Column

Ik klaagde schuimbekkend over zijn coke

Ik, Arthur van Amerongen

Dit jaar ontbrak ik op de concentração de motos in Faro, het grootste brommertreffen van Europa. De vorige drie edities was ik er wel, al heb ik zelfs geen solex en veroorzaken leren broeken hardnekkige uitslag in mijn schaamstreek. Vorig jaar ben ik hardhandig van het festivalterrein verwijderd. Nooit meer oerend hard dus.

Beeld Gabriel Kousbroek

Ik bevond mij in de vipsector en had kutcoke (gemalen tl-buis) gekocht van een Maori van 200 kilo. Hij behoorde tot het Nieuw-Zeelandse chapter van de Hell's Angels. Nu wil het geval dat ik goed bevriend ben met Daniel Uneputty alias Unu, de voormalige president van het Amsterdamse chapter. Hij komt trouw naar mijn boekpresentaties en ik ken hem als een keurige family man die zich altijd leent voor een feestelijk fotomomentje. In zijn tattooshop in Amsterdam babbel ik graag met hem over Sonny Barger, de nog steeds levende oprichter van de Angels. De kenner denkt dan meteen aan Hunter S. Thompson en zijn klassieker uit 1966: Hell's Angels: The Strange and Terrible Saga of the Outlaw Motorcycle Gangs.

Goed, ik heb brommer noch tattoos, maar ben in alle bescheidenheid de enige die probeerde gonzojournalistiek in Nederland te bedrijven. Inmiddels heb ik Hunters fakkel overgedragen aan mijn gewaardeerde collega Rick Nieman, auteur van de brommerroman Altijd Viareggio. Dit alles vertelde ik aan de monster-Maori die mij desalniettemin van het terrein afdroeg omdat ik schuimbekkend klaagde over zijn coke.

Ik ben born to be wild. Op mijn 16de (net ontsnapt uit de tuchtschool) werkte ik op een bunkerschip in de Rotterdamse haven. Zo'n olieboot voorziet andere schepen van peut. Ik moest als Ketelbinkie onder barre weersomstandigheden via een touwladder naar het dek klimmen en loodzware slangen aansluiten.

Daar bij Pernis ontstond mijn ruige imago. Ik had twee enorme ringen in mijn oren, Barry Hulshoffbakkebaarden en droeg een door mama gebreid scheepsmutsje. Met die look zette ik een trend die kwijlebal Harry Slinger van Drukwerk pas jaren later oppikte.

Ondanks die helse pubesjeuk droeg ik - als statement - nog even een lederhose. Die brak mij lelijk op in Die Deutsche Eiche in München, de stamkroeg van Rainer Werner Fassbinder. Fred Mercury was er ook. Ik wilde ontdekt worden als acteur, wist ik veel wat Schwulen-Treff betekende.

De afgelopen week had ik een Deutsche Eiche-déjà vu toen ik kiekjes van stoere leermannen in Winschoten zag. Ze noemden zich The Soldiers of Onan. Ik ben pacifist, maar bij zo'n vreedzaam leger zou ik me ondanks mijn lederallergie meteen aansluiten. Met mijn puddingbuks.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.