ze weer om elkaar heen. Tekenen in de lucht, dat was ooit zijn drijfveer om te gaan dansen. Als kind deed hij niets liever dan krabbelen op papier. Niet alleen wolken maar ook de gezichten, de schaduwen en de spoken die hij daarin meende te herkennen. ’s Nachts stond hij op om nog meer details te kriebelen. Zo ontstonden surrealistische visioenen aan de hand van de werkelijkheid. ’s Ochtends was hij nog niet tevreden, ongeduldig om het resultaat weer te veranderen. Maar dat stond dan vast op papier. Daarom besloot Larbi te gaan dansen. ‘Dans is een tijdelijke tekening in de lucht, ze verdwijnt wanneer de beweging eindigt en kan elk moment overschreven worden. Je bent zelf het potlood, het papier én de tekenaar.’

Als tiener oefende Larbi zich in hiphop, jazz- en showballet. Dat leverde hem optredens op in variétévoorstellingen en televisieprogramma’s. In 1995 won hij de door Alain Platel georganiseerde wedstrijd voor de beste Belgische danssolo. Platel vroeg hem prompt mee te werken aan zijn nieuwste voorstelling Iets op Bach (1997), een stuk dat de hele wereld rond zou reizen. De vermenging van hoge en lage cultuur, die in deze beroemde voorstelling zo ragfijn besloten lag – circusdans op Bachcantates –, bleek Larbi toen al op het lijf geschreven.

Geboren in Antwerpen als zoon van een Vlaamse moeder en Marokkaanse vader is Larbi – ook nog homoseksueel – dé belichaming van een cultuurclash. Sidi betekent ‘Mijnheer’ en Larbi ‘de Arabier’ maar aan zijn blanke huid en donkerblonde haar vallen nauwelijks Noord-Afrikaanse trekken af te lezen. Toch is hij door zijn islamitische vader opgevoed volgens de wetten van de koran. Tot hij op zijn twaalfde daar de logica niet meer van inzag: ‘Waarom wel schapenvlees maar geen varkensvlees?’. Hij kreeg last van de groepsband en de sterke sociale controle: ‘Altijd die blik: wat zullen de andere Marokkanen daarvan zeggen.’ Bovendien, aan de katholieke moraal van zijn Vlaamse moeder had hij zijn handen vol. ‘Zelfs al ben je ongelovig in België, alles ademt de invloed van het katholicisme: de schaamte, de ideeën over goed en kwaad.’

Zijn katholieke moeder geloofde in Jezus als Zoon van God, voor zijn islamitische vader was Jezus slechts een profeet en zelf kreeg Larbi op school geen godsdienstles maar ‘zedenleer’: een soort ongelovig pluralistisch onderwijs over de moraal, waarin verschillende visies naast elkaar kunnen bestaan. Nee, dat heeft hij als kind niet verwarrend gevonden. ‘Het was eigenlijk heel duidelijk. Als ik het met mijn vader over Jezus had, ging het om een profeet. Sprak ik met mijn Vlaamse moeder over Jezus dan wist ik dat zij diens leven en sterven als basis zag voor belangrijke vieringen. Je wordt er vanzelf kameleontisch van. Ik denk dat het voor een kind verwarrender is wanneer je leert dat er één moraal is en er later achter komt dat anderen iets anders heilig verklaren.’

Geloof en geloven, het is hem altijd blijven fascineren. Vooral de voor hem evidente gedachte dat meerdere visies naast elkaar kunnen bestaan. ‘Ik maak eigenlijk religieuze dans.’ Voor zijn voorstelling Foi vroeg hij aan al zijn dansers en acteurs waar ze daadwerkelijk in geloofden – ook de twee met het Syndroom van Down met wie hij sinds zijn choreografie Ook (2002) voor Theater Stap vast samenwerkt. En voor Myth keert hij terug naar een onbewezen theorie over het ontstaan van het tarotkaartspel: ergens in het vroegmiddeleeuwse Spanje zou een aantal wijzen van de drie grote Westerse wereldgodsdiensten – het jodendom, het christendom en de islam – hun gezamenlijke kennis hebben vastgelegd in een picturale encyclopedie, mythologische afbeeldingen waarmee we onze bewuste en onderbewuste karaktertrekken kunnen duiden.

Zijn veertien dansers/perfomers bevroeg hij op parallellen tussen hun persoonlijkheidskenmerken en figuren uit de tarot, bijvoorbeeld ‘de kracht’ (een vrouw die in de muil van een leeuw kijkt) of ‘de wereld’ (een shiva-achtige dansfiguur) of de vier basisenergieën (engel, arend, paard en leeuw).

‘Mythes bestaan om ons te laten beseffen dat we niet alleen zijn, dat er mensen zijn geweest die ook een zwaar verlies hebben meegemaakt, met lastige dilemma’s zijn geconfronteerd of onvoorstelbare kindermoorden hebben gepleegd. Mythes geven je de ruimte na te denken wat er met iemand moet gebeuren om tot zo’n daad te komen. Je leert over oorzaken en hoe die te vermijden.’

Larbi is vooral gefascineerd door die verhalen en theorieën waarin mythes en religies elkaar raken: ‘Waar een weerwolf opduikt in de islam of Oedipous Christus wordt en dan weer Boeddha. Ik denk vaak in archetypes die samensmelten in tot wat een danser of acteur op de scène is. Het liefst zie ik dat hij dat allemaal tegelijk op de scène wordt. Daarom interesseren Oosterse theatervormen mij ook. Daarin incarneert een acteur in meer dan één personage. Hij kan zowel het goede als het slechte verbeelden, man en vrouw tegelijk zijn.’

Larbi’s kennis van Oosterse theatervormen en martial arts is niet alleen theoretisch. Waar hij kan, zoekt hij meesters op om intensieve workshops te volgen. ‘Zij helpen mij bij de vraag welke plaats ik inneem in de wereld. Je bent uniek maar toch ook altijd het kind van twee ouders die ook weer van twee ouders komen. Je bent – of je wilt of niet – verbonden met de hele wereld.’

Als hij één aspect zeker toepast van de oosterse manier van theater maken, daarin gesteund door zijn opleiding aan P.A.R.T.S., de dansschool van Anne Teresa de Keersmaeker, dan is het wel dat ‘alles zijn plaats heeft’. Inclusief denken, noemt hij het zelf. In het westen is het dogma: raffineer je voorstelling volgens het concept: minder = meer. Ik hanteer een homeopathische manier van theater maken. Daarin bestaan geen afvalstoffen. Wat mensen weg proberen te moffelen, wil ik er juist in. Ik hou niet van ‘uitpuren’ door veel te censureren. Ik werk poreus, laat mij sterk beïnvloeden door alle ruis die ik op de scène zie ontstaan.’

Dat maakt dat Larbi’s voorstellingen bomvol symboliek zitten. Beeldend ogen ze vaak als een aaneenschakeling van Bruegheliaanse schilderijen. Continu duiken verwijzingen op naar religieuze en historische tradities. Daarmee schaart Larbi zich onder een jonge generatie dansmakers, waaronder ook bijvoorbeeld Akram Khan, die er expliciet voor uitkomen een band aan te willen gaan met die traditie. Die oraal overgeleverde verhalen willen herschrijven, met moderne uitingsvormen. ‘Ik hou ervan naar de oorsprong van iets te gaan. Niet omdat ik mij verloren voel, maar omdat ik steeds meer wil weten van het verleden.’

Waar komen symbolen vandaan? In al zijn voorstellingen valt Larbi’s liefde op voor de orale zangcultuur. Het is niet toevallig dat hij zijn dansers vaak verleidt tot het nemen van zangles. In Foi wordt de live vertolkte 14de-eeuwse Ars Nova muziek gekoppeld aan mondeling overgeleverde, traditionele muziek, gezongen door de acteurs en dansers. In Myth vormen oude muziek uit de 13de eeuw (componist Zachara da Teramo) en Italiaanse madrigalen de basis, gecombineerd met doedelzak en castagnetten. ‘Een krachtig zingende stem, verankerd in een dansend lichaam versterkt de sacrale dimensie.’

Myth opent met het Crucifixum in carne (dood) en sluit met het Sepulto Domino (verrijzenis). Tussen deze twee sterke klankkleuren zitten het Salve Regina en het gloria Et in terra pax. Polyfone muziek met een uitgesproken ritueel en religieus karakter, die de beeldende voorstelling van een spanningsboog voorziet. ‘Het thema van de dood is voor mij essentieel. Het zit in al mijn voorstellingen tot nu toe. Voor mij is de eerste stap tot menselijk bewustzijn het een plek weten te geven aan de dood. Waarom zijn mensen religieuze wezens? Omdat ze geboorte en liefde anders niet kunnen rijmen met de dood. Dat fascineert mij enorm. Misschien dat mijn thema als ik ouder wordt omslaat naar het leven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden