Ik kleur niet met mijn omgeving

Bij het componeren van filmmuziek, onlangs ook uitgebracht op cd, verlaat Henny Vrienten (47) zich vooral op zijn intuïtie. 'Er zijn geen wetten, theorieën of taboes....

CORNALD MAAS

Verlaten!, zegt de tekst in de stomme film. Annie ziet haar geliefde vertrekken en zijgt droef ineen. 'Op dat moment klinkt een heftig zingende zaag.'

Andere scène: de snoodaard die haar achtervolgt krijgt een klap van een molenwiek en blijft voor dood liggen. 'Je hoort een trage beweging doorspekt met veel tranen. Want in plaats van opluchting overviel mij een groot verdriet. Ik ben geloof ik altijd wel droevig als er iemand dood gaat.'

Henny Vrienten (47) verkneukelt zich. 'Dit is een gisse film. Puur volksvermaak. Inclusief Hollywoodse achtervolging'

Drie maanden werkte hij aan de muziek voor Het geheim van Delft (1917), een tot voor kort verloren gewaande film uit de Hollandia-Filmfabriek over de jacht op een nieuw procédé voor het beschilderen van Delfts aardewerk. 'Had ik een rustige zomer gepland met mijn gezinnetje, kon ik dit toch niet laten liggen. En de goden weten dat het niet om het geld te doen was.'

Gisteren beleefde de film, die straks in filmhuizen en op 1 november bij de NPS te zien is, zijn tweede première tijdens het Nederlands Film Festival. Voor die gelegenheid werd Vrienten's muziek live uitgevoerd door het Basho-ensemble. 'Eigenlijk verzet mijn proletarische afkomst zich ertegen dat je heel veel energie in iets eenmaligs stopt. Wat ik maak moet voor iedereen bereikbaar en dus reproduceerbaar zijn.'

Vrienten wilde niet van dik hout planken zagen. Hij nam Het geheim van Delft serieus. 'Ik heb geprobeerd in de geest van die tijd te componeren. Als er emotie getoond wordt ook recht op het hart mikken.' Wat niet wil zeggen dat dat altijd mogelijk was - soms zou de toonzetting te overdreven zijn. 'Ik heb er een hekel aan als er verwachtingen worden gekweekt die niet worden ingelost. Je hoort hoge violen en je rekent - dat snapt iedereen, van Amerika tot India - op iets engs, maar je wordt voor niks opgefokt. Want wat je ziet is niet meer dan een ferme schouderklop.'

De componist steekt de hand ogenblikkelijk in eigen boezem. Zelf geniet hij onbekommerd van de muziek in Ben Hur. 'Indianentrommels en een samenraapsel van stijlen, niet gehinderd door smaak of geweten wordt een ongelooflijke sfeer opgeroepen.'

Zijn leven lang al is Vrienten verslingerd aan film. De eerste ervaring: hij zit, als vijfjarig jongetje, met zijn vader in een Hilvarenbeeks patronaat en ziet de Duitse circusfilm O, mein Papa. 'Toen al was ik gefascineerd door het feit dat violen uit een voor mij onbegrijpelijke bron kwamen.'

Nadat het razend populaire Doe Maar - band waarvan hij zanger/bassist was - in 1984 uiteenviel, legde Vrienten zich toe op het schrijven van filmmuziek. Hij componeerde inmiddels voor een groot aantal films (Spoorloos, De prooi, Oeroeg). Onlangs verscheen, op het VPRO-label EigenWijs, de cd Passages, met muziek die Vrienten voor acht films van Hans Keller schreef. Van Keller krijgt hij de ruimte. Zijn voorstellen worden soms, lang voordat een film af is, door de documentairemaker gehonoreerd. 'Of hij vindt mijn ideeën echt goed òf hij is de beleefdste man ter wereld.'

De thema's zijn uiteenlopend (Joseph Roth, de Nederlandse luchtvaart, de Amerikaanse droom), de inspiratiebronnen ook. Die variëren van een spoorwegovergang tot een carillon. Vrienten verlaat zich vooral op zijn intuïtie. 'Er zijn geen wetten, theorieën of taboes. Ik werk niet met categorieën emoties die in een laatje zitten en op afroep beschikbaar zijn. Ik kijk, ik voel, ik maak.'

Vrienten weet niets van contra-punten. 'Vaak heb ik last van mijn muzikaal analfabetisme. Ik ben niet als de kundige mensen die meteen kunnen opschrijven wat zij in hun hoofd horen. Misschien ben ik er ook wel bang voor dat je de noten ten slotte zo serieus neemt, dat de lol er af gaat.'

Hij weet nog goed van de keer dat de moed hem in de schoenen zonk. Een filmregisseur vroeg hem om muziek - op de juiste momenten had hij er vast Prokofjev en Sjostakovitsj onder gezet. 'Ik raakte verlamd. Dit is kunst, dacht ik, en ik ben een zondagsschilder. Ik schilder met grove kwast.'

Vrienten maakt gebruiksmuziek. En die heeft niks met kunst van doen. Hij componeerde voor de Hans Keller-films over de Vijftigers. Campert klinkt, zegt hij, beschouwend-ironisch, Claus is barok, Vinkenoog een ietwat opgewonden waterval. 'Dat die dichters nog leven, maakt me een beetje huiverig. Dooie dichters kunnen niet protesteren.'

Als Henny Vrienten aan het woord is klinken er steeds verontschuldigingen. Hij wil niet pretentieus of arrogant zijn, hij is geen Heilige Hein, en ook geen ouwe klaagstok. Voor je het weet begeef je je op glad ijs en gebruik je vreselijke woorden: 'Die vraag die jij stelt verdient een beter antwoord.'

Hij noemt zichzelf een laatbloeier die gaandeweg zijn onzekerheid verliest. 'Vroeger vond ik het vaak belabberd wat ik deed, durfde ik nauwelijks op gelukkige gezichten te vertrouwen.' Analyses waren hem vreemd. Vrienten wist niet hoe van het een het ander zou komen. 'Nu besef ik: dit is het werk dat ik graag doe, het is evenredig anoniem en autonoom. Ik wil wegfaden van blinde ambities. Hier zit ik niet te verlangen naar nog iets anders - ja hooguit naar meer van hetzelfde, misschien.'

Van grote stelligheid - 'het geblaas van al die mannetjes die hun vierkante centimeter zitten te verdedigen' - is hij afkerig. De teksten uit de Doe Maar-tijd - over politiek, onnadenkendheid, milieuvervuiling - zou hij nooit meer zo kunnen schrijven. 'Vaak kijk ik met verbijstering terug op wat ik vroeger zeker wist. Elke waarheid van toen kan worden omgedraaid. Dat besef is ontluisterend. Ik weet nog maar een paar dingen zeker, en die hou ik liever voor me.'

Een wil hij er wel prijsgeven: nooit meer zal hij met Doe Maar optreden. 'Het Heintje Davids-effect is mij vreemd. Ik breng heel bewust cesuren aan in mijn leven.'

Nog niet zo lang geleden vroeg Veronica de groep voor een reünie-concert. Na een paar stevige vergaderingen besloten de voormalige Doe Maar-leden toe te stemmen - op voorwaarde dat ze een paar nieuwe liedjes mochten spelen. 'Interessant zou pas zijn wat wij, zoveel jaren later, zouden maken als we opnieuw samen de studio ingingen.' De omroep weigerde, het feest ging niet door. 'Ik ben compleet allergisch voor de groepjes die die ene hit van 25 jaar geleden nog steeds voor een zwaaiend publiek met aanstekers staan te spelen. Krakerig, minder geolied, veel minder spontaan - en zonder dat er iets nieuws tegenover staat.'

De bewonderaars van weleer dien je niet lastig te vallen met je eigen geestelijke luiheid. 'Er zijn te veel artiesten die hun publiek op de proef stellen. Ze klagen in de Story over spit in hun rug of de vaas die net gebroken is. Ze zeiken eindeloos door over hetzelfde deuntje.'

Niet dat Vrienten geen gevoel voor nostalgie heeft. Hij houdt van Cor Steijn en Corry Brokken, hij bewondert Harry Bannink, hij smelt als hij zijn favoriete, tachtigjarige, blues-gitarist nog eens zijn grootste successen ziet spelen. 'Toen Gary Grant tijdens een Oscar-uitreiking het podium opklom en een staande ovatie kreeg, was ik geroerd.'

Zo'n eerbetoon aan het verleden spreekt zelfs meer tot de verbeelding dan nieuwe Nederlandstalige muziek. Daar houdt Vrienten zich in het geheel niet meer mee bezig. Soms, als hij in zijn auto zit en naar de radio luistert, hoort hij een flard van een hit. En spookt er daarna - hij doet het voor, pakt zijn gitaar erbij - dagenlang een fout Nederlands zinnetje door zijn kop: 'Ik ben toch jouw enigste man.'

Hij grinnikt en zwijgt. Maar in zijn hoofd klinkt bijna altijd muziek - 'Tot wanhoop van mijn huisgenoten.'

Op het gevaar af dat het ouwe-mannenachtig klinkt: 'Ik ben een beetje allergisch voor lawaai. Stilte is iets prachtigs.'

Vrienten houdt van de duinen, waar hij een vakantiehuisje heeft. Dat hij weinig van de natuur weet, beschouwt hij als een groot gemis. Hij woonde 35 jaar in Brabant, waar mensen op de koffie komen en dan een halve dag blijven zitten.

Hoe anders is het nu in Amsterdam. Daar spoedt hij zich, in ongekend tempo, op de fiets van de ene naar de andere afspraak. 'Ik kom hier veel Brabo's tegen. Er zijn er die zich heel goed hebben aangepast. Maar ik raak mijn zachte g nooit kwijt. Ik kleur niet met mijn omgeving.'

Zijn werkkamer is zijn paradijs. Daar is alles wat hij nodig heeft: een draaitafel, zijn gitaren, zijn boeken, en rust - veel rust. Alleen een klok, een vuurrood hart van bordkarton, tikt langzaam de stilte weg. Dat uurwerk is, zegt Henny Vrienten, pas echt een vrolijke noot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden