'Ik kus Albee, ik vreet hem op, ik kniel voor die man' Dirk Tanghe wil stukken bedenken bij pot en pint

Nooit heeft hij thuis als kind 'met de slofjes op de zetel hoeven zitten'. Zorro mocht hij zijn, en de Boze Wolf en Roodkapje tegelijk....

DIRK TANGHE heeft zijn woonplaats Gent een paar maanden verruild voor Rotterdam, waar hij werkt aan The Kitchen, een stuk van de Engelse schrijver Arnold Wesker over de lotgevallen van werkers in een grote restaurantkeuken. Tanghe regisseert de produktie in de Schiecentrale met dertig acteurs, waaronder 22 amateurs. Met stalen kookpotten, pannen, aanrechten en afwasmachines is de locatie omgevormd tot een immense inrichtingskeuken.

Tanghe's repetities zijn op zichzelf al theater. Hij staat nooit stil, maar kijkt, schreeuwt, danst mee op de muziek, laat een 'dank je wel' volgen op een 'godverdomme' Soms sluipt hij tussen zijn spelers door, een hand op zijn hoofd, de ander voor de ogen, minuten lang zwijgend. Dan, plotseling: 'Ja, nu gaan we een beetje zot worden, we gaan gek doen! Poppetjes maken, neuzen trekken, gekke stemmetjes, gekke smoelen, gekke lichaampjes! Muziek graag' De assistent zet een schlager op en binnen twee minuten is de Schiecentrale bevolkt door wezens die geschapen lijken door Jeroen Bosch.

Het nieuwe theaterseizoen wordt het seizoen van Dirk Tanghe. The Kitchen gaat op 14 september in première, maar vanavond al opent het Theaterfestival in Gent met Who's Afraid of Virginia Woolf in Tanghe's opzienbarende regie. Deze produktie maakte hij vorig jaar voor een achteraf-theatertje in Gent, waar hooguit tachtig mensen in konden. Na een week gonsde het al: hier was iets bijzonders gedaan met Albee's stukgespeelde klassieker. De komende maanden toert Virginia Woolf door het land.

Later dit seizoen regisseert hij bij het Nationale Toneel in Den Haag Molière's De Mensenhater, en bij Opera Zuid in Maastricht Mozart's Don Giovanni. De Bruiloft van Brecht wordt in zijn regie in Torhout hernomen en op 1 januari begint hij als artistiek leider van De PaardenKathedraal in Utrecht, waar hij voor vier jaar is benoemd. Utrecht wil hij op de kaart van belangrijke theatersteden zien te tillen, een positie die de stad nooit heeft gekend.

Op papier lijkt het een ongezonde reeks activiteiten. Tanghe: 'Ik leef van voorstelling naar voorstelling. Vroeger zou ik depresssief of onzeker of drankzuchtig zijn geworden, maar ik heb geleerd te relativeren. En ik heb mijn gezin, mijn kinderen, ik leef ook nog voor andere dingen. Vroeger was ik destructief, ik durfde van niets te genieten, ik vertrouwde mezelf niet genoeg. Het enige waaraan ik dacht was: hoe word ik net zo goed als Ivo van Hove of Luk Perceval? Ik ben oppervlakkig, dacht ik, ik heb niks te vertellen. Maar die onzekerheid heb ik achter me gelaten. Ik ben voor de spiegel gaan staan en heb mezelf drie vragen gesteld. Doe je het graag? Kun je het aan? Ga je niet te veel drinken? De antwoorden waren ja, ja en nee.'

Tanghe is 39 jaar, hij maakt al meer dan twintig jaar theater. Op de middelbare school las hij tijdens de taallessen alleen toneelteksten, Shakespeare vooral. Het theater was altijd nabij geweest. Zijn grootvader, de timmerman Michel Tanghe, trad in zijn vrije tijd met een vriend op als cabaretier. 'De Twee Michels' noemden ze zich. 's Zomers traden ze in Noord-Frankrijk op voor de seizoenarbeiders.

'Ik ben als kind vaak in de klerenkast van mijn grootvader gekropen. Daar lagen matrozenpakjes, schitterende

diademen, heksenmaskers; ik kon me zo vaak verkleden als ik wilde. Mijn vader, die overdag bediende was bij een bouwbedrijf, regisseerde 's avonds de amateurvereniging in Torhout. Een echte kunstliefhebber, hij verzamelde schilderijen en kunstboeken en was gek op opera. Thuis was er altijd opera op de radio. Hij liep ooit mee in een processie door het dorp, verkleed als Romeins soldaat. Ik herinner me dat hij bruin geschminkt en in een kort rokje thuiskwam, en dat hij in een spijker had getrapt. Mijn moeder moest zijn voet verzorgen, maar die hulpeloze, bloedende man op de keukenstoel was mijn vader niet, nee, dat was een soldaat! Ik vond dat fascinerend, het heeft me altijd geboeid - het verkleden, de maskers, het liegen, het niet-waar-zijn, het tonen van een emotie die niet waar is.

'Thuis veranderde ik voortdurend mijn kamer. Ik verhuisde alles, ik versierde het hele huis elke dag opnieuw, ik mocht op zolder slapen en in de kelder, ik heb nooit met de slofjes op de zetel moeten zitten. Zorro mocht ik zijn, en de Boze Wolf en Roodkapje tegelijk. Mijn ouders hebben me nooit belet te fantaseren. Zij hebben me zo laten fantaseren dat ik er soms zelf bang van werd. Dan lag ik 's nachts in bed naast mijn zus en zag ik de schaduw van mijn Beethoven-buste tegen de muur, en die schaduw ging leven. Zo lees ik nu nog steeds stukken: op de eerste bladzijde gaan de personages al leven. Ze kruipen voor mijn ogen het script uit en ik zie ze bij wijze van spreken al een toneelbeeld inkruipen.'

Laatst is hij teruggeweest in Torhout, bij toneelvereniging Sint Rembert. Hij heeft er De Bruiloft van Brecht geregisseerd. Heerlijk om die bekende Vlaamse koppen weer te zien, met hen te werken, te zweten, te zwoegen. Dat is ook het opmerkelijke, dat het hem niets uitmaakt of hij met beroepsacteurs in Gent werkt, met de bakkersknecht van Torhout of met een groep Rotterdamse amateurs.

'Mijn vertrekpunt, mijn oriëntatie, dat zijn de acteurs. Ik hou van mensen die lol hebben in het vertellen. Ik ben eigenlijk meer een verteller dan een ideeënregisseur, daarom heb ik ook veel meer met Shakepeare dan met Botho Strauss. En ik ben geïnteresseerd in de drijfveren van de schrijver: waarom heeft Tennessee Williams toen en toen aan die tafel gezeten om Glazen Speelgoed te schrijven? Hoe lang heeft Ibsen in de goot gelegen voordat Nora hem er uithaalde? Hun drang om te schrijven vermeng ik met mijn behoefte om juist die stukken te doen. En dat is vaak intuïtief.'

Toen hij vorig jaar Virginia Woolf uit de kast haalde, zat hij in een diepe persoonlijke crisis die hem regelrecht naar het huwelijksdrama van George en Martha leidde. In zijn regie werd Virginia Woolf niet alleen een stuk over een ruziënd echtpaar, maar vooral over een man die in de war is, een man die ontdekt dat er meer is tussen hemel en aarde dan de eeuwige liefde tussen man en vrouw.

'Maar bedenk wel, het is ook een fantastisch speelstuk! Deze Virginia Woolf is niet meer van Albee, maar van mij, van ons. Ik kus Albee, ik vreet hem op, ik kniel voor die man omdat hij dit prachtige stuk ooit heeft geschreven, maar uiteindelijk staan mijn spelers op het podium en ik sta onzichtbaar achter hen. In mijn blote flikker sta ik me af te rukken voor het publiek. Niet uit sensatie, maar uit eenzaamheid, als een soort hunkering.'

Dat hij zijn ziel en zaligheid bij de spelers legt, heeft ongetwijfeld ook te maken met het feit dat hij zelf acteur is. Aan het Antwerpse Conservatorium is hij door Dora van der Groen opgeleid tot toneelspeler. Toen hij daarna werd ingelijfd bij een groot Vlaams repertoiregezelschap, kreeg hij de teleurstelling van zijn leven. Na de matrozenpakjes van grootvader, de operamuziek van thuis en de lessen van Dora was er ineens de liefdeloosheid van een theaterfabriek - U vraagt en wij spelen.

Het dreef hem bijna tot waanzin. Na een jaar is hij er weggelopen en bracht hij een coupure in zijn leven aan: nooit meer spelen, maar lekker regisseren, zomaar met een paar mensen bij hem thuis, met amateurs, of in achteraf-theatertjes. Totdat in 1987 de grote doorbraak kwam. Met het Vlaamse gezelschap Malpertuis in Tielt deed hij De getemde feeks, een spetterend, spannend, vernieuwd en toch aan Shakespeare's tekst getrouw stuk. Hij werd in één klap de Boy Wonder van het Vlaamse theater en al gauw sloot ook Nederland de wat wereldvreemde en schuchtere regisseur in de armen.

Zijn Feeks werd gevolgd door een haast nog indrukwekkender Romeo en Julia, waarin de twee gelieven in de nok van het theater halsbrekende toeren uithaalden, zuchtend en kreunend vreeën in een zwembad, dansten op een Italiaanse smartlap en groots en meeslepend zelfmoord pleegden. Later volgden De Vrek, Hamlet, Nora, Een poppenhuis en Who's Afraid of Virginia Woolf. Altijd klassieken of moderne klassieken, nooit een nieuwe tekst, nooit Peter Handke of Botho Strauss, nooit een experiment.

'Altijd de klassieken, omdat ze zo prettig ouderwets zijn, in de goede zin van het woord - er zit zo'n passie achter, ze zijn soms zo heerlijk sentimenteel en volgeladen. Ze doen mijn hart sneller slaan, omdat ik het verhaal ontdek, omdat ik de afgeronde boog in de vertellingen zie. Heerlijk toch, dat je van begin af aan al weet dat de hoofdpersoon er aangaat? Het is een romantische keuze, maar ik vind dat ik nog steeds het recht heb de werkelijkheid niet te aanvaarden, dat ik het recht heb mezelf te laten opgaan in de magie van het theater.

'Tijdens de opleiding van Dora heb ik leren plaatsen. Ik ben niet zo'n fan van Dora als mens, maar ze is een groot pedagoge - zij heeft de chaos in mij gerubriceerd. Niet spelen zoals Laurence Olivier, nee, spelen vanuit jezelf, want je bent uniek, je hebt wat te vertellen. Wat is jouw kleur, wat is jouw ziel, vertel maar! Daar ging het om: Vertellen. En ervaren dat theater niet vrijblijvend is, maar wel entertainment, dat je mensen kunt pakken, niet met een boodschap maar met een emotie.'

De emoties laaien ook hoog op in The Kitchen, een wat belegen stuk uit de jaren zestig waarvan Tanghe nu een zinderende voorstelling voor zich ziet. 'Je zou er een serie van kunnen maken, over gewone mensen en hun gewone besognes - een soort Coronation Street, zeg maar. Maar ik zie er spektakel in, circus, puur theater, juist door die ruimte, de locatie, al die mensen met al die emoties. Ik wil dit stuk uittillen boven de anekdote tot het bijna een Griekse tragedie wordt. The Kitchen gaat over wortels snijden en vlees op de borden doen, maar het gaat voor mij vooral over mensen die onder hoogspanning werken. Ik heb zelf drie jaar in een keuken gewerkt, ik weet hoe groot die druk is. Het stuk gaat voor mij over het kleine jongetje dat een monster wordt, over een breekbaar vogeltje dat verandert in een roofvogel. Ik wil laten zien dat het gruwelijke simpelweg in de mens zit en dat het er onder bepaalde omstandigheden gewoon uitkomt - daar helpt niets tegen.'

Op de repetities wordt een beetje duidelijk wat hij bedoelt. Na een gezellig potje flirten wordt een meisje hardhandig door verschillende mannen verkracht. Het is een gruwelijke scène, die zonder commentaar getoond wordt - de mannen vegen na afloop slechts hun handen af aan hun schort. 'Ik zou niet weten wat voor commentaar ik zou moeten geven. Ik denk dat ik tamelijk naïef ben, ik ken ook geen moeilijke woorden en zo, ik ben geen student, geen man die in dikke boeken bladert om de dingen te benoemen. Ik heb nog nooit een boek over theater gelezen. Het enige dat voor mij telt is dat ik op de repetities geraakt word, anders is het niet goed.

Tanghe vermengt klassieke teksten vaak met elementen uit de massacultuur: popmuziek, film, videoclips. Het heeft hem behalve een breed publiek ook regelmatig de kritiek opgeleverd dat het allemaal te gladjes zou zijn, te clichématig. 'Als het cliché goed gekozen is en het ontroert me, wel je m'en fou! Ik ga de clichés niet uit de weg - als ik Abba mooi vind, wel, dan gebruik ik Abba in de voorstelling. ''Ja, maar je moet theater ook gewoon in zwarte doeken kunnen spelen'', wordt dan gezegd. Soms wel, maar is er een mooiere plek op de wereld denkbaar dan het theater? Ik wil het theater van onder tot boven blijven onderzoeken.'

Van een woord als carrièreplanning heeft hij nog nooit gehoord. Hij is er ineens met alom bejubelde voorstellingen, duikt dan weer een tijdje weg. Zijn vurigste verlangen is een eigen toneelhuis. Dat krijgt hij binnenkort in Utrecht, als artistiek leider van De PaardenKathedraal. Zijn benoeming heeft nogal wat voeten in de aarde gehad. 'Een begenadigd theatermaker, maar hij kan niet met geld omgaan', was de mening bij Malpertuis, waar Tanghe de afgelopen jaren artistiek leider was. Voor één produktie zou hij het budget voor een heel seizoen hebben gebruikt. Bij het Utrechtse gezelschap zijn naast Tanghe ook diens assistent en vertrouweling Jan-Erik Hulsman benoemd en als zakelijk leider Jetta Ernst, nu nog adjunct-directeur van de Rotterdamse Schouwburg.

'Zeggen dat Dirk Tanghe van geld en zaken niets afweet, is onderhand een dooddoener, ik ga me er echt niet meer tegen verweren. Theater maken mag niet star zijn. Als ik een kast op de scène heb en tijdens de repetities blijkt dat die kast niet goed is, dan moet hij weg, die vrijheid moet ik hebben. Het hele decor moet weg kunnen, niet vanwege de een of andere gril, maar omdat je al werkende rijper en rijker wordt en andere inzichten krijgt.'

Hij gaat per seizoen één grote reisproduktie maken, naast voorstellingen die lang op locatie blijven in De Manege, de eigen zaal van De PaardenKathedraal. Met theater Backstage in Gent wil hij samenwerken. Hij zal van De PaardenKathedraal geen werkplaats voor jonge regisseurs maken, Tanghe gaat vooral zelf aan de slag. 'De eerste voorstelling wordt een hele mooie, waarin ik alle normen plat zal slaan en die rare grens tussen jeugdtheater en volwassenentheater zal doorbreken. Dat onderscheid vind ik flauwekul. Horses gaat die voorstelling heten, of eigenlijk De geschiedenis van een paard, naar een novelle van Tolstoi.

'De eerste reisvoorstelling wordt Freule Julie van Strindberg, met jonge, nu nog onbekende acteurs. Ik wil het in Utrecht gaan opentrekken, niet hele dagen vergaderen, maar voorstellingen bedenken bij pot en pint. Van Voorjaarsontwaken wil ik een film maken, en als het mag zijn ga ik in 2000 Koning Arthur doen! Ach ja, jongen, dat is mijn ultieme droom, Koning Arthur. Die idealen, die ridderlijkheid, het hoort zo bij me, ook het falen. Ik wil er een heel jaar aan werken en het moet een lange, lange voorstelling worden in vier delen, met achthonderd mensen erbij en op locatie.'

Niet dat Tanghe het met al deze grootse plannen een beetje hoog in de bol heeft. 'Nee hoor, ik ben maar een amateur-regisseurtje in de letterlijke zin van het woord. Dat is geen valse bescheidenheid. Bijna iedere dag stap ik zwetend van angst de drempel van het repetitielokaal over. Pas als ik een tijdje binnen ben, zakt die angst. Pas als ik tegen de mensen om me heen heb gezegd: ''Zeg jongens, gaan we iets doen, gaan we een spelletje met elkaar spelen en gaan we elkaar geen pijn doen?'', pas dan is het goed.'

Wie is bang voor Virginia Woolf op 25 en 26 augustus in De Vooruit, Gent. Op 4 en 5 september in de Stadsschouwburg, Amsterdam. Daarna tournee.

The Kitchen, vanaf 14 september in de Schiecentrale, Rotterdam.

De Mensenhater, première op 19 januari in Den Haag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden