Ik keek naar het fenomeen Trump en verbaasde me over waar hij mee wegkwam

Esther Gerritsen

Het begon als een komedie, de gang naar zijn presidentschap. Misschien omdat het niet zo dicht bij huis is, misschien omdat ik sowieso wat losgezongen van de realiteit ben, dat ik de mensen soms niet waarneem als echte mensen, maar als voorstellingen, personages.

Ik keek naar het fenomeen Trump en verbaasde me over waar hij mee wegkwam. Geen gewone wet leek voor hem te gelden. Eerst dacht ik dat dit gedrag hem zou opbreken, daarna begreep ik dat dit juist zijn aantrekkingskracht was: de man die overal mee wegkwam. Bovenmenselijk. Als een van de onredelijke oude goden, voor wie de menselijke wetten nu eenmaal niet opgaan.

De goddelijkheid van de oude helden zei niets over hun goedheid of slechtheid. Er waren genoeg rotgoden. De godin Eris, van de twist en de tweedracht, was niet iemand die je op je feestje uitnodigde. Haar broer Ares, de god van de oorlog, was ook al geen lieverdje. Deerde het hen om zo ongeliefd te zijn? Nee, ze waren goden.

In haar bewerking van de Ilias laat Imme Dros de oorlogsgod Ares zeggen: 'Bespot mij, noem mij rotte vis, ik lach erom!' Het is een kostelijk personage. Ik lees hem graag hardop. Zijn schijnbare onkwetsbaarheid is benijdenswaardig.

Kijkend naar Trump dacht ik vaak aan de bespotte oorlogsgod die de mensen nog harder uitlacht dan dat zij hem uitlachen.

Maar mijn blonde oorlogsgod lacht steeds minder. Ik zie dat hij ongelukkig is. Ook hij begint eronder te lijden dat het allemaal echt is geworden.

Geen tragischer beeld dan dat geschetst wordt in Fire and Fury: hij trekt wit weg als hij de presidentsverkiezing blijkt te hebben gewonnen en zijn vrouw begint te huilen. Daar wordt de komedie een tragedie.

In zijn poëtica legt Aristoteles uit dat de tragedie de mensen beter uitbeeldt dan ze zijn en in de komedie slechter. De tragedie verlangt nu eenmaal de meeste inleving van ons met de held, en we identificeren ons het liefst met iemand die op ons lijkt maar nét een beetje beter is.

Toen Trump in zijn tragedie terechtkwam moest hij zich beter gaan gedragen. De tragedie is immers ook 'een nabootsing van een nobele actie'.

Maar mijn blonde god is nieuw in dit treurspel, en de mensen helpen hem ook al niet. Ze houden maar vast aan de geliefde komedie. Aristoteles beschrijft het komische personage als een uitbeelding van iemand die weliswaar minder is dan het gemiddelde, maar niet omdat hij nou zoveel zwakheden en gebreken vertoont.

'Lachwekkendheid is maar één aspect van schandelijkheid. Ze is een bepaalde fout, een niet pijnlijke, onschadelijke vorm van schande.' En dus wordt voor de komedieliefhebber Donald Trump 'de president met de kleine handen'. Een onschadelijke eigenschap. Want de komedie mag geen pijn doen, dan is het geen komedie meer. Of, als ik Aristoteles' woorden parafraseer: een vreemde eigenschap is alleen maar grappig zolang die niet de oorzaak is van hevige pijn of dood.

We lachen graag. Zolang we lachen, kunnen we nog geloven in de komedie. Ondertussen dendert de tragedie voort.

De tragiek van Trumps presidentschap is dat hij het presidentschap niet wou en dat hij nog steeds lachwekkend is maar het tegelijkertijd pijn begint te doen. Als dit het echte leven niet was, zaten we kortom in een totale genreverwarring.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden