'Ik leef hier in een gevangenis'

De weinige Serviërs die nog in Kosovo wonen, willen liever vandaag dan morgen weg. Hoezo een multi-etnisch land? De bloedrode Albanese adelaarsvlaggen zijn overal.

PRISTINA - Sonja Mitric staat buiten, voor de witgepleisterde kerk, en rookt een sigaret. Je ziet niet dat ze Servisch is, maar ze voelt het wel. Ze voelt zich elke dag Servisch: als ze boodschappen doet en zwijgt zodat niemand haar accent kan horen, als ze haar zoontje Novak moet vermaken in de speeltuin omdat er geen andere kinderen voor hem zijn om mee te spelen. Want Novak is Servisch, en alle andere kinderen in de stad zijn Albanees. Zo gaat dat nog steeds, in de Kosovaarse hoofdstad Pristina, dat een voorbeeld van wederopstanding en etnische eenheid moet zijn.


Van de naar schatting 20 duizend Serviërs die voor de Kosovaarse oorlog in Pristina woonden, zijn er 53 over. De meesten komen 's zondags naar de Sint-Nicolaaskerk, net buiten het centrum van de stad, in een kalme woonwijk op een heuvel. Ouden van dagen vooral, die hebben besloten zich niet te storen aan de sluimerende vijandschap met hun Albanese buren. Maar Sonja is jong, ze is 29 en stoort zich wel. Ze zegt: 'Ik leef in een gevangenis.'


Pristina is een wervelende hoofdstad vol jonge mensen en expats die namens internationale organisaties de staat Kosovo ondersteunen op weg naar democratie en onafhankelijkheid. Het barst er van de restaurants en koffiebars en ook al is de werkloosheid er dramatisch, ook al gaan armoede en corruptie er samen over straat, het optimisme overheerst in de nieuwe, frisse Balkanmetropool.


Voor de nieuwe blauwe vlag van Kosovo is iedereen gelijk: zes witte sterren in een boog naast elkaar, vertegenwoordigen de zes bevolkingsgroepen die het kleine land bewonen. Serviërs, Albanezen, Roma, Gorani, Bosnische Moslims, Turken - allemaal gelijk voor de wet. Dat is het ideaal.


De praktijk is dat Pristina vandaag vol met andere vlaggen hangt: Albanese vlaggen, bloedrood, met de zwarte tweekoppige adelaar. Aan de huizen rond de Sint-Nicolaaskerk wapperen ze groot als tafellakens: aan balkons, aan vlaggenmasten, uit openstaande ramen. In die vlaggenzee is kerk een enclave, het is de enige actieve Servisch-orthodoxe kerk van de stad.


Het symbool van het multi-etnische Kosovo dat de internationale gemeenschap zo graag ziet. Daarom ook is hij weer opgebouwd, nadat een woedende groep Albanezen in 2004 de kerk bestormde, en in brand stak. En daarom bracht Hillary Clinton er een maand geleden een bezoek: om de wereld te laten zien dat het best kan, Servische Kosovaren die terugkeren naar Pristina.


Maar Sonja Mitric wil hier niet wonen. Ze telt de dagen af. Haar vrienden en familie zijn hier niet, die wonen in de Servische enclaves als Mitrovica, een uur uit de stad, waar ze kunnen rondlopen zonder zorgen. Novak is twee jaar. 'Hij is het eerste Servische kind dat sinds dertien jaar in Pristina is geboren.' Hij gaat naar een Servische crèche in de Servische enclave Laplje Selo, 15 kilometer buiten de stad.


Ben je bang?


'Ja. Maar wat kan ik doen?'


Heb je Albanese vrienden hier?


'Eén. Het is de politieagente die ons huis bewaakt.'


Sonja is getrouwd met Stevo Mitric, een van de twee jonge Servische priesters in de stad. De ander heet Darko Marinkovic. Ze wonen met hun gezinnen in het huis naast de kerk, bewaakt door camera's op de omheining. Voor het hek dat toegang geeft tot de stadsenclave staat een onopvallende politiepost.


De Serviërs zien Kosovo nog steeds als een opstandige provincie, hardhandig afgepakt door de NAVO tijdens de bombardementen van 1999. Tijdens het hoogtepunt van de Kosovo-oorlog brandden Servische paramilitairen Albanese huizen plat en moordden ze hele dorpen uit, al dan niet in opdracht van Slobodan Milosevic, die Kosovo tot speerpunt van zijn nationalistische politiek had gemaakt. Tienduizenden Albanezen vluchtten de bergen in. Na de NAVO-acties kwamen de Albanezen terug, milities vielen nu de huizen aan van Serviërs die massaal uit Kosovo vertrokken. Zelf spreken ze van 200 duizend vluchtelingen, maar dat wordt, net als zo'n beetje alles in het land, betwist.


In het noorden van het land zijn nog steeds soldaten van de KFOR nodig, om de rust te bewaren. De Serviërs van Kosovo wonen in enclaves, waar ze eigen ziekenhuizen hebben, eigen scholen, eigen cafés en kerken, en waar het cyrillisch schrift wordt gebruikt op verkeersborden en winkelpuien. Ook in de Kosovaarse regering zitten Serviërs, maar de hoofdstad lijkt aan hen nauwelijks besteed.


Stevo Mitric noemt zijn Nicolaaskerk 'een cultureel getto' in de stad. 'Het was niet mijn keuze hier te leven', zegt hij, 'het was de keuze van God. En bovendien heb ik moeten beloven tien jaar in Kosovo te werken, dat was een voorwaarde om een studiebeurs te krijgen.'


Naast priester is hij vooral maatschappelijk werker: hij staat de Serviërs van Pristina bij. Hij rijdt ze naar het ziekenhuis in de Servische enclave Mitrovica, want Serviërs vertrouwen geen Albanese artsen, en spreken niet hun taal. 'Dat is vreselijk, voor de jonge democratie Kosovo. Wat de Serviërs dit land hebben aangedaan, is afschuwelijk en wat de Albanezen de Serviërs vervolgens hebben aangedaan is ook afschuwelijk. Maar dat we nu langs elkaar heen leven, is niet goed. We woonden hier tien eeuwen samen, toen werd het oorlog en nu is alles politiek.'


Hij heeft dertien scholen onder zijn hoede waar Servische kinderen Servisch leren, allemaal buiten de stad. 'Ik hoop dat alle Servische Kosovaren die zijn vertrokken na de oorlog, terug zullen keren naar dit land. En ik hoop dat deze kerk ze het vertrouwen geeft, dat het mogelijk is. Dat is mijn project. Ik bid elke dag dat ze terugkomen. Maar het is problematisch. Ik denk niet dat het lukt.'


Op het bureau in zijn kantoor ligt een aquamarijnen juwelendoosje van Tiffany & Co, dat hij vorige maand kreeg van Hillary Clinton. Als dank. In het doosje zit een zilveren hanger met haar handtekening erin gegraveerd. 'Het was mooi dat ze er was. Maar iedereen die hier nu woont, heeft een existentieel probleem. Om hier te kunnen wonen moet je een andere taal leren. Je moet een baan hebben, een school voor je kinderen - en dat is er nu niet.'


Sonja Mitric steekt een sigaret op.


Wat vind je van Pristina?


'Ik vind er niets van.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden