'Ik kom terecht in een extreem goed voorbereide situatie' Bartomeu Mari meent dat alle kunst politieke elementen bevat

De nieuwe directeur van Witte de With, Bartomeu Mari, definieert hedendaagse kunst als een 'instrument voor onderzoek' naar onze eigen cultuur....

ZIJN VOORKEUR gaat eerder uit naar vragen dan naar antwoorden. Bartomeu Mari (Ibiza, 1966) zal dan ook nooit op een sinaasappelkistje klimmen om een kudde stilzwijgende omstanders kond te doen van zijn particuliere inzichten. Hij gaat liever met een geïnteresseerd publiek in discussie. De vragen die hij wil stellen zijn trouwens ook veel te groot voor pasklare oplossingen van een eenling.

Ofschoon de nieuwe directeur van het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With zijn dertigste verjaardag nog te goed heeft, is zijn donkerbruine haar reeds in een rap tempo aan het verzilveren. 'In Spanje beweert men dat elke grijze haar gestalte geeft aan één specifieke kopzorg of zielepijn,' zegt hij, 'maar zo talloos als mijn grijze haren zijn mijn kommernissen niet.'

Wel is Mari een denker. Evenals zijn voorganger Chris Dercon, die per 1 januari Museum Boymans-Van Beuningen gaat besturen, hecht hij aan het discours; een publieke gedachtenwisseling over de kunst en haar betekenis. De jonge directeur studeerde in 1989 af als filosoof aan de universiteit van Barcelona. Daarna werkte hij vijf jaar als conservator voor de Fondation pour l'Architecture in Brussel, waar hij de vaardigheden verwierf die hem in Rotterdam van pas moeten komen.

'Architectuur was weliswaar het belangrijkste onderwerp van het instituut,' aldus Mari, 'maar ik was er aangenomen om een programma voor onderzoek, exposities en discussies samen te stellen waaraan ook beeldend kunstenaars konden deelnemen, net zo goed als schrijvers, musici, filmers en tuinarchitecten. Uit die tijd in Brussel, toen ik relatief dichtbij woonde, dateren mijn eerste contacten met Nederlandse musea en kunstcentra.'

Voor een select gezelschap van echte ingewijden had zijn naam hier al een bekende klank, nog voor zijn overigens verrassende benoeming tot directeur van Witte de With. Lezing van Mari's indrukwekkende, zes bladzijden tellende curriculum vitae leert bijvoorbeeld dat hij in 1994 een catalogustekst schreef voor het Eindhovense Van Abbe Museum, bij een tentoonstelling van de Spaanse kunstenares Cristina Iglesias. En in 1992 bracht het Amsterdamse kunstcentrum De Appel een reizende, door Mari voor de Fondation pour l'Architecture geïnitieerde expositie van Judith Barry. Het was een beeldschone installatie, waarin de Amerikaanse kunstenares met lichtbeelden op halfronde kamerschermen reflecteerde over de sociaal-historische achtergronden van de Belgische Art Nouveau-architectuur.

De afgelopen twee jaar werkte Mari voornamelijk in Spanje, als hoofdconservator in het IVAM, het museum voor moderne kunst van de provincie Valencia. Nu is hij zijn activiteiten daar aan het afronden, terwijl hij in Rotterdam naar een woning zoekt en alvast plannen maakt voor de toekomstige programmering van Witte de With. Op 1 november treedt hij officieel in dienst.

'Zeer opwindend,' vindt hij het en hij noemt het 'een grote eer' het door Dercon begonnen werk te mogen voortzetten. In 1990 opende Dercon het Rotterdamse kunstcentrum met een 'kunstliquidatieproject' van de Belg Guillaume Bijl. Sindsdien heeft Witte de With zich razendsnel gelegitimeerd als internationaal toevluchtsoord voor serieuze artistieke uitingen en ontmoetingen.

'Ik kom terecht in een extreem goed voorbereide situatie, in een hoog gekwalificeerd instituut met een eigenzinnig beleid dat ik beslist wil voortzetten', verzekert Mari. 'Over concrete exposities, het belangrijkste programma-onderdeel, zweven mijn ideeën vooralsnog te veel om ze al hardop uit te spreken. Maar ik ben zowel geïnteresseerd in jonge kunstenaars als in ouderen van wie ik denk dat ze, gezien de actualiteit van hun werk, te weinig bekendheid genieten.

'Ik kan me voorstellen dat ik Frederick Kiesler onder de aandacht breng, een architect en kunstenaar uit Wenen die na de Eerste Wereldoorlog naar Amerika emigreerde. Volgens Marcel Duchamp was hij de enige die zijn Large Glass goed begreep. Kiesler heeft zelden iets gebouwd, maar voor de kunst was hij van grote betekenis. Ook nu nog, decennia na zijn overlijden. Hij combineerde architectuur met design, technologie, kunst en theater. De helft van zijn leven werkte hij aan The Endless House, waar ook alleen maar schetsen en modellen van bestaan.'

Een van de door Kiesler op schrift gestelde credo's luidt: No Walls, No Foundations. 'Muren noch fundamenten' zou ook de lijfspreuk van Mari kunnen zijn. 'Zoals ik in Brussel al voortdurend deed, wil ik ook in Rotterdam kunstenaars en intellectuelen uit diverse disciplines uitnodigen voor gezamenlijke projecten.'

De aanstaande directeur definieert hedendaagse kunst als een 'instrument voor onderzoek' naar onze eigen cultuur. Wat dat betreft is de 'laboratorium-functie' van Witte de With hem dierbaar. Het centrum moet een vrijplaats blijven voor kunstenaars. Mari wil echter niet de indruk wekken slechts geïnteresseerd te zijn in experimenten van experts, wier verrichtingen voor leken onnavolgbaar zijn. Vandaar dat hij nog een andere metafoor voor het kunstcentrum in petto heeft. Hij beschouwt het als 'een plein'.

'De kunst, het publiek en de wereld eromheen staan niet los van elkaar, maar zijn onontwarbaar met elkaar verbonden,' verklaart hij. Mari weet ook wel dat hij daarmee niets nieuws formuleert, maar, gelet op de moderne klaagzang aangaande het 'isolement van de kunst', met als refrein 'moeizaam te doorbreken', kan zijn opvatting evenmin als een dooddoener worden afgedaan.

Mari ziet beelden niet als zelfgenoegzame objecten, maar als wezenlijke bijdragen aan een maatschappelijke dialoog. Kunst-om-de-kunst heeft niet zijn hart. 'Kunstenaars creëren, kijkers reageren. In die zin is kunst uit haar aard synoniem met communicatie', zegt hij.

'Wanneer we over de media praten, denken we doorgaans alleen aan de massa-media, maar dat is een misverstand, een ongezonde beperking. Kunst heeft zich van oudsher weinig gelegen laten liggen aan vermeende grenzen tussen verschillende disciplines. Het bewaken van die grenzen is net zo achterhaald als vandaag de dag de pretentie van een strikt wetenschappelijke objectiviteit.'

'Veranderingen in het menselijk bewustzijn worden via allerlei media gestuurd en doorgegeven. Via pers en tv, maar ook op straat en óók in een kunstcentrum. Witte de With is een openbare ruimte, vergelijkbaar met een plein, zij het dan een plein met een zeer specifieke publieke functie. De exposities die ik wil maken zullen niet los staan van elkaar. Het zijn allemaal woorden binnen één zin, die op hun beurt een betoog zullen vormen, of beter: een eindeloos gemeenschappelijk gesprek.'

Kunst is absoluut een maatschappelijke noodzaak, stelt hij. 'Beelden zijn geen educatieve instrumenten, maar bieden wel de mogelijkheid tot een zeer verfijnde visuele ervaring, die kan leiden tot inzichten, kennis en begrip. Bijvoorbeeld over de vraag waar we ons in de wereld bevinden. En dan niet geografisch, want daarvan hebben we wel enig idee, maar in verhouding tot deze tijd en beschaving. Wat is de status van onze westerse cultuur in al haar specificiteit èn gerelateerd aan andere culturen? Zulke vragen wil ik stellen.'

Het zijn grote kwesties, beaamt hij. 'Behalve ambitieus lijkt het misschien ook een beetje arrogant, maar het gaat wel om vragen die van belang zijn voor iedereen. Ik denk dat alle kunstwerken, al is het slechts onderhuids, politieke elementen kennen. Daarmee zijn het nog geen pamfletten. Het raadselachtige van de kunst is dat zij inhoud geeft aan een vorm, aan een object, aan dode materie. Hoe creëren kunstenaars betekenis? Ook over dat mysterie wil ik van gedachten gaan wisselen.

'Ik verdiep mij op dit moment in het fenomeen hallucinatie, voor een toekomstige expositie of voor een artikel of een symposium. Met het begrip hallucinatie wil ik een link leggen tussen de vrije verbeelding en de wetenschap en filosofie. Het gaat om het onderscheid tussen wat echt en wat onecht is. Wat is objectiviteit? Hebben we die nodig, en zo ja, waarvoor? Welke beelden kunnen we in deze visuele cultuur voor waar aannemen?'

De enige zekerheid die Mari tegenover al zijn vragen kan stellen is zijn persoonlijke vertrouwen in de kunst. 'Het medium televisie is een psychotrope drug, een verschijnsel met een verslavende geestelijke uitwerking. In al haar gedifferentieerde uitingsvormen, hoeft het medium beeldende kunst daar niet voor onder te doen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden