Ik krijg door Zalig zijn de schelen zin om ook samen met iemand een boek te schrijven

Soms kun je om oneigenlijke redenen een hekel aan een schrijver hebben. Zo heb ik de eerste veertig jaar van mijn leven geweigerd iets van Carry van Bruggen te lezen, omdat ik in de veronderstelling was dat ze louter streekromans schreef. Waarom? De in mijn ogen truttige naam Carry, in combinatie met de dito titel Het huisje aan de sloot? Uiteindelijk las ik Carry tóch, en ze bleek geweldig. Iets dergelijks had ik met Herman Pieter de Boer. Alleen die lullige náám al! En dan droeg hij ook nog een baard en een hoed, waardoor zijn verschijning iets aanstellerig troubadourigs had. Ook deed hij het met Lenny Kuhr, en die kon ik niet uitstaan, met dat vreselijke liedje Visite. Verder werden zijn boeken geïllustreerd door Pat Andrea, en die tekeningen vond ik lelijk en stom. Ja, ik was echt het zonnetje in huis, rond mijn vijftiende.

Toen begon ik, waarschijnlijk uit verveling, in Zalig zijn de schelen, waarin De Boer en Betty van Garrel (ook al zo'n truttige naam!) elkaar om de beurt verhalen, anekdotes en herinneringen vertellen, volgens het systeem van 'vrije associatie'. Als een van beiden niet spontaan een reactie weet op de ander zet hij/zij een soort troefkaart in en schrijft over scheelheid, want daarvoor koesteren ze allebei een fascinatie.

Ik vond het boek meteen ontzettend leuk. Sommige verhalen bleken heel kort, soms zelfs maar één zin: 'Als K Schippers een wollen das draagt, lijkt hij sterk op een Maleise kraagbeer.' Of 'Hitler kon soms kwaad kijken naar een boom, hoewel hij de Natuur als onoverwinnelijk beschouwde.'

De onderwerpen lopen sterk uiteen: zo is er een verslag van een Rijnreis in de jaren dertig waarbij de kleine Herman een zekere Herr Wetterbart ontmoet, die met zijn baard het weer kan voorspellen: 'Hij had een zeer lange baard, die vanzelf spleet als er regen kwam. Iedereen keek altijd naar zijn baard. (...) Hij liet ons dikke boeken zien met knipsels in allerlei talen. Soms stonden er twee foto's bij, één met dichte baard, één met gespleten baard.'

Er zijn ook zware verhalen bij die des te harder aankomen omdat de Boer zijn luchtige verteltrant volhoudt. Hij begint met een opmerking over een radiostation in het Majellaziekenhuis, en vermeldt vervolgens terloops 'ik was in het ziekenhuis beland omdat ik aan oorlogsvrees en drankzucht leed'. Er volgt een ijselijk relaas van dronken rijden, hallucinaties, huilen, schreeuwen en doodsangst. Uiteindelijk wordt hij door een vriend naar de dokter gebracht, die hem onmiddellijk laat opnemen. 'Ja, collega, ik heb hier een meneer de Boer, die een beetje te veel aan Bacchus offert de laatste tijd, en de toestand is eigenlijk wel zodanig dat ik zou willen vragen of u hem nu ontvangen kunt.' Máánden blijft hij in het ziekenhuis. 'Daarna heb ik meer dan drie jaar niets gedronken. Tot ik weer in de vernieling raakte, maar dat is een ander verhaal.'

Dan volgt er een herinnering van Van Garrel, die vertelt hoe ze uit liefdesverdriet in een paar maanden 400 marsrepen opat, en vele kilo's aankwam, ook allemaal zo droevig, en toch zo heerlijk om te lezen; inmiddels doe ik dat al voor de vijfde of zesde keer.

Ik krijg zin om zelf ook zo'n boek te schrijven, samen met iemand anders dus. Dat heeft grote voordelen: je hoeft maar de helft zelf te doen, je hoeft geen plot te verzinnen, en als het boek slechte recensies krijgt, kun je lekker die ánder de schuld geven.

s.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden