‘Ik kijk nooit op de klok’

TEKST IANTHE SAHADAT fotografie Ilya van Marle..

‘Soms pak je ze met een verhaal. Dan zijn ze even gefascineerd, nieuwsgierig of enthousiast’, zegt Laura Oomes. ‘Dat is zó leuk’.

Oomes doceert nu bijna vijf jaar geschiedenis. Na haar studie wist ze niet precies wat ze wilde. Het was een vacatureluwe periode en ze vond het altijd al leuk om dingen uit te leggen, verhalen te vertellen. Zo belandde de historica voor de klas.

Ze had ‘geen jarenplannen’ toen ze begon. Maar het beviel, ze vond het leuk. Dus ze besloot: dit ga ik nog wel een tijdje doen. ‘Het is lekker concreet. Ik heb het gevoel dat ik midden in de maatschappij sta. En ik kijk nooit op de klok om te zien hoe lang ik nog moet.’

Ze beseft dat niet al haar leerlingen direct zitten te wachten op verhalen over de Krimoorlog of de industrialisatie, maar toch vindt Oomes geschiedenis een geweldig vak om te doceren. Door historische onderwerpen aan de actualiteit te koppelen, probeert ze haar leerlingen – voornamelijk bovenbouw havo- en vwo’ers – maatschappelijke interesse bij te brengen.

Aan de hand van de film Fitna bespreekt ze bijvoorbeeld censuur in de 19de eeuw. Of ze laat leerlingen een parallel trekken tussen de Nederlandse reacties op de gesneuvelde jongens in Afghanistan en de publieke opinie in de Verenigde Staten tijdens de Vietnamoorlog.

Maar een baan voor het leven is het niet, bekent ze. Mede daarom is ze in september weer begonnen met studeren. Rechten, een ‘praktische studie’, en misschien ‘een ontsnappingsweg’, hoewel ze dat niet zo negatief bedoelt als het klinkt. Ze weet niet op welke termijn, maar dát ze iets anders wil, weet ze wel. ‘Maar’, zegt ze direct daar achteraan, ‘je weet maar nooit. Misschien kom ik nooit weg, of kom ik weer terug.’

Dat lesgeven slecht betaalt, daar had ze van tevoren niet eens over nagedacht. Maar dat een starter bij de overheid meer verdient dan zij nu na vijf jaar, vindt ze wel belachelijk. Ze snapt wel waarom het verloop groot is in het onderwijs. ‘Het is gewoon zwaar en heftig als je begint en als het dan ook nog eens waardeloos betaalt, kun je als beginner denken: weet je wat, bekijk het maar.’

Ook de ‘feminisering’ in het onderwijs vindt ze een slechte zaak. Het lerarenkorps moet een afspiegeling zijn van de samenleving en dat is steeds minder het geval. Oomes ziet het op haar eigen school: nieuwe collega’s zijn bijna altijd vrouw. Dat heeft volgens haar alles met de salariëring en bijbehorende status te maken. ‘En met het blijkbaar nog altijd heersende idee dat de man de primaire kostwinner is’, voegt ze daaraan toe.

Maar ook een hoger salaris, kleinere klassen en meer mannelijke collega’s zouden haar vermoedelijk niet voor de klas houden. Haar belangrijkste bezwaar is immers het ontbreken van groeiperspectief. ‘Of je moet het management in, maar dat wil ik niet. Natuurlijk leer ik nog steeds. Maar ik merk dat ik denk: ik wil nog meer. Ik vind het moeilijk om er de vinger op te leggen, maar ik heb het idee dat je bij veel banen meer kunt groeien, een functie hoger, uitdagender en moeilijker.’ *

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.