‘Ik klink weer als een jochie’

Hij was het jonge talent uit de townships, later de bejubelde Afrikaanse jazzheld met een politieke missie. Hugh Ramopolo Masekela (69) is nog steeds even fel, blijkt in Johannesburg....

Niemand in Johannesburg, Zuid-Afrika, ontsnapt aan de laatste rantsoeneringsmaatregel van de overheid: de planmatige stroomonderbreking. Ook Hugh Masekela niet, jazzheld, zanger, Afrikaans trompet-icoon en eigenaar van een riante villa op de kapitalistische heuvel Sandton, kilometers benoorden het miljoenenstadsgeweld van Johannesburg centrum en de townships.

Poef, zegt het voltage, twee uur drop-out, en dan gaat het elektrische hekwerk rond het landgoed dus niet meer open. Lastig als uitgerekend dan het bezoek uit Nederland zich meldt. Een interview door de gepantserde spijlen van de omheining? Geen optie – Hugh houdt van gezelligheid, zegt zijn meedenkende dochter Pula, struinend rond de oprit. Dan komt een lid van de huishoudelijke brigade met een oplossing: een bos sleutels, waarvan er één zou moeten passen op een eenpersoonshekje even naast de oprijlaan. Welkom, mijnheer Masekela ontvangt u in de biljartkamer, bij het zwembad rechtsaf.

‘Ach Zuid-Afrika’, steekt Masekela daar maar gelijk af, ‘begrijp mij goed, ik hou van dit land, en ik laat geen gelegenheid onbenut het land dankbaarheid te tonen voor de kansen die ik heb gekregen, maar het is natuurlijk een verschrikking te zien hoe de mensen hier nog altijd leven als muizen in een huis vol katten, hoe uitzichtloos het leven is voor de armen, en hoe vervreemd van iedere menselijkheid de politiek.’

Bra’ Hugh, zoals Masekela in zijn thuisland liefdevol wordt genoemd, is niet de goedmoedige bijna zeventiger die hij op het eerste gezicht lijkt: rijzige gestalte in zwarte gemakskleding, karakteristieke kop die rust en waardigheid uitstraalt. Maar in dat grote lichaam, dat nu toch enigszins stram plaatsneemt in het bankstel naast het antieke Engelse poolbiljart, woeden nogal wat brandjes.

‘Als ik een politicus zou zijn, zou ik allang zijn omgelegd. Ja, ik geef graag mijn mening.’ Over de politiek van reconciliation bijvoorbeeld, het verzoeningsbeleid dat door Nelson Mandela en Frederik Willem de Klerk werd uitgedacht voor de overgang van apartheid naar de regering ANC. ‘Verzoenen, vergeven en vergeten, maar de enigen die dat hebben gedaan, zijn wij, de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Afrika en de slachtoffers van de apartheid. Er zou een economische verzoening moeten komen, genoegdoening voor de uitgebuite zwarte arbeiders in de goudmijnen, die het kapitaal hebben gemaakt voor de blanken.’ Of zoals Masekela al zong in het nummer Gold uit 1968: ‘Gold, beautiful gold, but who’s gold is this that I work for, man?’

‘De onvoorstelbare welvaart in dit land is nog steeds in handen van die blanke bovenlaag, er is niets veranderd, de welgestelden hadden historie kunnen schrijven door een deel van hun vermogen terug te geven aan het land, aan onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur. Maar dat gebeurt niet. Zuid-Afrika ploetert voort.’

Dan komt de vulkaan tot bedaren. Zo, waar wilde u het over hebben? Ah ja, de muziek.

De muzikale biografie van Hugh Ramopolo Masekela (Witbank, Zuid-Afrika, 1939), zoals door hem zelf opgetekend in Still Grazing, the Musical Journey of Hugh Masekela (2004), leest als een wel heel spannend jongensboek. Masekela groeide op in de township Alexandra, een straatarm maar levendig stadsdeel van Johannesburg, waar de jongeren in de jaren dertig en veertig ofwel een melodietje, ofwel een kogel in hun hoofd hadden. Het was de tijd van de hippe gangsters die in strakke pakken door de townships zwierven, van gewaardeerde gentlemancriminelen die opereerden tegen een soundtrack van jazz die uit de sloppen en de illegale cafés waaide. ‘Iedereen die zich er een kon veroorloven, had een grammofoon’, zegt Masekela, ‘dat ding was een rage, en de eerste platen uit de VS gingen rond’. Swingjazz, van Jelly Roll Morton, Duke Ellington, Louis Armstrong. De muziek werd steeds vaardiger gekopieerd door Zuid-Afrikaanse groepen als The African Inkspots, The Black Manhattan Brothers, The Woodpeckers, The Skylarks van zangeres Miriam Makeba. De Johannesburgse straatschuimers maten zich tegelijkertijd de houding en coolness aan van het type mens dat bij die opwindende muziek hoorde: de zoot suit, de romantische held à la Al Capone, meesterlijk misdadig en goed in de kleding gestoken.

Masekela ging na een korte periode met verkeerde vrienden op het nippertje de goede kant op: die van de jazz. Hij was gek op de trompet van Armstrong, maar bracht de meeste tijd door achter de schoolpiano, en hij zong. Zijn muzikale gave werd ontdekt en aangevuurd door de Anglicaanse priester op Masekela’s St. Peters Secondary School: Trevor Huddleston, die later bekend zou worden als ‘de anti-apartheidspriester’ omdat hij weigerde nog langer te dienen onder het racistische regime van premier Verwoerd.

Huddleston bezorgde Masekela een eerste trompet, zag met stijgende verbazing diens enorme talent, en verraste Masekela op zijn 17de met een pakketje uit Amerika: een trompet van ‘Satchmo’ Louis Armstrong.

Masekela: ‘Father Huddleston had op een reis in Amerika verteld van de opkomende jazz in Zuid-Afrika, en over de moeilijkheden voor jong talent om aan instrumenten te komen. In die tijd ging de internationale gemeenschap zich langzamerhand ook opwinden over de apartheidspolitiek die het land begon te wurgen, en als gebaar stuurde Satchmo een trompet naar de school van Huddleston. Voor mij.’

Het uitpakken van het postpakket werd een journalistiek event, daar had Huddleston wel voor gezorgd. ‘Het was ook een politiek gebaar. Armstrong was net op tournee geweest door Afrika, maar mocht niet spelen in Zuid-Afrika. Dit was zijn commentaar: dan stuur ik mijn trompet.’ Masekela werd in de rol van armlastig jazztalent gemanoeuvreerd. ‘Vreselijk eigenlijk. Een krantenfotograaf ensceneerde mijn blijdschap. Ik moest mijn broekspijpen oprollen, alsof ik een straatjongen was, en met de trompet in mijn hand van blijdschap een meter de lucht inspringen.’

Maar de foto was raak, en werd een klassiek en beroemd beeld van ‘ontwapenende jazz’, van ‘de zwarte bevolking die zich met muziek door moeilijke tijden van apartheid heenslaat’. De foto achtervolgt Masekela, zegt hij, tot op de cover van zijn biografie aan toe, en als hoes van een gelijktijdig verschenen verzamel-cd. Masekela: ‘Het moest.’

Met zijn groep, de Huddleston Jazz Band, vormde Masekela het eerste Zuid-Afrikaanse jeugdorkest. De band speelde in louche clubs die werden gecontroleerd door gangsters. Bij een optreden in 1955 ter ere van het afscheid van de naar de VS uitwijkende Father Huddleston, drong een bende de club binnen en vermoordde zeventien jongeren uit een rivaliserend township. De Huddleston Jazz Band speelde door, onder bedreiging: ‘Play you motherfuckers’. De instrumental Siya Giya werd ingezet, en eindeloos herhaald tot de slachtpartij over was.

‘Een gekke tijd’, zegt Masekela nu, eufemistisch, maar drie dagen na de moordpartij stond hij destijds alweer op het podium. ‘Jazz en gangsters hoorden bij elkaar, de concerten werden gepromoot door de bendes, je ontkwam er niet aan.’

In 1960, net na het bloedbad bij Sharpeville waarbij 69 tegen de regering Verwoerd demonstrerende activisten werden doodgeschoten, ontsnapte Masekela aan de Zuid-Afrikaanse jazzwaanzin en de steeds verstikkender apartheid. Op slinkse wijze en na bemiddeling van zijn oude priester Huddleston verkreeg hij een uitreisvisum. Hij vertrok naar Londen, later naar de VS, zijn vriendin Miriam Makeba achterna die al jaren succes had in het westen als de ‘Afrikaanse jazzkoningin’.

Masekela werd hartelijk ontvangen. Door Makeba, die later nog kortstondig zijn echtgenote zou worden, en door haar vriendenkring-op-niveau: Harry Belafonte, Dizzy Gillespie, Miles Davis. Zijn virtuoze trompetspel bezorgde Masekela veel werk als side-man, maar eind jaren zestig scoorde hij zelf twee ‘smashits’ in de VS, met de nummers Up, Up and Away (1967) en Grazin’ in the Grass (1968), een loom en zomerse meeneuriemelodie met monotoon doortikkende koebel. Van het nummer werden vier miljoen platen verkocht. Van de Zuid-Afrikaanse gekte kwam hij nu terecht in de Amerikaanse jazzroes, van drugs, drank, seks.

Masekela: ‘In die tijd werd ik gewaarschuwd door de jazzdrummer Art Blakey, met wie ik had gespeeld. ‘Hugh, ga je eigen ding doen, je komt uit Afrika, ga Afrikaans spelen.’ Miles Davis en Dizzy vertelden me zo ongeveer hetzelfde: word hier niet een van de velen want dan verzuip je. Ik luisterde naar ze al had ik er weinig vertrouwen in, maar ik greep toch terug naar de Zuid-Afrikaanse roots, ik ging de muziek spelen van de dansbands uit mijn jeugd, uit de townships, ging invloeden gebruiken van de kerkspirituals, van de Zuid-Afrikaanse koorzang.’

De afrojazz en later de afrobeat – de repetitieve tribale en politieke Nigeriaanse funk onder aanvoering van Fela Kuti – zou Masekela uiteindelijk de wereld over brengen. Vooral in de jaren zeventig legde het poppubliek een grote interesse aan de dag voor muziek met ‘authenticiteit’; jazz, pop en rock met invloeden uit oriëntaalse en Afrikaanse folk.

Masekela betrok een mobiele studio in Botswana, vlak tegen de grens met Zuid-Afrika aan, en nam daar platen op met Afrikaanse muzikanten. Hij werd veelgevraagd als gastmuzikant op popplaten van The Byrds tot Paul Simon. In 1987 schreef hij het strijdlied dat Nelson Mandela uiteindelijk zijn cel op Robbeneiland zou uitschreeuwen: Bring Him Back Home. Het werd Masekela’s grootste Afrikaanse hit. Zelf dreigde hij ondertussen de strijd tegen zijn excessieve drank- en drugsgebruik te verliezen. In 1991 keerde hij terug naar het in transitie verkerende Zuid-Afrika, maar hij vond geen aansluiting bij de muziekindustrie van Johannesburg. Masekela raakte aan lager wal, maar werd door zijn familie in 1997 in een afkickprogramma geduwd.

Vanuit een therapiekasteel in het Engelse Shaftsbury, starend uit het raam, maakte Masekela een rekensom: hij moest tijdens veertig jaar verslaving ongeveer vijftig miljoen dollar hebben uitgegeven aan dure auto’s, huwelijken, scheidingen, advocaten, beëindigde platencontracten, misgelopen optredens, drank en drugs. Hugh Masekela was in één harde klap genezen.

Zondag speelt Masekela in het Amsterdamse theater Carré. Op stand, want popzalen en clubs, dat hoeft hij niet meer. ‘Ik heb een nieuwe, strakke band met fantastische Afrikaanse muzikanten, en deze band verdient een decent place, want het is een staande-ovatie-band.’ Masekela zelf is het ook waard, vindt hij. ‘Ik heb hard geoefend de laatste vier jaar, mijn trompetspel is er erg op vooruitgegaan.’

De man wiens virtuositeit werd geroemd door iemand als Dizzy Gillespie, is als 69-jarige aan het oefenen gegaan?

‘Ik was enorm lui geworden, ik was altijd iemand die speelde vanuit zijn talent. Maar ik ben de laatste jaren mijn kwaliteiten aan het herontdekken. Mijn producer uit Malawi heeft me geleerd hoe ik anders kan zingen, zachter, en dus hoger, en ik ben nu eenzelfde techniek aan het aanleren voor mijn trompetspel. Ik bereik nieuwe registers, er gaat echt een wereld voor me open. Ik klink weer als een jochie.’

Binnenkort verschijnt een nieuw album van Masekela – een derde plaat met nieuw werk, big band-arrangementen en Afrikaanse jazzballads – ‘vol nummers waar het establishment weer niet blij mee zal zijn’.

Want al voelt Masekela zich nu fysiek beter, ‘thuisgekomen en relaxed’, zijn onbegrip over de lotsbestemming van Afrika blijft hem geestelijk kwellen. ‘Het is een fantastisch continent, de mensen zijn sterk en optimistisch, maar ze worden gebroken door de corruptie van de politiek die niet geeft om de rechten van vrouwen, van armen en gehandicapten. De Afrikaanse landen worden nu uitsluitend voortgeduwd door de economische drive, door industrie en business. Maar ik geloof dat de Afrikanen ooit zullen beseffen dat economie niet zaligmakend is, en dat de Afrikaan terug zal moeten grijpen op zijn culturele erfenis, onze excellent heritage. Die is uniek.’

Dan, met een blik op de cassetterecorder waarvan het opnamelampje allang is uitgedoofd. ‘Ik geloof dat uw apparaat al die onzin van mij niet langer wil registreren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden