'Ik koester de twijfels'

Het werk van architect Liesbeth van der Pol 'vliegt alle kanten op'. Wooncomplex, depot, warmtekrachtcentrale - elk gebouw heeft iets eigens, maar je ziet niet direct dat het 'een Van der Pol' is....

Liesbeth van der Pol heeft een verfrissende manier van naar haar gebouwen kijken. 'Het is eigenlijk een grote schuur', zegt ze over het reusachtige depot dat ze ontwierp voor het Scheepvaartmuseum in Amsterdam, 'het is een energiehuisje', over de forse warmtekrachtcentrale die ze aan het maken is voor de Uithof, het universiteitsterrein van Utrecht.

Architecte Liesbeth van der Pol (1959) heeft ook een aanstekelijk plezier in de gebouwen die ze maakt. 'Léuk hè', zegt ze gretig als haar gesprekspartner zich onder de indruk toont van de achttien meter hoge spouw in het museumdepot. 'Mooi hè', zegt ze staand voor het luxe-appartementencomplex dat ze maakte achter de Amsterdamse dierentuin Artis. 'Ik vind dit gebouw indrukwekkend.'

Meestal heeft ze juist behoefte aan afstand. 'Als een gebouw klaar is, moeten anderen er bezit van nemen. Het ding moet stáán, zonder dat ik hoef uit te leggen wat ik heb gewild.' Maar dit stevige, relatief strenge woningencomplex, op een paar honderd meter afstand van het pand waarin atelier Zeinstra Van der Pol is gevestigd, ziet ze graag. In Aquartis, dat in een voormalig overslaggebied moet concurreren om aandacht met imposante pakhuizen ernaast en een enorme kazerne aan de overkant van de straat, 'hele grote jongens', is haar gelukt wat haar voor ogen staat. 'Ik wil gebouwen maken die zich een houding geven in hun omgeving.'

Sinds veertien jaar werkt ze samen met Herman Zeinstra, die al een ervaren architect was toen zij nog moest beginnen. Ze zijn getrouwd en hebben een gezin. 'We delen het bureau, maar niet dezelfde architectonische opvatting. Wat we doen is heel veel met elkaar praten, elkaar bestoken met moeilijke vragen en veel kritiek op elkaar leveren. In de basis is hij mijn leermeester, ja. Maar we maken ieder ons eigen werk. Ik heb hem gevraagd bij mijn eerste project over mijn schouder mee te kijken, en dat heb ik natuurlijk gedaan omdat ik hem een fantastisch architect vind.'

Ze is begonnen met sociale woningbouw, met het complex aan de Pieter Vlaming- en de Pontanusstraat in Amsterdam-Oost dat uitloopt in een vlijmscherpe punt. De woningen kenmerken zich door een grote flexibiliteit in de indeling. Op kantoor duikelt ze een stoffige maquette op, om te laten zien hoe de appartementen met schuifwanden ('ik hoop dat ze het nog doen') van een loft in een twee-, drie-, of vierkamerwoning kunnen veranderen. Bij de bouw is een budget gereserveerd om iedere nieuwe bewoner de mogelijkheid te geven opnieuw de keuze voor het aantal kamers te maken.

De Pieter Vlamingstraat is oud werk, dat ze niet heeft laten opnemen in de monografie die kortgeleden bij NAI uitgevers over haar verscheen. Ze heeft sindsdien zoveel gemaakt. En de Pieter Vlamingstraat staat in een eerdere monografie: toen ze in 1993 de Maaskantprijs toegekend kreeg, een aanmoedigingsprijs voor jonge architecten, was de daadwerkelijke beloning een boek over haar werk. 'Ik weet dat ik dacht: dit is het mooiste dat je kan overkomen. De meeste mensen krijgen postuum een boek over hun werk en ik stond nog aan het begin van mijn carrière.' En nu, tien jaar later, merkte ze dat ze behoefte had terug te kijken naar wat ze eigenlijk aan het doen is. 'Al die jaren ben je, soms heel intuïtief, bezig, je hebt een heel bureau om je heen verzameld, van alles bedacht, heel veel uitgevoerd, maar je hebt nooit de tijd gehad te reflecteren. Het maken van een boek is daar de gelegenheid voor.'

Ineens kon ze zich afvragen: waar gaat het me nu om in de architectuur? 'Als je het heel kort moet samenvatten: dat je gebouwen maakt die aan de ene kant heel erg prikkelen en aan de andere kant een soort vanzelfsprekendheid hebben, dat het gebouw zijn schoonheid heeft uit zichzelf.'

Wie sociale woningbouw kent als hokkerige betonnen dozen, ziet in Van der Pols sociale woningbouw een verbluffende eigenheid, met afwijkende vormen en veel aandacht voor sfeer. Het moet, vindt ze, niet 'zomaar' zijn, waar je woont, een gebouw 'moet iets met je doen'.

De sfeer van haar ontwerpen probeert ze te vangen in kleurige aquarellen waar ze veel werk van maakt en die ze toch 'schetsen' noemt. 'Je schetst een gebouw alsof het er al staat, en daarmee bepaal je welk karakter dat ding krijgt. Het lijkt wel of computertekeningen en maquettes dat heel moeilijk kunnen, dat is allemaal zo definitief. In zo'n schets kun je dat sturen, kun je vormgeven zonder dat je elk detail uitspreekt. Ik doe wel drie dagen over zo'n ding, ga er wel drie, vier keer overheen met de kwast en elke keer word ik gedwongen om opnieuw te kijken wat het nou is.'

In het Twiske-West, een uitbreidingswijk van Amsterdam naast een natuurgebied, maakte ze ronde trommels met elk zeven woningen, die per verdieping trapsgewijs verspringen, waardoor de drie verdiepingen niet pal boven elkaar liggen, zoals in een gewone eengezinswoning, maar steeds boven het huis van de buren. Vanuit elke verdieping is het uitzicht anders. ' Ik heb me altijd voorgesteld dat hier veertien trappen achter elkaar aanrennen. Het is eigenlijk geen woning meer, maar een waanzinnige kolk van ruimte waarin de ene woning door de muur van de volgende naar boven gaat. Dat is een voyeuristisch gevoel, dat je eigenlijk óók in de woning van een ander zit.'

Ze toont een van de aquarellen die ze van het complex maakte, en waarin ze vooral het dynamische van het gebouw ving. Ze wijst op de driehoekige bergingen die rondom uitsteken. 'Hoe logisch is het vervolgens om die bergingen te maken? Als ik zeg dat die bergingen de tuinen separeren, dan geloof jij mij. Dat heb je handig gedaan!'

Dan laat ze een plaatje zien waarop de bergingen nog ontbreken. 'Maar als ik je vertel dat, toen wij dit zagen, we vreesden dat het een Botlekgebied zou worden, dat we dachten: we moeten iets doen! Dus wat is nou waar? Dat het is ontstaan uit logica of dat ik het heb gedaan omdat ik als de dood was om enorme oliedrums neer te zetten? Als je te veel vanuit de logica ontwerpt, verlies je misschien wel de hang naar avontuur uit het oog.'

Twijfelen is belangrijk, heeft ze geleerd tijdens haar studie bouwkunde aan de TU Delft, waar ze in 1988 afstudeerde. 'Je kon daar alle kanten op. Rem Koolhaas kwam net kijken, maar Aldo Rossi, met hele classicistische dingen, was er ook al, Aldo van Eyk stond daar ook nog te brullen, dus er was een rijk aanbod. Ik ben daar met heel veel twijfels vandaan gekomen, en misschien dat ik daardoor ook veel verschillende kanten op durf te gaan. Ik koester die twijfels en dat gevoel van onzekerheid in mijn ontwerpen. Natuurlijk heb ik mijn preoccupaties en mijn voorliefdes en dingen die ik wel en die ik niet - maar door een beetje tegemoet te komen aan je twijfel maak je ook verrassende dingen, geef je jezelf ook de gelegenheid wegen te bewandelen die misschien niet helemaal esthetisch verantwoord zijn of die voor je gevoel langs de richel gaan.'

Haar werk, beaamt ze, 'vliegt alle kanten op'. Haar gebouwen hebben karakter, maar zijn niet onmiddellijk herkenbaar als háár gebouwen. 'Ik vind het niet zo interessant of je ziet dat het van mijn hand is. Misschien ben ik meer in gebouwen geïnteresseerd dan in architectuur.'

Ze heeft heel veel kunnen realiseren, 'en dat vind ik echt niet alle dertien goed'. Ze zwijgt lang voor ze antwoord geeft op de vraag welk project ze minder geslaagd vindt. 'Ik vind dit niet leuk om over te praten! Moet dat? Ik laat die dingen ook niet zien in mijn boek.' Zwijgt weer, zegt: 'Ik heb in Almere in de Kleurwijk een gebouw gemaakt, Klein India, een complex waarvan ik nog steeds denk dat het stedenbouwkundig door ons heel goed bedacht is, maar waarin we te veel zijn ingegaan op het kleurtjespalet en iets te letterlijk een sprookje hebben willen oprichten. En als ik daar nu naar kijk, vind ik het zoetsappig en melig.

'Terwijl ik de Rooie Donders, de woontorens aan de rand van Almere, die in dezelfde periode zijn ontstaan, wel goed vind. Die waren ook op het scherp van de snede, en die hebben ook iets heel romantisch. Maar ik ben daarin veel helderder geweest in mijn keuzes.

'De Rooie Donders doen echt iets met het landschap en tegelijkertijd met Almere. Dat was het grote niets ergens en ineens, met de Rooie Donders, wordt het een stad aan de polder. En als ik er langsrij en ik zie daar rondom inmiddels allemaal hoge gebouwen, dan vind ik die drie rode torens ineens ontzettend dapper, dappere kabouters, die daar gewoon met zijn drieën staan en het gevoel van die polder vast weten te houden. Dus: vind ik ze mooi? Dat weet ik niet. Dat is niet de vraag. Ik vind ze heel karakteristiek. Ze geven die plek op de aarde een karakter. Ik denk dat ik daar wel goed in ben.'

Een paar jaar terug ontwierp Van der Pol het depot van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. 'Na zoveel woningbouw vond ik het erg leuk een opslagplaats te maken, Ik had een parkeergarage al leuk gevonden.'

Het gebouw zomaar laten zien, gaat niet. Daarvoor is een afspraak nodig, en legitimatie, want het staat op het terrein van de marine, naast het museum. Ze is gefascineerd door de geheimzinnigheid die het depot omringt: een gebouw verstopt achter de muur van het verboden marineterrein, vrijwel zonder ramen omdat de collectie die er is opgeslagen de buitenwereld niet verdraagt. 'Onze vaderlandse geschiedenis ligt daar. Die moet natuurlijk goed en veilig, lucht- en trillingvrij worden opgeborgen. Dat heeft een romantische kant. Niets is leuker dan te bedenken dat jij daar tóch in mag. Jij alleen krijgt de sleutel. Dat gevoel van geheimzinnigheid, van verborgen rijkdom, verborgen schatten, dat wilde ik uitdrukken met dit gebouw.'

Een sleutel krijgt ze niet, en zonder begeleider door het depot lopen, zoals tijdens de bouw, is er ook niet meer bij. Toch stapt ze er binnen alsof ze er thuis is.

Na de buitendeur is er een imposante spouw, die als een beschermende deken over de kern van het gebouw ligt gedrapeerd. Hier lopen de leidingen, en de achttien meter hoge metalen trappen naar de apparatuur op het dak. 'Je loopt nooit ín een spouw. Dat is al geheimzinnig. Het voelt als een soort kathedraal. En het is heel theatraal. We hebben de muur dan ook flink aangelicht met die bouwlampen.'

De rust binnen is opvallend. In de grote restauratieateliers tegenover de depots op de begane grond, werken maar zes mensen.

Het schilderijendepot is een van de drie 'kleine' depots op de begane grond, betonnen bakken waarin geen knop te veel zit. Op de verdieping is het grote depot, een immense ruimte van tachtig bij twintig meter, waar achter een glazen deur in het duister onwezenlijke gestalten liggen, die zodra het licht aangaat boegbeelden blijken te zijn, op hun rug met hun armen omhoog. Hier staan ook de vele scheepsmodellen die het museum bezit. 'Ik vind het contrast zo mooi tussen de fijnheid van zo'n bootje met al die touwtjes en de grootheid van het gebouw.'

Om stofnesten te voorkomen, of schade door een gesprongen waterleiding, lopen alle pijpen aan de buitenkant van de betonnen dozen die de depots zijn, door de grote spouw. De machinerie staat op het dak, in drie bulten die het gebouw zijn vorm geven. Het is een schuur, zegt Van der Pol, een opslagruimte waarvan de vorm wordt bepaald door de functie. Over een staalconstructie is een isolatiepakket aangebracht, een houten dakdoos, en daaroverheen de huid van het dure, maar duurzame titanium, die vanaf de straatkant boven de marinemuur te zien is, als een buitenaards gevaarte. Als een onderzeeër, zegt ze. 'Zo heb ik het aan de marine verkocht: denk maar aan een grote onderzeeër.

'Vroeger wilde ik civiel ingenieur worden. Dat kwam geloof ik doordat ik veel zeilde, veel bruggen zag, veel schepen. Die schaal van denken, het maken van havens en van bruggen, dat grote infrastructurele is heel verleidelijk. Een mooie brug - daar kan natuurlijk in schoonheid niets tegenop.'

'Het depot is niet alleen maar stoer en sterk. Het is ook gewoon gemáákt, net als een schip.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden