'Ik kwam uit de studio en hoorde: Twitter ontploft'

Voor een kans in de journalistiek gaf Mariëlle Tweebeeke op haar 30ste haar headhuntersbedrijf op. Dit jaar won de presentator van Nieuwsuur de Sonja Barend Award.

Ben je altijd bij met je administratie?

'Ha! Met mijn administratie?'

Je komt over als een geordend type.

'Mensen verwachten dat ik georganiseerd ben. Ik moet bekennen dat mijn man de administratie doet, maar ik vind het inderdaad fijn als alles netjes is. Dan functioneer ik beter. Ik denk wel dat anderen mij planmatiger inschatten dan ik ben. Als ik het huis verlaat, kom ik minstens nog een keer terug omdat ik iets ben vergeten.'

Misschien komt het doordat je in Nieuwsuur zo in control lijkt te zijn.

'Dat probeer ik natuurlijk wel, ja. Het is mijn functie; ik moet het programma leiden.'

Mariëlle Tweebeeke (41) is twee jaar anchor van het actualiteitenprogramma Nieuwsuur. Ze presenteert de live-uitzendingen tussen tien en elf uur 's avonds, zes dagen achter elkaar, om de week afgewisseld met Twan Huys. Dat doet ze kritisch, met gesoigneerd en misschien wat afstandelijk voorkomen.

Van dat laatste is weinig te merken deze decemberochtend. Ze wijst enthousiast op het winterse uitzicht vanuit haar appartement aan een Amsterdamse gracht en excuseert zich lachend voor de herrie van het espressoapparaat. Ze woont er nu vier jaar. Ze weet nog hoe haar dochtertje, destijds 1 jaar, in een leeg huis naar de eerste inauguratie van Barack Obama lag te kijken.

Tweebeeke heeft er net een marathon van zes uitzendingen op zitten. Ze is moe, vooral omdat ze in de weken dat ze presenteert 'twee dagen in een dag leeft'. Die begint 's ochtends om zeven uur, als haar zoon en dochter bij haar bed staan. Ze brengt 'de kindjes', zoals ze haar kinderen steevast noemt, naar school en belt dan met de eindredacteur van Nieuwsuur: wat gaan we doen? Vervolgens scant ze alle kranten op de iPad en leest zich in. Rond drie uur is ze in Hilversum en begint de voorbereiding echt.

Na de uitzending rijdt ze vrijwel direct naar huis. In de auto luistert ze naar Met het oog op morgen. Thuis is het vaak al stil en donker. 'Mijn man ligt meestal te slapen', zegt Tweebeeke. 'Eigenlijk vind ik dat wel fijn; hoe gezellig het ook is om na te praten. Ik gebruik de autorit om tot rust te komen. Als ik thuis de uitzending ga bespreken, word ik weer wakker. Dat is het lastigste aan deze baan: zorgen dat je voldoende slaap krijgt.'

Dat was vooral moeilijk in de eerste maanden dat ze Nieuwsuur presenteerde. Haar jongste kind was net geboren en ze sliep maar een paar uur per nacht. 'Bij het aankondigen van de uitzending dacht ik weleens: ik moet bijna overgeven van vermoeidheid.' Om dat te voorkomen, leerde ze het afgelopen jaar gedisciplineerd te leven: geen alcohol in de weken van uitzending en drie keer per week een half uur hardlopen.

2012 was ook het jaar waarin ze haar rol als presentatrice vervolmaakte, vindt NTR-baas Carel Kuyl, voormalig hoofdredacteur van het programma. Hij noemt haar, wetende dat hij bevooroordeeld kan klinken, 'de beste vrouwelijke anchor van Nederland'. In september won ze de Sonja Barend-award, de prijs voor het beste televisie-interview. Ze kreeg de prijs voor haar gesprek met twee afgevaardigden van het VU Medisch Centrum en Reinout Oerlemans van Eyeworks. Zij hadden op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis 35 verborgen camera's opgehangen voor het televisieprogramma 24 uur: tussen leven en dood.

Tweebeeke presenteerde niet de avond dat Nieuwsuur onthulde dat het VUmc hiermee het medisch beroepsgeheim had geschonden, maar ze zat wel voor de tv. 'Ik was verbijsterd', zegt ze, nog steeds fel. 'Ik zou de volgende dag presenteren, dus ik sms'te de eindredacteur: hier moeten we morgen op door.'

De dag erop voelde ze dat er iets in de lucht hing; dat er veel op het spel stond, herinnert ze zich. De redactie spande zich in om zowel Eyeworks als het VUmc aan tafel te krijgen. Ze stemden uiteindelijk toe, op voorwaarde dat ze met zijn drieën het hele programma aan tafel zouden mogen zitten.

Een paar minuten voor de uitzending ging het alsnog bijna mis: Tweebeeke liet in de montageruimte de filmpjes zien die getoond zouden worden in het programma. Oerlemans ontstak in woede en de mannen besloten weg te gaan. Een redacteur rende achter het drietal aan om hen te overtuigen toch aan tafel te komen. Op het moment dat Tweebeeke plaatsnam in de studio, hoorde ze van de eindredacteur: 'Ik weet niet of ze terugkomen, dus begin maar gewoon.'

Kun je goed tegen die druk?

'Ja. Natuurlijk vind ik het spannend, maar ik blijf rustig. Het belangrijkste is een goede voorbereiding. Dat je weet waarover je het hebt en wat je wil.'

Wat wilde je in dat gesprek?

'Er zaten drie mensen tegenover me die overtuigd waren dat dit kon. Ik wilde aantonen dat het niet kon. Het was in strijd met het medisch beroepsgeheim. Ik vreesde wel dat zij met de mededeling zouden komen dat ze de stekker uit het project hadden getrokken. Dan zou er weinig van het interview zijn overgebleven. Tijdens het gesprek merkte ik tot mijn verbazing dat zij nog steeds vonden dat ze een integer, informatief programma hadden gemaakt. Terwijl een volle regiekamer mee had gekeken naar mensen die op hun kwetsbaarst een ziekenhuis werden binnengebracht.'

Wat was je gevoel, direct na de uitzending?

'Ik wist het niet zo goed. Ik had een risico genomen door het persoonlijk te maken, te zeggen: 'Medewerkers van Eyeworks kijken dus mee op het moment dat ik binnenkom op de spoedeisende hulp.' Dat doen we normaal gesproken niet bij Nieuwsuur, maar nu vond ik het wel kunnen. Het was feitelijk onderbouwd en ik zat daar alleen, tegenover die drie mannen. Pas toen ik uit de studio kwam, merkte ik hoe enthousiast iedereen was. Een redacteur kwam naar me toe en zei: 'Twitter ontploft.'

Je maakte je boos over dit specifieke onderwerp. Is er een gemene deler in de kwesties waarover je je opwindt?

'Als het om eerlijkheid gaat: het verschil tussen wat mensen zeggen en wat mensen doen. Een tijd geleden hadden we een item over Henk Bleker. Hij stelde in de Tweede Kamer dat we geen megastallen hebben in Nederland, terwijl uit ons onderzoek bleek dat het ministerie subsidie verstrekt aan megastallen. Dat is onze taak; uitzoeken of mensen eerlijk zijn. In mijn persoonlijk leven is dat ook belangrijk.'

Is die fascinatie voor de politiek dan niet vreemd? Daar is nogal eens een discrepantie tussen wat men zegt en doet.

'We moeten niet doen alsof iedere politicus liegt. Nu ik er zo dicht bovenop zit, heb ik ook respect gekregen voor politici. Het is een hondenbaan: ze werken keihard, moeten de hele dag laveren tussen verschillende belangen en hebben altijd een camera op zich gericht.

'Ik realiseerde me hoe lastig dat is na het debat in Carré waarin Balkenende tegen mij zei: 'U kijkt zo lief.' Ik werd toen de hele dag gebeld, alles wat ik zei kon uitvergroot worden. Ik vond dat een heftige ervaring, maar het is goed eens aan de andere kant te hebben gestaan.'

Tweebeeke groeide op in Midwoud, een klein dorp in de buurt van het Noord-Hollandse Hoorn. Haar ouders kwamen uit katholieke, grote Amsterdamse gezinnen, maar verruilden de hoofdstad toen zij kinderen kregen voor het groen en de ruimte van de polder. Moeder bleef thuis tot Tweebeeke en haar broer naar de middelbare school gingen. Sinds die tijd runt ze een schoenenwinkel van vrienden op de Amsterdamse Van Baerlestraat. Haar vader is met pensioen. Hij werkte vanaf zijn zestiende voor de Nederlandse dochteronderneming van Bosch en Siemens, het bedrijf waarvan hij uiteindelijk directeur werd.

Je vader heeft zich, zonder studie, opgewerkt.

'Hij is een selfmade man. Daar ben ik trots op. Het betekent wel dat ik mijn vader niet veel heb gezien in mijn jeugd. Hij werkte zeven dagen per week, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Hij sliep maar een paar uur per nacht en was nooit bij het avondeten. Ik kan me niet herinneren dat hij in zijn werkende leven ook maar een dag ziek is geweest.

'Dat arbeidsethos werkte door in onze opvoeding. Ik moest doodziek zijn om thuis te blijven van school. Dat is maar een keer gebeurd, toen ik 41 graden koorts had. Anders was het gewoon: niet zeuren.'

Dat heeft je gevormd.

'Ja. Ik lijk op mijn vader, ben geneigd altijd door te gaan met werken. Doordat ik kinderen heb gekregen, ben ik gedwongen een balans te vinden tussen werk en gezin. Maar als ik ziek ben, heb ik nog steeds last van die opvoeding. Ik vind het verschrikkelijk om werk af te moeten bellen, ik loop dan echt met buikpijn rond. Nu ik voor televisie werk, moet ik accepteren dat daar andere normen gelden. Bij een kantoorbaan is het niet erg om geen stem te hebben, maar op televisie kan dat niet. Ik heb weleens moeten verzuimen bij Nieuwsuur, maar dan ben ik ontzettend uit mijn doen.'

Voel je je onmisbaar?

'Nee, helemaal niet. Als ik er niet ben, zit er gewoon iemand anders. Dat realiseer ik me heel goed.'

Heb je je vader te weinig gezien, als je terugkijkt?

'Nee, ik heb er geen last van gehad. Hij was er wel op belangrijke momenten, zoals bij diploma-uitreikingen. Bovendien werd zijn afwezigheid dubbel en dwars gecompenseerd door mijn moeder. Knap, hoe zij dat in haar eentje voor elkaar kreeg. Mijn vader genoot zo van dat werken, dat hij voor mij alleen maar een positief voorbeeld was. Laatst bespraken we dat hij zijn werk zo mist sinds hij gepensioneerd is. Ik zei tegen hem: 'Je kunt het ook omdraaien. Je hebt vijftig jaar mogen doen wat je het allerliefste deed.' Zo kijk ik ook tegen mijn werk aan.'

Toch ben je pas op je 30ste journalist geworden.

'Ik had geen voorbeelden in die richting, dus toen ik ging studeren heb ik niet over die optie nagedacht. Mijn vader werkte in een commerciële wereld, kon goed presenteren en verkopen. Dat vond ik wel wat, maar ik wilde geen producten verkopen. Ik besloot personeelsmanagement en later arbeids- en organisatiesociologie te gaan studeren, zodat ik banen kon verkopen.

'Na mijn afstuderen begonnen mijn man en ik samen een headhuntersbedrijf. Dat liep erg goed. Na vier jaar stonden we op een beslissend punt: gaan we door met dit bedrijf? Dat zou betekenen dat we meer moesten investeren en we er nog jaren aan vast zouden zitten. Daarvoor vonden we het werk allebei gewoon niet leuk genoeg. Ik wilde met iets wezenlijkers bezig zijn.'

Je voelde je nutteloos.

'Nutteloos is een groot woord, maar ik dacht wel: ik ben alleen bezig om mensen van a naar b te verplaatsen. Ik wil iets doen wat er toe doet, waar ik iets van vind. Op vakantie in Thailand, we stonden in zee, vroeg een vriendin: 'Los van de vraag of het reëel is, wat zou je nou echt willen?' Geen idee waar het vandaan kwam, maar ik antwoordde: 'Dan zou ik bij AT5 (Amsterdamse stadszender, red.) willen werken.''

Bij thuiskomst belde je AT5.

'En dacht: ik ga daar werken. Ze zagen me aankomen. Er was geen geld, alleen voor een stage: 300 gulden per maand. Dat durfden ze bijna niet aan te bieden, ik had immers al een eigen bedrijf gehad. Het was juist bevrijdend dat ik er nauwelijks voor betaald kreeg, ik hoefde niet meteen iets waar te maken.'

Wat vond je man ervan?

'Op het moment dat ik besloot te bellen, dacht hij wel: hoezo? Hij maakte zich zorgen, omdat ik geen journalistieke achtergrond had. Vanaf mijn eerste stagedag was ik enthousiast en hij is daarin meegegaan.'

En je ouders?

'Ik vertelde hun bij een etentje dat ik per 1 september zou beginnen met een stage bij AT5. Ze waren verbaasd. 'Je hebt het nu fantastisch voor elkaar', zeiden ze. 'Waarom zou je die zekerheid opgeven?' Logisch ook. Nu weten we hoe het is gegaan, dat ik uiteindelijk bij Nieuwsuur terecht ben gekomen. Maar het had ook niets kunnen zijn.'

Wat had je dan gedaan?

'Geen idee. Dan verzin ik wel weer iets anders, dacht ik. Ik leef in het nu. Ik denk nu ook niet: wat doe ik over vijf jaar?'

Dat is dan tegenstrijdig met die gecontroleerde uitstraling.

'Ja, dat is grappig. Als ik alles zou uitstippelen, had ik niet op mijn dertigste mijn bedrijf opgegeven. Nee echt, ik ben totaal géén zekerheidszoeker.'

WANDELING MET ROB OUDKERK

Een belangrijk moment in de carrière van Mariëlle Tweebeeke is het interview dat zij in 2004 voor AT5 deed met de zojuist afgetreden wethouder Rob Oudkerk. Na de persconferentie wachtte zij drie uur, omdat ze een langer interview met hem wilde. Oudkerk stemde uiteindelijk in en de twee liepen een half uur door het Amsterdamse Westerpark. 'Ik vroeg hem daar de dingen die iedereen wil weten', zegt Tweebeeke. 'Zoals: Hoe vertel je je kinderen dat je heroïnehoeren bezoekt op de Theemsweg?'

De Amsterdamse stadszender kreeg veel positieve reacties. 'Vanaf dat moment ben ik politiek verslaggever geworden. Het bleek mij te liggen.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden