Ik laat mij niet de zwijgende meerderheid noemen

De ingezonden brieven van zaterdag 1 oktober.

President Nixon op bezoek in Brussel (1969)Beeld ANP Historisch Archief

Zwijgende meerderheid

Als ik in Nederland de zwijgende meerderheid was, zou ik me nooit, door vorst noch premier de zwijgende meerderheid laten noemen (column Sheila Sitalsing, 30 september). Per slot van rekening is de term uit de VS afkomstig. In een speech van 3 november 1969 riep president Nixon voor het eerst de 'great silent majority of my fellow Americans' op zijn Vietnam-beleid te steunen tegen een schreeuwerige minderheid van langharigen, hippies, zwarte activisten en ander gespuis met totalitaire neigingen.

De Amerikaanse media pikten de term meteen op, en sindsdien is de Silent Majority onlosmakelijk met Tricky Dick en trawanten verbonden. De term is besmet, tenzij je Nixon graag als peetvader wilt hebben. Geen weldenkend mens toch? Zeker niet in dit fantastische land.

A. Lammers, Otterlo

Defect moreel kompas

Martijn Dekker meent dat er niet minder maar meer gediscrimineerd moet worden aan de universiteit (O&D, 28 september). Positieve discriminatie, welteverstaan. Hij vindt dat de oproep van Sebastien Valkenberg om de kwaliteit van de universiteit niet te offeren op het altaar van de diversiteit (O&D, 24 september), getuigt van een 'defect moreel kompas'.

Daar ben ik van geschrokken. De onevenwichtige samenstelling van de universiteit kan volgens Dekker maar door één ding worden verklaard en dat is discriminatie. Het tekort aan allochtone studenten en docenten is het gevolg van vooroordelen, discriminatie en angst, een andere uitleg is niet mogelijk.

Voor zover ik weet moet je voor een inschrijving aan de universiteit een vwo-opleiding of een hbo-propedeuse hebben afgerond. Als we iets willen doen aan het gebrek aan diversiteit in het hoger onderwijs, ligt het voor de hand iets te doen aan de voorafgaande opleiding, eerder dan maatstaven van huidskleur te gaan aanleggen voor de toegang.

Na het lezen van het stuk van Dekker heb ik dan ook de indruk dat Valkenbergs pleidooi voor behoud van kwaliteit aan de universiteit geen dag te laat komt. Laat Dekker zelf de daad bij het woord voegen, zijn functie neerleggen en als witte man ruimte maken voor meer diversiteit. Dan weten we tenminste zeker dat zijn morele kompas niet slechts op loze woorden is gebaseerd.

Bram Sommer, Amsterdam

Instappen maar

De NS heeft vorig jaar bij wijze van proef al instapzones gecreëerd in Houten (Ten eerste, 29 september). Opvallend is dat deze zones korter zijn dan het door de NS ingezette materiaal. De instapzone concentreert zich nu op het middelste deel van de zes tot tien bakken (lengte van het treinstel) die de NS inzet. Doordat iedere trein niet even lang is en de lengte van de instapzone vast is, krijg je een heel stuk trein voor en na de instapzone. Daar wordt dan geen gebruik van gemaakt.

Instappen uitsluitend binnen de instapzone leidt tot een nog grotere opeenhoping van reizigers en vertraagt het instappen, doordat niet alle deuren worden gebruikt.

Een plaats in de trein waar je bij het uitstappen bij een trap uitkomt is voor iedereen die in Utrecht moet overstappen logisch. Iedere minuut telt immers. Maar daar wil dan ook iedereen instappen. Als de NS daadwerkelijk om de vijf minuten gaat rijden op dit traject maakt dat allemaal niets meer uit. Daarom kun je er beter even mee wachten.

Rob Dijkman, Houten

Ontgroenen, erg of niet?

Volkskrant-lezers zijn kritisch over de misstanden bij studentenvereniging Vindicat uit Groningen. 'Wat het verschil is tussen het 'tuig van de richel' uit Zaandam en onze toekomstige elite uit de studentencorpsen?'.

Lees de opmerkelijkste lezersbrieven over misstanden bij de corpora.

En maar betalen

In de discussie over het salaris van buitengewoon adviseur van de Nationale Politie Welten (Ten eerste, 28 september) mis ik een belangrijk element. Een (te) hoog salaris is tot daaraan toe, maar bedingen dat je salaris hoe dan ook doorbetaald wordt tot de pensioengerechtigde leeftijd is iets uit een heel ander universum.

In wat voor wereld leef je als je vindt dat je dat kunt vragen? Dat geldt overigens evenzeer voor degene die zo'n belofte doet. Moraliteit en integriteit worden gereduceerd tot het vasthouden aan ooit gemaakte afspraken, hoe absurd deze nu ook blijken te zijn.

Barend de Graaff, Eindhoven

Hij kan niet anders

In het interview met Dick Swaab vraagt Wilma de Rek (Sir Edmund, 24 september) hem waar hij het meest trots op is. Hij antwoordt: 'Op het feit dat ik de hersenbank ben begonnen.' Is 'trots' hier niet een wat misplaatste emotie, Swaabs eigen positie met betrekking tot de vrije wil in beschouwing genomen? Hij is immers zo gedetermineerd dat hij niet anders kon dan doen wat hij deed, en daarom ook niet te prijzen is voor wat hij allemaal voor de hersenwetenschap betekend heeft.

Het zal wel iets menselijks zijn, een emotie die niet in overeenstemming is met je overtuiging, want even later zegt hij: 'Als ik mijn studenten uitleg dat de vrije wil een illusie is, heb ik nog steeds het idee dat ik alles heel goed heb overdacht, dat ik zelf mijn woorden kies. Maar ik wéét dat het onzin is.' Deprimerend. Maar ach, hij kan niet anders.

Thijmen Bockman, Amsterdam

Leienaarrrr

Met genoegen lees ik altijd de bijdragen van Onno Blom, naar aanleiding van de biografie van Jan Wolkers waaraan hij werkt. Toch een kleine kanttekening bij de omschrijving van het Leids in zijn laatste artikel. Hij schrijft bij Leienaar 'zonder 'd' en met rollende rrr'.

Als gewezen Leienaar ligt het toch iets anders. Het Leids kenmerkt zich vooral door de ingeslikte 'r', die ligt ergens diep in de slokdarm zo ongeveer. Dat heeft als resultaat dat de 'r' meer op een verbasterde 'w' gaat lijken. Ook andere klanken zijn hetzelfde lot beschoren in Leiden. Wie kent niet dat Leids woord met 5 w's? 'Woowowewaw': roofoverval. Even oefenen, het lukt echt.

Overigens herken ik me helemaal in de omschrijvingen van het 3-oktobergevoel (let op, in Leiden ligt de klemtoon op de eerste lettergreep: Dwie Óktobew) van Wolkers en dan vooral waar het gaat over de Breugheliaanse stoet.

Je zag de meest uiteenlopende types, en van velen kon je zien dat ze nazaten waren van Franse soldaten, die in de napoleontische tijden ook andere zaken gebruikten dan hun echte bajonet: zij waren opvallend klein van postuur.

Erik Otte, Haarlem

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden