Ik los in je op Gedichten Maria van Daalen lopen over van doodsbesef

Het geschenk//De maker is welbeschouwd de zesde dichtbundel van Maria van Daalen. Van Daalen heeft zich vanaf haar debuut, Raveslag (1989), geplaatst in de Kouwenaar-traditie, de epigonistische stroming van dichters die de taal als tastbaar opvatten en het woord als eetbaar....

GERT JAN DE VRIES

Bij Van Daalen is taal en poëzie bovendien altijd zeer lichamelijk. In de nieuwe bundel is dat wederom het geval: 'Het begin is de oorzaak./Want de oorzaak van taal is lichaam./En lichaam eet zij en beweegt in mij.//Op het achterste van de tong telt zij mij af,/rijgt zij woorden, des makers aaneen./Zij golft als een spier in de

mond.//Terwijl zij groot wordt in mijn stemspleet,/terwijl zij de slijmwanden afdaalt en zingt,/speelt zij met leven en breekt zij//mij uit, om mij te stillen, verkoelend/en kauwend, om mij te vormen, en zij spreekt:/wie ik stemloos moet zijn zegt 'ik ben'.'

De thematiek en de hele bijbehorende hermetistische gedachtenwereld van Van Daalen raakt - zeker in combinatie met haar rimpelloze ernst - aan rituele neigingen, aan mystieke tradities, aan sacramenten, hekserij en pogingen tot transcendentie. Dat blijkt uit de parafernalia in deze gedichten: modder, bloed, woorden, messen, schedels, as, namen, vuur, water, regels, zaden, aarde. En Van Daalen blijkt zelfs letterlijk aan hekserij te doen, als ze schrijft: 'Ik roer meteen stok in de mengbeker:/regenwater, modder, dennennaalden, blikkert en/spiegelt niet de maskers, de kransen klimop,//maar wat mijn woorden aantast, ze/kruimelig maakt van verval, een zacht/rottend randje dat aangeeft 'ik los in je op'.'

In de reeks 'HET GEBED: Rozenkrans, of het gebed voor een goede dood' experimenteert Van Daalen met traditionelere, meer geaccepteerde religieuze verschijnselen. De reeks is geschreven in de vorm van een rozenkrans, naar aanleiding van een laat-middeleeuws schilderij. Ieder gedicht is een kraal, en misschien ook een traan: 'Mijn tranen tellen, langs mijn wangen,/mijn lichaam af in hun afstand: /van mijn kiemcel tot de uit mij volgende.' De krans van taal is tegelijkertijd een lichaam, en de cirkelvorm ontkent het verstrijken van de tijd:'Hoezo is de tijd lineair?/Een snoer sluit vast om de hals,/een krans bevat zelfs mijn hartslag.'

Binnen Van Daalens moderne mystiek, waarin dood en vruchtbaarheid prominente plaatsen innemen, staat de cirkelvorm de sterfelijkheid in de weg. De vergankelijke dichteres wordt daarbij als het ware opgenomen - letterlijk 'vertaald' - in de gedichte rozenkrans: 'Wees gegroet, noemer, met bloed./Ik ben net zo eindig als deze dag/waarin ik de naam verzamel en zeg.//Lieve naamwoorden, het veelgeprezen enzovoorts/rijgt tikkend het polysyndeton/ tot het lichaam dat ik gemaakt is,//dat mij vasthoudt in angst en pijn, dat mijn richel is langs een veld waar het niets dreigt,/dat ik in mijn ademtocht verpulvert.'

Zo schuiven steeds diverse lagen van taalmystiek, lichaamsdevotie, en moderne wetenschap - want Van Daalen maakt ruim gebruik van biologische, fysische en biochemische termen - over elkaar heen: 'In een druppel plasma tel ik de tijd,/in de mitochondriën van elke cel leeft de eeuwigheid,/in een snoer aminozuren klopt de hartslag//van een dier, van mijn lichaam./Zij windt de heggewinde om haar polsen/en de bijen vliegen af en aan.'

In de overige gedichten van deze redelijk forse bundel gaat het er schijnbaar iets anekdotischer aan toe, maar het blijft steeds dreigend, overlopend van doodsbesef, nooit ontspannen, boordevol symboliek. In het gedicht 'Nieuwsdienst' bijvoorbeeld lijkt, de onheilspellende titel ten spijt, een gewoon tafereeltje te worden beschreven: 'Hij staat met een plastic tas in zijn hand/en weet niet welke kant hij uit moet.' Maar al in de derde regel voegt Van Daalen het onheil toe: 'Linksonder loopt de klok met grote snelheid door.' En meteen voltrekt ze het oordeel: 'Later zie ik hem met geopende mond/achterover liggen: een paardebloem/bloeit tot pluis toe tussen zijn lippen.'

In de voortdurende spanning, de nimmer aflatende ernst - en de bijbehorende extreme zelfbeheersing - en de mate ook waarin ze haar taaltheorie serieus neemt, verschilt Van Daalen van Leo Vroman, haar lichtvoetige collega met wie ze voor het overige zoveel gemeen heeft. Het zijn precies die afwijkende aspecten waardoor haar gedichten fascineren, of liever: beklemmen.

Maria van Daalen: Het geschenk// De maker. Querido, 27,50.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden