'Ik ken alleen de gezonde twijfel'

Dat Jacques Rogge er soms wat vermoeid uitziet, noemt hij zijn eigen schuld. Hij is te plichtsbewust. Te gepassioneerd misschien. Het is wat hem op de been houdt. Iedereen kan twaalf uur per dag werken, is zijn overtuiging, als er maar passie is.


De maakbaarheid van de mens is groot, dat leerde hij in de sport. En oud worden is ook niet erg, zolang je maar het gevoel hebt nuttig te zijn. Rogge, 68 jaar en voormalig olympisch zeiler en orthopedisch chirurg, is gelukkig, want onafhankelijk. Geluk betekent voor hem dat je niet te veel eisen stelt en dat je leert genieten van het ogenblik.


Op 16 juli van dit jaar is hij precies tien jaar in dienst als voorzitter van het internationaal olympisch comité (IOC). Een organisatie die door Sepp Blatter, collega-preses van de internationale voetbalbond FIFA, onlangs werd omschreven als 'een huisvrouw'. 'Ze krijgt wat geld, en ze geeft wat uit', zei hij badinerend. Er kwam een telefoongesprek tussen beide leiders aan te pas om de gemoederen tot bedaren te brengen.


Voor het oog van de wereld relativeerde Rogge het voorval. Het ging slechts om 'een klein incident'. Het is zijn stijl van besturen. 'Ik hou niet van profetische of emblematische leiders, met veel poeha of veel lawaai', zegt hij in zijn prachtig gelegen, maar sobere kantoor in het Château de Vidy in Lausanne. Ooit noemde hij zijn grootste verwezenlijking dat hij zichzelf is gebleven.


Hij heeft het voorzitterschap in een decennium ontdaan van de oude, adellijke stempel. Hij is de verzoener, de realist, de stille diplomaat, de bedrijfsleider. Niet dé leider. 'Nee zeg! Ik heb een leidinggevende functie, maar ik zie mijzelf niet als een verheven leider. Er wordt van mij verwacht dat ik de problemen oplos van de vereniging die ik leid. Je doet wat je moet doen. Voor de rest blijf ik mezelf.'


Als hij moet kiezen tussen een vergadering over de olympische beweging en een rugbywedstrijd om de Six Nations Cup, dan wint het laatste met afstand. Zijn representatieve functie weegt zwaar, bekent hij. 'Maar je mag jezelf niet een niveau te hoog opsluiten en alleen het aangename plukken. Je moet het minder aangename erbij nemen. Mijn representatieve functies zijn obligaat, en nuttig. Dat is voor mij het voornaamste. Mijn aanwezigheid kan als een katalysator werken.'


Rogge hekelt de polemiek. Hij kan niet op persoonlijke titel spreken. Als pater familias van de olympische beweging leest hij China niet de les over de mensenrechten, omdat hij weet dat er veel landen in zijn organisatie zijn die zo'n standpunt niet zouden delen. Met zijn bescheidenheid hoefde hij dat niet te leren.


Vraag hem naar de Nederlandse plannen om de Olympische Spelen van 2028 te organiseren en hij wordt enthousiast. Het idee dat in Nederland in 2016 een klimaat moet zijn geschapen waarin sport de aanjager is van maatschappelijke vernieuwing alvorens de kandidatuur voor de Spelen wordt gesteld, staat hem aan. 'Wij hebben er altijd op aangedrongen dat de Spelen een erfenis moet nalaten in het organiserende land. Jullie discussiëren over die erfenis lang voordat de Spelen dood zijn. Ik denk dat de aanpak goed is.'


Maar hij past voor het adviseurschap. 'Jullie hebben tien jaar om te bereiken wat jullie willen bereiken voordat er wordt gestemd. Hoe dat moet gebeuren is een zaak voor de Nederlanders, ik ga me daar niet aan wagen. Het is niet aan mij om te zeggen hoe je dat moet doen. En nee, er is geen enkele zekerheid dat Amsterdam het haalt.'


Dezelfde terughoudendheid betracht hij als het gaat over de afnemende Nederlandse invloed in de olympische beweging. Van de vier IOC-leden in 2008 - Hein Verbruggen, Els van Breda-Vriesman, Anton Geesink en prins Willem-Alexander - is alleen de laatste nog actief. Rogge: 'Wij wilden dat niet, het waren de omstandigheden. Vandaag de dag is er één Nederlands IOC-lid, wat er gaat gebeuren, wordt besproken.'


Op de vraag met wie en wanneer, antwoordt hij: 'Wees gerust, Nederland zal altijd zeer invloedrijk blijven in de olympische beweging.'


'Ik ben altijd iemand geweest met een bepaalde passie voor de sport. Mijn grootvader was wielrenner, mijn vader hockeyer en roeier, ik belandde zelf in het zeilen en heb aan rugby gedaan. Het feit dat ik nu voor u zit, is louter toevallig. Ik heb de kans gekregen omdat ik toevallig op het juiste moment op de juiste plaatsen mensen heb ontmoet die een beetje mijn mentors waren. Dit is geen carrièreplan, maar je moet het wel waarmaken.'


'Ik kan de sportwereld iets teruggeven, maar ik voel me niet de geroepene. Nee zeg. Ik heb deze baan nooit als een plicht gevoeld, alsof ik dit moet doen voor mijn volk. Ik vind dit een uitdaging. Ik kan jeugdige atleten een droom bieden. Het patrimonium van de sport veiligstellen, dat is mijn bedoeling, de waarden beschermen.


'Protocol of status, dat laat mij koud. Iets bereiken in de sport, iets waar je in gelooft, en zien dat het verbetert, dat doet goed. Het gaat niet om macht of luxe. Mensen benaderen mij misschien anders, maar ik ben nog steeds dezelfde. Ik ben niet veranderd. De mensen rond mij zeggen ten minste dat het zo is. Ik beschouw dat als een compliment.


'Natuurlijk pas ik me ook aan. Als ik spreek met een staatshoofd probeer ik mezelf af te vragen hoe die man of vrouw denkt. En hoe ik de waarde van de sport aan hem of haar kan verkopen, hoe ik een nieuwe bondgenoot kan maken.


'Je hebt een visie en die probeer je over te brengen. Als je een organisatie leidt, ben je dat verplicht, anders ben je maar een gewone manager. Er is een verschil tussen een manager en een zogenaamde leider. De visie kan ook niet persoonlijk zijn, het moet een weerspiegeling zijn van wat er leeft binnen de gemeenschap die je moet leiden.


'Wat mijn visie is? Die is helder en duidelijk: sport is meer dan competitie. Sport is voornamelijk opvoeding. Sport is ook sociale integratie, het brengt minderheidsgroepen in de gemeenschap binnen die gemeenschap. En sport is gezondheid. En wij moeten zorgen dat we de sport weer naar de jeugd brengen.


'In veel gezinnen is er tegenwoordig sprake van tweeverdieners, veel families kijken naar de school als de oplossing van alles. Ze ontlopen hun verantwoordelijkheid. Het is een tendens om te zeggen: dat moeten ze maar op school leren.


'Wij mogen van scholen niet vragen de rol van de ouders over te nemen. Maar het is wel het obligate passagepunt van alle kinderen. Daar zijn er geen drempels, geen logistieke, geen financiële. Op school kan iedereen aan sport doen. Maar de school kan niet alles, wij hebben daarin ook een rol te vervullen.'


'Een leider moet menselijk zijn. Er zijn momenten waar de menselijkheid naar buiten moet kunnen komen. Er zijn momenten dat ik razend kwaad ben, en dan word ik meestal ijzig koud. Ik zal altijd respectvol en beleefd blijven, ik ga niet blaffen en tieren. Maar ik kan dodelijk ijskoud zijn.'


'Niet dikwijls, maar ik kan er geen cijfer opplakken. Er zijn momenten dat je je emoties niet kunt bedwingen. Ik herinner me geweend te hebben toen ik in Vancouver de dood van Nodar Koemaritasjvili (rodelaar, red.) moest aankondigen. Dat was mij te sterk. Dan kun je niet stoïcijns zeggen: we vinden het spijtig.


'Zoiets plan je niet. Ik sta niet in de ochtend op en denk als ik mijn tanden poets: nu moet ik leiderschap tonen. Nee sorry, dat doe je niet. Je wordt als leider gevolgd of je wordt niet gevolgd. Ik geloof niet dat dat artificieel is. Ik sta 's ochtends op en denk: ik heb vandaag een taak, die ga ik zo goed mogelijk vervullen en ik verwacht dat het met succes is.'


'O nee, er zijn zaken die ik beter had kunnen doen. Maar over elke belangrijke beslissing die ik heb genomen, bestond consensus. Dan riskeer je niet veel. Belangrijke beslissingen die je alleen neemt, lopen meestal verkeerd af.


'Er zit ook geen populisme in wat ik doe. Ik heb altijd klaar en duidelijk gesteld wat goed was in de sport en wat niet. Ik heb van de strijd tegen doping een van mijn prioriteiten gemaakt. Er is een tijd geweest dat ze zeiden: laten we straffen, maar laat ons niet te veel over doping spreken, dat is niet goed voor onze reputatie. Sorry hoor, maar ik neem die strijd serieus, net als die tegen het illegaal gokken. Sport is niet heiliger dan de samenleving, er zal altijd bedrog zijn.'


'Ik geloof niet in categorisatie. Ik geloof dat leiderschap terugkomt op een paar elementaire beginselen. De geneeskunde heeft mij alles geleerd. Je moet vooral goed naar mensen kunnen luisteren. Een arts luistert niet alleen naar wat er wordt gezegd, die kijkt ook naar de lichaamstaal. Je krijgt twintig minuten de tijd om de persoonlijkheid van iemand te definiëren. Om jezelf te vragen: die klachten, steekt daar nog iets achter? Is het psychosomatisch of reëel? Dat is een boeiend spel.


'De tweede zaak is een goede diagnose stellen. Op basis van de dingen die voorliggen, zul je moeten zeggen: we kunnen het beste dit of dat doen. Het gaat in mijn huidige functie niet anders. Vervolgens moet je de therapie vaststellen en het belangrijkste is dat je ervoor zorgt dat de patiënt die therapie aanvaardt en volgt. Aan dat laatste schort het vaak bij beslissingen. Ze worden opgedrongen, zonder echt te worden aanvaard. Leiderschap is voor mij luisteren, analyseren, maatregelen treffen en uitvoeren.'


'Nee hoor, ik blijf wel objectief. Je moet niet vervallen in het omgekeerde en alles aan jezelf wijten. Ik ben wie ik ben. Ik ben een product van mijn opvoeding. Ik ben naar een harde jezuïetenschool geweest, jezuïeten zijn gekend om hun merkwaardige opvoedingsstijl. Ze leren hun leerlingen kritisch te zijn, om niets zomaar aan te nemen, er bestaan geen dogma's. Het kan ook te ver gaan en uitmonden in cynisme, dat mag niet. Maar die kritische benadering is een belangrijk aspect.


'Als het om je eigen handelen gaat, moet je durven zeggen: doe ik dit wel goed? De jezuïeten hanteren een discipline die nu niet meer aanvaard zou worden door de jeugd.'


'Mijn kinderen zijn ook naar de jezuïetenschool geweest. Het was een zeer goede opvoeding, maar natuurlijk wel een beetje karikaturaal. Dat intro-punitieve is zeker het gevolg van mijn jezuïetenopvoeding. En van mijn opleiding in de geneeskunde. In de geneeskunde word je gedwongen verantwoordelijkheid te nemen.


'Je wordt, vroeg of laat, geconfronteerd met je eigen tekortkomingen. Je leert nederig zijn. Want iedere arts maakt fouten. Als iets niet goed gaat, dan stel ik mij de vraag: wat is mijn aandeel hierin? Het kan aan een ander liggen, maar dan moet je wel zeker van zijn.'


'Ik ken alleen de gezonde twijfel. Dat heb ik ook van de jezuïeten. Als je niet twijfelt, ben je vastgeroest in vaste overtuigingen, daar kom je snel van terug. Ik twijfel over wat me voorgehouden wordt, of wat ik lees. Twijfelen aan jezelf is een heel andere zaak. Ik denk niet dat ik twijfel aan wat ik doe. Als je dat doet, ben je - zeker in mijn vorige beroep - slecht begonnen.


'In de geneeskunde kende ik een individuele verantwoordelijkheid. Dat was zwaar, want je hebt het geluk van een mens in handen. Daarvan heb ik slapeloze nachten gehad. Wat ik nu doe, is een collectieve verantwoordelijkheid. Niet minder belangrijk, maar wel minder zwaar.'


'Wij moeten ons continu kunnen aanpassen aan sociale, economische en politieke ontwikkelingen. De val van de Sovjet-Unie, 11 september, de economische crisis: het zijn cruciale perioden geweest die de sport hebben beïnvloed. De huidige revolutie in de Arabische wereld kan voor ons ook een keerpunt zijn. In welke zin, dat weten we niet, maar de wereld gaat veranderen.


'Het leiderschap was er gebaseerd op normen en gewoonten die de mensen van vandaag niet meer aanvaarden. Natuurlijk volgen wij dat op de voet. Kunnen we er nog wel sportevenementen houden? Wat gebeurt er met bestaande sportstructuren die vaak nauw verwant waren met de overheid? En hoe zorgen we ervoor dat de sporters niet te veel onder de situatie lijden?


'Ik ben onlangs nog met een delegatie naar Israël en Palestina geweest om te zorgen dat de Palestijnse atleten naar buitenlandse competities kunnen blijven gaan en dat ze niet aangehouden worden bij de grens in Ramallah of Gaza door Israëlische troepen.'


'Mijn functie is maar tijdelijk (in 2013 verloopt zijn laatste termijn als IOC-voorzitter, red.). Ik kan relativeren, ik ben de leider van een groep. Het is ook een kwestie van verantwoordelijkheidszin. Voor mij is dat doen wat ik moet doen op het ogenblik dat het nodig is.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden