Ik liep naar binnen en zag op tv hoe een agent terloops werd afgeknald

Grapjes

Op straat vertelde ik een vriend dat mij die ochtend zomaar ineens een hele column ingevallen was. Ik hoefde alleen maar te gaan zitten en hem op te schrijven. Er zat van alles in. Een theorie, een observatie. En grapjes. Die ook. Drie, ditmaal. Van alle dingen die je in columns kunt stoppen, zijn die mij het allerliefst.

De vriend lachte om een van die grapjes. Dat was leuk. Liever nog dan grapjes zelf zijn mij de grapjes waar door vrienden om gelachen wordt. Ik heb een nieuwe geliefde, vertelde hij daarna. We koken samen. We zijn goed voor elkaar.

Tweemaal goed nieuws, zei ik, en de dag moet nog beginnen. En dat het ook nog stralend weer was. We namen afscheid, ik liep naar binnen en zag op tv hoe een gewonde agent op straat door een terrorist terloops werd afgeknald.

Daar gaat de column, dacht ik, daar gaan mijn grapjes. Dit was natuurlijk niet zo mooi gedacht van mij, maar je hebt je ware aard nu eenmaal niet voor het kiezen.

Ik las het nieuws, bekeek de beelden. De doden, tekenaars, humoristen. Het was een moment waarin je zeker wist dat er vele consequenties zouden volgen, allemaal verstrekkend en ingrijpend, zonder nog een idee van hoe die eruit zouden gaan zien.

Ik wilde een heleboel verstandige commentaren en columns lezen, zodat ik alles beter kon begrijpen, maar de moeilijkheid bestond erin dat ik zelf een columnist was. Ik moest naar mezelf luisteren, ik hoorde niets.

Kijken naar een lijk op het toneel kan een betekenisvolle ervaring zijn, heeft Aristoteles gezegd, omdat de ratio zich daar al over het slachtoffer heeft gebogen. Op straat gebeurt dat niet, of op een redactiekantoor. In het echt komt de ratio pas als de slachtoffers zijn geborgen. Of als al iets in brand is gestoken. Soms komt de ratio nooit.

Verder wou ik Aristoteles er maar niet te veel bij betrekken. Het wordt dan al snel ingewikkeld, al was het maar omdat ik niets van Aristoteles weet.

Kort na 9/11 schreef Arnon Grunberg in NRC Handelsblad dat hij, nadat hij van de aanslagen had gehoord, aardappelpannekoekjes was gaan eten in een Indiaas restaurant in New York. Het werd hem niet in dank afgenomen. Hoe kon je nu pannekoekjes gaan eten op zo'n moment? Was dat soms leuk - een grap misschien?

Mij kwamen de pannekoekjes aanvankelijk ook vreemd voor, maar achteraf was het misschien niet zo gek om onder de omstandigheden te doen wat je van plan was.

Ik bracht daarom de fiets van mijn dochtertje naar de maker. Er werden nieuwe ventielen opgezet. Ook kocht ik een nieuwe fietsbel voor haar. Als je ermee belt, draait een roze varkentje een vrolijk rondje op je stuur.

Thuis las ik wat eerste analyses. Ook deze commentatoren vonden dat we moesten blijven doen wat we altijd deden, het was het enig waarlijke verzet. Het was mooi gezegd. Waarschijnlijk was het waar. Maar wie durfde er nu nog een grapje te maken, mijn lievelings? Ik niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.