'Ik kijk alleen maar naar mensen'

Dit jaar fotografeerde Bertien van Manen in Tokio, opnieuw in de Appalachen, Russische immigranten in Brooklyn, de nieuwe rijken in Rusland, en de mannen in haar leven....

GRETA RIEMERSMA

Bertien van Manen wil niet over álles praten. 'Kom later maar terug', zegt ze bijvoorbeeld. Of, lachend: 'Vraag dat maar aan mijn therapeut.' Dan heeft ze nog niet lang genoeg over een gespreksonderwerp nagedacht om er iets waars over te vertellen, of ze wil gewoonweg niet dat het in de krant komt.

Wat ze wel zegt: 'Voor mij is fotografie dat je iets over jezelf vertelt. Er zullen fotografen zijn die me tegenspreken. Maar ik zie het in hun werk. Wát ze fotograferen, de afstand die ze hebben, de belichting. Niet iedereen zal het toegeven, maar ik zie het. Als je probeert iets goeds te maken, gaat het altijd over jezelf.'

Dat Van Manen niet alleen heeft geprobéérd iets goeds te maken, maar dat ze er ook in is geslaagd, mag blijken uit de David Roëll Prijs die haar onlangs is toegekend. Elke twee jaar reikt het Prins Bernhard Fonds de prijs uit aan een Nederlandse beeldend kunstenaar voor zijn hele oeuvre. Van Manen wist tot voor kort niet van het bestaan van de prijs; vanaf 25 oktober, als ze de David Roëll Prijs in ontvangst neemt, is ze een ton rijker. Driekwart van het geld moet ze investeren in haar werk, de rest mag ze vrij besteden. Maar die rest gaat dus ook in werk, dat spreekt voor haar voor zich.

Als ze op reis is om te fotograferen, zoals in het verleden in New York, Boedapest, de Sahara, de Appalachen, Transsylvanië en Rusland, Rusland, Rusland, is ze 24 uur per dag aan het werk: als ze 's nachts naar de wc gaat, als ze onderweg tickets regelt. Als ze weer thuis is, kost het tijd die monomanie kwijt te raken. Maar ook thuis maakt ze foto's, zij het minder obsessief. En haar werk laat haar daar op een andere manier niet los. Zoals deze week. Het Nederlands Foto Instituut in Rotterdam presenteert vanaf zaterdag haar meest recente foto's, en ze moet eigenlijk bij de inrichting van die tentoonstelling zijn. Maar ze moet ook naar Rome voor de opening van een expositie. De telefoon gaat in haar huis aan de Amsterdamse Keizersgracht vaak.

Dat meest recente werk in het Foto Instituut is weer helemaal Bertien van Manen - zoals ze zich liet zien in A hundred summers, a hundred winters uit 1994, het boek waarin ze Russen en hun sporen in het dagelijks leven portretteerde. Dit jaar fotografeerde ze in Tokio, opnieuw in de Appalachen, Russische immigranten in Brooklyn, de nieuwe rijken in Rusland, en de mannen in haar leven - haar vader, haar echtgenoot, haar vriend, haar zoon. 'Ik kijk alleen maar naar mensen, hoe ze zich gedragen, wat ze doen, wat ze bezighoudt. Alles van gebouwen, treinen, landschappen: prachtig, maar niet voor mij.'

In Tokio was het gemakkelijker fotograferen dan in Rusland. Japanners zijn minder cameraschuw, merkte ze. Via een publicatie in een Japans tijdschrift had ze van te voren contact gelegd met vooral jongere fotografen. Toen ze er was, kreeg ze hulp om bij mensen binnen te komen, hoewel ze, anders dan in Rusland, niet bij hen sliep. In die paar weken dat ze in Tokio was, wilde ze af en toe op zichzelf zijn. Maar in het hotel ging het fotograferen door: een meisje in fluorescerend blauwe bruidsjapon dat ze in de gang tegenkwam, een strakke zakenman met aktentas.

Ze kon erbij zijn als mensen naar bed gingen of onder de douche. Maar ze merkte ook gêne bij de Japanners. Met twee meisjes, zelf ook fotograaf, ging ze naar een badhuis. Ze lieten alleen hun achterkant zien en giechelden. 'Daar heb je dus niks aan. En je komt er niet achter waarom ze zo doen. Ze gaan vaak met z'n allen naar het badhuis.' Ze trof een cultuur aan van uiterlijk, ceremonie, gedragsregels. Daarom richtte ze zich vooral op jongeren. 'Die zijn heel anders. Ze maken er veel meer een rotzooitje van, ze willen graag westers leven. Het is veel makkelijker om tot hen door te dringen.'

De serie mannen maakte ze omdat ze mensen in haar naaste omgeving wilde fotograferen. 'En dat zijn toevallig mannen. Ik heb altijd mensen gefotografeerd die ik niet ken, ik vond het boeiend om nu eens mensen te nemen in mijn eigen omgeving.' Al eerder had ze het plan haar eigen familiekring en milieu tot onderwerp te kiezen, 'het betere milieu, de nette burgerij', zoals ze zelf zegt. 'Maar daar heb je afstand voor nodig, terwijl je toch dicht bij ze wilt komen. Het is een vaag terrein. In hoeverre moet je afstand houden of niet? Als ik te dicht bij iemand kom, gaat het niet goed.'

De vriend van een Russische vriendin had zelfmoord gepleegd, Van Manen ging naar haar toe. 'Er gebeurden diepgaande dingen, waarvan ik het gevoel had: dit had mooie foto's op kunnen leveren. Maar ik heb ze niet gemaakt, uit respect, omdat je te dicht bij allerlei emoties komt, maar ook omdat het te dramatisch wordt.' Al die beelden van huilende mannen en vrouwen in ex-Joegoslavië. 'Dat wordt gauw plat. Je moet iets nooit te zwaar benaderen.'

Waarom gaf ze niet eerder een indruk van haar eigen omgeving? 'Dat is emotioneel te moeilijk.' Halverwege de jaren tachtig maakte ze een fotoboek geïnspireerd op haar verleden. De dienstmaagd des Heren laat beelden zien van het kloosterleven, zoals ze dat zelf tussen haar twaalfde en negentiende jaar min of meer heeft geleid op een meisjesinternaat van de Dames du Sacré Coeur in Vaals. 'Die kloosters waren voor mij erg beladen, moeilijker dan vier jaar Rusland.'

Toch geeft ze nu een intiem beeld van de mannen in haar leven. 'Ja, het blijft trekken. Het interessantst is het dagelijks leven van jezelf, dat zou je eigenlijk moeten fotograferen.' Ze noemt Lee Friedlander, die foto's maakt van zijn vrouw, familie en vrienden. 'Zonder enige pretentie. Dat is prachtig, dat is het wezen van goeie fotografie.' Maar om nu zelf op grote schaal haar eigen naasten in beeld te brengen: 'Dat is spanning die ik niet wil. Dat heeft ook met angst te maken. Het is te zwaar, maar ook niet boeiend genoeg. Het is bekend. Om het leuk te maken, heb ik ook de spanning van het nieuwe nodig, de spanning van op reis zijn. Ik kan niet alsmaar thuis zijn.'

Het was een van de redenen waarom ze halverwege de jaren zeventig in de fotografie terecht kwam. Al snel werd de documentaire fotografie haar terrein. In haar boek Vrouwen te gast liet ze het verborgen leven van Turkse en Marokkaanse vrouwen in Nederland zien. Ze documenteerde de vrouwenbeweging. 'Die foto's zijn zó slecht', roept ze uit. 'Ik moest alsmaar iets bewijzen, ik was niet bezig met fotografie. Wat een pretenties, alsof jij de wereld zou kunnen veranderen.' Daar kwam bij dat ze zichzelf in de vrouwenbeweging had gestort. Het onderwerp kwam te dichtbij.

In Rusland besloot ze alleen nog in kleur te fotograferen. Rusland wordt al veel gedaan in zwartwit, bovendien vindt ze dat te dramatisch. 'Het is daar dramatisch, dat hoef je niet aan te dikken.' En ze vond er de kleuren zo mooi, 'minder synthetisch' dan in het Westen. Ook gebruikt ze sindsdien alleen nog maar een automatische camera. Dat had vooral te maken met haar wens in contact te komen met het echte leven. 'Als je binnenkomt met een batterij fotoapparatuur worden mensen zich zo bewust van zichzelf.' Technisch gezien heeft ze nu misschien minder mogelijkheden. 'Maar je laat ook meer aan het toeval over. Je moet niet te veel manipuleren. Je moet er ontzettend voor oppassen dat er geen ziel meer in zit.'

Alles moet echt zijn. 'Ik ben geboeid door mensen die zich laten zien zoals ze zich voelen, niet beschermd door valse uitstraling. Die façades heb je veel bij mensen uit mijn eigen milieu. Ik wil doordringen tot mensen. Façades irriteren me.'

Ze wil doorgaan met de Russische emigratie, misschien gaat ze terug naar Japan. Maar dat laatste is nog niet zeker. De westers georiënteerde jongeren in Tokio heeft ze al gefotografeerd. En of ze in de rest geïnteresseerd is, weet ze niet. Ze was in Oezbekistan en ontdekte dat het er voor haar té anders was, te exotisch. 'Het was mijn wereld niet.' Ze wil niet in het spoor treden van de National Geographic. 'Ik bedoel er niks denigrerends mee, maar het is me te romantisch. Zo is het leven niet, althans ons leven niet.'

Russen, ja, Russen, die lijken op Europeanen. 'Maar ze leven zoveel intenser, die hebben echt geen façades, zeker als ze gedronken hebben. Het is moeilijk om bij ze binnen te komen, maar als je eenmaal binnen bent, dan zijn ze er voor je, voor honderd procent. Dat is zo in tegenstelling met de kilte die je hier soms om je heen voelt. Iedereen die maar op zichzelf leeft en moeite heeft met warmte geven.'

Verwacht van haar geen ander werk. 'Wat ik nu doe, blijf ik doen, tot ik niet meer kan.'

Bertien van Manen, recent werk in het Nederlands Foto Instituut, Rotterdam. 5 oktober t/m 3 november.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden